Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Lening voor tweede verblijf of investeringspand levert altijd belastingvoordeel op

De intresten betaald op een lening voor een tweede verblijf of verhuurd pand leveren altijd een belastingvoordeel op. Maar hoe groot dat voordeel is, hangt af van het feit of u nog een lening hebt lopen voor uw gezinswoning of niet, en wanneer die lening is aangegaan.
©BELGA

Het Vlaams en het Brussels Gewest hebben het belastingvoordeel voor een lening voor een gezinswoning afgeschaft. Maar de gewesten kunnen alleen beslissen over het belastingvoordeel voor uw gezinswoning, het huis of appartement waar u effectief woont. Het belastingvoordeel voor een tweede verblijf en voor huizen, appartementen of handelspanden die u wenst te verhuren, behoort tot de bevoegdheid van de federale overheid. En aan dat voordeel is de voorbije jaren nauwelijks gesleuteld. 

De betaalde intresten leveren altijd een belastingvoordeel op. Hoeveel belastingvoordeel u kunt halen uit de kapitaalaflossingen hangt echter af van het feit of u nog een lening hebt lopen voor het huis of appartement waar u woont en wanneer die lening is aangegaan.

Hoeveel belastingvoordeel leveren de betaalde intresten op?

De betaalde intresten kunnen ertoe leiden dat uw tweede vastgoed niet of maar gedeeltelijk belast wordt in de personenbelasting. Dat zit zo. Een tweede verblijf of verhuurd pand moet u altijd aangeven in vak III van uw belastingaangifte: u geeft, afhankelijk van het geval, het kadastraal inkomen of de huurinkomsten aan. Op basis daarvan wordt het netto belastbaar onroerend inkomen berekend.

De intresten, betaald op een lening, kunnen dat belastbaar inkomen drukken of zelfs volledig neutraliseren: met de zogenaamde federale gewone intrestaftrek worden de betaalde intresten volledig afgetrokken van uw netto belastbaar onroerend inkomen. Die aftrek blijft niet beperkt tot het onroerend inkomen van het gefinancierde vastgoed. De intresten kunnen ook afgetrokken worden van het netto belastbaar onroerend inkomen van ander vastgoed waarvan u eigenaar bent. De enige uitzondering is uw eigen woning, omdat dat onroerend goed vrijgesteld is in de personenbelasting.

Voor het belastingvoordeel van de intresten moet de lening niet aan specifieke voorwaarden voldoen. Zo is een hypothecaire inschrijving of waarborg niet vereist. Het maakt ook niets uit of u nog een lening hebt voor uw gezinswoning. De lening moet uitsluitend zijn aangegaan voor het verkrijgen of behouden van het vastgoed.

Hoeveel belastingvoordeel kunnen de kapitaalaflossingen en een premie voor een schuldsaldoverzekering opleveren?

705
euro
Het maximale voordeel voor het langetermijnsparen bedraagt 30 procent van 2.350 euro of 705 euro (exclusief gemeentebelasting).

De betaalde kapitaalaflossingen en de eventuele premie voor een schuldsaldoverzekering kunnen recht geven op de federale belastingvermindering voor het langetermijnsparen van 30 procent. Zowel de lening als de schuldsaldoverzekering moet daarvoor aan enkele voorwaarden voldoen. De belangrijkste zijn dat de lening minstens tien jaar loopt, gewaarborgd is met een hypothecaire inschrijving en afgesloten is voor een woning gelegen in de Europese Economische Ruimte (EER) en bij een bank, gevestigd in de EER.

De betalingen die een belastingvoordeel opleveren, ondergaan een dubbele beperking:

1. Leningsjaar

Een eerste beperking hangt af van het jaar van de lening. Als u in 2019 leende, levert alleen het eerste deel van uw hypothecaire lening tot 78.440 euro een belastingvoordeel op. U moet zelf het bedrag beperken dat u aangeeft. Dat doet u door de betaalde kapitalen en de premie van een schuldsaldoverzekering te vermenigvuldigen met een breuk met in de teller 78.440 euro en in de noemer het totale aanvangsbedrag van de lening dat met een hypotheek is gewaarborgd. 

2. Absoluut maximum

Een tweede beperking doet de fiscus op grond van uw beroepsinkomen, met een absoluut maximum van 2.350 euro. Dat brengt het maximale voordeel voor het langetermijnsparen op 30 procent van 2.350 euro of dus 705 euro (exclusief gemeentebelasting).

Zo optimaliseert u uw belastingen

Bent u gehuwd of wettelijk samenwonend, hebt u samen geleend, bent u beiden eigenaar van dezelfde woning en hebt u beiden recht op het federale langetermijnsparen voor die woning, dan kan de aangifte geoptimaliseerd worden door de betaalde bedragen (met bijbehorende beperking afhankelijk van het leningsjaar) te verdelen tussen beiden. Elke partner heeft recht op het absolute maximum van 2.350 euro.

Hoeveel van de kapitaalaflossingen kan ik inbrengen als ik nog een lening voor mijn gezinswoning heb?

Of en hoeveel belastingvoordeel de kapitaalaflossingen en premies van een eventuele schuldsaldoverzekering opleveren, hangt af van het feit of u nog een lening hebt voor uw gezinswoning, wanneer u die afsloot en in welk gewest u woont.

  • U hebt geen lening voor de gezinswoning

U kunt de maximale korf voor het langetermijnsparen van 2.350 euro volledig benutten.

  • U leende vóór 2015

Wie vóór 2015 leende voor zijn gezinswoning zal maar een beperkt voordeel kunnen halen uit een lening voor ander vastgoed of uit de premies voor een levensverzekering. Dat komt, omdat er voor die leningen een cumulatieverbod is tussen de gewestelijke korf voor de gezinswoning en de federale korf voor ander vastgoed. Daarbij werd altijd voorrang gegeven aan de gewestelijke korf.

De gewestelijke korf is volledig gevuld met 2.280 euro aan kapitaalaflossingen en premies voor de schuldsaldoverzekering in het Vlaams Gewest, 2.290 euro in het Waals Gewest en 2.450 euro in het Brussels Gewest. De federale korf bedraagt 2.350 euro.

Omdat de fiscale korf van het Vlaams en het Waals Gewest lager is dan de federale fiscale korf, kan dat verschil worden opgevuld met de kapitaalaflossingen van uw tweede woning. Heeft u de gewestelijke korf niet volledig benut, dan levert ook dat niet-benutte deeltje nog een federaal belastingvoordeel op.

  • U leende vanaf 2015 en woont in het Vlaams Gewest

Voor leningen afgesloten in 2015 werd het basisbedrag van de woonbonus verlaagd van 2.280 naar 1.520 euro. Daardoor ontstond er extra ruimte voor het federale langetermijnsparen tot 830 euro. Dat is het verschil tussen de federale korf van 2.350 euro en de aangegeven gewestelijke woonbonus (maximaal 1.520 euro).  

Wie niet in aanmerking kwam voor de woonbonus, kon voor de betaalde kapitaalaflossingen en premies voor de schuldsaldoverzekering het gewestelijk belastingvoordeel van het langetermijn- en bouwsparen krijgen. Die gewestelijke korf is geplafonneerd op 2.280 euro, of 30 euro minder dan de federale korf.

Voor leningen vanaf 2016 is er in Vlaanderen de ‘geïntegreerde woonbonus’, met een basisbedrag van 1.520 euro aan leningsuitgaven. Voor dat belastingvoordeel is er geen wettelijk cumulatieverbod, wat betekent dat u de federale korf helemaal kunt benutten. U kunt in uw aangifte zowel de volledige geïntegreerde woonbonus (1.520 euro) als de volledige federale fiscale korf (2.350 euro) benutten.

  • U leende vanaf 2015 en woont in het Waals Gewest

Voor leningen afgesloten in 2015 gelden dezelfde regels als voor leningen van vóór 2015 (zie hoger). Vanaf 2016 werd de woonbonus afgeschaft en kwam de wooncheque in de plaats. Die belastingvermindering mag gecumuleerd worden met het federale belastingvoordeel. Inwoners van het Waals Gewest kunnen daardoor behalve de wooncheque (voor de leningsuitgaven voor de gezinswoning) ook nog de federale fiscale korf van 2.350 euro voor het langetermijnsparen benutten. 

  • U leende vanaf 2015 en woont in het Brussels Gewest

Voor leningen afgesloten tot eind 2016 was er in het Brussels Gewest de woonbonus. Die mag niet gecumuleerd worden met het federale belastingvoordeel. Als uw Brusselse korf van 2.450 euro gevuld is met kapitaalaflossingen en premies voor een schuldsaldoverzekering is er geen ruimte meer voor een federaal belastingvoordeel. 

Voor leningen vanaf 2017 heeft het Brussels Gewest de woonbonus afgeschaft en vervangen door een korting op de registratiebelasting, verschuldigd bij de aankoop. Daardoor kan voor leningen vanaf 2017 de volledige federale korf van 2.350 euro benut worden.

De juiste codes

U vraagt de intrestaftrek door in vak IX, in het tweede deel ‘Federaal’ onder de titel ‘3. Andere dan de in 1 bedoelde intresten, die in aanmerking komen voor een federaal belastingvoordeel’ bij de code 1146/2146 het totaalbedrag van de betaalde intresten in te vullen.

U geeft het beperkte bedrag van de kapitaalaflossingen aan in het blok ‘Federaal’ onder de titel ‘4. Kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen aangegaan voor het verwerven of (ver)bouwen van een andere woning dan uw eigen woning’ bij de code 1358/2358. Het beperkte bedrag van de premie voor de schuldsaldoverzekering geeft u aan onder de titel ‘5. Premies van individuele levensverzekeringen’ bij de code 1353/2353. Bovendien moet u het contractnummer en de naam van de verzekeraar melden.

PwC
Lees meer

Gesponsorde inhoud