Klein maar fijn!

©shutterstock

Als het van beursstrategen afhangt, zijn de Europese aandelenmarkten nog steeds de place to be. Daarbij loont het ook de moeite om kleine waarden onder de loep te nemen. Die doen het op lange termijn immers beter dan hun grote broers. Of waarom small ook beautiful is op de beurs.

Onbekend is onbemind, luidt het gezegde. En dat geldt ook wel voor de kleine aandelen op de beurs. ‘Onlangs gaf ik een presentatie over smallcaps’, zegt Bart Daenekindt, die bij KBC Asset Management het fonds KBC Equity Fund EMU Small & Medium Caps beheert. ‘Achteraf kwam een toehoorder me vertellen dat ik namen van bedrijven had vernoemd waar hij nog nooit van gehoord had. Die kleinere aandelen komen inderdaad niet in het nieuws. Dat maakt hen daarom niet minder interessant, integendeel.’

©Mediafin

‘In het eerste kwartaal van dit jaar deden small-caps het een beetje beter dan de grote jongens op de beurs. Dit kwartaal is het eerder omgekeerd. Maar op de lange termijn presteren kleinere aandelen beter’, aldus Rik Dhoest, hoofdanalist bij Bank Nagelmackers. De bank lanceerde twee jaar geleden een smallcapfonds. Daar zit nu 117 miljoen euro in, tegenover 10 miljoen bij de start op 31 maart 2016. ‘Sinds de lancering van het fonds noteerden we een rendement van bijna 26 procent. Dit jaar staat de teller op licht positief (+0,41%). In januari kenden we nochtans een sterke start, maar door de koersschommelingen op de beurzen hadden we het moeilijk. Inmiddels zijn we weer uit dat dal aan het klimmen. De voorbije maand staan we op +2,5 procent.’

‘In de loop van het jaar kochten we wat aandelen met een voorspelbaarder businessmodel, zoals de fitnessketen Basic Fit - defensievere waarden die geen last hebben van de dollar of invoertarieven. Daarnaast namen we afscheid van de Nederlandse fietsenmaker Accell. Wij zijn geen traders, maar proberen het verhaal van het bedrijf te begrijpen. Als er iets verkeerd loopt, durven we ook afscheid te nemen van bedrijven, ook met verlies.’

Vier à vijf keer beter

Dhoest haalt er even een grafiek bij om aan te tonen dat kleinere aandelen op lange termijn beter scoren. ‘Als 1 juli 2006 100 is, dan staan Europese smallcaps nu op 233, terwijl de grote aandelen of largecaps op 176 staan.’

Ook Daenekindt haalt er wat cijfers bij. ‘De MSCI Europe-index, waarin de grote- en middelgrote beursgenoteerde bedrijven van 15 Europese landen zijn opgenomen, is sinds 29 december 2000 met 55 procent gestegen, terwijl de MSCI Europe Small Cap-index met liefst 308 procent is toegenomen. Idem voor de MSCI EMU-index en diens tegenhanger met kleinere aandelen. Die eerste is gedurende dezelfde periode met 39,9 procent toegenomen, die tweede met 267 procent. Dat maakt dat small-caps het vier à vijf keer beter doen dan de grote jongens.’

Waaraan hebben ze dat te danken? ‘Kleinere bedrijven zijn doorgaans groeibedrijven wat maakt dat ze algemeen meer groeipotentieel hebben dan large caps’, legt fondsbeheerder Antoine de Crépy (AXA IM) uit. De Crépy beheert al jaren het fonds AXA World Funds Framlington Microcap, dat dit jaar een van onze Fund Awards won en zich richt op bedrijven met een marktkapitalisatie van minder dan860 miljoen dollar (ongeveer 700 miljoen euro). ‘Wat ons interesseert zijn marktleiders. We zoeken daarbij naar bedrijven die hun groei kunnen financieren en marktaandeel winnen.’

Wie groeibedrijven zegt, denkt allicht ook hoger risico en dus meer kans op koersschommelingen op de beurs. Al valt dat volgens Daenekindt wel mee. ‘Voor de grote aandelen komt de volatiliteit tussen eind 2000 en nu uit op 21,6 procent, voor de kleine aandelen is dat maar 18,9 procent. Dat maakt dat je met een investering in smallcaps een beduidend hoger rendement kan halen met een lager risico.’

‘Door je portefeuille of fonds zodanig op de bouwen, kan je de risico’s ook beperken’, aldus de Crépy. ‘Elk aandeel heeft natuurlijk zijn specifieke risico’s, maar als er in je portefeuille weinig correlatie is tussen de bedrijven onderling, dan is de combinatie van het geheel ook minder volatiel.’

‘In kleinere bedrijven zijn de lijnen naar het management ook korter, waardoor sneller geschakeld kan worden’, treedt Dhoest bij. Bij grote bedrijven neemt dat doorgaans meer tijd in beslag.

Pareltjes

Grote bedrijven worden ook door veel analisten gevolgd. ‘Gemiddeld gaat het om 18 analisten per bedrijf. Terwijl kleinere waarden maar door twee of drie analisten opgevolgd worden. Braakliggend terrein, wat voor een actief portefeuillebeheer ideaal is om op zoek te gaan naar pareltjes’, zegt Daenekindt. Voor particuliere beleggers maakt dat de situatie wel iets minder makkelijk. Soms noteren die kleinere waarden op minder gereguleerde segmenten van de beurs, waardoor het ook moeilijker is (financiële) informatie over die ondernemingen te vinden.

Meer moeite

Analisten en fondsbeheerders proberen in hun zoektocht naar informatie geregeld het management van bedrijven te spreken. ‘Op die manier krijg je meer inzicht in de onderneming’, aldus Dhoest.

‘Wij zien overigens vaker het management van kleinere bedrijven. Niet dat ze ons meer vertellen - de communicatie van beursgenoteerde bedrijven is strikt gereguleerd- maar ze doen gewoon meer moeite dan grote bedrijven om bepaalde drijfveren in hun sector uit te leggen en ze komen ook vaker naar Brussel. Positief voor ons is dat je het directe management ziet, terwijl dat bij grote bedrijven meer de verantwoordelijke is voor ‘investor relations’, de contactpersoon voor de investeerders. Dat zet toch al een filter op de informatie’, zegt Daenekindt.

Gemiddeld noteren smallcaps met een historische premie van 5 procent.
bart daenekindt
Fondsbeheerder KBC AM

Volgens Daenekindt kan je met een investering in smallcaps ook beter en zuiverder een thema bespelen, omdat dergelijke bedrijven vaak wereldleiders zijn in een kleine niche. ‘Zo is het Nederlandse bedrijf Wessanen 100 procent actief in biologische voeding. Een groot concern als Unilever bespeelt dat thema ook, maar slechts voor een stukje.’

Dat verschil in activiteiten bepaalt voor een stuk mee waarom kleinere aandelen het beter doen dan hun grote broers, becijferde Daenekindt. ‘Andere componenten van de verklaring zijn onder meerde extra risicopremie en de marge-expansie.’ Doordat kleinere bedrijven minder verhandelbaar zijn en ook minder worden opgevolgd, mag je daar als belegger een extra risicopremie voor verwachten. En hoe groter bedrijven worden, hoe beter hun winstmarges zijn.

Daarmee halen we meteen een nadeel van kleine bedrijven aan: dergelijke aandelen zijn vaak minder liquide en worden dus niet zo veel en vlot verhandeld als de aandelen van grote bedrijven. ‘Daar moet je rekening mee houden bij de opbouw van je portefeuille, zodat je bij een order de koers niet dermate beïnvloedt’, aldus de Crépy.

Overnameprooien

Wat kleine bedrijven voor beleggers ook interessant maakt, is dat ze sneller in het vizier komen van jagers en overgenomen worden, aldus Dhoest. Als een bedrijf wordt overgenomen, gebeurt dat doorgaans met een premie tegenover de huidige beurskoers.

‘Sinds begin dit jaar hadden we in ons fondsal met vier fusies en overnames te maken’, aldusde Crépy. Het ging onder meer om het Franse Naturex, dat in handen kwam van het Zwitserse Givaudan, en het Britse Fenner, dat werd ingelijfd door Michelin.’

‘In ons fonds werd Refresco van de beurs geplukt’, aldus Dhoest.

Niet meer spotgoedkoop

Hoe zit het met de waarderingen van kleinere waarden? ‘Met een gemiddelde koers-winstverhouding van 17 zijn Europese smallcaps niet meer spotgoedkoop, maar ook niet overdreven duur’, meent Dhoest. ‘Gemiddeld noteren smallcaps met een historische premie van 5 procent. Momenteel is dat 10 procent. Dat maakt dat ze wat duurder zijn dan gemiddeld, maar niet dat de waarderingen exuberant zijn’, aldus Daenekindt.

‘De koers-winstverhoudingen van small- en largecaps liggen zowat in lijn met elkaar, maar voor de kleine aandelen wordt wel een sterkere winstgroei verwacht’ , treedt de Crépy bij. ‘Bovendien doet de economie het danig goed dat we nog een tijdje groei mogen verwachten wat de huidige waarderingen rechtvaardigt.’

Wat met de verwachte stijging van de rente? Kan die ertoe leiden dat de fusie- en overnamemarkt- een belangrijke driver voor de kleine aandelen -stilvalt? ‘Een stijging van de rente maakt lenen inderdaad duurder en kan ertoe leiden dat de financiering schaarser wordt. Maar dat zien we momenteel niet snel gebeuren’, aldus de Crépy. De langetermijnrente is al wat gestegen, maar blijft historisch gezien nog altijd laag. Een eerste verhoging van de (korte) rente door Europese Centrale Bank wordt pas in de tweede helft van volgend jaar verwacht. En dan nog zal het optrekken van de rente slechts geleidelijk gebeuren.

‘Wij proberen vooral te investeren in goede bedrijven’, benadrukt Dhoest, ‘over de economische cycli heen. Die zijn immers moeilijk te voorspellen. Dat maakt dat we niet in pure cyclische bedrijven beleggen, zoals bijvoorbeeld mijnbouwers of bedrijven die diensten leveren aan de oliebedrijven. Je mist dan wel eens een opwaartse beweging, maar aan de andere kant heb je ook geen last van hun neerwaartse trend. Een goede bankier legt beleggers uit dat de bomen niet tot in de hemel groeien.’

‘Wij raden beleggers ook aan om gradueel teinvesteren: beter drie keer 200 euro, dan één keer 600 euro.’

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content