Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Help, mijn huurder betaalt niet door de coronacrisis

De vrees leeft dat een recordaantal huurders uit hun woning wordt gezet zodra het coronaverbod op uithuiszettingen opgeheven wordt. Een preventievere aanpak van het huurgarantiefonds moet dat voorkomen.
©BELGA

Om tijdens de coronacrisis het recht op wonen te vrijwaren besliste de Vlaamse regering eind maart gerechtelijke uithuiszettingen tot 17 juli te verbieden. Jaarlijks worden in Vlaanderen zo’n 12.000 uithuiszettingen gevorderd voor de rechtbank omdat de huurder zijn huur niet correct betaalt. Zo’n 3.600 gezinnen worden ook effectief uit hun huis gezet. 

Een huurder op de tien ondervindt tijdens de coronacrisis moeilijkheden om de huur tijduig te betalen, zo bevestigde de Grote Coronastudie van de UAntwerpen. ‘Er bestaat een kans dat na deze periode een piek aan uithuiszettingen volgt’, beseft Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA). 

Mensen die problemen hebben om hun huur te betalen kunnen via het OCMW bij het nieuwe huurgarantiefonds terecht om te voorkomen dat ze verder in een schuldenput zakken.
Matthias Diependaele,
Vlaams minister van Wonen

‘Heel wat huurders betaalden al voor de coronacrisis de huur met het water aan de lippen’, zegt Joy Verstichele van het Vlaams Huurdersplatform. ‘Dan moet je maar een paar extra kleine slokken binnenkrijgen om in zorgwekkende situaties te belanden.’ De Verenigde Eigenaars (VE) vangt door de coronacrisis volgens directeur Katelijne D’Hauwers niet meer signalen op over dreigende uithuiszettingen dan anders. ‘De huurprijs betalen is een essentiële verplichting, beseffen de meeste huurders. De verhuurders zijn flexibel voor huurders die te goeder trouw zijn.’

Diependaele adviseert verhuurders zich, ‘door de bijzondere omstandigheden die iedereen raken soepel en menselijk op te stellen’. Maar volgens Verstichele krijgt het ‘voortdurend aandringen op onderlinge solidariteit’, maar ‘zeer beperkt gehoor.’ ‘In de enquête van de UAntwerpen geeft amper 2 procent van de huurders aan dat de verhuurder de huur heeft kwijtgescholden of uitgesteld, merkt hij op. ‘Voor huurders die al voor de coronacrisis betaalachterstanden hadden en de huidige crisis inroepen om niet te betalen, zijn verhuurders begrijpelijk veel minder clement’, reageert D’hauwers. 

De verhuurdersvereniging vindt een minnelijke regeling voor de vrederecher, zoals Diependaele stimuleert, ‘in de overgrote meerderheid van de gevallen tijdverlies. En geldverlies, omdat de huurachterstallen zich blijven opstapelen.’ De VE raadt zijn leden aan verzoekschriften tot uithuiszettingen te blijven neerleggen. ‘Zaken worden namelijk chronologisch behandeld’, zegt D’Hauwers.

Om een opstoot in uithuiszettingen vanaf midden juli af te vlakken bekijkt de Vlaamse regering ‘of het verbod op uithuiszettingen gefaseerd kan worden losgelaten. De huurdersbonden zijn daar logischerwijs vragende partij voor, de VE niet. ‘Als vertragingsmechanismen ingevoerd worden, moeten verhuurders vergoed worden’, vindt D’Hauwers.

Hoe dan ook beseffen zowel de huurdersbonden als de Verenigde Eigenaars dat ‘niets doen geen optie is’. Waardoor beide belangengroepen, voor het eerst ooit, samen een pleidooi houden voor een tijdelijke coronahuurtoelage.
Diependaele is daar geen voorstander van. ‘Ik geloof meer in gerichte maatregelen toegespitst op mensen die in de problemen komen. Naast het verbod op uithuiszettingen zal ook het Fonds ter bestrijding van Uithuiszettingen vroeger in werking treden. Mensen die problemen hebben om hun huur te betalen kunnen via het OCMW bij dat fonds terecht om te voorkomen dat ze verder in een schuldenput zakken’, zegt de minister.

Door de coronacrisis heeft de Vlaamse regering de modaliteiten van het fonds tijdelijk versoepeld. Diependaele: ‘In plaats van 25 procent van de huurachterstal wordt het tussenkomstpercentage bij de start van de begeleidingsovereenkomst opgetrokken naar 45 procent. En in plaats van vanaf 1 juni kunnen betalingsachterstallen al vanaf 1 april in rekening worden gebracht.’

Voor huurders die al voor de coronacrisis betaalachterstanden hadden en de huidige crisis inroepen om niet te betalen, zijn verhuurders begrijpelijk veel minder clement.
Katelijne D’Hauwers,
Directeur Verenigde Eigenaars

Het Fonds ter bestrijding van de Uithuiszetting vervangt het huidige huurgarantiefonds, dat vierkant draaide. Sinds de start in 2014 kon het slechts een handvol uithuiszettingen vermijden, omdat het pas in actie kon treden nadat de verhuurder al een vordering tot uithuiszetting bij de vrederechter had ingediend en er minstens drie maanden huurachterstand was. Bovendien moest de verhuurder zich expliciet aansluiten bij het fonds, voor een jaarlijkse vergoeding van 82 euro. Lang niet alle verhuurders deden dat.

Het nieuwe fonds moet preventiever optreden. Het OCMW krijgt een sleutelrol: het verzekert een financiële tegemoetkoming voor de verhuurder en het begeleidt de huurder en stelt een afbetalingsplan op. Het geldt automatisch voor alle huurcontracten op de private huurmarkt.

Om het fonds aan te spreken moeten enkele stappen worden gevolgd. 

De huurder kan naar het OCMW stappen zodra hij een huurachterstand heeft van minstens twee en ten hoogste zes maanden. Al kan hij die stap maar beter al iets eerder zetten om te vermijden dat het probleem al onoverkomelijk is wanneer het OCMW wordt ingeschakeld, adviseert de Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG). Het OCMW moet namelijk ook een sociaal onderzoek voeren. Een verhuurder die een minnelijke schikking via het Fonds wil, moet zijn huurder dus aansporen tijdig naar het OCMW te gaan.

Huurachterstand is de combinatie van achterstal bij het betalen van de maandelijkse huurprijs en achterstal bij de betaling van de kosten en de lasten. Dus ook als de huurder één maand huurgeld achterstaat en de eindafrekening van het vorige jaar nog niet betaald heeft, komt het dossier in aanmerking, als die eindafrekening hoger dan of gelijk aan één maand huur is.

Het OCMW beslist of het de huurder begeleidt bij de afbetaling van zijn huurachterstand en daarvoor een beroep doet op het Fonds. De huurder moet instemmen met de ondersteuning. Het OCMW kan een huurder niet helpen als die niet geholpen wil worden. Bovendien moet het gaan om behoeftige huurders, zoals blijkt uit het sociaal onderzoek.

Het OCMW betaalt binnen vijf werkdagen na ondertekening 25 procent aan de verhuurder met een maximumbedrag van 625 euro (45 procent met een plafond van 1.125 euro tot oktober). Voor het saldo wordt een afbetalingsregeling afgesproken.

De huurder aanvaardt de begeleiding door het OCMW en de verhuurder verbindt er zich toe geen vordering tot uithuiszetting in te stellen zolang het afbetalingsplan wordt nageleefd en er geen nieuwe huurachterstand ontstaat.
Als dat toch gebeurt, meldt de verhuurder dat aan het OCMW. Het OCMW krijgt dan minstens twee weken om een gepaste oplossing te vinden, voor de verhuurder een vordering kan instellen bij de vrederechter. Dat garandeert dat de begeleiding effectief kansen krijgt en dat uithuiszetting wordt voorkomen.

Het streefdoel is een stabiele woonsituatie voor de huurder. Dat betekent niet per definitie dat hij in dezelfde woning blijft wonen. Dat kan het meest voor de hand liggende en te verkiezen spoor zijn, maar evengoed kan de begeleiding ertoe leiden dat de huurder naar een andere, meer betaalbare woning verhuist.

Wat u moet weten als verhuurder

Welke regels moet u in acht nemen als u verhuurt. Hier vindt u alles wat u moet weten als verhuurder: https://www.tijd.be/netto/vastgoed/woning-verhuren.html


Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud