Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie

'Bedrijfswagen biedt geen bescherming tegen boetes'

Een rechter heeft een chauffeur die werd geflitst toen hij 172 kilometer per uur reed vrijgesproken omdat hij met een bedrijfswagen reed. Toch is er volgens experts geen sprake van een precedent.
Advertentie
©BELGA

Een dertiger uit Bergen werd door de politierechter veroordeeld tot een rijverbod van twintig dagen en een boete van 440 euro omdat hij aan 172 kilometer per uur werd geflitst op de E19. De man vocht de beslissing aan met de hulp van Christophe Redko, een advocaat gespecialiseerd in verkeerszaken.

‘Normaal heeft een proces-verbaal van een politiefunctionaris een bijzondere bewijskracht: als de politie zegt dat het zo is, dan is het zo’, vertelde Redko gisteren in Het Laatste Nieuws. ‘Maar volgens het Grondwettelijk Hof verliest een pv die bewijskracht als het eerst naar de leasingmaatschappij gaat en dan pas vervolgens naar de chauffeur.’ De rechter volgde de interpretatie van Redko en sprak zijn cliënt vrij.

Volgens Redko zet het vonnis de deur open zet voor chauffeurs met een bedrijfswagen. ‘Eigenlijk komt het erop neer dat de chauffeur van een bedrijfswagen vrijuit gaat als hij niet meteen na de overtreding gestopt wordt door de politie. Dat geldt zowel voor overdreven snelheid, door het rood rijden of het niet-handenvrij bellen achter het stuur.’

Vooraleer u met uw bedrijfswagen alle verkeersregels aan uw laars lapt: de analyse van Redko wordt niet door iedereen gevolgd. Tine Hollevoet, de woordvoerster van de federale politie, wijst erop dat de vrijspraak er kwam op basis van een niet-nageleefde procedure. ‘Een pv moet binnen de 14 dagen overgemaakt worden aan de overtreder, anders verliest het zijn bijzondere bewijskracht’, klinkt het.

Ook als het pv de overtreder te laat bereikt, biedt het een voldoende basis om hem te veroordelen.
Peter D’hondt,
Politierechter

Het probleem is dus niet dat het pv langs de leasingmaatschappij passeert, maar wel dat het daardoor te laat bij de overtreder belandt. Politierechter Peter D’Hondt wijst er bovendien op dat een pv dat zijn bijzondere bewijskracht verliest, wel nog altijd als basis voor een veroordeling kan dienen.

Over de concrete zaak wil D’Hondt zich niet uitspreken. Hij laat zich enkel uit over de algemene principes. ‘Als een pv pas na 14 dagen de overtreder bereikt, wordt het een pv van inlichting’, zegt hij. ‘Dat heeft niet dezelfde waarde als een pv met bijzondere bewijskracht, maar het biedt een voldoende basis om iemand te veroordelen. Het feit dat iemand met een bedrijfswagen rijdt, biedt hem dus geen bescherming tegen boetes.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud