Vaarwel KIID, welkom KID

Wie geld stopt in een fonds, wordt geacht het KIID te lezen. Binnenkort wordt dat een KID. ©ANP XTRA

Het document waarvan u geacht wordt het te lezen voor de aankoop van een fonds, ondergaat een metamorfose. U krijgt meer transparantie in de kosten, maar de historische rendementen verdwijnen van het papier.

‘Na de financiële crisis was het duidelijk dat het vertrouwen van kleine beleggers hersteld moest worden’, zegt Joachim Aelvoet, country director products & solutions van ABN AMRO Private Banking België. ‘Daarnaast was het ook cruciaal dat de kleine belegger beter beschermd zou worden. Vanuit die filosofie zag de Essentiële BeleggersInformatie (EBI) voor beleggingsfondsen het levenslicht.’ De Essentiële Beleggersinformatie, meestal aangeduid met de Engelse term Key Investor Information Document (KIID) bevat twee A4-pagina’s met informatie over kosten, rendementen en risico’s en werd op 1 juli 2012 in België verplicht. Het is de opvolger van het vereenvoudigde prospectus.

Waarom een nieuw document?

Met de KIID kunnen beleggers op een uniforme manier fondsen met elkaar vergelijken, zelfs uit verschillende Europese landen. Maar wat dan met de vele andere mogelijke beleggingen zoals levensver- zekeringen met een beleggingscomponent (tak23) of gestructureerde producten? In een ideale wereld kan de belegger de verschillende beleggingen op uniforme wijze met elkaar vergelijken. ‘Dat heeft geleid tot de PRIIPS-verordening’, zegt Aelvoet. ‘Het basisprincipe van die wetgeving is een kort basisdocument te maken waarmee de klant alle essentiële informatie heeft om op een geïnformeerde manier te beleggen in alle verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten.’

Het gaat hier om het Essentiële Informatie Document, kortweg EIB. Maar meestal vind je het document terug onder zijn Engelse naam, Key Information Document, kortweg KID. Het KID is dus niet verplicht voor rechtstreekse beleggingen in aandelen of obligaties. Maar wel als die belegging ‘verpakt’ is in een fonds, een verzekering of een gestructureerd product.

Het is een gemis dat historische rendementen niet opgenomen worden in het KID. Maar ik verwacht ze wel nog in de factsheets van fondsbeheerders.
Joachim Aelvoet, ABN AMRO Private Banking

Wie dit jaar al in een tak23-fonds belegde, heeft in principe al kennisgemaakt met het KID. Maar wie in een gewoon fonds belegt, komt nog steeds het KIID tegen. ‘Door het gelobby van fondsenbeheerders en doordat het KIID al bestond, hebben gewone fondsen meer tijd gekregen en moeten ze het KID pas opstellen vanaf 31 december 2019’, zegt Aelvoet.

Voor alle duidelijkheid: fondsenhuizen die sneller willen schakelen, mogen dat niet. Iedereen maakt tegelijk de overstap. Maar vanaf 2020 krijgt iedereen bij elke ‘verpakte belegging’ hetzelfde document voor ogen: het KID. Een opsomming van de overeenkomsten en de verschillen tussen beide documenten.

De gelijkenissen tussen KID en KIID

‘Beide documenten moeten uiteraard accuraat, eerlijk en duidelijk zijn’, zegt Aelvoet. ‘Ze moeten beide tijdig verstrekt zijn aan de retailbelegger voordat de transactie heeft plaatsgevonden. En beide documenten moeten opgesteld worden door de producent (bijvoorbeeld de fondsbeheerder, red.). De producent is verantwoordelijk voor het up to date houden van de informatie. Ten slotte moeten beide documenten in de officiële landstalen worden opgesteld.’

Zowel in het KID als in het KIID moet de producent een risicoscore geven van het product gaande van 1 (laag risico) tot 7 (hoog risico). De methodologie verschilt echter grondig. Koop je Carmignac Patrimoine via het verzekeringsjasje van Argenta, dan kom je risicoscore 3 tegen. Koop je het fonds rechtstreeks zelf, dan kom je risicoscore 4 tegen.

In de bestaande KID’s van tak23-fondsen krijgen beleggingen doorgaans een defensiever tintje. Dat heeft twee redenen. Ten eerste houdt het KIID altijd rekening met een looptijd van vijf jaar. Bij een KID kan dat langer zijn, zeker bij aandelenfondsen, waardoor het risico daalt. Ten tweede houdt de risicoscore in een KID niet alleen rekening met het risico van de belegging, maar ook met dat van de verzekeraar. Het is uiteindelijk de verzekeraar die u op het einde van de rit moet uitbetalen. Een solide verzekeraar levert een lagere risicoscore op.

De verschillen tussen KID en KIID

Een van de grootste verschillen is dat het KIID historische rendementen toont van het fonds terwijl het KID werkt met prestatiescenario’s. In de toekomst zullen fondsenhuizen vier scenario’s moeten uitwerken: stressscenario, ongunstig scenario, gematigd scenario en gunstig scenario. Voor elk scenario worden rendementen ingeschat na drie looptijden: 1 jaar, de ‘aanbevolen periode van bezit’ en een looptijd daar tussenin. De rendementen worden zowel in procent als in euro weer- gegeven. Daarbij wordt steeds uitgegaan van een investering van 10.000 euro.

De verzekeraar of de fondsbeheerder moet dus een aanbevolen periode van bezit bepalen. Dat is nieuw. Hij is daar redelijk vrij in. Bij de lectuur van de financiële bijsluiter van vele tak23-producten die geënt zijn op Carmignac Patrimoine, zien we een aanbevolen periode van bezit die varieert van 3 tot 8 jaar. In een aparte sectie wordt extra uitleg gegeven over de periode van bezit.

‘Op de introductie van toekomstige rendementen is door de fondsenindustrie fors gereageerd, gezien de complexiteit van de oefening en de mogelijks beperkte relevantie daarvan’, zegt Joachim Aelvoet. Aelvoet is persoonlijk een voorstander. ‘Het verplicht de producent om aan de klant een inschatting te geven wat hij kan verwachten. Ik begrijp zeker dat dit niet evident is om te doen, maar als het voor de producent moeilijk is dan is het voor de retailbelegger nog moeilijker. Daarbij is het natuurlijk cruciaal dat de belegger niet enkel naar die cijfers kijkt, net zoals hij dat voor de historische rendementen ook niet moet doen’, zegt Aelvoet.

In een KID zie je de toekomstige rendementen van een fonds, in functie van scenario's. ©Mediafin

‘Het is natuurlijk ook een gemis dat historische rendementen niet mee opgenomen worden in het KID. Die geven namelijk wel een indicatie van hoe de beheerder het gedaan heeft in de afgelopen jaren. Ik verwacht die informatie echter nog altijd op de factsheets van de fondsenbeheerders. We mogen bovendien ook niet vergeten dat de historische rendementen ook niet zaligmakend waren. Je krijgt namelijk de rendementen van het fonds en niet van de beheerder. Je kan ook niet zien aan die historische rendementen wanneer de strategie veranderd is’, vervolgt Aelvoet.

Een tweede groot verschil tussen beide documenten is de weergave van de kosten. Het KIID geeft momenteel informatie over de lopende kosten, in procent en op jaarbasis. Die worden dagelijks verrekend via de intrinsieke waarde van het fonds. De lopende kosten omvatten niet alleen de beheervergoeding, maar ook nog andere kosten zoals audit en administratie. ‘De invoering van de lopende kosten via het KIID was een stap in de goede richting. Toch is ook dat niet volledig. De transactiekosten binnenin het fonds zitten daar namelijk niet (altijd) in’, zegt Aelvoet.

In een KIID zie je de historische prestaties van een fonds, in vergelijking met een referentie-index. ©Mediafin

Bij het KID zal de belegger die informatie niet alleen terugvinden (inclusief transactiekosten), hij of zij zal kunnen aflezen wat de impact is op het rendement bij verkoop na een jaar, na de aanbevolen periode van bezit en daar tussenin. Dat zowel in euro’s als in percentage. ‘Dat maakt het veel tastbaarder voor de kleine belegger’, zegt Aelvoet.

Tot slot moet in het KID vermeld worden wat de doelgroep is voor het beleggingsproduct. Dat alles heeft tot gevolg dat het KID één of twee pagina’s meer telt dan het KIID.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content