Blijft de Chinese motor mooi draaien?

Na een plensbui lopen mensen in het shoppingdistrict in Peking. ©AFP

Bij het heropstarten van de economie heeft China al snel zijn rol van ‘fabriek van de wereld’ weer opgenomen. Vraag is of de industriële productie in augustus verder is toegenomen.

Na een krimp in het eerste kwartaal, waarin China in de ban was van het coronavirus, zat de industriële productie van de Volksrepubliek sinds april weer op het groeipad. In juli was er een toename met 4,8 procent, wat evenveel was als in juni. Economen hadden weliswaar nog een iets hoger cijfer verwacht - ze rekenden op 5,2 procent - maar toch is duidelijk dat de Chinese fabrieken sneller dan andere delen van de economie hersteld zijn van de coronaklappen.

In augustus zou de industrie van de Volksrepubliek nog een tandje hebben bijgestoken. Economen gaan volgens Bloomberg uit van een groei van 5,1 procent van de industriële productie. Het cijfer wordt al om 4 uur dinsdagmorgen gepubliceerd.

Onzekerheid

Tegelijk met de industriële productie krijgen we ook cijfers over de Chinese kleinhandelsverkopen. Die kwamen in juli vrij zwak uit met een daling van 1,1 procent tegenover een jaar eerder, terwijl analisten net een lichte groei van 0,1 procent hadden verwacht.

Ook de maanden juni (-1,8%) en mei (-2,8%) leverden dalende cijfers op. De Chinese consument houdt dus al langer de knip op de beurs. Wellicht speelt onzekerheid een rol. China werd al herhaaldelijk geconfronteerd met nieuwe, lokale corona-uitbraken. Ook het aanslepende handelsconflict met de Verenigde Staten weegt op het gemoed.

Analisten waarschuwen ook al langer dat de aanvoer van producten in China de vraag overtreft. De overheid slaagt er maar niet in om de Chinezen meer te doen spenderen.

Voor augustus verwachten door Bloomberg gepolste economen een stabilisering van de kleinhandelsverkopen. Sinds begin dit jaar zouden ze wel al met 8,8 procent teruggevallen zijn.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud