Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Zeven vragen voor uw bankier bij de aankoop van een fonds

Wie met zijn spaargeld meer rendement wil halen dan op een spaarboekje, krijgt van zijn bankier al snel een beleggingsfonds voorgeschoteld. Maar welke vragen stelt u het best aan uw bankier voor u op zo’n fonds intekent?
©Pieter Van Eenoge

Op de Belgische markt zijn meer dan 10.000 beleggingsfondsen geregistreerd. Die zitten verdeeld over meer dan 100 Belgische en buitenlandse fondsenhuizen. De kans dat uw bankier u toegang biedt tot alle 10.000 fondsen is echter heel klein. De meeste banken in België bieden alleen huisfondsen aan. Ook de fondsensupermarkten, die fondsen van verschillende fondsenhuizen aanbieden, beperken zich tot een gedeelte van de markt. Maar zelfs in dat beperkte assortiment is het aanbod groot genoeg om te verzanden in keuzestress.

Uiteraard kunt u vragen dat uw bankier u helpt bij die keuze. Weet dat hij daarbij niet over een nacht ijs mag gaan. Hij is verplicht na te gaan of het fonds geschikt is voor u en hij moet daarvan voldoende bewijs afleveren. Toch is het belangrijk niet blind voort te gaan op het advies van de bank. Enkele kritische vragen kunnen u helpen.

1. Waarin belegt het fonds?

Een voor de hand liggende vraag, maar wel een belangrijke. ‘Beleg alleen in zaken die u begrijpt’, is een adagium dat ook voor fondsenbeleggers opgaat. Want er zijn verschillende soorten fondsen op de markt, de ene al complexer dan de andere. Zo zijn er de fondsen die alleen in aandelen of obligaties of een combinatie van beide beleggen. Daarnaast zijn er ook alternatieve fondsen die beleggen in een combinatie van gesofisticeerdere instrumenten, zoals opties en futures. Voorts bestaan er fondsen met kapitaalbescherming of bodembewaking.

Het adagium ‘Beleg alleen in zaken die u begrijpt’ is ook van toepassing voor fondsenbeleggingen.

Een goed begrip van de werking van het fonds is niet alleen belangrijk om de risico’s goed in te schatten, het helpt ook te begrijpen welk rendement u van het fonds mag verwachten en hoelang u het fonds moet aanhouden. Bij een fonds met kapitaalbescherming is het bijvoorbeeld niet alleen belangrijk om te focussen op de bescherming, maar ook om te begrijpen op welke manier rendement wordt gehaald. Dat laatste raakt vaak ondergesneeuwd waardoor de verwachtingen niet worden ingelost.

2. Hoe presteert het fonds als de beurzen het slecht doen?

Een goede indicator voor het risico van een fonds is zijn prestatie in een dalende markt. Het crisisjaar 2008 is een goed voorbeeld. Ook in 2020 zagen we tijdens de coronacrisis een forse correctie. Door naar de prestaties van het fonds in die periodes te kijken, krijgt u een goed beeld van wat u mag verwachten als zo’n correctie zich in de toekomst nog eens voordoet. Bent u niet bereid zulke verliezen te dragen, ook al zijn ze tijdelijk, dan is het fonds wellicht geen goede keuze. Als u klamme handen krijgt bij het idee dat uw fonds plots meer dan 40 procent lager kan gaan in enkele weken, mijd dan fondsen die alleen in aandelen beleggen.

3. Hoe presteert het fonds ten opzichte van de concurrentie?

De prestatie van een fonds in het verleden biedt geen garantie voor de toekomst. Maar voor u in het fonds stapt, moet u absoluut weten hoe goed het fonds in het verleden presteerde ten opzichte van de referentie-index of de concurrenten. De essentiële beleggersinformatie bevat bijvoorbeeld de jaarlijkse rendementen van de voorbije tien jaar. Sommige fondsen maken daar de vergelijking met de referentie-index, andere doen dat niet.

Laat u bij de vergelijking van rendementen niet misleiden door één uitschieter, maar kijk naar de regelmaat van de prestatie van het fonds, want die wijst doorgaans op een consequent beleggingsproces. De Tijd-kronen die De Tijd berekent voor de fondsen die op de Belgische markt beschikbaar zijn en die de basis vormen van de Fund Awards (zie volgende pagina) beoordelen fondsen op hun regelmaat in de voorbije vijf jaar. Alleen fondsen die jaarlijks tot de betere fondsen in hun categorie behoren, maken kans op de maximale score van 3 Tijd-kronen (meer info op tijd.be/fondsen).

4. Hoe actief is het fonds?

De kans dat banken spontaan een tracker voorstellen, is klein. Trackers zijn goedkope beursgenoteerde indexfondsen die, omdat ze slaafs een marktindex volgen, nauwelijks kosten aanrekenen. Zo bestaan er fondsen die de grootste 20 Belgische aandelen (Bel20) schaduwen, of de grootste 500 Amerikaanse aandelen (S&P500-index).

De fondsen die banken voorstellen, zijn doorgaans actief beheerde fondsen, waarbij de beheerder de bedoeling heeft beter te presteren dan de index. In de praktijk loopt het op dat vlak wel vaker fout. Studies van Standard & Poor’s tonen aan dat in verschillende categorieën zelfs de meerderheid van de actief beheerde fondsen slechter presteert dan haar referentie- index.

In tegen-stelling tot bij een smartphone of computer zegt de kostprijs bij fondsen niets over de kwaliteit ervan. Duurdere fondsen zijn niet per definitie beter.

De verklaring daarvoor is mede dat die actief beheerde fondsen in de praktijk indexknuffelaars zijn. Het zijn fondsen waarvan de beheerder de referentie-index als basis voor zijn fonds neemt, en hier en daar wat sleutelt aan bepaalde posities. Van dat type fondsen wordt u niet beter.

Er zijn enkele manieren om dat te ontdekken. De active share geeft in procent aan hoeveel het fonds van de index afwijkt. Hoe hoger het percentage, hoe groter de afwijking. De winnaars van de Fund Awards hebben bijvoorbeeld een active share die boven 80 procent uitkomt. Uw bankier kan u niet altijd de active share geven, want niet alle fondsenbeheerders berekenen dat. Een andere manier om actieve fondsen te herkennen is door de toptienposities van het fonds te vergelijken met die van de index.

Vaak zijn stockpickers ook te herkennen aan de overtuigde keuzes die ze maken. Omdat ze een sterk geloof hebben in de aandelen die ze analyseerden en selecteerden, kennen ze aan die aandelen een groot gewicht toe. Het gevolg is dat de fondsen zeer geconcentreerd zijn met weinig posities en een groot gewicht voor de grootste tien posities. De awardwinnende aandelenfondsen hebben bijvoorbeeld tussen 30 en 50 posities.

5. Hoe duur is het fonds?

In tegenstelling tot de smartphone of computer die u koopt, zegt de kostprijs bij fondsen niets over de kwaliteit ervan. Het is niet zo dat duurdere fondsen per definitie betere fondsen zijn. Informeer u daarom goed over de kosten, want hoe hoger die zijn, des te hoger het rendement dat de beheerder moet halen om er een rendabele investering van te maken.

Twee types kosten spelen een rol: instapkosten zijn de kosten die u betaalt als u het fonds koopt. Bij fondsensupermarkten komen die soms op 0 procent uit, bij klassieke banken vaak op 2 à 3 procent. Let vooral op als de instapkosten nog hoger liggen. In zeldzame gevallen zijn er ook uitstapkosten, die aangerekend worden bij de verkoop.

50
Actief beheerde fondsen blinken uit door hun overtuiging. Ze beleggen vaak in niet meer dan 50 aandelen.

Een ander type kosten zijn de lopende kosten. Die worden uitgedrukt in een percentage per jaar en worden dagelijks van de inventariswaarde van het fonds afgehouden. U betaalt ze dus niet apart. De lopende kosten bevatten de vergoeding voor de beheerder, de verkoper en de administrator van het fonds. Bij aandelenfondsen liggen de lopende kosten tussen 1,5 à 1,8 procent, bij gemengde fondsen doorgaans onder 1,5 procent en bij obligatiefondsen in de buurt van 1 procent.

Als u weet dat de lopende kosten bij trackers vaak tussen 0 en 0,4 procent liggen, dan is het duidelijk dat hogere kosten alleen gerechtvaardigd kunnen worden als de beheerder daar voldoende rendement tegenover zet.

Ten slotte zijn in uitzonderlijke gevallen ook prestatiekosten van toepassing. Beheerders rekenen die aan als hun fonds een bepaald meerrendement ten opzichte van een index heeft gehaald.

6. Hoeveel betaal ik de fiscus?

Uiteraard speelt ook de fiscus mee in het kostenplaatje. Bij een fonds zijn er twee types taksen. Er geldt een beurstaks. Die is alleen van toepassing op fondsen die geen dividenden uitkeren (kapitalisatiefondsen). U betaalt de taks alleen bij de verkoop van het fonds. Die komt neer op 1,32 procent van het bedrag bij verkoop met een plafond van 4.000 euro.

Fondsen die een dividend uitkeren, kennen geen beurstaks, maar dan betaalt u wel een roerende voorheffing van 30 procent op de dividenden die de fondsen uitkeren.

En dan geldt er nog een bijkomende taks voor fondsen die minstens 10 procent in obligaties of andere rentedragende producten beleggen. Doorgaans gaat het dan om obligatie- of gemengde fondsen. Bij die fondsen betaalt u 30 procent roerende voorheffing op de meerwaarde uit het obligatiegedeelte van het fonds bij verkoop.

7. Hoe groot is het fonds?

De grootte van het fonds is niet doorslaggevend bij de keuze, maar toch belangrijk om weten. Want ook in de fondsensector speelt schaalgrootte een rol. Mijd daarom te kleine fondsen, want die hebben doorgaans een zwaardere kostenbasis. Om voldoende schaal te hebben, wordt een belegd vermogen van minimaal 100 miljoen euro vooropgesteld.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud