Op zoek naar een label voor duurzame beleggingen

Zware luchtvervuiling in de stad Amritsar in het noordwesten van India ©AFP

Om klaarheid te scheppen in het aanbod van duurzame financiële producten werkt Febelfin aan een eigen label. Van het nut is niet iedereen echter overtuigd en inhoudelijk zijn er een paar grondige meningsverschillen.

We zien het bijna dagelijks op de televisie of lezen het in de krant: we behandelen onze planeet stiefmoederlijk. De drang naar meer rijkdom of gewoon een beter leven heeft, in combinatie met de snelle  aangroei van de wereldbevolking, de aarde onder grote druk gezet. Regenwouden, een van de voornaamste longen van de aarde, worden in hoog tempo gekapt, de oceanen  raken vervuild met plastic en door de uitstoot van broeikasgassen warmt het klimaat op. De ongelijkheid in de  wereld blijkt ook toe te nemen, wat  sociale onrust kan veroorzaken en migratiestromen op gang kan brengen.

Steeds meer mensen worden zich bewust dat een ommekeer nodig is. Bij beleggers is de houding ook aan het veranderen. Voor hen wordt duurzaamheid met de dag belangrijker.  Beleggingen moeten rendement op leveren, maar op een manier die onze planeet niet verder aantast en die perspectief biedt voor de volgende generaties.

Volgens Febelfin, de federatie van de financiële instellingen in ons land, kijkt nu al twee derde van de investeerders niet louter naar de financiële  aspecten van een belegging, maar ook naar de impact op milieu en gezondheid en naar de ethische en sociale dimensie. Dat verklaart de groeiende populariteit van duurzame beleggingsfondsen en het toenemende belang dat de fondsenhuizen eraan hechten. 

Vraagtekens

Duurzaam beleggen roept veel vraagtekens op. Het is een relatief nieuwe trend - de pioniers in duurzame fondsen begonnen er 15 tot 20 jaar geleden mee - en iedere speler geeft er zijn eigen invulling aan. Welke bedrijven neem je bijvoorbeeld op in je portefeuille en welke niet? De meeste vermogensbeheerders hanteren een lijst met uitsluitingen, met sectoren waarvan ze vinden dat ze geenszins in aanmerking komen: tabak, onconventionele wapens, steenkool.

Maar wat doe je met olie en gas? Kan een bedrijf dat een deel van zijn  productie realiseert via fracking (de milieuonvriendelijke techniek om schalieolie en schaliegas te produceren), een plaatsje krijgen in een duurzame portefeuille? En zo ja, waar leg je de grens? Of sluit je olie en gas uit, ook al zijn sommige bedrijven ernstig bezig de omslag te maken naar hernieuwbare energiebronnen? De meningen lopen uiteen. Wat de een moeiteloos aanvaardt, kan voor een ander niet door de beugel. Ook de beleggingsstrategieën achter duurzame fondsen blijken erg verschillend.

93%
93 procent van de 250 grootste bedrijven ter wereld maakt vandaag gebruik van de Europese GRI-standaarden voor duurzaamheidsrapportering.

Een belangrijke en veel gebruikte toetssteen om het duurzaamheidsgehalte van ondernemingen te bepalen is de ‘2030 Agenda for Sustainable Development’ van de Verenigde Naties, een reeks van 17 doelstellingen voor duurzame ontwikkeling. Vermogensbeheerders verwijzen er steeds weer naar wanneer ze de strategie achter hun duurzame beleggingsproducten uit de doeken doen. Blijft de vraag hoe je de bijdrage van een onderneming tot de verwezenlijking van die doelstellingen gaat meten.

Puur boekhoudkundig bestaan daarvoor alvast hulpmiddelen. Het Europese Global Reporting Initiative (GRI), dat al ruim 20 jaar bestaat, heeft standaarden ontwikkeld voor duurzaamheidsrapportering. 93 procent van de 250 grootste ondernemingen ter wereld maakt gebruik van de GRI Sustainability Reporting Standards. Daarmee vergelijkbaar is een Amerikaans initiatief, de Sustainability  Accounting Standards Board (SASB) uit San Francisco, waarvan Michael Bloomberg jarenlang de voorzitter was. Die organisatie heeft een reeks rapporteringsnormen ontwikkeld die verschillen per sector.

 

 Ratings

Er zijn dus tools voorhanden om de duurzaamheid van ondernemingen na te gaan. Maar hoe zit het met financiële producten die zichzelf duurzaam, maatschappelijk verantwoord of ethisch noemen? Hoe weet je als belegger of de vlag de lading dekt? Daarvoor kun je terugvallen op ratingsystemen. De invloedrijke Amerikaanse fondsenonderzoeker Morningstar heeft een methodologie ontwikkeld waarbij duurzame fondsen een ‘sustainability rating’ krijgen. Die score is gratis op te snorren; alleen voor achterliggende informatie moet je betalen. In Frankrijk bestaat sinds 2016 zelfs een officieel duurzaamheidslabel.

Wie te zwaar het gaspedaal indrukt op milieuvlak (de E van ESG), creëert vervolgens sociale problemen (de S van ESG).
guy janssens
Hoofd sri, bnp paribas fortis

Om de Belgische belegger een handje te helpen besloot Febelfin eerder dit jaar een label in te voeren voor duurzame financiële producten die in ons land beschikbaar zijn. ‘Gezien de toenemende interesse voor duurzaam beleggen leek het ons nuttig een ‘bottom line’ af te bakenen, om zowel de kleine als de institutionele belegger meer comfort en vertrouwen te bieden’, zegt Tom Van den Berghe, verantwoordelijke duurzaam beleggen bij Febelfin. ‘De modale belegger wil weten waar zijn geld naartoe gaat, en ook waar het zeker niet naartoe gaat.’

 

Duurzaamheid ID

Het Belgische label zal definiëren wat de minimumverwachting van een belegger moet zijn als hij voor duurzaam kiest. Hoe een vermogensbeheerder die minimumnormen moet bereiken, daar spreekt Febelfin zich niet over uit. De certificering stoelt op vijf sleutelprincipes: duurzaamheidsstrategieën, de uitsluiting van bepaalde sectoren, transparantie van het product, informatie (via een ‘Duurzaamheid ID’ en een aparte website) en toezicht door een onafhankelijke derde partij die het label toekent.

Volgens Van den Berghe wil Febelfin met de certificering vooral de kleine belegger tegemoetkomen, omdat die moeilijker zijn weg vindt in het aanbod en doorgaans niet de expertise heeft om alles uit te pluizen. Ook voor niet-gespecialiseerde institutionele beleggers - vzw’s, universiteiten, lokale besturen... - kan een kwaliteitsstandaard een handig hulpmiddel zijn.

Over het nut van een Belgisch duurzaamheidslabel blijkt de sector niet op één lijn te zitten. Delen Private Bank blijkt een grote voorstander. ‘Het komt geen dag te vroeg. Wij krijgen veel vragen van ons cliënteel. Daarom juichen we ten volle toe dat Febelfin klaarheid wil scheppen’, zegt Elio Rombouts van het team verantwoordelijk voor institutioneel beheer. Anderen hebben twijfels. ‘Als je een goed intern proces hebt, komen de klanten, ook zonder label’, maakt Guy Janssens, hoofd duurzaam beleggen bij BNP Paribas Fortis, zich sterk.

Struikelblok

Febelfin neemt zich voor het Belgische label begin 2019 op de markt te brengen, maar de meningen over sommige minimumnormen liggen nog ver uiteen. Een struikelblok bij de uitsluitingen blijken fossiele brandstoffen. Dan gaat het niet over steenkool, dat sowieso wordt gebannen, maar over olie en gas.

Guy Janssens, hoofd SRI, BNP Paribas Fortis ©Studio Dann

De eerste vraag is of die brandstoffen conventioneel of niet-conventioneel (via fracking) worden gewonnen. Veel grote oliemaatschappijen - onder meer ExxonMobil, Chevron, Shell en BP - zijn rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken bij de productie van schaliegas en schalieolie. Die productiemethode is omstreden. Er zijn grote hoeveelheden water voor nodig, er blijven chemicaliën in de bodem achter en het broeikasgas methaan wordt in de atmosfeer uitgestoten. Maar ook conventionele olie- en gasproductie kan niet bepaald duurzaam worden genoemd, als je alleen al denkt aan de uitstoot van de motoren of de verwarmingsinstallaties die erop draaien. Anderzijds zijn meer en meer concerns aan het diversifiëren naar groene energieproductie.

Olie- en gasconcerns weren uit financiële producten is echter niet zo eenvoudig. Het is een grote sector met veel financieel gewicht en in een portefeuille is spreiding van essentieel belang. ‘Wij willen fossiele brandstoffen niet uitsluiten, omdat dat niet realistisch is’, zegt Guy Janssens. Enerzijds zijn olie en gas nodig om voldoende rendement te halen. Anderzijds is de sector volop in transitie en kun je daar als aandeelhouder een rol in spelen.

Chris Sterckx van KBC heeft minder problemen met het weren van olie en gas. Dat maakte hij duidelijk tijdens een recent duurzaamheidscongres. Hij erkende wel dat het iets eenvoudiger is voor hem omdat KBC vooral eigen fondsen verkoopt - in tegenstelling tot BNP Paribas Fortis, dat ook veel fondsen van derden aanbiedt. KBC was intensief betrokken bij de uitwerking van het Belgische certificaat. Toch zou de groep ‘een paar dingen moeten opofferen om aan de standaard te voldoen’, aldus Sterckx.

Evenwicht

Volgens Van den Berghe komt het er in de discussie over het duurzaamheidslabel op aan het juiste evenwicht te vinden tussen de noodzakelijke diepgang van de norm en voldoende breedte. ‘We willen de energiesector niet volledig uitsluiten, wel selectiviteit inbouwen.’ Of er nu twee kampen zijn door de olie-en-gasdiscussie wil hij niet gezegd hebben. Wel is het zo dat iedere instelling een beetje een eigen strategie rond duurzaamheid volgt en dat er nu eenmaal verschillende visies zijn.

Een door plastic afval vervuilde kust op de Filippijnen ©EPA

Guy Janssens (BNP Paribas Fortis) waarschuwt voor ‘overdreven groen beleggen’. Janssens: ‘Het begint op den duur een ongezonde groene strijd te worden. Sommige spelers nemen extreme beslissingen om toch maar op te vallen met duurzaam beleggen.’ Janssens heeft het bijvoorbeeld over banken die fossiele brandstoffen uitsluiten. ‘Neem nu een belangrijke energie-invoerder als India. Ga eens na wat het verdwijnen van fossiele brandstoffen op dit moment voor dat land zou betekenen. Een enorme toename van de energiefactuur die de bevolking zou verarmen. Als je overdrijft in de E (environmental, milieu) van ESG, dan ondermijn je de S (socially, maatschappelijk).’ De G staat voor governance, deugdelijk bestuur.

Ondanks alles heeft Febelfin-man Tom Van den Berghe er goede hoop op binnen enkele weken de inhoudelijke discussie over olie en gas te kunnen afsluiten. De komende maanden zouden dan gebruikt worden om het label verder vorm te geven. Hij mikt op de lancering van het label beginvolgend jaar. ‘Misschien zullen niet alle partijen van in het begin aan boord zijn, maar daar hoeven we niet op te wachten.’ Het belangrijkste is volgens hem dat het project duurzaam beleggen veel hoger op de agenda heeft gezet en meer partijen heeft wakker geschud.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content