‘Wij genieten het voordeel van de lange termijn'

‘Risico is voor ons niet de koersbewegingen van dag tot dag. Risico is op het einde van de rit je geld kwijt zijn.’ Michael Clements, Europees aandelenbeheerder bij de Amerikaanse fondsenreus Franklin Templeton, tracht in twee zinnen de filosofie van zijn team te duiden.

Clements, vorige week even te gast in Brussel, draagt de basisregel van Warren Buffett in het hart: ‘Verlies geen geld.’ ‘Wij concentreren ons heel erg op het neerwaartse risico. Maar dat wil niet zeggen dat we een lager rendement aanvaarden. Als we 100 euro in een bedrijf steken, moet dat na vijf jaar minstens 160 euro zijn geworden.’

Om dat doel te bereiken, volgt Clements een welgerichte methode. ‘Alvorens te investeren in een bedrijf, moeten we er drie dingen in terugvinden. Het moet een sterk concurrentieel voordeel hebben, zoals schaalgrootte, marktleiderschap of geavanceerde technologie. Het moet een sterke balans hebben, zodat het in moeilijke tijden niet in geldnood geraakt. En het moet goedkoop gewaardeerd zijn. En ja, die combinatie is moeilijk te vinden.’

Als het analistenteam - ‘allemaal generalisten, die hebben een frissere kijk’ - eenmaal een bedrijf in gedachten hebben, beginnen Clements & Co aan een analyse ervan. ‘We lezen massa’s tijdschriften en kranten, bellen vaak met het management, met concurrenten , met klanten, enzovoort. Voor we er geld in steken, moeten we weten waarom precies dat bedrijf goed draait.’ Meteen de reden waarom de beheerder geen banken in portefeuille heeft. ‘Zeg nooit nooit. Maar zolang ik niet kan zien waar de risico’s zitten, beleg ik er niet in.’ Hetzelfde geldt voor grondstoffen- en energiebedrijven. ‘Wie weet waar olie of koper naartoe gaat? Ik niet.’

Colruyt

De volgende stap is het bedrijf in een model gieten, waarop de analisten alle mogelijke negatieve elementen loslaten. ‘Als het plaatje er dan nog goed uitziet, zit je met een goed bedrijf.’ Clements noemt als voorbeeld Colruyt. ‘Die supermarkten zijn niet de aangenaamste plek om te winkelen, maar door minder in infrastructuur te steken, kunnen ze goedkopere prijzen bieden. Concurrentieel voordeel dus.’ Tel daarbij de gezonde balans, en twee van de drie voorwaarden zijn vervuld. Het schoentje knelt elders. ‘We houden erg van Colruyt, maar niet tegen deze prijs. We hebben geduld.’

RHJ

Het enige Brusselse aandeel dat wel in de fondsen van Clements opduikt, is de holding RHJ International. Vorige week werd bekend dat Franklin Templeton zijn belang in RHJ heeft verdubbeld tot 10 procent en daarmee de tweede aandeelhouder is. ‘Wie een holding koopt, koopt eigenlijk de kwaliteit van de manager. En Tim Collins (chef investe- ringen en eerste aandeelhouder met een belang van 13 procent, red.) heeft een fantastisch track record, dat nog wordt aangevuld door de aanwezigheid van Leonhard Fischer.’

Dat RHJ recent het faillissement aankondigde van zijn dochterbedrijf Honsel, stoort Clements niet. ‘Je zag wel een negatieve koersreactie. Maar wij hadden Honsel al op nul gewaardeerd. Ik acht een aandeel RHJ nog steeds 10 euro waard.’ Ook de communicatie van RHJ, die niet altijd even vlot verloopt, stoort de Brit niet. ‘Dat is het voordeel van de lange termijn. Wij moeten het niet van kwartaal tot kwartaal bekijken.’

Clements geeft toe in nog andere Belgische aandelen geïnteresseerd te zijn, de politieke situatie ten spijt. ‘Wij nemen politiek sowieso niet op in ons model, tenzij misschien via een veronderstelling van belastingverhogingen of zo. Maar ik vind België wel een stabiel land’, zo verrast de Brit het Belgische journaille.

‘België heeft een beursvriendelijk klimaat. De bedrijven worden goed geleid, er is een stabiel juridisch kader. Het is niet omdat er even geen regering is, dat België een ontwikkelingsland is geworden.’ Details over welke Belgische bedrijven er op de radar staan wil Clements niet kwijt. ‘De concurrentie leest mee.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud