Centen voor uw studerende kinderen

-- Het nieuwe schooljaar staat voor de deur. Veel ouders associëren september met een dure maand. Een studietoelage kan wat soelaas brengen. Dit en volgend schooljaar zijn er belangrijke wijzigingen voor studietoelagen. Misschien komt ook uw kroost in aanmerking voor de financiële steun van de overheid.

De Vlaamse overheid helpt de studies van uw kinderen te financieren via een studietoelage. Om daar recht op te hebben moet aan bepaalde voorwaarden voldaan zijn.

Inkomensgrens

De sleutel om uit te maken of uw kind al dan niet in aanmerking komt voor een studietoelage is het inkomen. Hoe hoog dat inkomen maximaal mag zijn om een studietoelage te krijgen, hangt af van vele factoren.

De inkomensgrens is in de eerste plaats afhankelijk van het soort gezin of de zogenoemde leefeenheid waar uw kind op 31 december 2007 deel van uitmaakt. Dat blijft niet beperkt tot een klassiek gezin. Ook samenwonenden of alleenstaande leerlingen of studenten vormen een leefeenheid. De personenlast in uw gezin wordt uitgedrukt in punten. Hoe hoger het aantal punten, hoe hoger de inkomensgrens voor een schooltoelage. Elke persoon die fiscaal ten laste is in het gezin telt voor één punt. Toch hebt u vaak meer personen ten laste in uw gezin dan u denkt. Zo telt één ouder altijd mee als een persoon ten laste. Personen met een handicap en studenten hoger onderwijs tellen dubbel.

Het gezinsinkomen wordt berekend aan de hand van het meest recente aanslagbiljet. Voor het komende schooljaar is dat het inkomen 2005, aanslagjaar 2006. Is uw gezinsinkomen intussen fors gedaald, dan kan men ook rekening houden met uw huidige inkomen. Het gezinsinkomen blijft niet beperkt tot het gezamenlijke belastbaar inkomen. Ook 80 procent van het ontvangen alimentatiegeld, niet-belastbare inkomsten (bijvoorbeeld vervroegd vakantiegeld en achterstallig geld), leefloon, inkomensvervangende tegemoetkomingen aan gehandicapten, een niet-belastbare beurs die onderworpen is aan RSZ-bijdrage (doctoraatbeurs), het kadastraal inkomen van andere onroerende goederen dan uw eigen huis en het kadastraal inkomen voor eigen beroepsdoeleinden worden meegeteld. In onderstaande tabel ziet u de inkomensgrenzen in functie van het aantal punten in uw gezin.

Aantal punten Maximum

van uw gezin inkomensgrens (in euro)

0 14.489,77

1 21.399,87

2 26.809,67

3 31.128,50

4 35.811,00

5 41.584,54

6 45.494,18

7 47.585,42

8 49.676,63

9 51.813,26

10 54.086,33

Om te vermijden dat wie veel huizen en gronden heeft onterecht een toelage krijgt, wordt een 'ki-test' gedaan. Hebt u geen vastgoed of enkel uw gezinswoning, dan moet u die test niet doen. De test houdt enkel rekening met het kadastraal inkomen van gebouwen of gronden die u niet gebruikt als eigen woning of voor eigen beroepsdoeleinden. Bij de ki-test wordt het kadastraal inkomen van dat vastgoed vergeleken met uw inkomen. Als dat uitzonderlijk hoog is in vergelijking met uw inkomen, komt u niet in aanmerking voor een schooltoelage.

Aanvraag

U hoeft niet noodzakelijk aan het begin van het schooljaar een toelage aan te vragen. Zowel voor het secundair als voor het hoger onderwijs kunt u dat nog doen tot 30 juni 2008. Maar u krijgt natuurlijk wel sneller uw centen als u uw aanvraag eerder indient.

De aanvraagprocedure is een stuk eenvoudiger geworden. U hoeft uw aanvraag niet meer op papier in te dienen. Dat kan nu ook online op http://www.studietoelagen.be. U kunt uw dossier ook online opvolgen.

Vanaf dit schooljaar kunt u bovendien een 'uniek gezinsdossier' indienen. Voor al uw kinderen in het secundair of het hoger onderwijs kunt u één gezamenlijk aanvraagformulier indienen. Daardoor moet u de gezinsgegevens maar één keer invullen.

Wilt u toch nog een aanvraag op papier indienen, dan moet u wel zelf een formulier aanvragen. Aanvraagformulieren worden niet langer automatisch opgestuurd naar wie de vorige jaren al recht had op een studietoelage.

U moet ook minder attesten bij uw aanvraag voegen. Aanslagbiljetten van het inkomen en de eigendommen en inschrijvingsattesten en attesten met het resultaat van het vorige studiejaar voor een student hoger onderwijs of een leerling secundair onderwijs zijn niet meer nodig.

Kleuter- en lager onderwijs

Voor het schooljaar dat volgende week begint, hebben kinderen in de kleuterschool of lagere school geen recht op een studietoelage. Daar komt vanaf het schooljaar 2008-2009 verandering in. Voor een kleuter kunt u dan 45 euro per jaar ontvangen en voor een leerling lager onderwijs 60 tot 90 euro. In uitzonderlijke gevallen wordt dat zelfs 120 euro.

De Vlaamse overheid heeft wel de wil om het basisonderwijs dit jaar al kosteloos te maken. Leerboeken, schriften, schrijfgerei, kinderboeken, zakrekenmachines, passers, atlassen en muziekinstrumenten worden vanaf dit schooljaar kosteloos ter beschikking gesteld.

Vanaf het schooljaar 2008-2009 worden grenzen gesteld aan uitgaven voor uitstappen. Voor materiaal en eendaagse uitstappen die niet strikt noodzakelijk zijn, mag geen enkele school dan nog meer aanrekenen dan 20 euro per kleuter en 60 euro voor de basisschool. Voorbeelden zijn toneelbezoek, sportactiviteiten of een verplicht abonnement op een tijdschrift. De uitgaven voor meerdaagse uitstappen zoals bosklassen en sneeuwklassen mogen voor elk jaar van de lagere school maximaal 360 euro bedragen.

Secundair onderwijs

Dit schooljaar zijn de inkomensvoorwaarden voor leerlingen van het secundair onderwijs versoepeld. De inkomensgrenzen zijn opgetrokken tot het niveau van die voor toelagen in het hoger onderwijs. Daardoor zullen meer leerlingen in aanmerking komen voor een studietoelage: ongeveer een op de vier leerlingen zal een toelage krijgen.

Tegelijk wordt ook het bedrag van de toelage verhoogd. Afhankelijk van het gezinsinkomen, het aantal personen ten laste en het al dan niet intern zijn van de leerling variëren de toelagen voor het secundair onderwijs van 70 euro tot 2.633 euro per schooljaar. De gemiddelde toelage bedraagt 250 euro.

Dit schooljaar krijgen enkel leerlingen die een voltijdse opleiding volgen een toelage. Vanaf het schooljaar 2008-2009 kunnen ook leerlingen die een deeltijdse opleiding volgen aanspraak maken op een studiebeurs.

In tegenstelling tot wat vroeger het geval was, speelt het al dan niet geslaagd zijn aan het einde van het jaar geen rol voor het toekennen van een studietoelage in het secundair onderwijs. Er is wel een leeftijdsgrens. De leerling mag maximaal 22 jaar oud zijn. Volgt uw kind les in het buitengewoon onderwijs of in de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, dan is er geen leeftijdsgrens.

Nieuw is dat de schooltoelage wordt gekoppeld aan de aanwezigheid op school. Kinderen die te veel spijbelen, kunnen hun recht op een studietoelage kwijtraken. Wie twee schooljaren na elkaar minstens 30 halve dagen ongewettigd afwezig is, verliest de toelage voor het tweede jaar.

Hoger onderwijs

Studenten aan een universiteit of hogeschool kunnen een studietoelage krijgen op voorwaarde dat ze een erkende opleiding volgen. Voor een aantal opleidingen kunt u nooit een studietoelage krijgen. Dat is het geval voor een bachelor-na-bachelor (voortgezette opleiding) of een master-na-master. Voorbeelden zijn opleidingen bij Vlerick Management School of het Instituut Tropische Geneeskunde. Voorbereidings- en schakelprogramma's die u helpen de overgang naar een masteropleiding of een andere vervolgopleiding te maken (bijvoorbeeld een voorbereidend jaar burgerlijk ingenieur) of de specifieke lerarenopleiding aan de hogeschool of universiteit geven wel recht op een toelage.

Het is ook vereist dat de opleiding diplomagericht is. Daardoor komen studenten in het onderwijs voor sociale promotie of aan de Open Universiteit niet in aanmerking voor een studietoelage.

trajecten

Het studietoelagekrediet wordt uitgedrukt in studiepunten. Elke opleiding is goed voor een aantal studiepunten, verspreid over meerdere academiejaren. Per academiejaar kunnen uw kinderen zich inschrijven voor een van de volgende trajecten:

u Een voltijds studietraject bevat 54 tot 66 studiepunten. Voor de berekening van de studietoelage worden 60 studiepunten aangerekend.

u Een halftijds studietraject bevat 27 tot 33 studiepunten. Voor de berekening van de studietoelage worden 30 studiepunten aangerekend.

u In een flexibel traject worden voor de berekening zoveel studiepunten toegekend als waarvoor u effectief ingeschreven bent. Om voor een studietoelage in aanmerking te komen, moet u voor minimaal 27 studiepunten ingeschreven zijn, behalve in het jaar dat u uw diploma haalt. Dan mag het ook minder zijn.

Bij hoger onderwijs, bestaan er de volgende studietoelagekredieten:

u 2 bachelorkredieten. Een tweede bachelorkrediet kunt u pas opnemen na het behalen van een eerste bachelordiploma. Een tweede bachelor is niet hetzelfde als een bachelor-na-bachelor. Dat laatste is een voortgezette opleiding.

u 1 masterkrediet

u 1 krediet voor het volgen van een voorbereidingsprogramma

u 1 programma voor het volgen van een schakelprogramma

u 1 krediet voor het volgen van een specifieke lerarenopleiding aan een hogeschool of universiteit

Uw kinderen kunnen ook een beroep doen op één jokerkrediet. Dat biedt een opvangnet als ze niet geslaagd zijn en hun jaar moeten overdoen of van studierichting willen veranderen (en geen diploma gehaald hebben in de huidige opleiding). Het jokerkrediet telt 60 punten voor de hele studieduur. Het kan worden opgenomen in delen en voor verschillende opleidingen.

Hoe hoog de studietoelage is die u uiteindelijk zult ontvangen, hangt van nog een aantal factoren af. Zo krijgen kotstudenten een hogere toelage. De studietoelage bedraagt minimaal 210,24 euro per academiejaar. De maximale toelage bedraagt 3.253,61 euro voor een kotstudent en 1.952,80 euro voor een niet-kotstudent.

Petra DE ROUCK

Advertentie
Advertentie