Netto Het antwoord op al uw geldvragen

12 voorstellen van de regering-De Croo om ons pensioensysteem te hervormen

Behalve het al uitgetekende traject om het minimumpensioen op te trekken tot 1.500 euro werkt de regering-De Croo aan nog meer pensioenhervormingen. Minister van Pensioenen Karine Lalieux (PS) zal in september een concreet voorstel daarvoor op de regeringstafel leggen. Wat mag u verwachten?
©Sierakowski©Isopix

De regering-De Croo is niet de eerste die het pensioensysteem wil hervormen. Logisch, want de uitdaging om de exploderende kosten van de vergrijzing tegen 2040 beheersbaar te houden is allesbehalve nieuw.

35 vragen over uw wettelijk pensioen

  • Voor u berekend: welke gevolgen hebben gezins- en carrièrekeuzes voor uw latere pensioen?
  • Pensioenhervorming: welke plannen heeft de regering-De Croo?
  • Het magische getal: krijgt iedereen nu een minimumpensioen van 1.500 euro?
  • Corona & co.: heeft het virus ook een financiële impact op uw oude dag?

De Pensioengids, zaterdag 20 maart gratis bij De Tijd.

De kabinetsploeg – die met premier Alexander De Croo (Open VLD) en de vicepremiers Frank Vandenbroucke (sp.a) en Vincent Van Quickenborne (Open VLD) drie ex-ministers van Pensioenen in haar rangen telt – wil tegen 2030 de werkgelegenheidsgraad opkrikken tot 80 procent.

Bij de 25- tot 54-jarigen is dat doel al bereikt. Maar ondanks de stelselmatige afbouw van een hele reeks uitstapmogelijkheden blijft de werkgelegenheidsgraad bij 55-plussers steken op amper de helft.

De komende maanden overlegt minister van Pensioenen Karine Lalieux (PS) met de vakbonden en werkgevers over hoe meer mensen langer aan de slag kunnen blijven. De bedoeling is dat werken meer moet lonen voor het pensioen dan niet-werken.

Tegen september 2021 wil ze een concreet maatregelenpakket presenteren aan de ministerraad. De pensioenberekening van ambtenaren, werknemers en zelfstandigen zou naar elkaar toegroeien, zonder dat er wordt geraakt aan de verworven rechten.

In het regeerakkoord staan alvast de volgende ideeën om mensen langer en meer te laten werken, en ze tegelijk te belonen met een royaler pensioen.

1. Verhoging pensioenleeftijd niet terugdraaien

Ze is een doorn in het oog van de vakbonden, maar de stapsgewijze verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd die de regering-Michel in 2014 eenzijdig doorvoerde, wordt niet teruggedraaid. Vanaf 2025 stijgt de wettelijke pensioenleeftijd naar 66 jaar en vanaf 2030 naar 67 jaar.

Van een voordeligere pensioenberekening voor zware beroepen – een dossier waar de regering-Michel haar tanden op stukbeet – is geen sprake meer in het regeerakkoord.

2. Meer jaren effectief werken

De voorwaarden om in aanmerking te komen voor het minimumpensioen worden strenger. Vandaag tellen effectief gewerkte periodes en gelijkgestelde periodes, zoals werkloosheid, nog op dezelfde manier mee om na te gaan of u in aanmerking komt voor het minimumpensioen. Daarvoor is een loopbaan van minstens 30 jaar nodig als werknemer of zelfstandige, en van 20 jaar als statutair ambtenaar. Een werknemer die na tien jaar ontslagen wordt en vervolgens 21 jaar werkloos is, heeft vandaag recht op zo’n minimumpensioen. Terwijl een werknemer of zelfstandige die 29 jaar effectief gewerkt heeft, uit de boot valt. De regering wil dat veranderen.

1.585
euro/maand
Het minimumpensioen voor wie er een volledige loopbaan op zitten heeft, zal vanaf 2024 exact 1.585 euro per maand bedragen.

‘Behalve een minimumloopbaanduur zal er ook een voorwaarde van effectieve tewerkstelling of een equivalente maatregel worden ingevoerd’, aldus het regeerakkoord. In de toekomst moet van die loopbaanjaren een aantal jaar effectief gewerkt worden. Hoeveel precies staat nog niet vast.

3. Pensioenbonus herinvoeren om lokroep van vervroegd pensioen tegen te gaan

Om het vervroegd pensioen te ontraden, zal voor iedereen die aan de slag blijft terwijl die al met vervroegd pensioen kan de pensioenbonus worden heringevoerd. ‘Zodat mensen die langer werken ook meer pensioenrechten opbouwen’, zo luidt het in het regeerakkoord.

4. Deeltijds pensioen invoeren

Om de effectieve loopbaanduur op te trekken, zullen werknemers, ambtenaren en zelfstandigen die voldoen aan de voorwaarden voor het vervroegd pensioen deeltijds met pensioen kunnen gaan. Die optie om op het einde van de loopbaan minder te werken, komt volgens het regeerakkoord boven op de al bestaande eindeloopbaanregelingen, zoals het tijdskrediet eindeloopbaan en de loopbaanonderbreking.

5. Oudere werknemers heroriënteren

Behalve het deeltijds pensioen suggereert het regeerakkoord ook ‘zachte landingsbanen, de vorming en heroriëntatie doorheen de loopbaan, en het bevorderen van overdracht van knowhow tussen generaties van werknemers’. Bedoeling is om de effectieve loopbaanduur van de werknemers op te trekken.

6. Ziektepensioen voor jonge ambtenaren afschaffen

Ambtenaren die op jonge leeftijd lange tijd ziek worden, kunnen in bepaalde gevallen met ziektepensioen gaan. De regering wil die ‘verouderde regeling’ in lijn brengen met de re-integratietrajecten die nu al voor werknemers bestaan.

7. Pensioenongelijkheid tussen mannen en vrouwen verkleinen

Wist u dat?

Ook de hoogste pensioenen gaan er in de toekomst op vooruit. Het loonplafond, het maximale loonbedrag waarop de pensioenen worden berekend, stijgt in lijn met de verhoging van het minimumpensioen.

De regering wil de pensioenongelijkheid tussen mannen en vrouwen zoveel mogelijk verkleinen. Vrouwen bouwen op dit ogenblik meer dan mannen pensioen op via gelijkgestelde periodes zoals tijdskrediet, ouderschapsverlof of werkloosheid. Vaststaat dat de vakbonden de discussie over welke gelijkgestelde periodes op welke manier nog zullen meetellen voor het latere pensioen aan die gendertoets willen onderwerpen.

Om te vermijden dat een relatiebreuk nefast is voor het pensioen van de partner die thuisbleef voor de kinderen, wordt het principe van de ‘pensioensplit’ bestudeerd. De vorige regeringen hadden die ambitie ook al uitgesproken, maar de verdeling van het wettelijk en eventueel aanvullend pensioen bij een scheiding is bijzonder complex.

8. Weduwen en weduwnaren stimuleren om te blijven werken

Een aanpassing van het overlevingspensioen moet vermijden dat wie weduwe of weduwnaar wordt, ontmoedigd wordt om een baan te zoeken.

9. Hoger minimumpensioen

De volgende vier jaar wordt het minimumpensioen in vier fases opgetrokken. Het minimumpensioen bedraagt vanaf 2024 na een volledige loopbaan 1.585 euro per maand (1.979 euro per maand voor een gezinspensioen).

Om het vervroegd pensioen te ontraden, zal voor iedereen die aan de slag blijft terwijl die al met vervroegd pensioen kan, de pensioenbonus worden heringevoerd.

Let op: alleen wie een volledige loopbaan van 45 jaar achter de rug heeft, zal effectief 1.585 euro krijgen. Wie minder jaren op de teller heeft, zal het met minder moeten stellen. Na 40 jaar dienst komt dat bijvoorbeeld neer op 1.580 x 40/45 = 1.404 euro.

De maatregel kost bijna 2 miljard euro. Volgens de Federale Pensioendienst zullen 1,27 miljoen werkenden in aanmerking komen voor dat hogere minimumpensioen. Al zal iedereen in de toekomst sowieso meer jaren aan de slag moeten blijven (zie punt 2).

10. Royalere pensioenen

Ook de hoogste pensioenen gaan erop vooruit. Het loonplafond, het maximale loonbedrag waarop de pensioenen worden berekend, stijgt in lijn met het hogere minimumpensioen.

Het maximale loon dat meetelt voor de berekening van het pensioen van een werknemer bedraagt dit jaar 60.026,75 euro. Tussen 2021 en 2024 zal het elk jaar verder worden verhoogd, en zo in totaal met bijna 10 procent stijgen.

Daar staat wel de ambitie tegenover om ‘de solidariteit tussen de hoogste en de lagere pensioenen te versterken’. Concreter is het regeerakkoord niet, maar het kan betekenen dat de hoogste pensioenen ook meer belastingen zullen moeten betalen.

11. Meer pensioen voor zelfstandigen

Voor de loopbaanjaren tussen 1984 en 2020 worden de zelfstandigenpensioenen niet berekend op het volledige loon, maar op basis van 69 procent van het beroepsinkomen. De correctie tot 69 procent kwam er omdat zelfstandigen minder sociale bijdragen betalen dan werknemers. Ze dragen 20,5 procent van hun inkomen af. Op het brutoloon van een werknemer betaalt een werkgever 25 procent sociale bijdragen. Ook de werknemer zelf draagt nog eens 13,07 procent bij.

Om te vermijden dat een relatiebreuk nefast is voor het pensioen van de partner die thuisbleef voor de kinderen, wordt het principe van de ‘pensioensplit’ bestudeerd.

Hoewel aan de bijdragen zelf niets verandert, is de correctiecoëfficiënt van 69 procent dit jaar afgeschaft. Voor gepresteerde jaren vanaf 2021 wordt het volledige beroepsinkomen meegeteld voor het pensioen.

Een zelfstandige met een jaarlijks inkomen van bijvoorbeeld 30.000 euro bouwt daardoor vanaf 2021 voor elk gewerkt jaar 127 euro extra pensioenrechten op. Wie er een volledige loopbaan van 45 jaar op heeft zitten, zal na de hervorming jaarlijks 5.552 euro meer pensioen krijgen.

Maar niets is gratis: zelfstandigen betalen momenteel minder pensioenbijdragen en van hen wordt in het regeerakkoord ‘meer solidariteit gevraagd bij de financiering van het stelsel’.

12. Iedereen een aanvullend pensioen via de werkgever

Zoveel mogelijk bedienden en arbeiders een degelijk aanvullend pensioen laten opbouwen van minstens 3 procent van hun brutoloon: dat is de ambitie van deze regering. De ‘democratisering van de tweede pijler’ belooft de inzet te worden van een stevig debat tussen vakbonden en werkgevers. Want, terwijl sommigen een zeer royaal bedrijfspensioen opbouwen, is het aanvullend pensioen voor anderen maar een mager beestje. ‘Ik wil de excessen aanpakken en tegelijk iedereen toegang geven tot de tweede pijler’, zei Lalieux daarover eind februari.

Om het rendement van dat aanvullend pensioen zo hoog mogelijk te houden, wil de regering de kosten van de pensioenspaarproducten tegen het licht houden en ‘indien nodig, maatregelen nemen’.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud