Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Uw werkelijke beroepskosten bewijzen wordt nog moeilijker

De voorbije jaren daalde systematisch het aandeel van de loontrekkenden dat in zijn belastingaangifte de werkelijke beroepskosten aangeeft. De coronacrisis zal die trend wellicht nog versterken.
Door de coronarestricties is minder uitgegeven aan restaurantbezoeken, recepties en buitenlandse congressen. ©AFP

Niet het hele beroepsinkomen wordt belast. De kosten die loontrekkenden maken om dat inkomen te verwerven of te behouden mogen ze aftrekken. U hebt bij het invullen van de jaarlijkse belastingaangifte de keuze tussen een kostenforfait of de werkelijke beroepskosten.

De essentie

  • Werkelijke beroepskosten bewijzen heeft maar zin als ze hoger uitkomen dat het kostenforfait. Dat wordt voor de komende aangifte moeilijker.
  • Door het thuiswerk en de onlinemeetings zullen velen minder werkelijke kosten voor het woon-werkverkeer en de professionele verplaatsingen kunnen inbrengen.
  • Door de coronarestricties is ook minder uitgegeven aan restaurantbezoeken, recepties en buitenlandse congressen.
  • Het thuiswerk leidt wel tot hogere kantoorkosten. Maar als de werkgever die kosten vergoedt, kunnen ze niet meer als werkelijke beroepskosten benut worden.

In de in 2019 ingediende aangifte kozen amper 53.623 loontrekkenden - 1,1 procent van het totaal - ervoor de werkelijke beroepskosten te bewijzen, blijkt uit de recentste cijfers van de federale overheidsdienst (FOD) Financiën. Dat waren er ruim een vijfde minder dan het jaar voordien. Tegenover het aanslagjaar 2015 is er een daling met 55 procent. Het kostenforfait is door de jaren gestegen voor veel belastingplichtigen (zie kader). Voor de aangifte die we de komende weken moeten invullen, bedraagt het maximale forfait 4.880 euro.

Vul uw belastingaangifte probleemloos in met de Belastinggids 2021

Voor het aanslagjaar 2019 gaven loontrekkenden die hun werkelijke beroepskosten inbrachten gemiddeld 6.684 euro aan. 'Door de coronacrisis zullen heel wat beroepskosten voor het inkomstenjaar 2020 een heel stuk lager uitvallen dan gebruikelijk', zegt Maxime Deforche van de consultant PwC. 'Zo zijn door het thuiswerk en de onlinemeetings de verplaatsingen met een (bedrijfs)wagen sterk teruggevallen.' De kosten voor het woon-werkverkeer en voor professionele verplaatsingen naar bijvoorbeeld een klant maken doorgaans een belangrijk deel van de werkelijke beroepskosten uit. 

Hogere kantoorkosten

Het thuiswerk leidt wel tot hogere kantoorkosten. Het gedeelte van de verwarmings- en de elektriciteitsfacturen dat toe te wijzen valt aan het beroepsgebruik zal normaliter hoger liggen dan de voorgaande jaren. ‘Maar als de werkgever die kosten op een of andere manier vergoedt, kan je ze niet meer als werkelijke beroepskosten inbrengen', zegt Deforche.

'Werkgevers kunnen sinds april vorig jaar een belastingvrije bureauvergoeding van 129 euro per maand betalen. Die dekt de kosten en het gebruik van een bureau in de privéwoning, en de uitgaven voor de reiniging van uw bureau, water, verwarming en stroom. U moet de ontvangen forfaitaire vergoeding in mindering brengen van de werkelijke kantoorkosten.'

‘Daarnaast voorzien veel werkgevers een laptop en internet om op afstand te werken. Werknemers kunnen dan geen kosten meer inbrengen voor het gebruik van een privé-pc of -internet.’

De strenge coronarestricties sinds maart 2020 laten zich ook voelen voor andere vaak ingebrachte beroepskosten. ‘De uitgaven voor restaurants, recepties, publiciteit en een bijkomende opleiding, studiereis, buitenlands congres of seminarie zullen heel wat lager uitkomen’, zegt Deforche. Om de eventsector een duwtje in de rug te geven tijdens de pandemie werd de aftrek van receptiekosten gemaakt tussen 8 juni 2020 en 31 december 2020 wel opgetrokken van de gebruikelijke 50 naar 100 procent.

Voor wie in het verleden zijn werkelijke beroepskosten inbracht, zal dat mogelijk dit jaar niet voordeliger zijn dan het forfait.

Voor wie in het verleden zijn werkelijke beroepskosten inbracht, zal dat mogelijk dit jaar niet voordeliger zijn dan het forfait. Dat laatste heeft het voordeel van de eenvoud: u hoeft er niets voor te doen. ‘Werkelijke beroepskosten moeten altijd gestaafd kunnen worden, wat toch een zekere administratie vereist. De kans op een belastingcontrole en discussie met de fiscus is bovendien een stuk groter’, zegt Deforche.

Wilt u berekenen of u beter kiest voor de forfaitaire of de werkelijke beroepskosten? Gebruik de tool op www.tijd.be/beroepskosten. U kunt er ook een document printen met uw werkelijke beroepskosten dat u vervolgens bij uw aangifte kunt voegen.

'Kostenforfait door de jaren gestegen'

Zelf uw beroepskosten bewijzen in de belastingaangifte boet aan populariteit in. Meer mensen kiezen dus voor een kostenforfait. Dat laatste is door de jaren heen gestegen voor veel belastingplichtigen, zegt Maxime Deforche van de consultant PwC. 'Dat is niet alleen te danken aan de jaarlijkse indexering van het plafond. Het ligt vooral aan de nieuwe  berekeningswijze van het kostenforfait vanaf het aanslagjaar 2017 en nog eens vanaf het aanslagjaar 2019.'

‘Het kostenforfait wordt berekend als een percentage van het beroepsinkomen. Door een aanpassing van die percentages volstond een lager beroepsinkomen om het maximale kostenforfait te halen.’ In het aanslagjaar 2018 werd het maximale kostenforfait bereikt met een bruto jaarinkomen van 35.113 euro, een jaar later volstond 15.733 euro. Voor de belastingaangifte die de komende weken moet ingevuld worden, bedraagt het maximale kostenforfait 4.880 euro, wat bereikt wordt met een bruto jaarinkomen van 16.266 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud