Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie

Premies aanvullend pensioen dalen voor wie meer verdient

Een verhoging van het loonplafond leidt de komende jaren tot een hoger wettelijk pensioen voor wie meer verdient. De keerzijde van de medaille is dat het mogelijk uitmondt in een lager aanvullend pensioen. Zeker voor jonge werknemers kan de impact groot zijn.
Advertentie
©REUTERS

Het loonplafond wordt gebruikt voor de berekening van het wettelijk pensioen. Per loopbaanjaar bouwt een werknemer een deel van zijn toekomstig wettelijk pensioen op. Daarvoor wordt het brutoloon als basis gebruikt. Hoe hoger dat loon, hoe meer wettelijk pensioen wordt opgebouwd.

Vanaf een bepaald loonplafond resulteert een hoger loon evenwel niet meer in een hoger wettelijk pensioen. Momenteel ligt dat plafond in de buurt van een brutomaandloon van 4.600 euro, maar de regering heeft beslist dat het loonplafond tussen 2020 en 2024 met ongeveer 12 procent moet stijgen, exclusief indexaanpassingen.

12
procent
De federale regering heeft beslist dat het loonplafond tussen 2020 en 2024 met ongeveer 12 procent moet stijgen.

Die stijging is goed nieuws voor wie meer verdient, want hij kan daardoor meer wettelijk pensioen opbouwen. De Federale Pensioendienst becijferde de impact voor een werknemer die zijn loopbaan in 2000 begon en meer dan het loonplafond verdient. In het scenario waarin het jaarlijks loonplafond de komende 25 jaar op 60.026,75 euro blijft - dus zonder rekening te houden met indexeringen en welvaartsaanpassingen - zou die werknemer vanaf de wettelijke pensioenleeftijd een brutopensioen van 2.775 euro per maand krijgen.

In het nieuwe scenario, waarin het plafond tot 2024 wordt verhoogd, loopt dat brutopensioen op tot 2.956 euro, 181 euro per maand extra. Let wel, dat is een brutobedrag. De marginale belastingdruk op dat inkomen loopt al snel op tot 50 procent, wat betekent dat de gepensioneerde mogelijk minder dan de helft van de toename overhoudt.

Ook belangrijk is dat de verhoging alleen geldt als de werknemer een voltijdse job met een loon boven het plafond kan behouden tot de pensioenleeftijd. Voor werknemers die minder verdienen dan het loonplafond heeft de verhoging van het plafond sowieso geen effect.

Keerzijde van de medaille

Ook voor hogere lonen brengt de verhoging van het plafond niet alleen goed nieuws. De keerzijde van de medaille is het aanvullend pensioen dat opgebouwd wordt via de werkgever. ‘De berekening van de premies die gestort worden in het aanvullend pensioen is voor veel werknemers ook afhankelijk van het loonplafond. Een verhoging van het loonplafond leidt dan tot lagere premies’, zegt Franky Stevens, die bij de consultant Mercer bedrijven adviseert over hun pensioenplannen.

Voor jonge werknemers is het verlies aan koopkracht van het aanvullend pensioen groter dan de winst in het wettelijk pensioen.
Franky Stevens
adviseur bij Mercer

Stevens licht de precieze impact toe. ‘In veel gevallen - zeker voor hogere inkomens - wordt de premie berekend in twee schijven: als een vast percentage van het loon onder het loonplafond en als een hoger percentage van het loon boven het plafond. Gemiddeld ligt het eerste percentage rond 3 procent, terwijl het tweede percentage gemakkelijk op 8 procent kan uitkomen. Als het loonplafond verhoogt, dan betekent dat dat de schijf die berekend wordt tegen 8 procent kleiner is, wat ook de totale premie lager doet uitkomen. Daardoor wordt minder aanvullend pensioen opgebouwd’, zegt Stevens.

Fictief voorbeeld

Stel dat een werknemer maandelijks een brutoloon verdient van 5.600 euro, 1.000 euro meer dan het loonplafond. De percentages voor de premieberekening zijn 3 procent (eerste schijf) en 8 procent (tweede schijf).

De premie die in het aanvullend pensioen wordt gestort, bedraagt dan 218 euro (3% van 4.600 euro vermeerderd met 8% van 1.000 euro).

Als het loonplafond wordt verhoogd tot 5.000 euro, daalt de maandelijkse premie - bij gelijkblijvend loon - tot 198 euro (3% van 5.000 euro vermeerderd met 8% van 600 euro).

Door maandelijks minder in het pensioenplan te storten strijkt de werknemer op het einde van de rit minder aanvullend pensioen op.

De vraag is welk effect overheersend is: de toename aan koopkracht van het wettelijk pensioen of de daling aan koopkracht van het aanvullend pensioen.

Stevens deed daarvoor meerdere simulaties en zag enkele duidelijke trends. ‘Voor jonge werknemers zal het verlies aan koopkracht van het aanvullend pensioen groter zijn dan de winst in het wettelijk pensioen’, zegt hij. ‘Naarmate de werknemer (vandaag) ouder is, neemt het verschil af en is zelfs sprake van een positieve netto-impact op de koopkracht.’ Dat jongeren een grotere impact ondervinden, heeft te maken met de wet van de samengestelde interesten. Hoe langer de verlaging van de premie speelt, hoe lager het opgebouwde kapitaal.

Pensioenfiche

Volgens Stevens zijn veel werknemers zich niet bewust van de impact van het hogere plafond op hun aanvullend pensioen. ‘Dat zal pas bovenkomen als ze hun pensioenfiche krijgen en zien dat de premie die ze storten gedaald is. Maar dan is het te laat’, zegt Stevens. Volgens de pensioenspecialist is het daarom belangrijk dat bedrijven daar duidelijk over communiceren, zodat werknemers op de hoogte zijn.

Bovendien hebben bedrijven enkele mogelijkheden om het effect te minimaliseren. ‘De meeste bedrijven koppelen de berekening van de premies aan het loonplafond, maar dat is geen verplichting. Bedrijven kunnen ook beslissen het huidige plafond forfaitair te behouden voor de premieberekening. Of ze kunnen de percentages aanpassen, zodat de premies op hetzelfde niveau blijven. Dat kunnen ze bijvoorbeeld doen bij loononderhandelingen en als vervanging voor een verhoging van het brutoloon’, zegt Stevens.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud