Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

Let op wanneer u spaargeld wil terughalen uit buitenland

Wie spaarcenten in het buitenland heeft en die wil repatriëren, riskeert via gedwongen regularisatie toch een heffing van 40 procent te moeten betalen. Dat komt door de strenge toepassing van de omgekeerde bewijslast, waarschuwen fiscaal advocaten.
Het leven van wie kapitaal in het buitenland heeft, is er niet gemakkelijker op geworden, zelfs niet als dat volledig zuiver is. ©Herman Wouters

Recente rechtspraak en een verfijning van een circulaire bij de Nationale Bank hebben het leven van de Belg met kapitaal in het buitenland er niet gemakkelijker op gemaakt. Ook niet als dat kapitaal volledig zuiver is en er geen sprake is van fraude.

De circulaire die de Nationale Bank begin juni publiceerde, verscherpt de antiwitwaswetgeving voor Belgische banken. Die moeten al langer verdachte kapitalen of geldstromen melden aan de Cel voor Financiële Informatieverstrekking (CFI). In de recente circulaire wordt de interpretatiemarge van die regels verkleind door te stellen dat ‘het onaanvaardbaar is dat een financiële instelling die een vermoeden van fraude heeft dat niet meldt aan de CFI omdat ze geen bewijs heeft van de fraude’. Anders gezegd, banken moeten zelfs bij het minste vermoeden van fraude aan de alarmbel trekken, ook al zijn er geen concrete aanwijzingen. De vraag is dan hoe en hoe snel je tot zo’n vermoeden komt.

Volgens Philippe Renier, advocaat bij Renier & Ketels, komt de verstrenging er omdat gebleken is dat Belgische grootbanken en vermogensbanken soms een verschillende invulling gaven aan de antiwitwasverplichtingen. ‘Het perverse effect van de concurrentiestrijd tussen grootbanken en gespecialiseerde vermogensbanken is dat onschuldige burgers het mes op de keel wordt gezet om het kapitaal waarvan de herkomst niet geheel duidelijk is te regulariseren’, schrijft Renier in een opiniestuk in Trends.

Omgekeerde bewijslast

Gerd D. Goyvaerts, advocaat bij Tiberghien, bevestigt dat de kans is toegenomen dat banken cliënten die spaargeld binnenbrengen bij de minste twijfel doorverwijzen naar het Contactpunt Regularisatie (CPR). Daar schuilt volgens Goyvaerts het echte probleem. Hij verwijst naar een recente uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg in Brussel. ‘In het dossier had een echtpaar zich verzet tegen een heffing van 38 procent (dossier van 2018) die het CPR had toegepast op een kapitaal van 143.000 euro. Het kapitaal had het normale belastingregime ondergaan, want het ging om finaal belaste spaargelden uit beroepsinkomsten en een gift van een overleden tante. Maar de rechtbank gaf het CPR gelijk en oordeelde dat niet voldoende werd bewezen dat het kapitaal zuiver was, waardoor toch een heffing werd toegepast’, zegt Goyvaerts.

De rechtbank baseerde zich op de wet van 21 juli 2016, waarin sprake is van een omgekeerde bewijslast. Daarbij moet volgens de rechter de aangever zelf aantonen dat geen sprake is van fraude. Volgens Goyvaerts is het vaak onmogelijk die bewijzen tientallen jaren na datum nog te leveren. ‘In de concrete rechtszaak werden bewijsstukken als stortingsdocumenten en aanslagbiljetten als onvoldoende bestempeld. De rechtbank stelde dat voor de gift van de tante geen enkel bewijs voorlag en dat het dus om een ‘loutere bewering’ ging. Ook de stelling dat een deel van het bronkapitaal gefinancierd was met spaargelden, afkomstig van al belaste beroepsinkomen uit een onderwijzersloopbaan, was volgens de rechter niet bewezen’, zegt Goyvaerts.

Sommige belastingplichtigen opteren beter niet voor een procedure van fiscale regularisatie, want ze moeten een onmogelijk bewijs leveren.
Gerd D. Goyvaerts
Advocaat Tiberghien

De uitspraak van de rechtbank heeft belangrijke gevolgen. ‘Door de bewijslastomkering voor fiscale regularisaties zo streng en rigoureus toe te passen bevindt de aangever zich in een moeilijker positie dan als hij voor de strafrechter zou komen’, zegt Goyvaerts. ‘Sommige belastingplichtigen opteren daarom beter niet voor een procedure van fiscale regularisatie, want ze moeten een onmogelijk bewijs leveren, zoals het vonnis bevestigt.’

Volgens de advocaat is door de uitspraak het vrije kapitaalverkeer in gevaar. ‘Het loutere feit dat in het verleden gelden naar een Luxemburgse rekening werden getransfereerd, blijkt volgens de rechtspraak voldoende om een voor de hand liggende verklaring te negeren’, zegt hij.

Dat banken hun cliënten meer bevragen over de herkomst van oudere bedragen, zelfs op Belgische rekeningen, dreigt de scheeftrekking nog meer in de verf te zetten. ‘Banken weigeren vaak gelden te aanvaarden als de cliënt de legale herkomst niet meer zwart op wit kan bewijzen. In talrijke gevallen kan de cliënt bepaalde documenten niet voorleggen omdat ze simpelweg niet meer bestaan. Die onmogelijkheid dient dan te worden gedocumenteerd, bijvoorbeeld door een attest van een buitenlandse bank, maar dat voldoet in veel gevallen niet’, zegt hij.

Om zichzelf in te dekken passen de banken zelf al de omgekeerde bewijslast toe. ‘Nochtans vereist de antiwitwaswetgeving dat onmogelijke bewijs helemaal niet’, zegt Renier.

De advocaten pleiten voor een herziening van de toepassing van de bewijslast. ‘De vraag is of die nog wel bruikbaar is voor ‘brave’ burgers. Alles wijst erop dat het beter is ze niet meer te gebruiken, behalve dan voor gevallen van ernstige en zware aantoonbare fraude, waar er geen twijfel kan zijn’, luidt het.

De regularisatieprocedure is een vrijwillige procedure. Als in die procedure wordt gestapt, dan geldt de omkering van de bewijslast.

Volgens het CPR was de omkering van de bewijslast een bewuste keuze van de wetgever in 2016. ‘De regularisatieprocedure is een vrijwillige procedure. Als in die procedure wordt gestapt, dan geldt de omkering van de bewijslast. De rechtspraak heeft de visie van het CPR al meermaals bijgetreden als het gaat over de invulling van het begrip ‘normaal fiscaal regime ondergaan’ van fiscaal verjaard kapitaal’, luidt het bij het CPR.

Maar ook die beschrijving in de wet bevat volgens Goyvaerts hiaten. ‘De wet geeft inderdaad aan dat er een aantoonbare fiscale fraude met betrekking tot fiscaal verjaard bedrag moet gepleegd zijn. Maar als een bedrag wordt opgenomen in de aangifte dat niet beantwoordt aan de kwalificatie ‘fiscaal verjaard kapitaal’, kan het ook niet in aanmerking komen voor fiscale regularisatie’, zegt Goyvaerts.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud