125.000 arbeiders dumpen groepsverzekering voor pensioenfonds

Een carrosseriebedrijf in Mechelen. De garages, metaalhandel en koetswerkbedrijven hebben een pensioenfonds opgericht. ©Jonas Roosens

De groepsverzekeraar van een grote groep arbeiders is niet meer bereid een rendement van 1,75 procent te garanderen voor hun aanvullend pensioen.

De sociale partners van vijf sectoren hebben voor bijna 125.000 arbeiders het pensioenfonds Sefoplus opgericht, het eerste multisectoraal fonds in België. Het pensioenfonds van de sectoren garages, metaalhandel, koetswerk, metaalrecuperatie en edele metalen vervangt de groepsverzekering en de opgebouwde reserves bedragen 387 miljoen euro.

'De verzekeraar was niet meer bereid de tak21-garanties aan te bieden', zegt Stijn Van Dierdonck, de coördinator van Sefoplus. De heel lage langetermijnrente maakt het voor verzekeraars moeilijk een voldoende hoog rendement te boeken op de bijdragen voor het aanvullend bedrijfspensioen (tweede pijler).

Minimumrendement

De wetgeving bepaalt dat de stortingen voor het aanvullend bedrijfspensioen over de hele loopbaan een rendement van minstens 1,75 procent per jaar moeten opleveren. Als de verzekeraar of het pensioenfonds dat minimumrendement niet haalt, moet de werkgever bijpassen. Niet alleen de eigen verzekeraar maar ook veel andere verzekeraars zijn volgens Van Dierdonck niet meer bereid minstens 1,75 procent rendement te garanderen.

'We hadden twee opties', zegt Van Dierdonck. 'Ofwel vervingen we de groepsverzekering van het type tak21 met een gegarandeerd rendement door een verzekering van het type tak23, ofwel richtten we een eigen pensioenfonds op. Bij een tak23-verzekering rekent de verzekeraar kosten aan, bij een pensioenfonds gaan alle winsten naar de deelnemers en kunnen we een hoger rendement boeken.' Een tak23-product voorziet geen gegarandeerd rendement.

Schaalvoordelen

Sefoplus verwacht ook schaalvoordelen door het administratief beheer en het beleggingsbeleid te organiseren via één pensioenfonds. De individuele sectoren hebben de mogelijkheid af te wijken van het gemeenschappelijke beleggingsbeleid, maar ze maken nu geen gebruik van die flexibiliteit.

De bedienden van de vijf sectoren zijn aangesloten bij een ander paritair comité (PC 200) en dus niet bij het nieuwe pensioenfonds. Van Dierdonck: 'De statuten van de arbeiders en bedienden moeten tegen 2025 gelijk zijn. Er zijn onderhandelingen bezig. Ooit komt er een gelijklopende regeling voor bedienden.' Sefoplus signaleert dat ook andere sectoren kunnen toetreden tot het fonds. Van Dierdonck: 'We willen uitbreiden. We staan open voor arbeiders en bedienden.'

Verschuivingen

'We zien een duidelijke trend van groepsverzekeringen van het type tak21 naar groepsverzekeringen van het type tak 23 en naar pensioenfondsen,', zegt Philip Neyt, voorzitter van PensioPlus, de vereniging van Belgische pensioenfondsen. 'De vier grootbanken, sommige verzekeraars en de Vlaamse overheid hebben elk een pensioenfonds opgericht.' Ethias richtte in 2016 een pensioenfonds op omdat sommige klanten wilden overschakelen van een groepsverzekering naar een fonds.

Neyt merkt op dat de kosten van pensioenfondsen gemiddeld lager zijn. 'Meestal dalen de kosten naarmate de grootte van een fonds stijgt. Kleinere fondsen zullen nog meer moeten samenwerken. Dat kan perfect, omdat pensioenfondsen geen concurrenten zijn van elkaar.'

Assuralia, de koepel van de verzekeraars, merkt echter geen grote verschuivingen. 'We zien geen trend van groepsverzekeringen naar pensioenfondsen of van tak21- naar tak23-formules', zegt woordvoerder François de Clippele. 'Bij een pensioenfonds of tak23-product draagt de werkgever het risico, bij een tak21-formule de verzekeraar. Werkgevers willen zoveel mogelijk het risico bij de verzekeraar leggen.'

Rendementsgarantie

De Clippele bevestigt wel dat verzekeraars minder geneigd zijn 1,75 procent rendement te garanderen. 'Zo'n rendement halen is niet eenvoudig als de lage rente aanhoudt. Maar dat is een engagement dat we moeten waar maken op lange termijn. Het is beheersbaar.' Als een verzekeraar zijn engagementen wil aanpassen geldt de bijsturing alleen voor toekomstige stortingen. Voor stortingen uit het verleden blijven de oude engagementen van toepassing.

'We zien geen fundamentele wijziging van het beleid van de verzekeraars', zegt AXA. 'De meeste verzekeraars garanderen al enige tijd geen 1,75 procent meer, maar slechts ongeveer 0,75 procent. Ze vullen die gegarandeerde rendementen aan met een winstdeelname. Vaak, ook bij ons, stijgt het totaal rendement daardoor tot 1,75 procent.' AG Insurance, de grootste verzekeraar, laat weten dat het nu al voor 2019 en 2020 een totaalrendement van minstens 1,75 procent garandeert.

Volgens Neyt zijn er meer Belgen aangesloten bij een pensioenfonds dan bij een groepsverzekering. 'Maar de waarde van de activa van de pensioenfondsen is lager dan de activa van de groepsverzekeringen, omdat bij pensioenfondsen vooral arbeiders zijn aangesloten.' Het aanvullend bedrijfspensioen van arbeiders is doorgaans veel lager dan dat van bedienden. Neyt zegt dat pensioenfondsen zowat 30 miljard beheren voor Belgische deelnemers en groepsverzekeringen 70 tot 80 miljard.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect