10 jaar Reynders-taks: betaal niet meer dan nodig

©ANP XTRA

Vanaf 1 januari 2017 stijgt de meerwaardebelasting voor obligatie- en gemengde fondsen van 27 naar 30 procent. Sinds het ontstaan is het tarief verdubbeld en de reikwijdte gevoelig uitgebreid.

Dit jaar vieren we 10 jaar Reynders-taks, of de belasting op obligatiefondsen. In 2006 werd een roerende voorheffing ingevoerd op de rente-inkomsten van een fonds dat voor minstens 40 procent in obligaties belegt. Het idee was dat beleggers die in een fonds beleggen, evengoed roerende voorheffing op een obligatiecoupon moeten betalen dan wie rechtstreeks in obligaties belegt.

Maar daar bleef het dus niet bij. In 2008 werd de taks uitgebreid tot de volledige obligatiemeerwaarde in een fonds (rente + koersstijging). Drie jaar later werd de scope uitgebreid: de drempel van 40 procent vastrentende effecten werd verlaagd naar 25 procent, zodat nog meer gemengde fondsen in aanmerking kwamen voor de taks.

In juli 2013 werd de taks uitgebreid naar fondsen zonder Europees paspoort. Bij die uitbreiding werden veel spaarders getroffen, want onder fondsen zonder paspoort vielen kapitaalgarantiefondsen. Bovendien werd voor die laatste fondsen voor de berekening van de meerwaarde teruggegaan tot 1 juli 2008, ook al waren de fondsen gekocht op een veel hoger niveau in pakweg 2006 of 2007. Het gevolg was dat sommige beleggers taks betaalden op een verlies. Als ze de aankoopkoers en aankoopdatum konden bewijzen, mochten ze wel een bezwaarschrift indienen, oordeelde de belastingadministratie achteraf.

En vanaf 2017 stijgt de meerwaardetaks van 27 naar 30 procent, of dubbel zoveel als bij de invoering in 2006. Merk op dat bij de fondsen van het kapitalisatietype - waarbij de meerwaardetaks vooral speelt - ook het plafond van de beurstaks bij verkoop (1,32%) vanaf volgend jaar verdubbelt van 2.000 naar 4.000 euro. De verdubbeling van het plafond treft alleen beleggers die minstens 150.000 euro hebben belegd in hetzelfde fonds. Wat dat alles concreet kan betekenen, ziet u in een voorbeeld in de tabel hiernaast.

©Mediafin

Complexe berekening

Een groot probleem met de meerwaardetaks is de complexe berekening. Om een correcte meerwaardetaks te kunnen berekenen, moeten de fondsenhuizen een zogeheten Belgian TIS (Taxable Income per Share) berekenen. De TIS geeft de preciese meerwaarde weer die de belegger heeft gerealiseerd op het obligatiegedeelte van het fonds, tussen de aankoopdatum en de verkoopdatum. ‘Die belasting bestaat alleen in België. Dat bekent dat fondsenpromotoren bereid moeten zijn om enkel en alleen voor ons land die berekening te maken en te bekostigen’, zegt Olivier Hermand, tax partner bij PwC.

De meeste Belgische beheerders die zich vooral op het Belgische publiek richten, berekenen doorgaans de TIS, waardoor u gerust bent dat u een correcte meerwaardebelasting betaalt. Bij buitenlandse beheerders, waarvoor de Belgische markt slechts een deel van het publiek vormt, is dat verre van zeker. Er zijn dan drie mogelijkheden. 1) Ofwel wordt een TIS berekend. 2) Ofwel is er een tussenoplossing. 3) Ofwel is er niets en dreigt de belasting op de volledige meerwaarde te gelden.

De tussenoplossing bestaat uit de zogenaamde ‘fall-backmethode’. Op verschillende momenten per jaar wordt een foto gemaakt van het fonds met het percentage obligaties (een assettest). Om de meerwaardetaks te bepalen wordt eenvoudigweg de totale meerwaarde genomen op het fonds en dat bedrag wordt vermenigvuldigd met het procentuele gewicht van obligaties. Koopt u een buitenlands gemengd fonds bij een onlinebroker, dan zal de meerwaardetaks doorgaans ingehouden worden op basis van de fall-backmethode.

De assettest wordt ook gebruikt om te bepalen of er überhaupt meerwaardetaks verschuldigd is - alleen wanneer het obligatiegewicht in het fonds minstens 25 procent bedraagt. ‘Voor alle duidelijkheid: cash dat in een fonds zit, valt ook onder de reikwijdte van de meerwaardebelasting. Het heeft dus geen zin om snel wat obligaties te verkopen om onder de drempel te zakken’, zegt Julien Stocq, expert belastingen van PwC.

Ergste scenario

‘Deze oplossing is een ruwe benadering van de taks’, vervolgt Hermand. PwC heeft met BelFund een eigen systeem ontwikkeld waarbij het op basis van de input van de fondsbeheerders zelf de TIS berekent. De consultant beweert dat zijn oplossing goedkoper is dan die van de fondsenadministraties, en hoopt dat op die manier meer buitenlandse beheerders zullen overgaan tot een preciese berekening van de TIS. Een bankier merkt op: ‘Of je nu betaalt op basis van de TIS of een assettest, beide kunnen in je voordeel of in je nadeel uitdraaien. Het hangt ervan af of bij de verkoop van het fonds het percentage obligaties hoger of lager dan gemiddeld is.’

Het ergste scenario voor de belegger is de belasting op de volledige meerwaarde. ‘De verantwoordelijkheid voor het innen van de belasting zit bij de bank. Als er geen assettest gebeurt, dan dreigt de volledige meerwaardetaks, ook al gaat het in een extreem geval om een gemengd fonds geïnvesteerd in 25 procent obligaties’, zegt Hermand.

Een bankier bevestigt: ‘Soms wordt een taks ingehouden op fondsen of trackers die alleen in aandelen of in andere niet-obligaties beleggen. Dat gaat om fondsen die zich niet richten op het Belgische publiek, en ook niet door de bank in de etalage worden gezet. Als een klant dan toch per se dat fonds wil kopen, dan is dat een risico.’ De bankier voegt er wel aan toe: ‘Als een klant meent dat er onterecht meerwaardetaks is verrekend, dan zal de bank een onderzoek voeren en een correctie doorvoeren.’

In sommige gevallen loont het voor het fonds niet de moeite om een TIS te berekenen, geven Hermand en Stocq toe. ‘Als het fonds voor 95 procent in obligaties belegt, dan is het de moeite niet. Of wanneer een fonds zelf in honderden fondsen belegt (een dakfonds), dan is een TIS onmogelijk te berekenen.’

10 jaar in het vizier
  • 2006: Start Reynders-taks
  • 2008: Volledige obligatiemeerwaarde belast
  • 2011: Van 40 naar 25% rentedragend
  • 2012: Voorheffing van 15% naar 21%
  • 2013: Roerende voorheffing naar 25%
  • 2013: Ook fondsen zonder paspoort
  • 2016: Roerende voorheffing naar 27%
  • 2017: Roerende voorheffing naar 30%

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content