Grootbelegger schept orde in staatspapier

‘Steeds meer pensioenfondsen trekken externe managers aan om overheidsobligaties actief te beheren.’ Dat zegt Yves Van Langenhove, hoofd institutionele beleggers West-Europa bij de Amerikaanse vermogensbeheerder Invesco.

‘Voor de schuldencrisis in Europa hanteerden de groot- beleggers een simpele ‘buy and hold’-strategie. De begrotingsperikelen in Griekenland hebben iedereen wakker geschud. In enkele maanden tijd trokken de pen- sioenfondsen grof geld weg uit de perifere landen van de eurozone om het in Duitse Bunds (obligaties) te pompen.’ De rente op Duits staatspapier zakte sinds Nieuwjaar ruim 80 basispunten door de grote vraag naar het veiligste staatspapier uit de eurozone.

Eind vorig jaar zat 51 procent van de portefeuilles van de West-Europese pensioenfondsen in vastrentende producten, waaronder staatspapier. Slechts 21 procent van de respondenten overwoog het gewicht van overheidsobligaties in 2010 af te bouwen. Dat blijkt uit een rondvraag van Invesco en Investment Pensions Europe (IPE) bij 121 pensioenfondsen en andere grootbeleggers.

Pensioenfondsen beseffen maar al te goed dat het tegenpartijrisico of de kans op wanbetalingen moeilijk in te schatten valt. Dat blijkt ook uit het aantal effecten die grootbeleggers uitlenen (bijvoorbeeld aan hefboomfondsen) in ruil voor een vergoeding. In 2006 werden vier keer zoveel aandelen uitgeleend als vorig jaar. Voor de pensioenfondsen vormden die vergoedingen voor ‘securities lending’ een mooi extraatje om het rendement op te smukken. Het vergt echter veel huiswerk om de kredietwaardigheid van elke tegenpartij zorgvuldig te screenen.

Bovendien kreeg ‘shortselling’, het verkopen van geleende aandelen, de voorbije jaren bakken kritiek over zich. De shortsellers zouden volgens sommigen hebben bijgedragen aan de crash van de financiële aandelen en recenter ook de crash van staatspapier van Zuid-Europese landen.

De crash van de markten dreef de pensioenfondsen al in 2008 gedeeltelijk uit aandelen. Het gewicht van aandelen zakte in dat crisisjaar van 32 tot 25 procent. Van Langenhove: ‘Ook in 2009 durfden de pensioenfondsen geen aandelen bij te kopen. Het belang van aandelen in de portefeuilles (29%) nam minder toe dan de waardestijging van de aandelen door de beursrally. De beurscrash tastte hun buffers danig aan en de pensioenfondsen willen tot elke prijs vermijden dat ze (weer) moeten aankloppen bij hun werkgevers om de tekorten bij te storten.’ Een put bij het pensioenfonds kan een negatieve impact hebben op de resultaten van een bedrijf. Het bekendste voorbeeld, het pensioenfonds van British Telecom, maakte gisteren bekend dat het in 2009 zijn deficit kon terugdringen van 9 miljard pond (11 miljard euro) tot 7,6 miljard pond. BT Pension Scheme bouwde vorig jaar het aandelenpercentage af van 35 tot 29 procent, het laagste peil ooit.

Populariteit

Nog opvallend in de rondvraag van IPE was de toenemende populariteit van vastgoed (6,6% van de portefeuille in 2009) als beleggingsklasse. Volgens Van Langenhove herbergt deze activaklasse meer dan enkel gebouwen. ‘Infrastructuurfondsen zijn steeds meer in trek bij de West-Europese pensioenfondsen. Dat valt echter niet op in de samenstelling van de portefeuilles, omdat de fondsen infrastructuur onderbrengen onder de categorie vastgoed.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud