Barco, IBA en Nyrstar meest ‘eurogevoelige' aandelen

Projecties van Barco in het Spaanse paviljoen op de Wereldexpo in Sjanghai. De beeldvormingsgroep is een van de grootste dollarverdieners in Brussel.

Nokia stuurde woensdag een omzet- en winstwaarschuwing uit. Op zich niet ongewoon de jongste jaren. Vreemd genoeg verwees de groep naar de zwakke euro. In de regel profiteren multinationals uit de eurozone, waaronder ook flink wat Belgische aandelen, van de stijgende dollar.

Voor de Finse gsm-producent is het belangrijkste pijnpunt dat hij de componenten voor zijn mobilofoons in dollar betaalt, maar het grootste deel van zijn omzet in euro draait. ‘Op de beurs van Brussel zit Option in hetzelfde schuitje’, weet Stijn Elebaut, analist van Société Générale. ‘En in Amsterdam TomTom. Zowel de datacommunicatiespecialist als de navigatieexpert is afhankelijk van de Aziatische chips- en halfgeleidermarkt, waar de prijzen in dollar worden bepaald.’ Net als bij Nokia is er bij Option en TomTom een wanverhouding van de kosten in dollar en de opbrengsten in euro.

Nog opvallend. Nokia heeft last van een ‘grijze markt’ van Nokia-gsm’s. Derde partijen pikken de gsm’s goedkoop op in Europa en verkopen ze door in de VS met winst, maar onder de officiële verkoopprijs. Daardoor moest Nokia zijn prijzen in de VS laten zakken.

Dan maar naar het Brusselse koersenbord en de bedrijven die wel profiteren van de zwakkere euro. ‘Het translatie-effect (de omrekening van de winst in dollar naar euro, red.) is perfect te berekenen aan de hand van de geografische samenstelling van de omzet’, stelt Patrick Casselman, aandelenstrateeg bij KBC Private Banking. ‘De verbeterde concurrentiepositie van bijvoorbeeld Barco, IBA en Agfa-Gevaert als gevolg van de eurodip valt veel moeilijker te becijferen. De belangrijkste sectorgenoten van de beeldvormingsgroep Barco zijn twee Amerikaanse groepen: Christie en Daktronics. De medische technologiegroep IBA bokst vooral op tegen het Amerikaanse Varian en de Japanse spelers Hitachi en Mitsubishi. De grote concurrenten van Agfa heten Kodak (VS) en Fuji (Japan).’

Bij het gros van de eurogevoelige ondernemingen zou het positieve effect al in de tweedekwartaalresultaten tot uiting komen. We spreken liever over eurogevoelig, dan dollargevoelig, omdat de euro ook tegenover andere belangrijke munten is gedaald.

De gemiddelde koers van de euro bedroeg in het tweede kwartaal 1,28 dollar per euro, heel wat minder dan de 1,38 dollar in het eerste kwartaal en de 1,36 dollar in het tweede kwartaal vorig jaar. Casselman: ‘De voorbije tien jaar moesten bedrijven omgaan met een versterking van de euro, de komende jaren zullen ze volgens ons van een verzwakking genieten.’

Vertraging

Bij bedrijven die zich hebben ingedekt tegen een verdere daling van de dollar kan de positieve impact pas met enige vertraging doorsijpelen in de resultaten. ‘IBA en UCB melden in het jaarverslag dat ze zich indekken tegen wisselkoersschommelingen’, zegt Casselman. ‘Er staat niet bij voor hoeveel geld of over welke periode.’

Elebaut wijst erop dat de meeste Belgische ondernemingen zich beperken tot een ‘natuurlijke indekking’. Elebaut: ‘Dat betekent dat ze zoveel mogelijk kosten maken in dezelfde munt als de opbrengsten.’ De appelflauwte van de euro veroorzaakt daarom bij de winkelketen Delhaize en staalkoordproducent Bekaert alleen een omrekeningseffect. ‘Bekaert bouwde het voorbije decennium de wanverhouding tussen de productie en de verkoop behoorlijk af’, legt Casselman uit. ‘Daardoor nam het gedeelte inkomsten in andere munten fors toe met een aanzienlijk translatie-effect tot gevolg. Een depreciatie van de euro met 10 procent leidt tot 9 procent meer nettowinst bij Bekaert, bij Delhaize 7 procent (zie tabel).’

De bierbrouwer AB InBev, de scheepvaartgroepen Euronav en Exmar en de plantageholding Sipef, die volledig in dollar rapporteren, zien geen translatie-effect. ‘Toch is de eurozwakte ook voor die bedrijven belangrijk’, verklaart Elebaut. ‘Beleggers zien de winst per aandeel in euro stijgen.’

De meest dollargevoelige aandelen: Barco, IBA, Nyrstar en Umicore hebben allen minder kosten in de VS dan opbrengsten. Zij zien de marges dus stijgen door de sterkere dollar. Casselman: ‘Bij Nyrstar deed de daling van de zinkprijs over dezelfde periode echter het effect van de dollar teniet.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud