netto

De 10 geboden voor beleggers in fondsen

©Pieter Van Eenoge

Fondsen zijn voor Belgen vaak de eerste stap naar meer rendement, weg van het renteloze spaarboekje. Met één fonds beleg je onderliggend in honderden effecten. Een gespreide belegging dus. Maar hoe ga je nu het best te werk?

1. Weet wat je wil

Het allerbelangrijkste is dat je je goed voelt bij de fondsen in je portefeuille. Je moet weten waarom je ze hebt en wat je ermee wil bereiken. Ambieer je een hoog rendement op lange termijn, dan zijn zuivere aandelenfondsen de meest logische weg. Dat impliceert dat je een hoog risico aanvaardt en dat je bereid bent om mogelijke verliezen te doorstaan. De allergrootste durvers kiezen voor thematische aandelenfondsen die steeds meer opkomen en inspelen op een megatrend, zoals het Pictet Robotics-fonds. Het risico is hier groter omdat er geen diversificatie is over meerdere sectoren.

De combinatie hoog rendement, laag risico bestaat niet.

Wil je weinig risico lopen, kies dan voor defensieve fondsen. Dat zijn niet noodzakelijk obligatiefondsen. Fondsen die beleggen in langetermijnobligaties riskeren verliezen wanneer de rente fors gaat stijgen. De voorbije jaren zagen steeds meer fondsen die het neerwaartse risico proberen te beperken het levenslicht. Dat worden vaak patrimoniale fondsen genoemd. Het bekendste voorbeeld is Carmignac Patrimoine. De voorbije vijf jaar leverde dat fonds na kosten en voor belastingen een jaarlijks rendement van 3,2 procent op. Een vetpot is dat niet. Maar de combinatie hoog rendement, laag risico bestaat niet. ‘Carmignac Patrimoine heeft gedaan wat het belooft heeft te doen’, zegt fondsenspecialist Knut Huys van Deutsche Bank.

De jongste jaren zijn ook fondsen in trek die jaarlijks een stevige coupon uitkeren. Zij moeten daarvoor meer risico nemen dan de patrimoniale fondsen.

2. Verruim je horizon

De meeste traditionele banken bieden aan hun retailcliënteel uitsluitend huisfondsen aan, of fondsen van een of enkele bevoorrechte partners. De beste fondsen zijn niet noodzakelijk de fondsen van uw huisbank. Wat uw bankier ook moge beweren: een fonds dat geregistreerd is in België en over alle wettelijke documenten beschikt, kan bij elke bank gekocht worden. Vraag het maar aan een bemiddelde klant in het private-bankingsegment. Let wel: uw bank heeft het recht om daarvoor hogere instapkosten en een hoger jaarlijks bewaarloon aan te rekenen dan wanneer u voor haar huisfonds kiest.

Een andere mogelijkheid is een rekening te openen bij een bank die ‘open architectuur’ omarmt (onder meer Deutsche Bank, Beobank, Nagelmackers) of bij een online-fondsensupermarkt zoals MeDirect, Keytrade en Binck. Deutsche Bank heeft haar fondsenaanbod onlangs verruimd van 1.600 naar 1.800 fondsen. Bij Keytrade heb je tegenwoordig keuze tussen 675 fondsen. Bij een speler als Deutsche Bank krijg je er advies bij, bij een speler als Keytrade of Binck maak je zelf je huiswerk aan de hand van de online tools die ter beschikking worden gesteld.

De jongste jaren is ook het aanbod van vermogensbeheer via fondsen uitgebreid. In dat geval laat je de fondsenkeuze over aan een expert, in ruil voor een vergoeding uiteraard.

3. Kies voor winnaars

Natuurlijk is er geen garantie dat de winnaars in het verleden ook in de toekomst zullen zegevieren.

Het verschil in rendement tussen goed en slecht presterende fondsen kan enorm zijn, ook al opereren ze in dezelfde vijver. De winnaar van de Fund Award Wereldwijde aandelen, Fidelity World Fund, haalt over vijf jaar een jaarrendement van 17 procent. Dat is niet eens het hoogste rendement omdat nog andere factoren de winnaar bepalen (zoals consistentie in rendement en prestatie in neergaande markt). In deze rangschikking komen we onderaan verschillende huisfondsen tegen met een jaarrendement van 7 procent over vijf jaar. Dat maakt een groot verschil in gecumuleerd rendement. Natuurlijk is er geen garantie dat de winnaars in het verleden ook in de toekomst zullen zegevieren. Maar wij geloven dat je beter kan kiezen voor beheerders die in het verleden consistent goed hebben gepresteerd dan voor beheerders die dat niet hebben gedaan. Op tijd.be/fondsen vind je een zoekmodule waarin je fondsen kan rangschikken aan de hand van de Tijd-kronen. De beste fondsen krijgen drie kronen, de slechtste nul. De kronen worden op basis van dezelfde criteria toegekend als voor de winnaars van de Fund Awards.

4. Schakel je emotie uit

Het juiste instapmoment kiezen is mogelijk belangrijker dan het juiste fonds. Achteraf gezien was maart 2009 een ideaal instapmoment, het begin van een jarenlange beurshausse. De markt timen is bijzonder moeilijk. Waarom niet elke maand- op dezelfde dag - een stukje spaargeld in fondsen stoppen? Wie daarmee startte op het slechtst mogelijke moment - mei 2017 - heeft vandaag een rendement van 40 procent op een Bel20 mandje, lezen we in de Beursbijbel. Je koopt immers sowieso op goede en op slechte momenten. De meeste banken hebben een fondsenspaarplan in petto, maar het ene is al wat flexibeler dan het andere. ‘Bij Keytrade Bank hebben we nu meer dan 25.000 fondsenspaarplannen. En er zijn nauwelijks sluitingen’, zegt Gorik Nelissen van Keytrade. Bij het Keyplan kan je kiezen uit 40 bekende fondsen. Het meest opvallend aan het Keytrade-plan is de democratische instapdrempel: vanaf 25 euro per jaar. Bij Deutsche Bank is dat minstens 100 euro per maand. De keuze is beperkt tot 63 fondsen waaronder alle fondsen op de Best Advice-lijst.

Het wederkerige karakter maakt spaarplannen ook voor banken interessant. Daarom zijn er vaak promoties. Tot en met 28 februari stort Belfius 25 euro terug bij de opening van een Belfius Flex Invest Plan als u maandelijks minstens 50 euro stort gedurende twee jaar. Tot eind maart loopt bij Deutsche Bank een actie waar de eerste storting wordt terugbetaald tot maximaal 500 euro. Enkel voor wie nog geen effectenrekening heeft bij Deutsche Bank en de stortingen minstens 18 maanden volhoudt.

Een fondsenspaarplan biedt nog een extra voordeel: externe beheerders die traditioneel instapkosten eisen zoals Carmignac (1%) bij een gewone aankoop, laten dit vallen in een spaarplan.

5. Let op de kosten

Als u in een elektrozaak twijfelt tussen twee wasmachines waarbij de ene substantieel duurder is dan de andere, dan is de kans allicht groot dat de dure machine ook een betere is. In de fondsenwereld is dat niet zo. Academische studies hebben bewezen dat er geen link is tussen kosten en prestaties. Instapkosten kunt u in sommige gevallen verminderen of vermijden door te onderhandelen met uw bankier of door te kiezen voor een bank of een onlineplatform dat geen instapkosten aanrekent. Lopende kosten die elke dag verrekend worden in de intrinsieke waarde van het fonds moet u sowieso betalen. Die kosten variëren doorgaans van 1,25 procent tot 2,5 procent. De lopende kosten omvatten niet enkel beheerskosten, maar bijvoorbeeld ook belastingen betaald door het fonds. Twijfelt u tussen twee soortgelijke fondsen met gelijkaardige bewezen diensten, kies dan voor het fonds met de laagste kosten.

6. Vergelijk met trackers

Wees niet blind voor het aanbod van trackers, de beursgenoteerde fondsen die indexen kopiëren en daarom veel goedkoper zijn. ‘In onze DB Best Advice-lijst zitten trackers op de Amerikaanse en de wereldaandelenindex’, zegt Knut Huys van Deutsche Bank. De keuze voor Vanguard S&P500 UCITS ETF is niet toevallig. De Amerikaanse markt is zeer liquide en efficiënt en daarom als actieve beheerder heel moeilijk te kloppen. Ook bij de bepaling van de winnaar in de categorie Amerikaanse aandelen merkten we de hoge scores op van passieve beleggingsfondsen zoals Pictet USA Index of DPAM Capital B Equities US Index. Zoals de naam het zegt, doen zij net als trackers niets anders dan een index kopiëren.

7. Gun de fiscus niet te veel

Fondsenbeleggers worden door de fiscus niet gespaard. Er is een jaarlijkse abonnementstaks van 0,0925 procent die wordt verrekend via de lopende kosten. Bij verkoop van fondsen met minstens 10 procent obligaties in het bezit betaalt de belegger een meerwaardebelasting van 30 procent op het obligatiegedeelte. Bij verkoop van kapitalisatiefondsen (die dividenden herinvesteren) is er een beurstaks van liefst 1,32 procent van kracht, met een plafond van 4.000 euro. Fondsen tellen - met uitzondering van pensioenspaarfondsen - ook voor de effectentaks (0,15% vanaf 500.000 euro).

Fondsenbeleggers worden door de fiscus niet gespaard.

Bij obligatiefondsen zou je kunnen opteren voor de distributievariant. Zo ontwijk je de beurstaks van 1,32 procent. Bij aandelenfondsen kies je vanuit een fiscaal standpunt best voor de kapitalisatievariant. Zo ontwijk je de 30 procent roerende voorheffing op uitgekeerde dividenden. Zeker als het fonds in hoogdividendaandelen belegt, is het ontwijken van de roerende voorheffing belangrijker dan de beurstaks. Wat de effectentaks betreft, zou je in theorie - net zoals bij aandelen - je fondsen kunnen omzetten op naam.

8. Vergelijk met tak23

De regering-Michel heeft - bewust of onbewust - fondsbeleggingen in een tak23-verzekeringsjasje fiscaal interessanter gemaakt door dit product jaar na jaar te ontzien van extra belastingen (hogere roerende voorheffing, effectentaks). Mogelijk ligt een kortetermijnredenering aan de grondslag: een aankoopgolf van tak23 creëren levert onmiddellijke inkomsten voor de begroting op (premietaks 2 procent).

Het kan een idee zijn om voor de zwaarst belaste fondsen - fondsen met veel obligaties - voor de tak23 variant te kiezen. Wees wel bewust van de nadelen van tak23. Een vroege verkoop van tak23 leidt vaak tot uitstapkosten. Ook de instapkosten kunnen hoog oplopen. En er is een extra laag lopende kosten voor het beheer van de verzekering. Daar tegenover staan extra mogelijkheden in het kader van successieplanning. Met een tak23-levensverzekering kan je gelijk welke begunstigde aanduiden (lees daarover meer op P53).

9. Diversifieer tussen fondsen

Een van de grootste voordelen van fondsen is dat je voor een minibedrag de Belgische, Amerikaanse of de hele wereldbeurs kan kopen. Je belegging is dus niet afhankelijk van het lot van één bedrijf. Sommige fondsen beperken zich tot 40 aandelen, andere kopen er honderden of duizenden. Weet wel dat zelfs een zeer gediversifieerd aandelenfonds 40 à 50 procent kan dalen, zoals in 2008, wanneer de economie in een diepe crisis belandt. Voor een gediversifieerde portefeuille moet je dus aanvullen met fondsen die anders reageren tijdens een beurscrisis, zoals obligatiefondsen of patrimoniale fondsen (zie punt 1).

Voor een gediversifieerde portefeuille moet je dus aanvullen met fondsen die anders reageren tijdens een beurscrisis.

De jongste jaren zijn er steeds meer fondsen die een totaaloplossing bieden, met wisselende gewichten van aandelen en obligaties. Dan hebben we het dus niet over de klassieke gemengde fondsen waarin standaard voor de helft in aandelen en voor de helft in obligaties wordt belegd. Het gaat dan om flexibele fondsen die al naargelang de omstandigheden andere accenten zullen leggen. Het Belgische Vector Flexible - winnaar van de Fund Award in flexibele fondsen - surft op de groei van het zuivere wereldwijde aandelenfonds Vector Navigator, maar tracht tegelijk via futures de scherpste beursbewegingen uit te vlakken. Het Franse R Valor - het nummer twee in deze categorie - gedraagt zich momenteel als een aandelenfonds, maar kan ook een obligatiefonds worden wanneer het dat opportuun vindt.

Ook bij flexibele fondsen diversifieer je best met meerdere beheerders. Of je kan een dakfonds kopen - een fonds dat in andere fondsen belegt. Private Invest Best Managers belegt in meerdere flexibele fondsen. De dakfondsen NN (L) Patrimonial Balanced, Nagelmackers Multifund Balanced, KBC Master Fund Medium scoorden alle drie hoog in de categorie gemengde fondsen - neutraal risico (gewonnen door Merclin Sicav Patrimonium). Met dakfondsen betaal je wel wat meer kosten (doorgaans dubbele laag lopende kosten), als prijs voor de grotere diversificatie.

10. Verkoop de indexknuffelaar

Hebt u nog een indexknuffelaar in portefeuille? Maak er dan korte metten mee. Een indexknuffelaar is een fonds dat niet anders doet dan de samenstelling van een index benaderen. En toch betaalt u er beheerskosten voor. Het zijn die fondsen die de sector een slechte naam geven. De gemakkelijkste manier om indexknuffelaars te ontmaskeren? Bekijk eens de huidige top tien positie. Zijn dat gewoon de grootste aandelen uit de index of zitten er originele namen bij? De beheerder moet voor u werken. Anders is hij uw geld niet waard.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud