Simon Bond: 'Ik stel ook vragen over het onderhoudspersoneel'

©rv

Simon Bond is bij Columbia Threadneedle directeur duurzaam beleggen. Hij beheert ook het European Social Bond Fund, een fonds met ‘maatschappelijke obligaties’.

Wat moeten we ons voorstellen bij een Social Bond Fund?

Simon Bond: ‘Ons doel is met het ons toevertrouwde kapitaal activiteiten te ondersteunen die bijdragen tot de maatschappelijke ontwikkeling, vooral dan in Europa. En we willen na alle kosten ook een rendement halen vergelijkbaar met dat van gewone bedrijfsobligaties. We werken daarvoor samen met Inco, een consortium van negen organisaties gefocust op de sociale economie in Europa.’

Wat is het verschil tussen een fonds met duurzame of groene obligaties?

Bond: ‘Wij hanteren een ranglijst met de noden die voor ons het belangrijkst zijn om de sociale ontwikkeling te ondersteunen. Helemaal bovenaan staan de primaire noden, zoals de nood aan betaalbaar wonen. We investeren bijvoorbeeld in obligaties van sociale huisvestingsmaatschappijen. We stellen ons altijd de vraag hoe we met ons geld een zo groot mogelijke sociale impact kunnen teweegbrengen. Veel duurzame obligaties, of groene obligaties, ondersteunen geen sociaal doel, en staan bij ons daarom lager op de ladder. Zo gaf de Nederlandse maker van consumentengoederen Unilever onlangs nog een groene obligatie uit. De opbrengst diende om de productie energie-efficiënter te maken. Dat is een nobel streven en goed voor het milieu, maar dient geen sociaal doel. Vandaar dat we het papier niet kochten.’

Zijn er genoeg van zulke obligaties voorhanden, en hoe selecteert u die?

Bond: ‘Er zijn in Europa 4.286 emittenten van sociale obligaties, zoals non-profitorganisaties, steden en gemeenten, supranationale instellingen of bedrijven. Staatspapier interesseert ons niet, want met dat geld kunnen overheden ook investeren in pakweg wapens of kernenergie. Van die 4.286 uitgevers voldoet ongeveer 43 procent aan onze sociale criteria. We geven die emittenten niet alleen een kredietwaardigheidsrating, maar ook een sociale rating. Een bedrijfsleider kijkt wel eens raar op als ik tussen alle andere analisten geen vraag stel over de balans of de rente, maar of hij zijn onderhoudspersoneel wel goed behandelt. De score van een emittent verbetert nog als bijvoorbeeld ook zonnepanelen op het dak liggen of als de rapportering uitmuntend is. Daarna is het een kwestie van onze ideeën, de risicoanalyse en de nood aan voldoende diversificatie op de obligaties los te laten. We leggen onszelf bijvoorbeeld een limiet op om maximaal 10 procent in de nutssector te investeren, of 15 procent in supranationale instellingen. De uiteindelijke selectie levert 60 à 100 obligaties op die in ons fonds zitten.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content