nieuwsanalyse

'Winstcijfers steeds meer irrelevant voor beleggers'

Bij de jongste beleggerspresentatie van Facebook stond het eerste winstcijfer pas op de tiende plek. ©AFP

Winstcijfers verklaren almaar minder goed grote koersbewegingen, leert onderzoek van Deutsche Bank. De reden? Beleggers zijn lemmingen die blind in een aandeel beleggen omdat het in deze of gene korf noteert of een lekker dividend biedt.

Zonder discussie het invloedrijkste kwartaalrapport van dit rapporteringsseizoen was dat van Facebook. 's Werelds grootste socialemediabedrijf tuimelde na een teleurstellend kwartaalrapport een vijfde en verloor zo in één dag 120 miljard dollar beurswaarde, een record. 

De reden was niet zoals in de goede (nou ja) oude tijd op Wall Street een kwartaalwinst die een centje onder de verwachtingen bleef. Wel een vertraging van de groei van het aantal gebruikers. In het jargon is dat de 'MAU' ofte 'monthly active users'. 

'Facebook trapte ook zijn beleggerspresentatie af met een overzicht van de maandelijkse gebruikers', stipt Luke Templeman, onderzoeksanalist bij Deutsche Bank, in een rapport aan. 'De eerste vermelding van de eigenlijke winstcijfers kwam er pas vanaf slide 10'. En dus moet je als belegger eerst een lettersoep aan alternatieve indicatoren als MAU, DAU en ARPU doorploegen. 

Facebook is lang niet uniek. Bij de eerste golf Belgische bedrijfsresultaten over het eerste halfjaar - die nu grosso modo achter de rug is - viel opnieuw op hoe goed veel bedrijven hun eigenlijke nettowinst wegmoffelen. Nochtans is het dat onderste lijntje dat bepaalt of het eigen vermogen, zeg maar de collectieve spaarpot van de aandeelhouders, groeit en dus of het management waarde creëert

Voor nettowinst: zie slide 50

©Fagron

Neem Fagron. In de halfjaarlijkse presentatie aan beleggers moest je tot slide 50 (!) scrollen om terug te vinden dat de nettowinst met 11 procent gezakt is, tot 18,8 miljoen euro of 0,26 euro per aandeel. De focus ligt duidelijk op de recurrente bedrijfswinst voor afschrijvingen en afboekingen (rebitda), die het voorbije halfjaar 1 procent toenam en met 48,7 miljoen euro 2,5 keer groter is dan de nettowinst.

Die ebitda is een concept dat in de eigenlijke resultatenrekening nergens te terug te vinden is, maar wel steeds gretiger gebruikt wordt door beursgenoteerde bedrijven én analisten. De ebitda kan nuttig zijn om de rendabiliteit van bedrijven die zich op verschillende wijze financieren - met schulden of eigen vermogen - te vergelijken, maar beleggers moeten steeds in het achterhoofd houden dat die 'winst vóór alle kosten' kneedbaar en dus lang niet zaligmakend is

©Mediafin

Templeman doorploegde jarenlang data van bedrijven uit de S&P500 en de Stoxx600, de invloedrijkste brede beursbarometer in respectievelijk de VS en Europa. 'We stellen vast dat er over het voorbije decennium een merkelijke terugval is in de correlatie tussen bedrijfsresultaten en de beurskoers', luidt de conclusie.

Op Wall Street is de terugval 10 procentpunten. In Europa is de terugval in globo iets minder, maar kun je zonder veel overdrijven zeggen dat winstcijfers in sectoren als banken, olie en nutsbedrijven vrijwel irrelevant zijn geworden voor de koersvorming (zie grafiek). 

'Kortom, moderne beleggers malen minder om resultatenrekeningen dan vroeger', vat de Deutsche-analist samen. Het onderzoek strookt met studies van NYU-professor Baruch Lev, die een boek schreef met de provocatieve kop 'The End of Accounting' en over de irrelevantie van resultatenrekeningen een blog bijhoudt. 

Lui beleggen

Templeman ziet een reeks factoren die de degradatie van de resultatenrekening kunnen verklaren. De belangrijkste is de opmars van passief beleggen, het beursequivalent van wieltjeszuigen. Steeds meer beleggers investeren niet in een aandeel omdat ze het bedrijf na intensief huiswerk fundamenteel interessant vinden, wel omdat het aandeel nu toevallig in deze of gene indexkorf noteert. 

Door die meute 'luie' beleggers krijgen bedrijven die toevallig in een belangrijke index noteren vaak een premie die ze niet verdienen, omgekeerd krijgen bedrijven met stevige fundamentals vaak niet de premie die ze verdienen.

'In de eerste tien jaar van deze eeuw noteerden naar beurswaarde gemeten bedrijven duurder dan het mediaanbedrijf, dit decennium is die kloof duidelijk toegenomen. Dat wijst erop dat een groeiend deel van het beleggersgeld naar bedrijven vloeit die dat niet verdienen', zegt Templeman. 

Een groeiend deel van het beleggersgeld vloeit naar bedrijven vloeit die dat niet verdienen en vice versa
Luke Templeman
Deutsche Bank

Een tweede factor is dat bedrijven steeds meer gewaardeerd worden op basis van hun dividendrendement in plaats van hun resultatenrekening. Dat is zeker zo bij nutsbedrijven en banken. Tot het dieptepunt van de rentevoeten in juli 2016 zagen beleggers die bedrijven als een soort alternatief voor obligaties, met een stampede tot gevolg. Die stampede is sinds midden 2016 een exodus geworden, zonder dat de onderliggende resultaten veranderd zijn. 

Een derde factor is de opmars van goodwill door de fusie- en overnamegolf van de jongste jaren. Goodwill is de meerwaarde die overnemers boven op de boekwaarde van het doelwit bereid zijn te betalen in ruil voor beloofde toekomstige cashflow. Het probleem is dat beleggers niet via de resultatenrekening kunnen nagaan of die goodwill op de balans realistisch is en dus steeds meer andere barometers in de gaten moeten houden om te checken of die goodwill nog realistisch is.  

Quid Mario Draghi?

De Deutsche-analist voorspelt dat typische rendementsaandelen een verdere correctie wacht, naarmate centraal bankiers afstappen van hun extreem soepele beleid. En dat zou alvast deze sectoren weer meer in lijn brengen met de onderliggende resultaten. Met andere woorden: het zal van ECB-voorzitter Mario Draghi afhangen of beleggers met lekker ouderwets resultatenrekeningen uitpluizen weer het verschil kunnen maken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect