Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Hoe wordt tijdelijke werkloosheid belast?

Tijdens de coronacrisis werden meer dan 1,3 miljoen werknemers tijdelijk werkloos. Die uitkeringen zullen in uw aangifte van 2021 door de fiscus op dezelfde manier worden behandeld als de al bestaande werkloosheidsuitkeringen.

Wie door de coronacrisis tijdelijk werkloos wordt, krijgt een uitkering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Die bedraagt 70 procent van het brutomaandloon, zij het geplafonneerd op 2.754,76 euro. Bijkomend is er een vergoeding van 5,63 euro per dag. Sommige werkgevers betalen nog een bijkomende vergoeding.

Wordt er bedrijfsvoorheffing ingehouden?

Bij de uitbetaling van een werkloosheidsuitkering en eventueel aanvullende vergoedingen wordt 26,75 procent bedrijfsvoorheffing ingehouden. Voor betalingen vanaf de maand mei tot het einde van het jaar is dat percentage naar 15 procent verlaagd. Sociale zekerheidsbijdragen moeten niet betaald worden. Dat is ook zo voor de bijkomende vergoeding, betaald door de werkgever, op voorwaarde dat de som van het nettobedrag van de werkloosheidsuitkering en de aanvullende vergoeding niet meer bedraagt dan het nettoloon, betaald voor de tijdelijke werkloosheid.  De ingehouden bedrijfsvoorheffing is niet meer dan een voorschot op de verschuldigde belasting. De definitieve belastingafrekening verloopt via de jaarlijkse belastingaangifte. Daarbij zal rekening gehouden worden met uw andere inkomsten, uw gezinssituatie en uw eventuele belastingvoordelen. Uitkeringen worden belast tegen de gebruikelijke belastingtarieven.

Geniet ik een specifieke belastingvermindering?

Werknemers die veel verdienen en door de coronacrisis tijdelijk werkloos worden, zullen belastingen moeten bijbetalen op de ontvangen werkloosheidsuitkering.

Voor vervangingsinkomsten is er wel een specifieke belastingvermindering. De berekening ervan is technisch ingewikkeld. Of er een belastingvermindering is en hoe hoog die is, hangt af van enkele factoren. De belastingvermindering bestaat uit twee delen: een basisvermindering en eventueel een bijkomende vermindering. Als u bij het begin van het jaar aan het werk was en door de coronacrisis tijdelijk werkloos werd, kan u alleen aanspraak maken op de basisvermindering. De bijkomende vermindering is voorbehouden voor wie geen ander inkomen heeft dan werkloosheidsuitkeringen, eventueel aangevuld met pensioenen, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en/of andere vervangingsinkomsten. Ze bedraagt 376,18 euro. De basisvermindering bedraagt maximaal 1.828,41 euro, maar wordt afgebouwd in functie van uw andere inkomsten. Als uw werkloosheidsuitkering en aanvullende vergoeding maar een klein deel uitmaken van uw totaal belastbaar inkomen, zal de belastingvermindering slechts beperkt of zelfs nul zijn. Daarbij wordt niet alleen rekening gehouden met uw beroepsinkomen, maar ook met alle andere belastbare inkomsten uit bijvoorbeeld vastgoed en beleggingen. Er is geen belastingvermindering meer zodra u in 2020 een belastbaar inkomen van minstens 29.600 euro hebt.

Zal ik extra belastingen moeten betalen op de uitkering?

Voor werknemers in de hogere inkomenscategorieën zal de ingehouden bedrijfsvoorheffing te laag zijn, wat betekent dat ze belastingen zullen moeten bijbetalen op de ontvangen uitkeringen. Dat zal zeker het geval zijn voor wie maar een of twee maanden tijdelijk werkloos is en de rest van het jaar een gewoon loon betaald krijgt. Dat zal merkbaar zijn in de belastingaangifte die u volgend jaar moet invullen.

De juiste codes

De werkloosheidsuitkering en de aanvullende vergoedingen zult u moeten aangeven in vak IV rubriek D. Vervangingsinkomsten bij de code 1271/2271.

 


 

 

PwC
Lees meer

Gesponsorde inhoud