Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Haal ook in crisistijd het maximum uit uw aanvullend pensioen

Een aanvullend pensioen opbouwen is een must als u zelfstandige bent, maar het blijft een complex kluwen. De coronacrisis zette nog enkele bijkomende aandachtspunten in de verf.
©Filip Ysenbaert

Werknemers aan wie de werkgever geen of weinig aanvullend pensioen aanbiedt, kunnen sinds vorig jaar het heft zelf in handen nemen. Via het zogenaamde Vrij Aanvullend Pensioen voor Werknemers (VAPW) kunnen ze hun werkgever vragen een deel van hun loon in een pensioenplan te storten. Maar meer dan een jaar na de lancering kiezen nauwelijks enkele honderden werknemers voor dat vrijwillig aanvullend pensioen.

Meer nog dan werknemers hebben zelfstandigen nood aan een aanvullend pensioen, omdat hun wettelijk pensioen veel lager ligt.

De flop van het VAPW staat in schril contrast met het succes van het VAPZ, het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen. Bijna 500.000 zelfstandigen storten jaarlijks op vrijwillige basis een bedrag in deze tweede pensioenpijler. Dat aanvullend pensioen is ook nodig, want het wettelijk pensioen van een zelfstandige ligt nog altijd gevoelig lager dan dat van een werknemer. Een zelfstandige die na een loopbaan van minimaal 45 jaar met pensioen ging in 2018, krijgt gemiddeld een wettelijk pensioen van 1.392 euro uitbetaald. Een werknemer krijgt na een loopbaan van minimaal 45 jaar een brutopensioen van gemiddeld 1.640,10 euro, leren cijfers van de Federale Pensioendienst.

Het succes van het VAPZ heeft ook te maken met de zeer gunstige fiscaliteit. De bijdragen voor het VAPZ kunnen integraal aangerekend worden als beroepskosten. Daardoor betaalt u minder personenbelasting. Bijkomend resulteert een lager netto belastbaar inkomen in minder sociale bijdragen. Het gevolg is dat u makkelijk 65 procent van uw VAPZ-bijdragen kunt recupereren in de vorm van lagere belastingen en sociale bijdragen. Geen enkel ander pensioenspaarproduct levert een groter fiscaal voordeel op.

Een no-brainer lijkt het wel, maar dat betekent niet dat u niet goed moet nadenken op welke manier u als zelfstandige uw aanvullend pensioen opbouwt. De coronacrisis heeft enkele van deze aandachtspunten opnieuw naar boven gebracht.

1/ Bouw bescherming in

De coronacrisis zet het verschil tussen een gewoon VAPZ en een sociaal VAPZ opnieuw in de verf. Bij een sociaal VAPZ bouwt u niet alleen pensioen op, u bent ook in zekere mate beschermd bij ziekte of ongeval.

Terwijl bij een gewoon VAPZ de maximale jaarlijkse storting op 3.291,30 euro uitkomt, ligt die bij een sociaal VAPZ hoger (3.786,81 euro in 2020). Dat komt omdat bij een sociaal VAPZ slechts 90 procent van de storting naar pensioenopbouw gaat. De overige 10 procent wordt gebruikt voor solidariteitsprestaties. Die bieden u bescherming in tijden van onheil.
Zo zal de aanbieder van een sociaal VAPZ bij arbeidsongeschiktheid van de zelfstandige de jaarlijkse VAPZ-bijdragen blijven betalen. Bij een gewoon VAPZ is dat niet het geval. Daarnaast zijn er nog andere dekkingen die verschillen van verzekeraar tot verzekeraar. Verschillende aanbieders dekken bijvoorbeeld een deel van het inkomensverlies bij tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid van de zelfstandige. Er zijn ook sociale VAPZ’s die in een forfaitaire vergoeding voorzien om de kosten van een ernstige ziekte te dekken.

Voor veel zelfstandigen zal het inkomen van 2020 te beperkt zijn om voldoende te kunnen storten in het VAPZ van 2023.
Jannick Beyens
Liantis

Het sociaal verzekeringsfonds Liantis raadt zijn klanten steevast aan voor het sociale VAPZ te kiezen. ‘Ten eerste is het vanuit fiscaal oogpunt een betere keuze omdat je een groter bedrag stort en dus het netto belastbaar inkomen verkleint’, zegt Jannick Beyens van Liantis. ‘Verder biedt het bescherming bij ongeval of eender welke ziekte.’

Liantis geeft het voorbeeld van een zelfstandige die de voorbije drie jaar de maximale VAPZ-bijdrage stortte. ‘Stel dat de gemiddelde bijdrage de voorbije drie jaar 3.733,62 euro was, dan zal de aanbieder van het VAPZ-plan bij arbeidsongeschiktheid jaarlijks 90 procent van die bijdrage (3.360,26 euro) storten in uw pensioenplan. Zolang u arbeidsongeschikt blijft, blijft die storting doorlopen, uiterlijk tot het moment waarop u uw wettelijk pensioen opneemt. Naast een storting in het aanvullend pensioen zult u ook maandelijks een ‘rente’ uitgekeerd krijgen tijdens uw arbeidsongeschiktheid. In dit voorbeeld zou de maandelijkse rente uitkomen op 336,03 euro. Ook die loopt door tot uiterlijk het moment waarop u uw wettelijk pensioen opneemt’, zegt Beyens. In het geval van ernstige ziekte keert Liantis in het bovenvermelde geval ook een eenmalige belastingvrije vergoeding van 6.720 euro uit.

3786,81
euro
De maximale storting in een sociaal VAPZ ligt in 2020 op 3.786,81 euro.

Ondanks die bescherming kiest slechts 22 procent van de zelfstandigen voor het sociale VAPZ, leren cijfers van de toezichthouder FSMA. ‘Deze vorm wordt door klanten inderdaad niet vaak gekozen’, luidt het bij AG Insurance. Een vaak gehoorde reden is dat de uitbetaling pas start na drie maanden en er dus al sprake moet zijn van een langdurige arbeidsongeschiktheid. Bovendien volstaat de rente niet om de inkomensval te compenseren en is een verzekering gewaarborgd inkomen nodig voor wie niet zonder inkomen wil vallen. ‘Ons standpunt is om eerst een sociaal VAPZ op te starten als aanvulling op het wettelijk statuut en bijkomend een verzekering gewaarborgd inkomen te voorzien. Die twee zijn perfect cumuleerbaar’, zegt Beyens.

2/ Benut ook andere pensioenplannen

De maximale stortingsbedragen boven 3.000 euro zijn niet voor iedereen mogelijk. Een tweede drempel bepaalt dat u maximaal een bepaald percentage van uw netto belastbaar inkomen mag storten. Voor een gewoon VAPZ is dat 8,17 procent, bij een sociaal VAPZ is dat 9,40 procent. Een belangrijke kanttekening is dat die percentages berekend worden op het inkomen van drie jaar geleden. Bij een zeer laag inkomen kan er dus drie jaar later heel weinig gestort worden.

‘Voor veel zelfstandigen zal het inkomen van 2020 door de coronacrisis behoorlijk beperkt zijn. Dat zal zeker gevolgen hebben voor de stortingen die zelfstandigen in het VAPZ in 2023 kunnen doen. Die zullen voor velen gevoelig lager liggen’, zegt Beyens.

Wat levert een VAPZ op?

Wat levert een jaarlijkse storting in een VAPZ op? We nemen het voorbeeld van Bram, die 40 jaar is en als zelfstandige start met een sociaal VAPZ. Het jaarlijkse inkomen van Bram bedraagt 45.000 euro. Op basis daarvan besluit Bram het jaarlijkse maximum (3.786,81 euro in 2020) te sparen vanaf 2020. Dankzij het fiscaal voordeel en de lagere sociale bijdragen ligt de werkelijke kost op 1.366,08 euro.
Wanneer Bram met pensioen gaat, zal hij een belangrijk aanvullend pensioenkapitaal opgebouwd hebben. Op basis van de vermelde maximumbijdrage van 3.786,81 euro in 2020, een jaarlijkse indexering aan 2 procent en een jaarlijkse opbrengst van 0,5 procent zal het kapitaal ongeveer 123.085 euro bedragen wanneer Bram 67 jaar is, berekende Liantis. Dat kapitaal kan door winstdeelname hoger uitkomen. Stel dat de winstdeelname 1 procent bedraagt, dan zal het kapitaal aangroeien tot ongeveer 140.705 euro als Bram 67 jaar is.

Daarom is het belangrijk als zelfstandige ook alternatieve pensioenspaarvormen te bekijken. Voor een zelfstandige met vennootschap is dat de succesvolle IPT-verzekering, voor een zelfstandige zonder vennootschap is dat het VAPZNP, beter gekend als de Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen (POZ). De POZ is fiscaal gezien wel minder interessant dan het VAPZ. Zo is er een belastingvermindering van 30 procent, en dus geen aftrekmogelijkheid, en geldt een premietaks van 4,4 procent.

Om die reden kan het voor zelfstandigen zelfs beter zijn om - na het VAPZ - eerst de fiscale pensioenvormen in de derde pijler uit te putten alvorens in de POZ te storten. Het gaat dan om het individuele pensioensparen, waarbij tot 1.270 euro (2020) in een verzekering of een fonds gestort kan worden met een belastingvermindering van 25 procent, of om het langetermijnsparen, waarbij maximaal 2.390 euro gestort kan worden en een lagere premietaks van 2 procent van toepassing is. Het langetermijnsparen kunt u wel enkel doen als de belastingkorf van uw hypothecaire lening niet vol zit.

Vaak is het beter zijn om - na het VAPZ - eerst de fiscale pensioenvormen in de derde pijler uit te putten alvorens in de POZ te storten.

Dat de POZ sinds de lancering in juli 2018 nauwelijks zielen beroert, blijkt ook uit de opgebouwde reserves. Volgens Assuralia gaat het om 60 miljoen euro.

Toch biedt de POZ het voordeel dat u er onbeperkt in kunt storten, zolang u maar binnen de 80 procentregel blijft. Die regel houdt in dat de som van het wettelijk pensioen, het VAPZ en de POZ - omgerekend naar een jaarlijkse rente - niet hoger mag zijn dan 80 procent van het gemiddelde inkomen van de laatste drie jaar van uw loopbaan als zelfstandige. In de praktijk betekent dat evenwel dat de meeste zelfstandigen nog heel wat ruimte hebben om bij te storten.

De berekening van de 80 procentregel is een zeer complexe aangelegenheid. Daarom is het doorgaans de taak van de boekhouder of accountant om daarop toe te zien.

3/ Maximaliseer uw rendement

De rente noteert al enkele jaren op een historisch laag niveau en door de coronacrisis zal dat wellicht nog een lange tijd aanhouden. Dat heeft belangrijke gevolgen voor het rendement dat een VAPZ biedt. Volgens de wet moet een VAPZ bij de pensioenleeftijd een minimumkapitaal uitkeren dat gelijk is aan de som van de nettobijdragen in het VAPZ over de loopbaan. In de praktijk betekent dat dus dat er een kapitaalgarantie geboden moet worden.

Vandaar dat de meeste VAPZ-verzekeringen gebundeld zijn in een tak21-spaarverzekering. Die verzekeringen bieden een gegarandeerde rente en een winstdeelname. Maar door de lage rente liggen die gegarandeerde rentes vandaag zeer laag.

Het VAPZ dat aangeboden wordt door AG Insurance bood in 2019 een totaalrendement van 2 procent. Bij Amonis, dat VAPZ-contracten aanbiedt voor vrije beroepers en dat doet met behulp van een pensioenfonds, lag het totale rendement op 2,15 procent.

Bij POZ is geen wettelijke kapitaalgarantie van toepassing. Verschillende aanbieders bieden daarom een POZ aan in de vorm van een tak23-fonds,

Wie hogere rendementen nastreeft en meer wil participeren in de aandelenmarkten, vindt in de POZ misschien toch een bondgenoot. Deze producten zijn wettelijk niet verplicht tot kapitaalgarantie. Verschillende aanbieders bieden daarom een POZ aan in de vorm van een tak23-fonds, waarbij dus actief deelgenomen kan worden in de aandelenmarkten. Vivium, Allianz en NN zijn voorbeelden. AG Insurance biedt enkel tak21 aan binnen de POZ.

Wie liever vasthoudt aan lage gegarandeerde rendementen, kan het rendement opkrikken door de kosten goed te bewaken. Voor sommige VAPZ-verzekeringen kunnen de instapkosten oplopen tot 7 procent. Het is duidelijk dat die hoge kosten, zeker bij lage rendementen, een flinke hap uit uw pensioenspaarpot nemen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud