Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Staar u niet blind op minimumpensioen van 1.500 euro

Met de verkiezingsbelofte van 1.500 euro netto minimumpensioen lijkt de regering-De Croo (toekomstige) gepensioneerden beter gezind dan de vorige regeringen. Maar perceptie is niet alles. In de feiten wil ook deze regering dat meer mensen langer werken voor hun wettelijk pensioen.
De nieuwe minister van Pensioenen Karine Lalieux (PS) ©BELGA

Tegen begin september 2021 moet de nieuwe minister van Pensioenen Karine Lalieux (PS) concrete hervormingen voorleggen aan de ministerraad die de stijgende vergrijzingskosten tegen 2040, vooral voor pensioenen, beheersbaar moeten houden.

Het centrale doel is de werkgelegenheidsgraad tegen 2030 op te krikken naar 80 procent. Net als in de regering-Di Rupo en in de regering-Michel is het speerpunt meer mensen langer aan de slag houden. Op het vlak van pensioenen voorziet het regeerakkoord daarom in de volgende maatregelen.

De stapsgewijze verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd die de regering Michel vastlegde, wordt niet teruggedraaid. Tenzij daar tijdens het overleg over de hervormingen in de regering en met de sociale partners anders over beslist zou worden, stijgt de wettelijke pensioenleeftijd vanaf 2025 naar 66 jaar en vanaf 2030 naar 67 jaar. Om vervroegd pensioen te ontraden, wordt voor iedereen die blijft werken terwijl hij wel met pensioen kan de pensioenbonus heringevoerd.

Niets is gratis: van zelfstandigen wordt ‘meer solidariteit in de financiering van het stelsel’ gevraagd

De drie pensioenstelsels voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren moeten naar elkaar toegroeien, zonder te raken aan de rechten die iedereen de voorbije jaren al opbouwde. De berekening van de zelfstandigenpensioenen wordt aangepast zodat ze op hetzelfde niveau komen als die van de werknemers. Maar niets is gratis: zelfstandigen dragen momenteel lagere pensioenbijdragen bij en van hen wordt ‘meer solidariteit gevraagd in de financiering van het stelsel’.

Richting 1.500 euro

Zowel de laagste als de minimumpensioenen gaan omhoog, maar de voorwaarden voor het minimumpensioen worden strenger. Momenteel bedraagt het minimumpensioen 1.291,69 euro voor werknemers en zelfstandigen en 1.392,95 euro voor ambtenaren. Dat wordt geleidelijk verhoogd richting 1.500 euro. Volgens berekeningen van de Federale Pensioendienst profiteren 1,27 miljoen werkenden van die verhoging. Maar niet iedereen komt ervoor in aanmerking:

  • Die 1.500 euro is alleen voor wie een volledige loopbaan van 45 jaar heeft. Het bedrag wordt à rato berekend voor wie minder heeft gewerkt, zoals dat nu ook al gebeurde.
  • De voorwaarden om aanspraak te maken op het minimumpensioen worden strenger. Het vergt een loopbaan van minstens 30 jaar als werknemer of zelfstandige en van 20 jaar als statutair ambtenaar. Daarom heeft wie 26 jaar werknemer was en 19 jaar ambtenaar - en dus aan een loopbaan van 45 jaar komt - toch geen recht op het minimumpensioen. Ook mensen die lange tijd werkloos waren of tijdskrediet hadden, hebben momenteel recht op een minimumpensioen omdat die jaren gelijkgesteld worden als loopbaanjaren. In de toekomst moet van die loopbaanjaren een aantal jaar effectief gewerkt worden. Het ligt nog niet vast hoeveel jaar dat precies moet zijn.

Het pensioenplafond, het maximale loonbedrag waarop de pensioenen berekend worden, gaat omhoog in lijn met de verhoging van het minimumpensioen. Daardoor gaan ook de hoogste pensioenen erop vooruit. Daar staat wel de ambitie tegenover om ‘de solidariteit tussen de hoogste en de lagere pensioenen te versterken’. Concreter is het regeerakkoord niet, maar het kan betekenen dat op de hoogste pensioenen meer belastingen betaald zullen worden.

Pensioenbonus komt terug

Om het vervroegde pensioen te ontraden, wordt de pensioenbonus heringevoerd voor iedereen die blijft werken terwijl hij of zij met vervroegd pensioen kan. Er wordt gewerkt aan zachte landingsbanen en het deeltijds pensioen, boven op de bestaande eindeloopbaanregelingen. Van een voordeligere pensioenberekening voor zware beroepen - een dossier waar de regering-Michel haar tanden op stuk beet - is geen sprake in het regeerakkoord.

Van een voordeligere pensioenberekening voor zware beroepen is geen sprake in het regeerakkoord.

De pensioenongelijkheid tussen mannen en vrouwen moet in de mate van het mogelijke verkleind worden. Een aanpassing van het overlevingspensioen moet vermijden dat wie weduwnaar wordt, ontmoedigd wordt een job te zoeken. Om te vermijden dat een relatiebreuk nefast is voor het pensioen van de partner die thuis bleef voor de kinderen, wordt het principe van de pensioensplit bestudeerd. De vorige regeringen hadden die ambitie ook al uitgesproken, maar de verdeling van het wettelijk en eventueel aanvullend pensioen bij scheiding is bijzonder complex.

Voor het aanvullend pensioen - wat u via uw werkgever spaart - wordt met de sector bekeken hoe de kosten gedrukt kunnen worden, zodat die het potentiële rendement zo weinig mogelijk aantasten.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud