Slagers en bakkers hoeven kosten niet langer te bewijzen

Zelfstandigen zoals bakkers gaan ook beroep kunnen doen op een kostenforfait. ©Thomas De Boever

Vanaf volgend jaar moeten zelfstandigen met winst niet langer verplicht hun werkelijke beroepskosten bewijzen, maar kunnen ze ook een forfait gebruiken.

Niet het hele beroepsinkomen wordt belast. De kosten gemaakt om die inkomsten te behouden of te verwerven mogen worden afgetrokken. Zelfstandigen met winst zijn de enige beroepscategorie die verplicht hun werkelijke beroepskosten moeten bewijzen en geen kostenforfait mogen inbrengen. Het gaat bijvoorbeeld om zelfstandige slagers, bakkers, kruideniers, kappers en verzekeringsagenten die werken zonder vennootschap.

In het Zomerakkoord was bepaald dat ook eenmanszaken met winst voor hun inkomsten vanaf 2018 (aanslagjaar 2019) een kostenforfait kunnen gebruiken. ‘Uit de ontwerpteksten blijkt dat het kostenforfait voor werknemers doorgetrokken wordt naar de zelfstandigen met winst, maar alleen naar die zelfstandigen’, zegt Jef Wellens, fiscalist bij Wolters Kluwer.

Kostenforfait

Zelfstandigen met baten - vrije beroepen zoals artsen, boekhouders en advocaten - hebben al langer een kostenforfait, maar dat is lager dan dat voor werknemers. ‘Het verschil in behandeling tussen de twee categorieën van zelfstandigen valt moeilijk te verantwoorden. Waarom worden de forfaitaire kosten voor een arts op een lager bedrag bepaald dan die voor een verzekeringsagent?’, vraagt Wellens.

Tot het aanslagjaar 2015 hadden werknemers en vrije beroepen hetzelfde kostenforfait. Maar door de taxshift is het kostenforfait voor werknemers opgetrokken.

Het orgelpunt wordt volgend jaar bereikt. Voor inkomsten vanaf 1 januari 2018 wordt het kostenforfait berekend aan een uniform tarief van 30 procent van het inkomen, met - op basis van de laatst gekende index - een maximum van 4.620 euro. Dat nieuwe, hogere kostenforfait geldt ook voor zelfstandigen met winst. Voor vrije beroepen blijft daarentegen alles bij het oude en wordt gewerkt met percentages per inkomensschijf, met een maximumforfait van zo’n 4.060 euro.

‘Bij een inkomen van 60.000 euro betaalt een vrije beroeper die kiest voor het forfait 375 euro meer belasting dan een zelfstandige met winst. Het verschil wordt groter naarmate het inkomen daalt. Met een inkomen van 30.000 euro betaalt een vrije beroeper 743 euro meer belasting’, zegt Wellens. Het staat de zelfstandigen uiteraard vrij om hun werkelijke kosten te bewijzen.

Automatisch

Van de vrije beroepers kiest ongeveer 65 procent voor die reële kosten, 35 procent gebruikt het kostenforfait. Dat laatste is een minimum. Ook wie geen of minder beroepskosten kan aantonen, krijgt automatisch de forfaitaire kostenaftrek.

Voor de zelfstandigen die niet belast worden op hun werkelijke inkomsten maar op basis van forfaitaire grondslagen blijft alles bij het oude. Voor die ‘forfaitairen’ - zoals de meeste landbouwers - zal het nieuwe kostenforfait alleen gelden als ze niet meer op forfaitaire maar wel op de werkelijke inkomsten worden belast.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content