Willekeur bij toepassing effectentaks

Minister van Financiën Johan Van Overtveldt. ©Photo News

Vruchtgebruikers van een effectenrekening betalen bij de meeste banken effectentaks maar niet bij KBC en Belfius.

De toepassing van de taks op effectenrekeningen verschilt van bank tot bank en leidt daardoor in de praktijk tot willekeur. De belasting die vruchtgebruikers en blote eigenaars van een effectenrekening moeten betalen hangt niet alleen af van hun vermogen maar ook van de bank waar ze klant zijn.

In het kader van successieplanning wordt de eigendom van een effectenrekening soms gesplitst. De ouders schenken de blote eigendom aan hun kinderen maar behouden het vruchtgebruik. Dat betekent dat zij de dividenden en rente van de effectenportefeuille blijven ontvangen.

De wet bepaalt dat de titularissen van een of meerdere effectenrekeningen vanaf 2018 effectentaks moeten betalen als zij een belastbaar vermogen hebben van minstens 500.000 euro. ‘De titularis is de natuurlijke persoon, ongeacht of deze volle eigenaar, blote eigenaar of vruchtgebruiker is, die houder is van een effectenrekening of die door de tussenpersoon die de rekening beheert, is geregistreerd of geïdentificeerd als de houder van een effectenrekening.’

Interpretatie

De hamvraag is dus wie de houder is van de effectenrekening en daardoor titularis. De meeste belangrijke banken beschouwen zowel de blote eigenaar als de vruchtgebruiker als titularis van de effectenrekening, blijkt uit een rondvraag van De Tijd bij een tiental banken. Enkele banken beklemtonen dat de wet hen daartoe verplicht.

Maar sommige andere banken interpreteren de wet op een verschillende manier. Bij Belfius is alleen de blote eigenaar de houder en titularis. Ook bij KBC is dat doorgaans het geval. Er is nog een derde bank die de wet op die manier interpreteert, maar zij wil anoniem blijven. Die drie banken rekenen 100 procent van de waarde van de effectenrekening toe aan de blote eigenaar en niets aan de vruchtgebruiker. ‘Hun interpretatie klopt volgens mij niet’, zegt Denis-Emmanuel Philippe, advocaat van het kantoor Bloom.

Een concreet voorbeeld maakt duidelijk dat het beleid van de bank een grote invloed heeft op de verschuldigde effectentaks. Stel dat een vader de blote eigendom van zijn effectenrekening van 1,2 miljoen euro schenkt aan zijn dochter en zelf het vruchtgebruik behoudt. Als de bank de blote eigenaar en de vruchtgebruiker als titularis beschouwt heeft die rekening twee titularissen. De vader en de dochter bezitten dan volgens de wet elk 600.000 euro. Dat betekent dat elk 900 euro effectentaks moet betalen. KBC en Belfius daarentegen beschouwen alleen de blote eigenaar als titularis. Dan ziet het plaatje er anders uit. De dochter heeft dan een belastbaar vermogen van 1,2 miljoen euro en betaalt 1.800 euro effectentaks. De vader betaalt geen effectentaks.

Frappant

Het verschil is nog veel frappanter als de vader uit het voorbeeld de blote eigendom schenkt aan twee kinderen. Dan zijn er drie titularissen. De meeste banken beschouwen de blote eigenaars en vruchtgebruiker als titularis. Die hebben dan alle drie een vermogen van 400.000 euro. Aangezien 400.000 euro minder is dan de belastingvrije som van 499.999 euro betaalt noch de vader noch de kinderen effectentaks.

KBC en Belfius beschouwen alleen de blote eigenaars als titularis. Die banken veronderstellen dat de twee kinderen elk 600.000 euro bezitten en innen bij hen elk 900 euro taks. De vader betaalt geen belasting.

Denis-Emmanuel Philippe zegt dat de kinderen in dat geval bij het Inningscentrum van de federale overheidsdienst Financiën een vraag tot teruggave kunnen indienen. ‘Hun werkelijk aandeel in de effectenrekening is eigenlijk lager dan 600.000 euro, omdat ze maar de blote eigendom bezitten. Als de waarde van de blote eigendom lager is dan 500.000 euro, kunnen ze de ingehouden effectentaks volledig recupereren. Er moeten wel verantwoordingsstukken worden toegevoegd, bijvoorbeeld de schenkingsakte.’

De effectentaks viseert natuurlijke personen met een of meerdere effectenrekeningen met een totale waarde van minstens 500.000 euro. De belangrijkste belastbare effecten zijn aandelen, obligaties, kasbons en beleggingsfondsen. Niet belastbaar zijn pensioensparen, levensverzekeringen (tak21- en tak23-producten) en effecten op naam. De belasting moet 254 miljoen euro opbrengen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content