Fiscus krijgt uw hele vermogen in het vizier

©Serge Baeken

De angst van vermogende Belgen wordt bewaarheid: het ‘rijkenregister’ of UBO-register komt eraan. Daarmee kunnen banken en andere instanties controleren of ze geen geld ontvangen van criminelen. Maar ook de fiscus krijgt toegang tot die databank ‘om een correcte heffing van de belasting te verzekeren’.

Op 6 oktober verscheen in het Belgisch Staatsblad een wet die bedoeld is om het witwassen van geld te voorkomen en de financiering van terrorisme tegen te gaan. De wet is de omzetting in Belgisch recht van de vierde antiwitwasrichtlijn van de Europese Unie.

In het kader van die richtlijn moeten de EU-lidstaten een register van uiteindelijke begunstigden of een UBO (Ultimate Beneficial Owner)-register oprichten. Het doel is te achterhalen wie de uiteindelijke begunstigden zijn van vennootschappen, verenigingen of stichtingen die in België zijn opgericht. ‘Wat de praktische gevolgen zullen zijn voor trusts en burgerlijke maatschappen is op dit ogenblik nog niet duidelijk’, zegt Stephanie Gabriel, advocaat bij Tiberghien.

Criminelen en terroristen maken misbruik van vennootschappen en andere rechtspersonen om geld wit te wassen of te versluizen naar terroristische organisaties. Door de oprichting van een vennootschap is het voor de fraudebestrijders veel moeilijker te achterhalen welke fysieke personen schuilgaan achter die bedrijven, vzw’s of stichtingen. Met het UBO-register wil Europa die hinderpaal wegwerken.

Dit raakt bestuurders en aandeelhouders van alle Belgische bedrijven, stichtingen en verenigingen.

De wet heeft echter verstrekkende gevolgen voor alle aandeelhouders en bestuurders van Belgische bedrijven en verenigingen, ook voor bakkers, architectenbureaus of sportverenigingen.

‘De bestuurders van elke Belgische vennootschap, vereniging of stichting worden verplicht gegevens door te geven van de natuurlijke personen die de uiteindelijke eigenaar zijn of die zeggenschap hebben over de entiteit’, zegt Filip Smet, advocaat bij Laga. ‘Het gaat om een persoonlijke verplichting voor de bestuurders waarop administratieve boetes staan van 50 tot 5.000 euro.’

Het beheer van het register wordt toevertrouwd aan een nieuwe dienst binnen de Algemene Administratie van de Thesaurie van de federale overheidsdienst Financiën.

Cascade

Gaat het om een vennootschap, dan moeten de bestuurders in eerste instantie de identiteit meedelen van de natuurlijke personen-aandeelhouders die rechtstreeks of onrechtstreeks een belang van 25 procent of meer in de vennootschap aanhouden. Die aandeelhouder wordt geacht de uiteindelijke begunstigde van het bedrijf te zijn. Let wel, mogelijk wordt die drempel nog verlaagd tot aandeelhouders die hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks een participatie van minstens 10 procent in het bedrijf hebben.

‘Op Europees niveau wordt gewerkt aan een aanscherping van het UBO-register’, verklaart Herbert Casier, advocaat bij Eubelius. ‘Zo zou de drempel voor de meldingsplicht verlaagd worden tot 10 procent in sectoren die gevoelig zijn voor witwassen of het doorsluizen van kapitalen naar terroristen.’ Denk bijvoorbeeld aan de diamant of de vastgoedsector.

Is er geen enkele aandeelhouder met een belang van minstens 25 (of 10) procent, dan moeten de personen worden vermeld die via andere middelen, bijvoorbeeld via een aandeelhoudersovereenkomst, feitelijk de lakens uitdelen in het bedrijf.

Als ook dat niet mogelijk is en het aandeelhouderschap te versnipperd is, moeten de bestuurders als uiteindelijke begunstigde in het register worden opgenomen.

‘Het komt er dus op aan voor elk bedrijf na te gaan wie precies in het UBO-register dient te worden vermeld, maar het zullen meestal de fysieke personen zijn met een (on-)rechtsreeks belang van minstens 25 procent’, stelt Smet.

Gaat het om een vereniging of een stichting, dan wordt er niet gewerkt volgens een cascadesysteem zoals bij vennootschappen. Dan moeten de bestuurders sowieso de identiteit van én de bestuurders én de stichters én de dagelijkse leidinggevende én de eventuele begunstigden meedelen.

Criminelen

Volgens de vierde antiwitwasrichtlijn is het UBO-register onbeperkt toegankelijk voor de misdaadbestrijders. ‘Personen die beroepshalve verplicht zijn te onderzoeken of ze geen geld van criminelen in handen krijgen, moeten een beperkte toegang tot de databank krijgen. Denk aan notarissen, advocaten, vastgoedmakelaars of accountants’, illustreert Casier.

Tot slot voorziet de richtlijn in een beperkte toegang voor iedereen ‘die een legitiem belang kan doen gelden’. Een zinnetje dat de aandacht wekt van de fiscale administraties in de verschillende EU-lidstaten, ook de Belgische. De regering keurde onlangs in eerste lezing wetgeving goed die ook de fiscus toegang zal geven tot het UBO-register.

En dan komt de kat op de koord. Want de minister van Financiën, Johan Van Overtveldt (N-VA), verklaarde eerder dat de fiscus alleen toegang zou krijgen tot de databank in het raam van de strijd tegen witwassen en terrorisme. Maar dat standpunt lijkt al achterhaald, meldt Fiscoloog, een nieuwsbrief over fiscaliteit. In het ontwerp van programmawet staat letterlijk dat de fiscus het UBO-register zal kunnen raadplegen ‘teneinde de juiste heffing van de belasting te verzekeren’.

Dat gaat veel verder dan de strijd tegen witwassen en terrorisme. In de toelichting bij het ontwerp van programmawet wijst de federale regering erop dat het UBO-register toegankelijk moet zijn voor alle personen die een legitiem belang kunnen aantonen ‘en dat de strijd tegen de fiscale fraude dat zeker is’.

‘Het is niet zo dat de belastingadministratie daarmee een vrijgeleide krijgt om in het UBO-register rond te neuzen’, benadrukt Ferry Comhair, de woordvoerder van Van Overtveldt. ‘Alleen hoge belastingambtenaren zullen het kunnen raadplegen. En bij de concrete uitwerking van dat toegangsrecht in Koninklijke Besluiten zal het recht op eerbiediging van het privéleven van de belastingplichtigen worden gewaarborgd.’

Sceptisch

Fiscaal specialisten zijn sceptisch. Ze vrezen dat het UBO-register de laatste schakel is voor de belastingadministratie om een volledig zicht te krijgen op het vermogen van privépersonen.

Er worden niet veel voorwaarden aan de toegang voor de fiscus tot het register gekoppeld.
Filip Smet
advocaat

‘Op grond van de al goedgekeurde fiscale ontwerpteksten blijkt dat er niet veel voorwaarden aan de toegang voor de fiscus gekoppeld worden’, zegt Smet. ‘Zo zal de fiscus niet van tevoren moeten aantonen dat er aanwijzingen zijn voor belastingontduiking. Een voorwaarde die nochtans wel geldt als de belastingadministratie toegang wil tot de bankrekeningen van de belastingplichtige.’

Waarom al die heisa? Een belastingcontroleur kan toch ook nu al bij een controle in een onderneming het aandelenregister opvragen? Ook zo kan hij achterhalen wie een groot deel van de dividenden opstrijkt of welke aandeelhouder in het bedrijf de touwtjes in handen heeft.

Eenvoudige muisklik

Het punt is dat die gegevens met het UBO-register worden gecentraliseerd. Concreet gevolg? ‘Door het UBO-register krijgt de fiscus met een eenvoudige muisklik zicht op de aandelen die Belgische privépersonen bezitten in een of meer bedrijven, dus op een gedeelte van het privévermogen dat tot nu vrijwel onzichtbaar was voor de fiscus’, waarschuwt Smet.

‘Om het met de woorden van Georges Leekens te zeggen: 90 procent van het werk is al achter de rug’, twitterde de professor fiscaal recht Michel Maus toen De Tijd hier eerder deze week over berichtte.

Al wordt de soep misschien niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend. De Privacycommissie zou bijvoorbeeld kunnen adviseren dat zoekopdrachten alleen mogelijk worden ‘per onderneming’ en niet ‘per belastingplichtige’.

Want er is meer. Niet alleen België, elke lidstaat van de Europese Unie moet een UBO-register invoeren. En nu al is vastgelegd dat elke lidstaat toegang moet geven tot zijn UBO-register aan buitenlandse fiscale administraties voor specifieke vragen.

Zo zal bijvoorbeeld een patrimoniumvennootschap in Luxemburg met een Belg als uiteindelijke begunstigde, informatie over die persoon in het plaatselijke UBO-register moeten opnemen. De Belgische fiscus zal vervolgens het Luxemburgse UBO-register kunnen raadplegen. Zo kan de Belgische fiscus steeds meer informatie verzamelen over een Belgische onderdaan met een vennootschap in Luxemburg.

De Belgische fiscus weet nu al welke Belgen een rekening in Luxemburg aanhouden. De belastingplichtige moet dat melden in zijn belastingaangifte. Bovendien kreeg de Belgische belastingadministratie in de loop van september een rist gegevens van de Luxemburgse belastingautoriteiten over Belgische klanten met een rekeningnummer bij Luxemburgse financiële instellingen in het raam van de Common Reporting Standard (CRS) - dat zijn internationale afspraken die leiden tot een grensoverschrijdende uitwisseling van financiële informatie tussen de belastingautoriteiten van verschillende landen.

‘Dankzij die uitwisseling weten de Belgische autoriteiten welke bedragen op de rekeningen van uw Luxemburgse patrimoniumvennootschap staan. Dankzij het UBO-register kan de fiscus voortaan ook uitzoeken hoe dat precies zit met het aandeelhouderschap in die vennootschap’, illustreert Smet.

Voorts zal de fiscus steeds meer informatie krijgen over buitenlandse vermogensstructuren waar Belgische inwoners de uiteindelijke begunstigden van zijn. ‘Via het UBO-register kan men die buitenlandse structuren nog beter in kaart brengen’.

‘Als men het UBO-register koppelt aan de grensoverschrijdende uitwisseling van financiële gegevens, is de databank een zeer ingrijpende en allesomvattende maatregel’, zegt ook Casier. ‘Het net sluit zich.’

Het is nog niet duidelijk wanneer precies de verplichtingen voor de bestuurders in werking treden. Het is nog wachten op Koninklijke Besluiten die alle modaliteiten verder moeten bepalen en waarvoor de Privacycommissie een advies moet uitbrengen. Er zijn nog wat hordes te nemen. Vermogensplanners volgen het ongetwijfeld met argusogen op.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect