Bescherming woonst zelfstandige is juridisch mijnenveld

-- Zelfstandigen kunnen sinds kort voorkomen dat schuldeisers beslag leggen op hun privéwoning. Daarvoor moet de zelfstandige een verklaring afleggen bij de notaris. Wie komt daarvoor in aanmerking? En tegen welke schuldeisers kan men zich indekken?

De nieuwe wet gaat regelrecht in tegen een van de grondvesten van ons Belgisch verbintenissenrecht, namelijk het beginsel dat het ganse vermogen van een schuldenaar in principe als onderpand dient voor zijn schulden. 'Als uitzonderingsmaatregel moet dat wetgevende initiatief dan ook restrictief worden toegepast en geïnterpreteerd', zegt Eric Spruyt, geassocieerd notaris en professor aan de Fiscale Hogeschool (Ehsal) te Brussel.

voor wie?

Alleen natuurlijke personen die in België een beroep uitoefenen, komen in aanmerking. Ze moeten dat in hoofdberoep op zelfstandige basis doen. Ze mogen dus niet door een arbeidsovereenkomst of door een statuut verbonden zijn.

In de praktijk geldt de wet voor zelfstandige handelaars en ambachtslui en voor vrije beroepers. Zelfstandigen in bijberoep of gepensioneerden met een toegelaten activiteit vallen uit de boot.

En wat met bestuurders, zaakvoerders en andere vennootschapsmandatarissen? 'Als bewezen kan worden dat ze niet ondergeschikt zijn, komen ze ook in aanmerking', zegt Spruyt. Maar niet iedereen zit op dezelfde golflengte. 'We lazen al een commentaar van een bankjurist - verwijzend naar Frankrijk dat als voorbeeld gold voor onze wetgever - die meent dat bestuurders en zaakvoerders niet van de bescherming kunnen genieten.'

Wat?

Enkel de feitelijke hoofdverblijfplaats kan men onbeslagbaar verklaren. Dat is de plaats waar de zelfstandige effectief het grootste deel van het jaar verblijft. Dat is niet noodzakelijk de wettelijke woonplaats. Andere onroerende goederen dan de hoofdverblijfplaats, zoals het tweede verblijf of een opbrengsteigendom, komen dus niet in aanmerking.

In principe is de aard van het recht dat de zelfstandige op de hoofdverblijfplaats heeft, niet relevant. Het kan gaan om de woning waarvan de zelfstandige de volle of de blote eigenaar is, het vruchtgebruik of een recht van opstal of erfpacht op bezit. Het loutere recht van gebruik of van bewoning wordt wel uitdrukkelijk uitgesloten in de wettekst.

De zelfstandige hoeft niet noodzakelijk alleen de eigenaar te zijn van de hoofdverblijfplaats. Heeft hij slechts een onverdeeld aandeel in de woning, dan kan dat perfect onbeslagbaar worden verklaard. De zelfstandige doet er ook goed aan om regelmatig na te gaan of de bescherming nog volstaat. Stel, een zelfstandige bakker is blote eigenaar van een woning. Sinds het overlijden van zijn vader heeft zijn moeder het totale vruchtgebruik op diezelfde woning. Jan laat zijn blote eigendomsrecht onbeslagbaar verklaren. De dag dat zijn moeder sterft, dooft haar vruchtgebruik uit en wordt Jan automatisch volle eigenaar. 'Op dat moment is het aangewezen dat Jan zijn oorspronkelijke verklaring van onbeslagbaarheid (die beperkt was tot de blote eigendom) aanvult met een nieuwe aanvullende notariële verklaring zodat nu ook de volle eigendom afgedekt wordt', adviseert de notaris.

Gemengd gebruik

En wat als de hoofdverblijfplaats tegelijk gebruikt wordt als woning en voor beroepsdoeleinden? Beslaat de beroepsmatige oppervlakte minder dan 30 procent van de totaaloppervlakte, dan kan men de verklaring van onbeslagbaarheid voor het hele onroerend goed opstellen. Beslaat de beroepsmatige oppervlakte 30 procent of meer van de totaaloppervlakte, dan kan enkel het woongedeelte onbeslagbaar worden verklaard. In dat laatste geval moet de notaris vooraf de statuten van mede-eigendom opstellen.

Hoe?

De enige manier om de hoofdverblijfplaats buiten de schietschijf van de schuldeisers te houden is bij de notaris een authentieke verklaring van onbeslagbaarheid te laten opstellen. Die formaliteit is op straffe van nietigheid voorgeschreven.

Die verklaring bevat een gedetailleerde beschrijving van het onroerend goed en geeft aan welke rechten de zelfstandige precies op dat goed heeft. Is de zelfstandige gehuwd, dan is de toestemming van de echtgenoot of echtgenote vereist, zelfs als het gaat om een 'eigen' goed van de zelfstandige in de huwelijksvermogensrechtelijke betekenis van het woord. Heeft het onroerend goed een gemengd karakter, dan zal de notaris bij de beschrijving in de akte duidelijk het onderscheid moeten maken tussen het woongedeelte en het beroepsmatig gebruikte gedeelte en moet hij de oppervlakte van elk gedeelte opgeven. Allicht zal u dan een landmeter moeten inschakelen.

De notariële verklaring moet men neerleggen bij de hypotheekbewaarder van het arrondissement waar het onroerend goed gelegen is. De hypotheekbewaarder zal de verklaring vervolgens inschrijven in een register. Pas nadat de notariële verklaring in dat register is ingeschreven, kan de onbeslagbaarheid aan derden worden tegengeworpen.

De zelfstandige die ooit een notariële verklaring van onbeslagbaarheid liet opstellen, kan daar later op ieder ogenblik afstand van doen. Dat kan enkel door een nieuwe notariële verklaring in die zin te laten opstellen. 'In de praktijk zal een zelfstandige dat nooit op eigen initiatief doen omdat hij daar persoonlijk niet mee gebaat is. Allicht zal hij het vooral onder druk van anderen doen', redeneert Spruyt. Doet men afstand van de verklaring, dan heeft dat effect ten aanzien van alle schuldeisers van de betrokken zelfstandige. Het lijkt dan of de verklaring nooit heeft bestaan.

Tegen wie?

Een zelfstandige kan zich alleen beschermen tegen beroepsschulden. De zelfstandige die een krediet aangaat om zijn woning te kopen, ziet zijn woning niet beschermd tegen beslag. Gaat diezelfde zelfstandige een louter commercieel krediet aan (bijvoorbeeld om een bedrijfsvoertuig aan te schaffen), dan kan hij zijn woning wel tegen beslag beschermen. Heeft een schuld een gemengd karakter, dan kan de verklaring geen uitwerking hebben. Schulden die voortspruiten uit een misdrijf, zelfs als ze betrekking hebben op de beroepsbezigheid, zijn uitgesloten.

Een zelfstandige kan zich beschermen tegen sociale en fiscale schulden als die uitsluitend betrekking hebben op de beroepsbezigheid. Het gaat onder andere om de sociale bijdragen die verschuldigd zijn aan de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen of aan de nationale hulpkas voor sociale verzekeringen der zelfstandigen of aan de RSZ. Het gaat ook om btw, onroerende voorheffing op materieel en outillage, enzovoort.

De verklaring tot onbeslagbaarheid van de woonst heeft geen gevolgen voor gemengde fiscale schulden die niet uitsluitend betrekking hebben op de zelfstandige beroepsbezigheid, zoals de personenbelasting die berekend wordt op de beroepsinkomsten, de roerende en onroerende inkomsten en de diverse inkomsten.

Als men kan aantonen dat een vennootschap failliet ging door een grove fout van een zaakvoerder of bestuurder, zijn de bijdragen, bijdrageopslagen en verwijlintresten die hij verschuldigd is aan de RSZ door de wet expliciet uitgesloten van de bescherming, zelfs als die een verklaring heeft afgelegd.

Voor hoelang?

Na een faillissement blijft de verklaring van onbeslagbaarheid de volle uitwerking behouden. De curator van het faillissement kan niet in de plaats van en voor rekening van de gefailleerde afstand doen van de verklaring.

Ook na een echtscheiding blijft de verklaring uitwerking hebben op voorwaarde dat het onroerend goed in het kader van de echtscheiding wordt toebedeeld aan degene die de verklaring heeft gedaan. Gaat het beschermde goed naar de voormalige echtgenoot, dan geldt de bescherming niet meer. Ook als de beroepsschulden kunnen uitgevoerd worden op het vermogen van de gewezen echtgenoot, vervalt de bescherming.

Een overlijden van de zelfstandige die de verklaring heeft gedaan, doet de verklaring vervallen. En wat als de zelfstandige het onroerend goed verkoopt? De verkoopprijs van dat onroerend goed is dan niet vatbaar voor beslag ten aanzien van zijn schuldeisers op voorwaarde dat de zelfstandige de verkregen geldsom binnen één jaar herbelegt om een ander onroerend goed aan te kopen waarin hij zijn hoofdverblijfplaats heeft. Gedurende dat jaar moet de verkoopprijs bovendien bewaard blijven in de handen van de notaris die de verkoopakte heeft verleden. De notaris is wettelijk verplicht die verkoopsom voor rekening van de gerechtigde op een afgezonderde 'rubriekrekening' te plaatsen. Ook de nieuw aangekochte hoofdverblijfplaats blijft van de onbeslagbaarheid genieten wanneer de koopakte een verklaring van wederbelegging van de fondsen bevat, tenzij de schuldeisers kunnen bewijzen dat de zelfstandige zijn solvabiliteit opzettelijk heeft verminderd.

Kostprijs?

De wetgever heeft zelf het ereloon vastgelegd dat de notaris voor de notariële verklaring van onbeslagbaarheid mag vragen. Het bedrag daarvan is vastgelegd op 500 euro voor het opstellen van de verklaring en nog eens 500 euro voor de inschrijving. De doorhaling ervan kost eveneens 500 euro.

Die bedragen gelden totdat de wet van 31 augustus 1891 met de tarifering en invordering van de honoraria van de notarissen wordt aangepast aan de nieuwsoortige notariële akte.

Notaris Eric Spruyt kan zich bezwaarlijk een fan van de nieuwe wet noemen. 'De wet als een draak met vele koppen afschilderen is misschien wat overdreven. Maar er zullen zeker nog liters juridische inkt vloeien over dit thema.' Spruyt ziet nog tal van interpretatieproblemen opduiken 'over die nieuwe wetteksten die op een al te snelle draf door het parlementaire halfrond zijn gejaagd gelet op de federale verkiezingen van juni'.

De wetgever wil het persoonlijke risico dat verbonden is aan de uitoefening van een zelfstandige activiteit milderen. 'Door zijn privérisico wat in te dijken hoopt de wetgever de (jonge) burger sneller over te streep te trekken naar het zelfstandig ondernemerschap. Toch lijkt het nu dat de maatregel vooral ten goede komt aan de meer gevestigde zelfstandige die geen behoefte meer heeft aan een bancair krediet en die zijn privéwoning tegenover mogelijke schuldeisers (bijvoorbeeld niet-betaalde leveranciers) wenst af te schermen', zegt Spruyt.

Het laatste woord over de wet is nog niet gezegd. Een flinke boksmatch tussen belangengroeperingen van de bankwereld en van de consumenten- en middenstandorganisaties ligt misschien in het verschiet. Het zal dus nog even duren vooraleer men in deze materie rechtszekerheid kan bieden aan de ondernemende burger. 'Het is nog te vroeg om de verklaring van onbeslagbaarheid te beschouwen als een absolute vrijbrief voor de bescherming van de gezinswoning', zegt Spruyt. De zelfstandige is dus gewaarschuwd.

Nadine Bollen

Advertentie
Advertentie