analyse

Zijn er nog groene buitenkansjes op de beurs?

©Filip Ysenbaert

Aandelen uit ‘duurzame’ sectoren zoals groene energie, batterijmaterialen, afvalverwerking of milieutechnologie ondergingen de voorbije maanden een forse correctie. Biedt dat instapkansen? En wat zijn interessante verhalen om in te beleggen?

Wie belegt op de beurs kan niet anders dan zich voortdurend aanpassen aan de nieuwe tendenzen in de samenleving. En die kleuren groen. Om onze planeet leefbaar te houden voor de volgende generaties en onszelf niet te oververhitten, moeten we de CO₂-uitstoot drastisch terugdringen, minder schadelijke stoffen in het milieu lozen en het gebruik van grondstoffen beperken.

De Europese Green Deal en de Amerikanen die zich opnieuw verbinden tot het klimaatakkoord van Parijs zetten een stroom van honderden miljarden euro’s in gang richting groene investeringen.

Dat veroorzaakte in 2020 en begin dit jaar een rush op zowat alle aandelen die van ver of van dichtbij van de vergroening profiteren. Bedrijven zoals de windenergiespelers Orsted en Vestas Wind Systems, de maker van elektrische wagens Tesla en batterijspecialisten als Fastned of Alfen zagen hun koersen verveelvoudigen.

Ook de fondsen- en trackerindustrie deed haar duit in het zakje. Duurzaam beleggen wordt de regel, niet langer de uitzondering. Wereldwijd vloeide dit jaar al 30 procent van alle investeringen in aandelen naar ESG-fondsen of -trackers.

ESG staat voor bedrijven die het milieu (Environmental), sociale aspecten (Social) en deugdelijk bestuur (Governance) hoog in het vaandel dragen. De ESG-fondsen groeien drie keer sneller dan traditionele fondsen en beheerden eind april 1.400 miljard dollar aan activa. Ze investeren meer dan andere fondsen in ‘pure’ groene aandelen.

Zeepbellen

Maar wanneer iedereen in sneltempo naar hetzelfde holt, kunnen zeepbellen ontstaan. ‘Het risico dreigt dat de bedrijven in de portefeuilles van populaire ESG-fondsen overgewaardeerd raken’, waarschuwt Chris Dyer van de vermogensbeheerder Eaton Vance. ‘Zowel actieve als passieve beleggers jagen hoe langer hoe meer dezelfde thema’s na, waardoor de waarderingen in sommige gevallen te hoog worden. Dat soort naïef investeren eindigt vaak slecht.’

Het risico dreigt dat de bedrijven in de portefeuilles van populaire ESG-fondsen overgewaardeerd raken.
Chris Dyer
Vermogensbeheerder Eaton Vance

Begin dit jaar bereikten veel groene aandelen oncomfortabele niveaus. De MSCI Renewable Energy Index, met bedrijven uit de sector van hernieuwbare energie, steeg naar 44 keer de winst, ruim het dubbele van de MSCI World Index.

Vanaf februari kwam de kentering. De oplopende inflatie en de vrees voor hogere rentevoeten in de VS deed een sectorrotatie ontstaan van groei- naar cyclische aandelen. De meeste groene ondernemingen zijn groeibedrijven, waar de winsten (ver) in de toekomst liggen. Een hogere rente maakt toekomstige winsten minder waard.

De exodus gaf de groene aandelen een knauw. De tracker iShares Global Clean Energy van BlackRock - de grootste in de sector schone energie ter wereld - noteert een derde onder zijn top van eind januari. De Invesco Solar ETF, die in zonne-energie investeert, tuimelde even fors. Al hoeven langetermijnbeleggers niet te klagen. Op jaarbasis is er nog ruim 80 procent winst (zie grafiek).

‘Over het algemeen zijn de ESG-aandelen geen zeepbel meer’, zegt Bank of America. ‘Maar in bepaalde segmenten - vooral schone energie - zijn nog schuimkopjes te ontwaren. Clean Energy-aandelen noteren met een premie van 70 procent tegenover hun traditionele sectorgenoten, gemeten volgens de ratio ondernemingswaarde tegenover de brutobedrijfswinst (EV/ebitda). Dat is een derde onder het peil van begin dit jaar, maar nog altijd boven de gemiddelde premie van 10 procent van de voorbije vijf jaar.’

70
procent
Clean energy-aandelen noteren gemiddeld met een premie van 70 procent tegenover hun traditionele sectorgenoten, stelt Bank of America.

Toch vinden zowat alle strategen dat de groene aandelen niet mogen ontbreken in een portefeuille.

‘Het afgelopen decennium hebben Amerikaanse techreuzen, belichaamd door de FAANG-aandelen (Facebook, Amazon, Apple, Netflix en Google/Alphabet), een leidende positie ingenomen in de technologie die de maatschappij heeft veranderd. Ongeacht of de big tech zijn opgang voortzet, zal nu een nieuw thema de wereldmarkten in het komende decennium bepalen: de opkomst van duurzaamheid als een allesoverheersende prioriteit voor beleggers’, zegt fondsbeheerder Randeep Somel van M&G Investments. ‘In de overgang naar een koolstofarme economie lopen Europese bedrijven voorop. Zij zullen een centrale rol spelen bij het terugdringen van de emissies.’

SOLVERS

Naar analogie van de FAANG-aandelen lanceerde M&G de SOLVERS als acroniem: een pioniersgroep van bedrijven die oplossingen hebben ontwikkeld voor de klimaatuitdagingen. Het gaat om de Franse maker van energie-efficiënte elektrische systemen Schneider Electric, het Deense windmolenbedrijf Orsted, de producent van industriële gassen (waaronder waterstof) Linde, ’s werelds grootste maker van windturbines Vestas, de groene energiegroep EDP Renovaveis, de fabrikant van steenwolisolatie Rockwool en de maker van duurzame en recycleerbare verpakkingen DS Smith.

‘Net zoals bij het FAANG-acroniem, waar bijvoorbeeld Microsoft ontbreekt, is deze lijst meer symbolisch dan volledig’, nuanceert Somel. ‘Ook in Noord-Amerika noteren heel wat bedrijven die het voortouw nemen in duurzame oplossingen.’

Dat blijkt ook als we de tien grootste posities van de megatracker iShares Global Clean Energy ontleden. Daar zijn flink wat Amerikanen bij, zoals Enphase Energy, Plug Power en Xcel Energy. De tien grootste aandelen vertegenwoordigen zowat de helft van de beurswaarde van de tracker. Beleggers die erin investeren, beseffen dus best dat het om een relatief geconcentreerde index gaat.

Uit de top tien zijn de analisten het positiefst over NextEra Energy. 70 procent van de beurshuizen geeft een koopadvies voor het Amerikaanse bedrijf. Niemand raadt aan te verkopen.

NextEra kreeg onlangs heel wat lof in het blad Barron’s. ‘Onder het negenjarige bewind van CEO James Robo is NextEra uitgegroeid tot de grootste distributeur van schone elektriciteit in de VS. Een topspeler in wind en zon, een domein dat door Europese spelers gedomineerd wordt’, schreef het blad. ‘NextEra produceert energie voor 7 miljoen gezinnen, en ambieert dat tegen 2024 te verdubbelen. Tegen 30 keer de winst is het aandeel niet duur.’

Over de Europese sectorgenoten zijn de analisten minder lovend. Het grootste aandeel in de tracker, de Deense maker van windturbines Vestas Wind Systems, krijgt amper 33 procent koopaanbevelingen achter zijn naam. Het aandeel is tegen 38 keer de winst en een lagere groei aan de dure kant. Ook landgenoot Orsted, die windparken uitbaat, noteert ondanks zijn recente correctie van 30 procent tegen een stevige 38 keer de winst.

In de top tien van de tracker krijgt de Italiaanse energiemultinational Enel bij de Europese aandelen de meeste koopaanbevelingen. Enel was een van de eerste spelers om voluit duurzame energie te omarmen, al is het ook nog actief in gas. Het bedrijf staat erom bekend zijn aandeelhouders riant te belonen. Het dividendrendement van 4,6 procent hoort bij de hoogste in de sector. De coupon steeg de voorbije vijf jaar gemiddeld 17 procent.

ING schuift als groene favoriet een niet meteen evidente naam naar voren: Siemens. ‘Het Duitse industriële conglomeraat is na jaren herstructureren klaar om te focussen op nieuwe kernactiviteiten: digitalisatie, elektrificatie en automatisatie. Door de grote blootstelling aan elektrificatie zal Siemens profiteren van de CO₂-inspanningen en is het aandeel attractief voor ESG-fondsen. Bovendien is het goedkoper dan Europese sectorgenoten als Schneider Electric, Legrand en ABB.’

CAF is een winnaar van de Europese Green Deal. Het commerciële momentum verbetert, terwijl het aandeel aan heel lage waarderingen noteert.
Kepler Cheuvreux

Kepler Cheuvreux kiest als duurzame top pick voor CAF, een Spaanse producent van treinuitrusting en bussen. ‘CAF is een winnaar van de Europese Green Deal. Het commerciële momentum verbetert, terwijl het aandeel aan heel lage waarderingen noteert’, meent het beurshuis. In dezelfde sector raadt KBC Asset Management de Franse treinbouwer Alstom aan.

Op de Brusselse beurs noteren met Umicore en Solvay twee kleppers die uitblinken in duurzaamheid. Umicore is als hofleverancier van kathodematerialen voor herlaadbare batterijen gegeerd in veel ESG-fondsen. De nieuwe CEO, Mathias Miedreich, heeft een nadrukkelijk profiel in schone mobiliteit. Recent stond de koers wat onder druk.

Sommige beleggers vrezen dat autofabrikanten massaal voor een goedkopere technologie, LPF (met lithium, ijzer en fosfaat), zullen kiezen in plaats van voor Umicores NMC-materialen (nikkel, mangaan en kobalt) voor hun batterijen. Die vrees is wat gaan liggen. Eind juni zei Renault nog dat de tekortkomingen van LPF het kostenvoordeel niet compenseren.

Toch is het analistenkorps niet lovend over Umicore. Bijna twee derde hanteert een verkoopadvies of een lauwe ‘houden’-rating. Umicore verhoogde dit jaar zijn winstprognose fors, maar dat is vooral dankzij de recyclagetak die boomt door de torenhoge prijzen voor materialen als rodium. Veel analisten vrezen dat dat effect op termijn uitdooft. Bovendien blijft de vrees voor overcapaciteit in batterijmaterialen bestaan omdat de Chinezen nieuwe fabrieken bouwden.

Solvay prijkt hoger op de analistenladder, met 59 procent koopadviezen. De focus van CEO Ilham Kadri op het genereren van cashflow, waarbij minder performante of beloftevolle takken zijn afgestoten, krijgt overal lof.

Solvay maakt lichtgewichtcomponenten voor de auto- en luchtvaartsector, waardoor die minder gaan verbruiken. Bank of America wees in juni ook op het speciale plastic PVDF (polyvinylideenfluoride) als groeimotor. Daarin heeft Solvay een marktaandeel van 30 procent. PVDF is een bindmiddel voor batterijmaterialen. ‘De vraag zal fors toenemen als we massaal naar elektrische wagens overschakelen’, zegt de bank.

Intussen verbeteren de cijfers zienderogen. In het eerste kwartaal klom de brutobedrijfswinst van Solvay ruim 10 procent, wat ver boven de prognoses lag. Door de herstellende vraag uit de autosector en de besparingen van de voorbije twee jaar bereikte de operationele winstmarge met 24,6 procent een record. Dat doet het beste beloven voor de komende jaren. ‘Tegen 15 keer de winst en een dividendrendement van 3,5 procent is het aandeel niet duur’, oordeelt Bank of America.

Buiten de Bel20 kunt u terecht bij namen als Recticel, dat met zijn isolatie voor de bouw en de industrie bijdraagt aan het klimaat, Resilux, dat petflessen een nieuw leven geeft, of ABO Group, die de bodems onderzoekt zodat ze gesaneerd kunnen worden. Door de PFOS-vervuiling doken experts van ABO de voorbije weken in zowat alle kranten op. De koers steeg fors, waardoor ABO tegen 25 keer de winst geen koopje meer is.

Vlaams-Duitse alliantie

Een groen bedrijf met veel Belgische aandeelhouders is 7C Solarparken, dat zonne-energiecentrales bouwt en uitbaat. Het werd in 2008 in Mechelen opgericht door Steven De Proost. Hij is nog altijd CEO en was voordien hoofd aandelenresearch bij Delta Lloyd Securities en Dexia. Via een zogeheten ‘reverse takeover’ smolt het Mechelse bedrijf samen met het Duitse Colexon Energy, waarna die laatste omgedoopt werd tot 7C Solarparken.

De onderneming met een beurswaarde van 280 miljoen euro heeft haar hoofdzetel in het Duitse Bayreuth en noteert op de beurs van Frankfurt, maar heeft ook veel zonneparken in ons land. De belangrijkste aandeelhouders zijn AB InBev-telg Rodolphe de Spoelberch en de Vlaamse Energieholding.

Het bedrijf corrigeerde sinds januari ruim 15 procent. De jaarcijfers overtroffen nochtans de verwachtingen. De brutobedrijfswinst bereikte een record van 43 miljoen euro en 7C betaalt ook een dividend. Belgische beurshuizen volgen 7C niet op, maar vier van de vijf buitenlandse analisten kleven een koopadvies op het aandeel.

Op de beurs van Amsterdam zijn Fastned en Alfen populair. Fastned is een bouwer en uitbater van snellaadstations, die je vooral langs de snelwegen vindt. De omzet is met 7 miljoen euro in 2020 nog minuscuul, maar de markt plakt op het verlieslatende en schuldenrijke bedrijf een waarde van 913 miljoen euro.

Eind juni meldde het persagentschap Reuters dat Shell en Volkswagen een belang zouden nemen in Ionity, een grotere rivaal van Fastned, en dat tegen een lagere waardering dan het Nederlandse bedrijf. Het aandeel lijkt dus duur, hoewel de meeste beurshuizen een koopadvies geven door het hoge verwachte groeitempo.

Dan lijkt Alfen een minder risicovolle keuze. Alfen is schuldenvrij en winstgevend. Het installeert niet alleen laadpalen, maar ook energieopslagsystemen voor steden of bedrijven. Alfen is een van de top picks van het beurshuis Puilaetco.

‘Alfen heeft een geïntegreerd businessmodel met smart grids, energieopslag- en energielaadsystemen. De decentralisatie van de energieproductie en de opmars van elektrische auto’s zullen nog jaren tot een dubbelcijferige winstgroei leiden, meent het beurshuis. ‘De kwartaalcijfers waren uitstekend. Ondanks haperingen in de toeleveringsketen steeg de winstmarge met 300 basispunten. Alfen is niet goedkoop, maar het groeipotentieel zit nog niet volledig in de koers. Alfen kan erg grote, complexe projecten aan die kleine sectorgenoten niet kunnen realiseren.’

Nog op de Amsterdamse beurs bewijst Renewi dat vuilnis ophalen en recycleren een lucratieve bezigheid is. De afvalverwerker, in 2017 ontstaan door de fusie van Van Gansewinkel en Shanks, verhoogde in maart zijn jaarprognoses en haalt weer bijna evenveel vuilnis op als voor corona. Het bedrijf realiseert twee derde van zijn omzet in België en Nederland. Na een ruime koersverdubbeling noteert het aandeel weer op het peil van 2018. Door de betere recyclageprijzen zijn de meeste analisten positief. Zo kunt u misschien nog iets terugverdienen met de vuilniszak die u elke week buitenzet.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud