Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Hoe geeft u uw beroepsinkomen aan?

De job is voor velen de belangrijkste bron van inkomsten. Die omvat niet alleen het loon of de wedde, maar ook tal van premies en voordelen. Twaalf aandachtspunten voor de aangifte.
©ANP XTRA

Bij de uitbetaling van een loon, wedde of uitkering wordt van het brutoloon bedrijfsvoorheffing afgehouden. Maar dat is niet meer dan een voorschot op de personenbelasting. De definitieve afrekening gebeurt via de jaarlijkse aangifte. Daarbij wordt ook rekening gehouden met andere inkomsten (zoals uit vastgoed of beleggingen) en uitgaven die recht geven op een belastingvoordeel (zoals een lening, pensioensparen en dienstencheques).

Wat moet u weten om uw inkomen zo optimaal mogelijk aan te geven?

 

 

 

 

1. Codes hangen af van uw beroep

Waar u op het aangifteformulier uw inkomen moet aangeven, is afhankelijk van uw beroep. Werknemers en ambtenaren moeten alle beroepsinkomsten in vak IV aangeven. Dat blijft niet beperkt tot het maandelijkse loon of de wedde. Ook bonussen, vakantiegeld, betaalde overuren, achterstallen… moeten worden aangegeven.

Andere beroepsgroepen moeten hun beroepsinkomsten in deel II van de belastingaangifte opnemen. Dat is vak XVI voor bezoldigingen van bedrijfsleiders, vak XVII voor winsten uit nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen en vak XVIII voor baten van vrije beroepen.

2. Extralegale voordelen worden forfaitair gewaardeerd

Bij veel werknemers en bedrijfsleiders wordt het loon aangevuld met bijvoorbeeld een laptop, gsm, woning of bedrijfswagen. Als ze die voordelen ook privé mogen gebruiken, is dat een belastbaar voordeel. In het vakjargon spreekt men van een ‘voordeel van alle aard’. Maar niet altijd wordt het werkelijk genoten voordeel belast, voor enkele courante voordelen wordt de belasting geheven op een forfait.

  • Elektronica

Het belastbare voordeel alle aard bedraagt voor een:

- Pc of laptop: 72 euro per jaar of 6 euro per maand.

- Tablet of mobiele telefoon: 36 euro per jaar of 3 euro per maand en per toestel.

- Vaste of mobiele internetverbinding: 60 euro per jaar of 5 euro per maand, ongeacht het aantal verbindingen.

- Abonnement voor vaste of mobiele telefonie: 48 euro per jaar of 4 euro per maand en dat per aangeboden abonnement.

Krijgt u meerdere voordelen, dan worden de forfaitaire voordelen van alle aard opgeteld. Als u bijvoorbeeld een smartphone met telefoonabonnement en mobiel internet privé mag gebruiken van uw werkgever, dan zult u een voordeel van alle aard van in totaal 144 euro per jaar aangerekend krijgen (12 euro per maand): 36 euro voor de smartphone, 48 euro voor het telefoonabonnement en 60 euro voor het mobiel internet.

Betaalt u een eigen bijdrage voor het privégebruik? Die eigen bijdrage mag alleen worden afgetrokken van het specifieke belastbare voordeel en dus niet van uw (andere) belastbare bezoldigingen. In de praktijk wordt zo’n eigen bijdrage ingehouden van uw nettoloon, waardoor een lager of helemaal geen voordeel vermeld staat op uw loonfiche. In het laatste geval moet het dan ook niet vermeld worden op uw belastingaangifte.

Wordt er gewerkt met een zogenaamde ‘split billing’ voor de telefonie en de internetverbinding? Daarbij factureert de provider aan de werkgever de gespreks- en internetkosten tot een bepaald vast bedrag of bepaald percentage en wordt het hogere gedeelte rechtstreeks aan de werknemer gefactureerd. In dat geval is er geen belastbaar voordeel meer: er wordt immers aangenomen dat er geen privégebruik van de smartphone meer ten laste valt van de werkgever. Dat geldt echter niet als alles aan de werkgever wordt gefactureerd en de werknemer naderhand een deel terugbetaalt.

  • Woning

Krijgt u gratis een woning ter beschikking van uw werkgever of vennootschap? Het belastbaar voordeel wordt geraamd op 100/60 van het geïndexeerd kadastraal inkomen, vermenigvuldigd met een factor 2. Bij een bemeubelde woning wordt er een bijkomende verhoging van 5/3 toegepast.

  • Bedrijfswagen

Het belastbaar voordeel hangt af van de cataloguswaarde, CO2-uitstoot, ouderdom van de wagen en het type motor. Het minimaal belastbare voordeel op jaarbasis bedraagt 1.340 euro voor 2019.

3. Buitenlands beroepsinkomen soms ook in België belast

Woont u in België, maar werkt u (deels) in het buitenland? Zelfs al betaalt u al in het buitenland belastingen op uw loon, toch moet u ook uw buitenlands loon in uw Belgische belastingaangifte aangeven. Het volstaat om het nettoloon te vermelden: van het brutoloon mag u de betaalde socialezekerheidsbijdragen en buitenlandse belastingen (bronbelasting en aanvullende belasting) aftrekken. Uw brutoloon omvat behalve uw brutobezoldigingen ook voordelen in natura, zoals een bedrijfswagen, gsm en laptop van het bedrijf. Die voordelen moet u in principe volgens de Belgische regels waarderen.

Een aangifte van een buitenlands beroepsinkomen betekent niet automatisch dat het bedrag een tweede keer in België belast wordt. Er kan een belastingvermindering of zelfs een volledige vrijstelling zijn. Die verschilt naargelang België met het betrokken land wel of niet een dubbelbelastingverdrag heeft gesloten.

  • Wel dubbelbelastingverdrag

Met landen zoals Nederland, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk heeft België een dubbelbelastingverdrag gesloten. Dat is bedoeld om dubbele belasting te vermijden en leidt ertoe dat uw buitenlandse beroepsinkomsten - op voorwaarde dat aan enkele voorwaarden voldaan is - in België vrijgesteld zijn.

Toch blijft de aangifte niet helemaal zonder gevolgen. België verleent een zogenaamde ‘vrijstelling met progressievoorbehoud’. Dat betekent dat de aangegeven buitenlandse inkomsten niet worden belast, maar dat er wel rekening mee wordt gehouden om het belastingtarief voor uw overige, wel belastbare inkomsten te bepalen. De belastingtarieven stijgen immers met het inkomen. De bijtelling van de buitenlandse inkomsten kan er dus toe leiden dat uw totale inkomen in een hogere schijf terechtkomt, waardoor u gemiddeld meer belasting zal betalen op uw inkomsten die belastbaar zijn in België. Bovendien betaalt u op de vrijgestelde inkomsten uit sommige landen wel nog Belgische gemeentebelastingen. Dat is zo voor onder meer Nederland, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.

  • Geen dubbelbelastingverdrag

Is er geen dubbelbelastingverdrag, dan is er een belastingvermindering tot de helft van de in België verschuldigde belasting. U moet wel kunnen bewijzen dat deze inkomsten effectief in het buitenland belast zijn. Bewijsmateriaal houdt u het best 7 jaar bij. 

4. Het is niet langer mogelijk om bonussen van buitenlandse vennootschappen te ‘vergeten’

Werkt u in België voor een buitenlandse groep? Vaak worden voordelen of bezoldigingen rechtstreeks door de buitenlandse groepsonderneming toegekend, zonder dat de Belgische vennootschap of werkgever daar iets voor moet doen. Meestal gaat het om aandelen, aandelenopties, cash- of loonbonussen en zogenaamde ‘restricted stock units’ (RSU’s). In het verleden moest de Belgische werkgever daarvoor vaak geen fiscale fiches opstellen en bedrijfsvoorheffing inhouden. Alleen voor bepaalde aandelenopties was er een fiscale-ficheverplichting. Gevolg was dat de fiscus vaak niet op de hoogte was van die inkomsten. Als de werknemer of bedrijfsleider die buitenlandse inkomsten of voordelen in zijn belastingaangifte ‘vergat’ op te nemen, ontsnapten ze vaak aan Belgische belasting.

Maar daar is vanaf het inkomstenjaar 2019 verandering in gekomen. Er werd een zogenaamde ‘wettelijke fictie’ ingevoerd. Daardoor worden alle voordelen en bezoldigingen toegekend door een buitenlandse groepsvennootschap geacht te zijn toegekend door de Belgische vennootschap, wegens of naar aanleiding van de beroepsactiviteit van de werknemer of bedrijfsleider voor die Belgische vennootschap. Het maakt niets uit of de Belgische vennootschap al dan niet kosten draagt of tussenkomt in de toekenning of betaling ervan. Het is strikt gezien ook niet van belang of de betrokken werknemer of bedrijfsleider een arbeidscontract heeft met de Belgische vennootschap of met een buitenlandse groepsvennootschap.
U moet alleen werken voor een Belgische vennootschap.

Door die fictieve tussenkomst moet de Belgische vennootschap sinds 1 januari 2019 verplicht een fiscale fiche opstellen voor voordelen en bezoldigingen: de fiche 281.10 voor werknemers en 281.20 voor bedrijfsleiders. Er moet ook bedrijfsvoorheffing worden ingehouden op de voordelen en bezoldigingen toegekend vanaf 1 maart 2019. De werknemer of bedrijfsleider moet de bedragen die de fiche vermeldt in zijn jaarlijkse belastingaangifte aangeven.

Let op! Ook als uw Belgische werkgever het voordeel niet heeft opgenomen op een dergelijke fiche, bent u verplicht deze inkomsten aan te geven. Het niet opnemen op dit document ontslaat u niet van de aangifteplicht.

5. Betaal geen of minder belasting op de vergoeding voor woon-werkverkeer

Betaalt uw werkgever een vergoeding voor uw dagelijkse pendel van en naar het werk? Die vergoeding moet u verplicht aangeven.

Maar aangifte betekent niet automatisch dat die vergoeding (volledig) belast wordt. Op voorwaarde dat u uw werkelijke beroepskosten niet inbrengt, kan u (een deel) van de vergoeding vrijstellen. Die vrijstelling moet u zelf vragen, behalve voor een (elektrische) fiets. Het bedrag dat u kan vrijstellen, verschilt naargelang het gebruikte vervoermiddel. Als u verschillende vervoersmiddelen combineert - bijvoorbeeld als u naar het station fietst en daar de trein neemt - moet u de verschillende vrijstellingen optellen. Hoeveel mag u vrijstellen voor:

  • (Bedrijfs)wagen, motor of mobiliteitsvergoeding

De betaalde vergoeding met een maximum van 410 euro.

  • Openbaar vervoer

De volledige vergoeding of terugbetaling door de werkgever van trein, tram, metro en (water)bus.

  • (Elektrische) fiets

Zowel voor een klassieke fiets, een elektrische fiets als een speedpedelec is maximaal 24 cent per kilometer vrijgesteld. De voorwaarde is dat uw werkgever een vergoeding per effectief getrapte kilometer betaalt. U moet die vergoeding niet opnemen in uw aangifte. De fiets is het enige transportmiddel waarbij u de werkelijke beroepskosten en de vrijstelling van het woon-werkverkeer kunt combineren.

Alleen als uw werkgever meer dan 24 cent betaalt, moet u het surplus opnemen bij uw inkomsten. Betaalt uw werkgever geen vergoeding per kilometer, maar wel een forfait, dan mag u tot 410 euro vrijstellen.

  • Collectief vervoer

Organiseert uw werkgever vervoer tussen bijvoorbeeld het station en het bedrijf? De vergoeding voor dergelijk georganiseerd vervoer is vrijgesteld van belastingen tot aan de prijs van een trajectabonnement met de trein voor een maand in eerste klasse voor dezelfde reisafstand. De tarieven vindt u op http://www.belgianrail.be/nl/vervoersbewijzen/treinkaarten/trajecttreinkaart.aspx. Om deze vergoeding van belastingen te kunnen vrijstellen mag u uw werkelijke beroepskosten niet aangeven.

  • Carpooling met uw eigen wagen

Neemt u een collega mee naar het werk en betaalt uw werkgever u daarvoor een vergoeding? Het deel dat gaat over het traject dat u samen met uw collega aflegt, is belastingvrij tot het equivalent van een treinabonnement in eerste klasse voor dezelfde reisafstand, op voorwaarde dat u uw werkelijke beroepskosten niet aangeeft. Voor het gedeelte van het carpooltraject dat u alleen aflegt, mag u 410 euro vrijstellen, als u kiest voor de forfaitaire beroepskosten in uw aangifte in de personenbelasting.

6. Loonbonus voor het eerst automatisch vrijgesteld

Kreeg u een hogere bonus, omdat u bijvoorbeeld bij meerdere werkgevers werkte? Het stuk boven 2.942 euro zal belast worden. Bij de uitbetaling van de bonus wordt 13,07 procent RSZ-solidariteitsbijdrage afgehouden.

7. Vraag het belastingvoordeel voor afgekochte studiejaren

Heel wat mensen raken niet aan een volledig pensioenbedrag, omdat ze door (lange) studies niet aan de benodigde 45 jaren arbeid komen. Wie zijn wettelijk pensioen wil opkrikken, kan daarom studiejaren ‘afkopen’. Daarmee worden de studiejaren beschouwd als ‘gewerkte’ dagen. Dat heeft geen invloed op de datum waarop u met pensioen kan, wel op het pensioenbedrag dat u zult ontvangen.

Bent u werknemer, dan betaalt u een forfaitair bedrag van 1.530 euro per jaar als u de studieperioden afkoopt binnen 10 jaar na het behalen van uw diploma. Voor zelfstandigen betreft het een forfait van 382,49 euro per kwartaal. Tot december 2020 geldt dat bedrag ook voor wie afstudeerde vóór december 2007 en studiejaren vanaf zijn twintigste verjaardag afkoopt.

De afkoopbedragen die u in 2019 hebt betaald, kunt u in uw belastingaangifte opnemen. Dat levert een voordeel op tegen het belastingtarief op de hoogste inkomensschijf, het zogenaamde ‘marginale tarief’. Dat bedraagt minstens 25 procent en kan oplopen tot 50 procent (exclusief gemeentebelasting). U ontvangt automatisch een fiscaal attest waarop het bedrag staat van de bijdrage die u in de loop van 2019 betaald hebt.

8. Benut de extra vrijstelling als u minstens 75 kilometer van het werk woont

Woont u op meer dan 75 kilometer van uw werk? Op voorwaarde dat u niet uw werkelijke beroepskosten bewijst, krijgt u een extra vrijstelling van 75 euro als u tussen 75 en 100 kilometer van het werk woont, 125 euro voor een afstand tussen 101 en 125 kilometer en 175 euro als u nog verder woont. In uw aangifte moet u de afstand enkel tussen uw woonplaats en plaats van tewerkstelling aangeven.

9. Vraag een vrijstelling voor uw overuren in de horeca

Voltijds horecapersoneel kan jaarlijks onbelast vrijwillig overuren presteren. Het aantal uren dat ontsnapt aan belastingen verschilt naargelang de werkgever wel of niet een geregistreerd kassasysteem (witte kassa) heeft. Het gaat om overuren die op vraag van de werknemer niet omgeruild worden in rustdagen en door ‘buitengewone vermeerdering van werk of onvoorziene noodzaak’ gepresteerd worden. Op deze vrijwillige overuren wordt er geen overloon betaald, alleen het normale loon is verschuldigd (100 procent). Deze uren zijn niet alleen vrijgesteld van bedrijfsvoorheffing, maar ook van sociale bijdragen.

10. Trek uw vakbondsbijdrage af van uw werkloosheidsuitkering

Ook een werkloosheidsuitkering moet u verplicht aangeven. Koos u voor een vakbond om uw werkloosheidsuitkering te laten uitbetalen? U mag de betaalde vakbondsbijdrage aftrekken van de ontvangen uitkering, op voorwaarde dat de bijdrage betaald werd tijdens een periode van werkloosheid. Het is niet per se vereist dat u het hele jaar werkloos was. Was u wel een periode aan het werk, dan mag alleen het gedeelte dat betrekking heeft op de werkloosheidsperiode in mindering worden gebracht. Doorgaans vermeldt de vakbond dat bedrag op een attest. U doet er goed aan dat attest bij uw aangifte te voegen, omdat de aangegeven uitkering afwijkt van wat er op de fiche vermeld is.

11. Vergeet ontvangen uitkeringen niet

Behalve de werkloosheidsuitkeringen moet u ook ziekte-, invaliditeits- en werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag (het vroegere brugpensioen) aangeven. De uitbetalende instelling bezorgt u fiches waarop duidelijk vermeld staat welke bedragen u moet opnemen bij welke codes.

12. Bijdragen voor vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW)

In deze aangifte kan voor het eerst een belastingvoordeel voor het vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW) worden gevraagd. Met die formule kunnen werknemers in loondienst sinds eind maart 2019 vrijwillig en op eigen initiatief via hun werkgever een aanvullend pensioen opbouwen.

De stortingen geven recht op een belastingvermindering van 30 procent. Dat brengt het belastingvoordeel voor wie het minimumbedrag van 1.600 euro spaart op 480 euro per jaar. De belastingvermindering wordt al via de loonadministratie verrekend met de bedrijfsvoorheffing die bij de uitbetaling van het loon wordt ingehouden.

 

 

 

&

PwC
Lees meer

Gesponsorde inhoud