Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Breng in 2021 uw aanvullend pensioen uit 2020 in orde

Zelfstandigen konden in 2020 ondanks de coronacrisis volop sparen voor hun aanvullend pensioen. Dat was een van de steunmaatregelen van de regering. Om te waken over uw pensioenopbouw moet u dit jaar stappen ondernemen.

Het hoeft geen betoog dat de coronapandemie zelfstandigen vorig jaar in hun portemonnee geraakt heeft. De regering nam steunmaatregelen om die directe inkomstenterugval op te vangen.

Maar onbedoeld dreigden die maatregelen zelfstandigen te hinderen bij de opbouw van hun toekomstig aanvullend pensioen. Daarom vaardigde de belastingadministratie eind vorig jaar twee omzendbrieven uit met daarin ‘eenmalige, uitzonderlijke en pragmatische’ oplossingen.

Maar daarmee is de kous niet af. Zelfstandigen die hun pensioenopbouw niet aangetast willen zien door de keuzes die ze in 2020 gemaakt hebben, moeten dit jaar nog de nodige stappen zetten.

1 U vroeg uitstel voor uw sociale bijdragen in 2020

Probleem? Geen mogelijkheid om fiscaal voordelig te sparen voor uw aanvullend pensioen via een VAPZ.

Wat staat u te doen in 2021? Dubbele sociale bijdragen betalen, voor 2020 en 2021.

Wat als u dat niet doet? De VAPZ-premies die u stort in 2021 zijn dan niet fiscaal aftrekbaar.

Zelfstandigen die het moeilijk hebben door de coronamaatregelen konden tot 15 december 2020 een jaar uitstel vragen voor het betalen van hun sociale bijdragen. Ongeveer een vijfde van de zelfstandigen in ons land deed dat.

Wie uitstel vroeg, hoeft zich geen zorgen te maken over zijn wettelijk pensioen en andere sociale dekkingen zoals ziekte en arbeidsongeschiktheid. Die blijven intact. Maar het uitstel dreigde wel ongunstige gevolgen te hebben voor het aanvullend pensioen in het systeem van het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ).

Zelfstandigen kunnen de betaalde VAPZ-premies fiscaal in mindering brengen van hun inkomsten, waardoor ze een besparing opleveren tegen het hoogste belastingtarief en waardoor ze ook minder sociale lasten moeten betalen. Op die manier kan een zelfstandige tot 63 procent van zijn VAPZ-premie recupereren. Bijna een half miljoen zelfstandigen sparen via een VAPZ.

Een voorwaarde voor die fiscale aftrekbaarheid in een bepaald jaar is dat de zelfstandige zijn sociale lasten voor dat jaar heeft betaald. En daar knelde het schoentje voor wie uitstel van betaling van sociale bijdragen vroeg in 2020. Daarom beslisten minister van Zelfstandigen David Clarinval (MR) en minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) om die voorwaarde uitzonderlijk te laten vallen voor 2020.

Wie uitstel vroeg, moet in 2021 dubbele sociale bijdragen betalen: de uitgestelde bijdragen over 2020 en de bijdragen over 2021.

Maar uitstel is geen afstel. Wie uitstel vroeg, moet in 2021 dubbele sociale bijdragen betalen: de uitgestelde bijdrage over 2020 en de bijdrage over 2021.

Zelfstandigen betalen de sociale bijdragen aan het socialeverzekeringsfonds (SVF) waarbij ze aangesloten zijn. Het gaat om een jaarlijkse bijdrage, die in vier keer betaald moet worden (per kwartaal). Op jaarbasis gaat het om 20,5 procent van het belastbaar inkomen. Omdat de fiscus de beroepsinkomsten van dit jaar pas twee jaar later vaststelt, betaalt u in 2020 voorlopige bijdragen op basis van de inkomsten uit 2017. Zodra de fiscus uw beroepsinkomsten meedeelt aan uw SVF worden die voorlopige bijdragen geregulariseerd tot uw definitieve bijdragen.

Dit moet u dit jaar concreet doen als u betalingsuitstel voor alle kwartalen gekregen hebt.

  • Voor 31 maart: De sociale bijdragen voor het eerste kwartaal van 2020, de regularisatiebijdragen die vervielen op 31 maart 2020 en de sociale bijdragen voor het eerste kwartaal van 2021 betalen.
  • Voor 30 juni: De sociale bijdragen voor het tweede kwartaal van 2020, de regularisatiebijdragen die vervielen op 30 juni 2020 en de sociale bijdragen voor het tweede kwartaal van 2021 betalen.
  • Voor 30 september: De sociale bijdragen voor het derde kwartaal van 2020, de regularisatiebijdragen die vervielen op 30 september 2020 en de sociale bijdragen voor het derde kwartaal van 2021 betalen.
  • Voor 15 december: De sociale bijdragen voor het vierde kwartaal van 2020, de regularisatiebijdragen die vervielen op 31 december 2020 en de sociale bijdragen voor het laatste kwartaal van 2021 betalen.

Wat als u dat niet doet?

De coronacrisis is nog lang niet voorbij. Slaagt u er niet in de uitgestelde sociale bijdragen van 2020 in 2021 tijdig te betalen, dan verliest u alsnog uw sociale rechten en moet u eventueel ontvangen uitkeringen terugbetalen.

De VAPZ- premies die u in 2020 betaalde, behouden hun fiscale aftrekbaarheid. Maar de VAPZ-premies die u betaalt in 2021 zullen maar fiscaal aftrekbaar zijn als u zowel de verschuldigde sociale bijdragen voor 2021 als de uitgestelde bijdragen van 2020 tijdig betaalt in 2021.

2 U keerde zichzelf minder of zelfs tijdelijk geen loon uit in 2020

Een pak vennootschappen schroefde in 2020 de bezoldiging van zijn bedrijfsleider terug of schrapte die zelfs volledig, minstens tijdelijk. Een aantal bedrijfsleiders deed een beroep op het overbruggingsrecht van de overheid.

Probleem?: Minder marge om fiscaal voordelig te sparen voor uw aanvullend pensioen via een IPT.

Wat staat u te doen in 2021? De te veel betaalde premie voor uw IPT in 2020 overboeken naar 2021 en nagaan hoeveel u dit jaar kunt storten in uw IPT.

Wat als u dat niet doet? De te veel betaalde IPT-premie voor 2020 wordt verworpen.

Dat dreigde het aanvullend pensioen dat de vennootschap opbouwt voor de bedrijfsleider via een Individuele Pensioentoezegging (IPT) te dwarsbomen. De vennootschap kan die premies inbrengen als beroepskosten, op voorwaarde dat de som van het wettelijk en het aanvullend pensioen maximaal 80 procent bedraagt van de referentiebezoldiging die ‘op regelmatige en minstens maandelijkse basis’ aan de bedrijfsleider wordt betaald.

‘Omdat bij een loonsverlaging de referentiebezoldiging en dus ook de 80 procentgrens zakt, rees de vraag of de IPT-verzekering moest worden teruggeschroefd’, zegt Paul Van Eesbeeck, verzekeringsjurist en vennoot bij Vereycken & Vereycken. Meer nog. ‘Als de bezoldiging minstens een maand geschorst werd, dan bestond het risico dat de premies als voordeel van alle aard belast worden bij de bedrijfsleider.’

In een omzendbrief van midden december heeft de belastingadministratie een oplossing uitgewerkt in twee delen.

1. ‘De maanden waarin de bedrijfsleider geen loon uitgekeerd kreeg maar een beroep deed op het overbruggingsrecht worden voor 2020 buiten beschouwing gelaten om te oordelen of sprake is van maandelijkse bezoldigingen’, staat in die omzendbrief.

‘Daardoor is voor bedrijfsleiders die een beroep deden op het overbruggingsrecht en wier bezoldiging minstens een maand werd stopgezet het gevaar op de verwerping van de IPT-premies en de taxatie als voordeel van alle aard afgewend’, zegt Van Eesbeeck. ‘De vraag blijft of dat ook geldt voor bedrijfsleiders die in 2020 aan alle toekenningsvoorwaarden van het overbruggingsrecht voldeden, maar dat recht, soms uit schroom, niet hebben aangevraagd’, zegt hij.

2. ‘Bij overschrijding van de 80 procentgrens worden de premiebetalingen voor 2020 als een voorschot beschouwd op de premie van 2021’, luidt de omzendbrief.

‘Een onuitgegeven en pragmatische oplossing’, zegt Van Eesbeeck. Het deel van de IPT-premies dat door de inkomensterugval de 80 procentgrens overschrijdt, kan via de overlopende rekening naar het volgende boekjaar worden doorgeschoven. Als dat niet gebeurt, dan zal (een deel van) de IPT-premie een verworpen uitgave van 2020 zijn.

Conceptueel lijkt het eenvoudig om een deel van de IPT-premie door te schuiven naar 2021. Maar het is andere koek dat premiegedeelte exact te berekenen.
Paul Van Eesbeeck
Verzekeringsjurist Vereycken & Vereycken

Vennootschappen waarvan het boekjaar gelijkloopt met het kalenderjaar hebben nog enkele maanden om de boeking te verrichten. Voor vennootschappen met een gebroken boekjaar van 1 oktober 2019 tot 30 september 2020 is er haast bij, want de algemene vergadering moet de jaarrekening begin 2021 goedkeuren. Voor vennootschappen met een gebroken boekjaar van 1 juli 2019 tot 30 juni 2020 kwam de omzendbrief te laat. Hun jaarrekening is al neergelegd.

De impact op het IPT-bedrag in 2020

‘Conceptueel lijkt het eenvoudig om een deel van de IPT-premie door te schuiven naar 2021. Maar dat premiegedeelte berekenen is andere koek’, zegt Van Eesbeeck. ‘In verschillende dossiers over de overschrijding van de 80 procentgrens hanteren belastingcontroleurs soms uiteenlopende berekeningsmethoden.’

Stel: een vennootschap stort jaarlijks een premie van 10.000 euro in een IPT waarbij de 80 procentgrens normaal 250.000 euro bedraagt. Als de 80 procentgrens door de terugval van de bezoldiging in 2020 tot 200.000 euro zakt, dan kan 2.000 euro als voorschot voor 2021 worden beschouwd (10.000 x (1-200.000/250.000)).

Maar met welke referentiebezoldiging moet gerekend worden om de grens van 80 procent in 2020 te bepalen? ‘Ook dat is geen exacte wetenschap. Het lijkt aanvaardbaar te rekenen met de effectief toegekende bezoldiging gedurende 2020, ook al was dat inkomen niet in elke maand gelijk’, aldus Van Eesbeeck.

‘Sommigen menen dat bij een loonsverlaging tijdens het jaar de referentiebezoldiging gelijk is aan de laagste maandbezoldiging maal twaalf. Maar dat zou in deze coronatijden merkwaardige resultaten opleveren’, zegt Van Eesbeeck. Als een bedrijfsleider zijn bezoldiging van 5.000 euro één maand schrapt, dan zou de referentiebezoldiging van 2020 55.000 euro bedragen (11 x 5.000 euro). Maar als die bedrijfsleider zijn maandbezoldiging één maand tot 1.000 euro terugbracht, dan zou de referentiebezoldiging terugvallen tot 12.000 euro (12 x 1.000 euro). Dat kan toch niet de bedoeling zijn, aldus Van Eesbeeck.

‘Het overbruggingsrecht dat de overheid betaalde, telt niet mee voor de referentiebezoldiging’, zegt de verzekeringsspecialist. Ontving de bedrijfsleider uit het voorbeeld hierboven het overbruggingsrecht van 1.600 euro voor de maand dat hij zijn bezoldiging stopzette, dan bedraagt de referentiebezoldiging 55.000 euro en niet 56.600 euro (5.000 euro x 11 maanden + 1.600 euro).

Impact op het IPT in 2021.

De omzendbrief noemt het in 2020 betaalde maar naar 2021 doorgeschoven IPT- premiedeel een ‘voorschot’. ‘Dat moet volgens ons niet letterlijk als voorschot gelezen worden, maar als ‘een inhaalpremie’ over 2020’, redeneert van Eesbeeck. ‘Want zolang het maximale pensioenkapitaal niet overschreden wordt, mag het deel van het maximale pensioenkapitaal dat in een bepaald jaar niet gefinancierd werd in principe altijd later in de loopbaan worden gefinancierd.’

Ter verduidelijking grijpen we terug naar het eerdere voorbeeld. De 80 procentgrens bedroeg voor corona 250.000 euro, het IPT voorziet in een pensioenkapitaal van 250.000 euro en de jaarpremie bedraagt 10.000 euro. Stel dat door de inkomstenterugval de 80 procentgrens in 2020 naar nul zakte. Dan moet de 10.000 euro premie van 2020 integraal naar 2021 worden doorgeschoven. ‘Als die 10.000 euro letterlijk als voorschot geldt, dan mag in 2021 geen premie meer worden betaald. Maar dan zal het geprojecteerd pensioenkapitaal van 250.000 euro zakken, naar minder dan 240.000 euro. Nochtans bedraagt de 80 procentgrens bij een normalisering van de bezoldiging in 2021 opnieuw 250.000 euro. Hier klopt dus iets niet’, concludeert Van Eesbeeck.

‘Het overschot wordt beschouwd als een voorschot. Afhankelijk van het type contract kan de vennootschap dat via een bijkomend of aanhangend contract bedingen als back service’, zegt de fiscale administratie. Door die backservicefinanciering kan het maximaal pensioenkapitaal dat in een bepaald jaar niet gefinancierd werd later in de loopbaan gefinancierd worden.

Het voorbeeld veronderstelt dat de bezoldiging van de bedrijfsleider in 2021 normaliseert. Maar de coronacrisis is nog niet voorbij en 2021 kan mogelijk zelfs een moeilijker jaar worden dan 2020 als de financiële reserves verder opdrogen. Als de bezoldiging in 2021 niet normaliseert, dan moeten de IPT-premies toch afgebouwd of mogelijk zelfs stopgezet worden.

De omzendbrief gaat alleen over 2020. Het is nog niet bekend of de belastingadministratie - via een nieuwe omzendbrief - in 2021 dezelfde soepelheid aan de dag zal leggen. Ook voor vennootschappen waar de kwestie van een vermindering of (tijdelijke) onderbreking van de bezoldiging pas in 2021 opduikt, is dat een aandachtspunt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud