Onzekerheid alom

(tijd-nieuwslijn) De Europese aandelenmarkten hebben de eerste week van december met verlies ingezet. Toenemende onrust in het Midden-Oosten, de aanvraag tot gerechtelijk akkoord door de Amerikaanse groep Enron en in mindere mate de aanhoudende financiële problemen van Argentinië wogen op het beursklimaat. De bankwaarden moesten het ontgelden, net als de telecomsector. De opvallendste winnaars waren de petroleummaatschappijen, die garen sponnen bij de hogere olieprijs. De verliezen werden wel kleiner tegen sluitingstijd, onder invloed van gunstige macrocijfers uit de VS.

Vooral de forse stijging van de NAPM-index, die de plannen van de Amerikaanse aankoopdirecteurs van grote bedrijven uitdrukt, zorgde voor een zeker herstel van het vertrouwen.

De DJ Euro Stoxx50 sloot uiteindelijk 0,35 procent lager op 3.645,60 punten. De DJ Europe Stoxx50 moest een verlies van 0,4 procent tot 3.555,83 punten incasseren. Bij de Euronext 100 ging er 0,4 procent af tot 770,22 punten. Twee individuele beurzen, Zürich en Frankfurt, sloten onveranderd. Elders lagen de verliezen tussen 0,3 procent en 0,9 procent.

Op het bedrijvenfront bleef het maandag eerder rustig. Alle aandacht ging naar de Amerikaanse energiehandelaar Enron die zondag in New York het gerechtelijk akkoord aanvroeg. Door deze zaak stonden ook de bankaandelen weer in de belangstelling. Beleggers hebben immers vragen bij het toenemend volume slechte leningen.

Grote verliezers waren de bankwaarden. Barclays en ING, die allebei flinke verliezen lijden door de Enron-affaire, zakten respectievelijk 2,9 procent tot 2.088 pence en 2,7 procent tot 28,4 euro. ABN AMRO zei vorige week dat mogelijk 110 miljoen euro moet worden gereserveerd om Enron-verliezen te dekken. Het aandeel verloor 2,5 procent tot 17,7 euro. Royal Bank of Scotland gaf geen informatie vrij over haar blootstelling, maar verloor 2,1 procent tot 1.591 pence.

Onder druk van de Argentiniëlink ging er bij de Spaanse bank BSCH in de loop van de dag 3,8 procent af, maar het aandeel sloot met een kleine winst van 0,2 procent op 9,54 euro. BSCH bezit onder meer de Argentijnse Banco Rio de la Plata. Zijn concurrent Banco Bilbao, de eigenaar van Banco Frances in Argentinië, sloot wel negatief, 1,1 procent lager op 13,59 euro.

Bij de telecomaandelen kostte de Argentijnse connectie Telefónica 2,6 procent tot 14,70 euro. In dezelfde sector verloor Deutsche Telekom 1,6 procent tot 18,85 euro. Op 1 december liepen lock-upovereenkomsten met de aandeelhouders van het voormalige VoiceStream Wireless af, waardoor voor 5 miljard euro aandelen Deutsche Telekom op de markt kunnen worden gegooid.

De onzekerheid bij de beleggers speelde ook in het nadeel van de telecomproducenten. Alcatel boerde 2,9 procent achteruit tot 19,79 euro en gaf daarmee de winst van vorige week vrijdag weer prijs. Bij Nokia ging er 1,7 procent af tot 25,67 euro. De bestelling van ruim 1 miljard dollar die de Finse mobilofoonproducent in de wacht sleepte bij Cingular Wireless, leek de beleggers niet te imponeren.

In de chemiesector moest Rhodia een verlies van 9,5 procent slikken tot 9,67 euro. Volgens berichten in de Franse media heeft het Nederlandse DSM de plannen voor een bod op Rhodia definitief opgeborgen. Vorige maand liet het Zwitserse Clariant ook al een overeenkomst met Rhodia vallen. Het afhaken leverde DSM een winst op van 1,9 procent tot 40,55 euro.

Winst was er ten slotte ook in de petroleumsector. De toenemende spanningen in het Midden-Oosten wakkeren de vrees aan dat de oliebevoorrading zou kunnen worden verstoord. De olieprijs ging daarop hoger en daar profiteerden de petroleumwaarden van. TotalFinaElf won 2,3 procent tot 145,8 euro, het Italiaanse ENI 1,8 procent tot 13,297 euro en Koninklijke Olie 1,3 procent tot 54,7 euro. SVB/KL

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud