Wellink: 'Overheden delen in Griekse strop'

Nout Wellink (foto: HH)

Wegens de catastrofale toestand van de Griekse overheidsfinanciën zullen de overheden onvermijdelijk in de Griekse strop moeten delen. Dat is de onverbloemde nieuwjaarsboodschap van Nout Wellink, tot voor kort de voorzitter van De Nederlandsche Bank (DNB).

Wellink stond tijdens zijn carrière als DNB-voorzitter en ECB-bestuurder bekend voor zijn relatief onverbloemd taalgebruik. Nu hij DNB-voorzitter af is gaan alle remmen los.

In een interview met Het Financieele Dagblad snijdt Wellink een onderwerp aan dat voor de Europese Centrale Bank nog steeds een groot taboe-onderwerp is. Volgens hem is de toestand van de Griekse overheidsfinanciën zo catastrofaal dat ook de 'publieke schuldeisers' - zeg maar de trojka van de Europese Unie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds - verliezen zullen moeten slikken.

Er zat een inconsistentie in alle verhalen die politici vertelden

Nout Wellink

Ex-voorzitter DNB

'De balans tussen de publieke en de private sector is zodanig veranderd dat als er echt afgeschreven gaat worden, het bijna ondenkbaar is dat de overheid daar kan aan ontsnappen.'

Banken

Athene voert moeilijke onderhandelingen met de privéschuldeisers om 's lands schulden te herschikken. Waarschijnlijk zullen de banken door de dramatische toestand van de Griekse economie 65 à 75 procent van hun schulden moeten kwijtschelden, in plaats van de eind oktober afgesproken 50 procent.

Wellink stipt aan dat de helft van de bancaire schuld van Griekenland bij Griekse banken zit. 'Als je die afschrijft, moet dat gat weer gevuld worden met publieke leningen. En er zijn ook zoethoudertjes om de privésector te verleiden deel te nemen. Op die manier levert de bijdrage van de private sector netto bijna niks op.'

De bankenbijdrage aan de Griekse schuldherschikking levert netto bijna niks op

Nout Wellink

Ex-voorzitter DNB

120 procent

Maar zelfs dan lijken de Griekse overheidsfinanciën nog niet op een duurzaam pad te komen, met een overheidsschuld die in 2020 bij een terugkeer naar groei later dit decennium nog steeds 120 procent van het bruto binnenlands product (bbp) zou bedragen.

'Dat is nog steeds veel te hoog en gecalculeerd op basis van optimistische veronderstellingen over de reductie van het begrotingstekort en de groei in Griekenland', zegt Wellink onomwonden.

Het probleem is dat een schuldherschikking die alleen de privéschuldeisers in het bad trekt, weinig zoden aan de dijk brengt. Een groot deel van de schulden zit immers bij 'officiële kredietverstrekkers'. In mei 2010 kreeg Griekenland van de Europese lidstaten en het IMF een eerste noodpakket van 110 miljard euro, daar kwam eind oktober een tweede pakket van 130 miljard bij.

50 procent

De ministers van Financiën van de eurozone hamerden er altijd op dat de overheden altijd hun geld terug zouden krijgen. Wellink doorprikt die mythe: 'Er zat een inconsistentie in alle verhalen die politici vertelden. Want je kunt wel zeggen, zoals onze minister deed, dat het geld van de overheden altijd terug zal komen. Maar als je een steeds groter aandeel in de financiering van de Griekse schuld op je moet nemen, wordt die kans steeds kleiner.'

 

 

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud