Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Laat uw aanvullend pensioen niet verstoren door corona

Zelfstandigen die gebruikmaken van coronasteun kunnen na een beslissing van de regering deze week toch volop sparen voor hun pensioen. Maar niet alle problemen zijn opgelost.
©ANP XTRA

Zelfstandigen die het moeilijk hebben door de coronamaatregelen kunnen tot 15 december een jaar uitstel vragen voor het betalen van hun sociale bijdragen. Bijna 216.000 zelfstandigen hebben al gebruikgemaakt van die mogelijkheid. Dat is ongeveer een vijfde van alle zelfstandigen in ons land.

Voor het wettelijk pensioen heeft dat uitstel geen gevolgen. En dankzij een omzendbrief van de federale regering kunnen zelfstandigen ook op beide oren slapen voor hun aanvullend pensioen. Uitstel van sociale bijdragen brengt de opbouw van hun aanvullend pensioen niet in het gedrang. Toch zijn daarmee niet alle problemen van de baan voor het aanvullend pensioen van zelfstandigen. ‘Bedrijfsleiders die door corona minder verdienen of misschien zelfs enkele maanden moeten terugvallen op het overbruggingsrecht weten nog niet hoe het zit met hun Individuele Pensioentoezegging (IPT)’, zegt verzekeringsspecialist Paul Van Eesbeeck. Het kabinet van minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) geeft aan dat bekeken wordt hoe er ook voor het IPT een oplossing kan komen, zonder er een concrete timing op te willen plakken. Waarover gaat het allemaal?

Uitstel sociale bijdragen

De sociale bijdragen zijn een percentage van de beroepsinkomsten. Omdat de fiscus de beroepsinkomsten van dit jaar pas twee jaar later vaststelt, betaalt u in 2020 eerst voorlopige bijdragen op basis van de inkomsten uit 2017. Zodra de fiscus uw beroepsinkomsten meedeelt aan uw sociaalverzekeringsfonds worden die voorlopige bijdragen geregulariseerd tot uw definitieve bijdragen.

Wie uitstel vraagt, krijgt een jaar extra om die bijdragen te betalen. Concreet moeten voor 31 maart 2021 de sociale bijdragen voor het eerste kwartaal van 2020 en de regularisatiebijdragen van 2018 die vervallen op 31 maart 2020 worden betaald.

De deadline is 30 juni 2021 voor het betalen van de sociale bijdragen van het tweede kwartaal van 2020 en de regularisatiebijdragen van 2018 die vervallen op 30 juni 2020.

De deadline is 30 september 2021 voor het betalen van de sociale bijdrage voor het derde kwartaal van 2020 en de regularisatiebijdragen van 2018 die vervallen op 30 september 2020.

De deadline is 15 december 2021 voor het betalen van de sociale bijdragen voor het vierde kwartaal van 2020 en de regularisatiebijdragen van 2018 die vervallen op 31 december 2020.

Besef wel: wie uitstel vraagt, moet in 2021 dubbele sociale bijdragen betalen: de uitgestelde bijdragen over 2020 én de bijdragen over 2021.

Impact op wettelijk pensioen

Worden de uitgestelde bijdragen binnen de verlengde termijn betaald, dan heeft het uitstel geen invloed op het wettelijk pensioen. Ook de andere sociale dekkingen blijven intact. Als de uitgestelde bijdragen niet betaald worden binnen de verlengde termijn, dan vervallen die rechten alsnog. Het gaat over het recht op gezinsbijslagen, gezondheidszorg, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en moederschapsverzekering, overbruggingsrecht, moederschapshulp, vaderschaps- en geboorte-uitkering en het recht als mantelzorger.

Vrijstelling in plaats van uitstel

Zelfstandigen die het water aan de lippen hebben staan, kunnen in plaats van uitstel een volledige vrijstelling vragen van een of meerdere kwartaalbijdragen en regularisatiebijdragen voor het bijdragejaar 2018.
Een zelfstandige die vrijstelling vraagt, kan in 2020 geen VAPZ- premies aftrekken.
De vrijgestelde kwartalen tellen ook niet mee voor de berekening van het wettelijk pensioen. Tenzij de zelfstandige die kwartalen binnen vijf jaar regulariseert door een afkooppremie te betalen.

Aanvullend pensioen

Meer dan 460.000 zelfstandigen sparen voor hun oude dag via het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ). Daarin kunt u jaarlijks tot 8,17 procent uw nettojaarinkomen storten, geplafonneerd op 3.291,30 euro. Voor het zogenaamde sociaal VAPZ ligt het maximum op 9,4 procent, met een bovengrens van 3.786,81 euro.

De stortingen zijn volledig fiscaal aftrekbaar. Bovendien betaalt de zelfstandige minder sociale bijdragen. Het inkomen waarop de socialezekerheidsbijdrage wordt berekend, wordt verminderd via de premie voor het VAPZ. Op die manier kan een zelfstandige tot 63 procent van zijn VAPZ-premie recupereren.

Die VAPZ- premies zijn echter maar aftrekbaar als sociale bijdragen betaald worden. En daar knelt het schoentje voor wie gebruikmaakt van de maatregel om dit jaar uitstel te krijgen. Daarom heeft minister van Financiën Van Peteghem deze week aangekondigd dit jaar een ‘eenmalige administratieve tolerantie’ toe te staan. Wie dit jaar uitstel vraagt voor zijn sociale bijdragen, zal de in 2020 betaalde VAPZ- premies fiscaal toch mogen inbrengen als aftrekbare beroepskosten.

Maar ook hier geldt: uitstel is geen afstel. De VAPZ-premies van 2021 zullen maar fiscaal aftrekbaar zijn als de zelfstandige volgend jaar zowel de bijdragen van 2021 als de uitgestelde bijdragen van 2020 betaalt.

Probleem voor bedrijfsleiders

Bedrijfsleiders met een vennootschap kunnen naast of boven op een VAPZ ook sparen voor hun aanvullend pensioen via een IPT. De vennootschap betaalt de premies en kan die inbrengen als beroepskosten.

Maar dat kan niet onbegrensd. De som van het wettelijk en het aanvullend pensioen mag niet hoger liggen dan 80 procent van de referentiebezoldiging van de bedrijfsleider. De IPT-premies zijn voor de vennootschap slechts aftrekbaar als ze betrekking hebben op bezoldigingen die op regelmatige en minstens maandelijkse basis worden betaald aan de bedrijfsleider.

‘In deze coronatijden ziet een pak vennootschappen zich echter genoodzaakt de bezoldiging van hun bedrijfsleiders terug te schroeven of zelfs - minstens tijdelijk - te schrappen’, zegt Van Eesbeeck. De commissie voor het aanvullend pensioen zelfstandigen schat het omzetverlies voor ondernemingen gemiddeld op meer dan 30 procent. In bepaalde bedrijfstakken ligt dat nog veel hoger.

‘Bij een loonsverlaging zakken de referentiebezoldiging en de grens van 80 procent, waardoor de IPT-verzekering mogelijk moet worden teruggeschroefd’, zegt Van Eesbeeck.

En daar blijft het niet bij, waarschuwt hij. ‘Als de bedrijfsleider een of enkele maanden terugvalt op het overbruggingsrecht, dan mag daar strikt genomen geen rekening mee worden gehouden voor de berekening van de 80 procentgrens. Want het is niet de vennootschap die dat overbruggingsrecht betaalt. Mogelijk kan in dat scenario zelfs worden gesteld dat er geen sprake meer is van een minstens maandelijkse bezoldiging. En dat kan dan tot gevolg hebben dat de premies als voordeel van alle aard belast worden bij de bedrijfsleider.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud