Slapende reus wordt luis in de pels

Norges Bank investment management oslo ©rv

Het Noorse staatsfonds, de collectieve oliespaarpot van het Scandinavische land, is de grootste belegger op de beurs van Brussel. ‘De Noren laten ons duidelijk verstaan welke dingen zij belangrijk vinden’, getuigt een Bel20’er.

Grote institutionele investeerders hebben voor 46 miljard euro aandelen van Belgische bedrijven in handen. Dat blijkt uit cijfers van Euronext, de uitbater van de beurs van Brussel. Dat is 16 procent van de totale beurswaarde.

Het Noorse staatsfonds is de grootste aandeelhouder in het Brusselse beurspaleis. Het fonds is de collectieve spaarpot van 650 miljard euro die het Scandinavische land sinds 1996 aanlegt met de inkomsten uit zijn natuurlijke rijkdommen.

Terwijl u op de website van De Tijd de Belgische staatsschuld in realtime stelselmatig ziet oplopen - en wij Belgen onszelf zien verarmen - kan u op de homepage van Norges Bank Investment Management (NBIM) toekijken hoe de Noren nog sneller slapend rijk worden.

Vorig jaar haalde het grootste staatsfonds ter wereld een rendement van 15,9 procent, het op een na beste resultaat sinds 2009. Daardoor dikte de Noorse spaarboek met 83,5 miljard euro aan. Dat is een vijfde van het Belgische bruto binnenlands product, de waarde van alle producten en diensten die wij in een jaar tijd produceren. Het is ook vijf keer zoveel als de loodzware besparingsoefening van 17 miljard euro die de nieuwe federale regering de komende jaren op het bord krijgt. Cijfers die doen duizelen.

Het boerenjaar 2013 was te danken aan de hausse op de beurzen. De aandelenportefeuille rendeerde 26,3 procent. Daarmee deden de Noren 2 procentpunten beter dan de MSCI World, de graadmeter voor de mondiale beurzen. De obligaties in het fonds rendeerden een bescheiden 0,1 procent, de vastgoedportefeuille bracht 11,3 procent op.

Sinds de oprichting midden jaren 90 stak de overheid al 400 miljard euro in het fonds, hoofdzakelijk de opbrengst van de olie die zo rijkelijk uit de Noordzee opborrelt. De overige 250 miljard euro zijn de inkomsten uit beleggingen. Het jaarverslag van NBIM meldt een jaarlijks gemiddeld brutorendement van 5,9 procent.

De Noorse regering mag elk jaar 4 procent van die miljardenpot gebruiken om de begroting op te smukken. De rest moet ook de volgende generaties een rustige oude dag garanderen. Een groot verschil met Australië, dat het afgelopen decennium de inkomsten uit een van de langste grondstoffenbooms ooit opsoupeerde. Volgens een topman van de Australische centrale bank ‘om plasmatelevisies te kopen’.

Echt vervelend is die beperking voor Oslo niet. De Noorse begroting boekte vorig jaar een overschot van 13,4 procent van het bbp. De staatsschuld bedraagt maar 26 procent van het bbp. Die schuld is er enkel vanuit de redenering dat een beetje schuld niet ongezond is. Financiële optimalisatie heet zoiets.

Het NBIM zweert bij actief aandeelhouderschap. ‘Vorig jaar alleen al hadden onze fondsbeheerders 2.300 meetings met managementteams. Op meer dan 9.500 aandeelhoudersvergaderingen oefenden we onze stemrechten uit’, zegt woordvoerder Thomas Sevang in een gesprek. ‘Wij stellen bedrijven duidelijke eisen op het vlak van deugdelijk bestuur, rechten van de aandeelhouders, sociale kwesties en de impact op het milieu.’

Een rondvraag bij de Belgische bedrijven leert dat de Noren inderdaad geregeld over de vloer komen. ‘De fondsbeheerders van Norges Bank zijn zowat de enige institutionele aandeelhouders die we bij hun voornaam aanspreken’, getuigt de verantwoordelijke investor relations van een Bel20’er anoniem. ‘We zien ze minstens tweemaal per jaar, meestal naar aanleiding van de resultaten.’

‘De Noren blijken altijd goed op de hoogte van het reilen en zeilen in ons bedrijf en in de sector. Ze vragen ook regelmatig een gesprek met het management’, zegt een andere Bel20-topper. ‘De beheerders komen altijd goed voorbereid en laten duidelijk verstaan welke dingen ze belangrijk vinden zonder het management echt dingen op te leggen.’

Volgens die bronnen komen bestuurskwesties en het milieu weliswaar ter sprake, maar zetten de Noren hun bezorgdheid over deugdelijk bestuur vooral voor het publiek dik in de verf. ‘Er is meer aandacht voor die materie dan vroeger, maar hoogstens 10 procent van de vragen zijn niet-financiële. Dat geldt voor zowat alle institutionele investeerders’, klinkt het.

In de gesloten wereld van het grote institutionele kapitaal probeert NBIM inzake transparantie een pioniersrol te spelen. ‘Wij proberen inzage te verlenen in alle aspecten van ons beheer, omdat onze investeringen de toekomstige generaties toekomen’, legt woordvoerder Sevang uit. Op de website is vrij eenvoudig terug te vinden dat 3,4 miljard euro Noors kapitaal op de Brusselse beurs geïnvesteerd is. De Noren bezitten daarmee 1,2 procent van alle Belgische aandelen en steken nipt het Amerikaanse BlackRock, de grootste vermogensbeheerder ter wereld, naar de kroon.

Toch moeten we in de stevige Noorse appetijt voor Belgische aandelen geen uitgesproken voorkeur voor ons land lezen. Het overheidsmandaat verplicht Norges Bank 60 procent van het fonds in aandelen te beleggen, 35 procent in obligaties en 5 procent in vastgoed.

‘We moeten in de meeste markten, landen en munten investeren om een brede blootstelling aan de groei van de wereldeconomie te realiseren’, zegt Sevang. ‘En ons mandaat verbiedt grotere belangen dan 10 procent in hetzelfde bedrijf.’

De enorme omvang van het fonds, de focus op aandelen en de beperking op de omvang van de participaties maken dat de Noren weinig selectief te werk kunnen gaan. Gemiddeld bezit Noorwegen 1,3 procent van elk beursgenoteerd bedrijf ter wereld. Voor Europa is dat zelfs 2,5 procent.

In de portefeuille van de Noren zitten 57 Belgische bedrijven, bijna de helft van alle namen op het Brusselse koersenbord. Met een belang van 4,8 procent is Telenet de grootste positie. Daarnaast zijn er grote participaties in Bel20’ers als AB InBev, Delhaize, Ackermans & van Haaren en Cofinimmo.

Het volgende voorbeeld kan een beter idee geven van de omvang van de Noorse posities. Met veel hard labeur bent u er in geslaagd 250.000 euro bijeen te sparen. Daarop beslist u - wat voor alle duidelijkheid niet verstandig zou zijn - om al uw geld in Telenet te investeren. Dat maakt u de trotse eigenaar van 5.869 aandelen of zowat 0,005 procent van het kapitaal. Uw positie is daarmee helaas wel nog zo’n 900 keer kleiner dan de Noorse en u heeft ook niets in de pap te brokken.

Norges Bank daarentegen kan zich wel laten gelden. Begin 2013 sprak het fonds zich als eerste grote aandeelhouder uit tegen het overnamebod van moederbedrijf Liberty Global op Telenet. Kort nadien volgden andere institutionele spelers het Noorse voorbeeld, waardoor Liberty-topman John Malone zijn plannen mocht opbergen. Een ‘nei’ uit Noorwegen blijft niet zonder gevolg, zoveel is duidelijk.

NBIM kent een zekere traditie van actief aandeelhouderschap. Maar de gigantische Noorse spaarpot wil nog verder gaan. ‘Vandaag komt de belegger pas de dag na de aandeelhoudersvergadering te weten hoe wij stemden. Wij willen onze stemintentie voortaan al vooraf bekend maken’, kondigt Sevang aan. ‘Op die manier willen we bijdragen aan goed functionerende markten en aan de promotie van verantwoord investeren.’

Volgens ISS Europe-topman Jean-Nicolas Caprasse gaat het om een heel opvallend initiatief. ISS, voluit Institutional Shareholder Services, bereidt de aandeelhoudersvergaderingen van 39.000 bedrijven wereldwijd voor en verleent zijn klanten, waaronder Norges Bank, stemadvies. ‘Het bewijst dat de Noren hun rechten, maar ook hun plichten, als aandeelhouder heel ernstig nemen. Dat is een algemene tendens bij institutionele spelers.’

Uit cijfers van ISS blijkt dat stemmen stevig in de lift zit. In 2008 bracht gemiddeld maar 43,5 procent van het kapitaal van beursgenoteerd Brussel zijn stem uit. Vorig jaar was dat al opgelopen naar 54,1 procent, nog steeds een pak onder het Europese gemiddelde van 65,5 procent.

Caprasse plaatst wel een stevige kanttekening bij de cijfers: ‘De stijging is enkel toe te schrijven aan de grote spelers die vaker present tekenen. Het aantal kleine aandeelhouders dat stemt, blijft dalen.’

De officiële lezing is dat NBIM verantwoord wil investeren en daarom zijn stemintentie bekend wil maken. Maar het voorbeeld van Telenet toont dat ook minder altruïstische motieven spelen. In veel bedrijven is het aandeelhouderschap sterk verdeeld. Door zich publiek uit te spreken vóór een stemming hopen de Noren andere ‘grote jongens’ aan hun kant te krijgen en meer te kunnen wegen op ‘hun’ bedrijven.

Publieke standpunten innemen is geen onbeproefde tactiek. Denk maar aan de beruchte aandeelhoudersactivist Chris Hohn, die in 2007 met een belang van 1 procent en een vlammende brief de overname van het Nederlandse bankconglomeraat ABN AMRO forceerde. Het enige, niet onbelangrijke, verschil met gehaaide activisten als Hohn is dat het Noorse staatsfonds niet zozeer op een snelle winst uit is, maar vooral op aandeelhouderswaarde op lange termijn. Dat is logisch: de spaarpot van de Noren moet ook na de opdroging van de Noordzeeolie nog generaties meegaan.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud