Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Welk belastingvoordeel levert een bestaande lening voor uw gezinswoning op?

Het belastingvoordeel voor het huis of appartement waar u woont, is een gewestelijke aangelegenheid. Hoeveel zo’n lening oplevert, hangt af van uw woonplaats én van het jaar waarin u leende.
©ANP XTRA

Welk gewestelijk voordeel u krijgt, hangt niet af van de ligging van het vastgoed. Het is uw woonplaats op 1 januari 2020 die bepaalt voor welk voordeel u in aanmerking komt. Een overzicht van het belastingvoordeel in de drie gewesten naargelang het tijdstip van uw lening.

1. U leende in 2017 of 2018

Hebt u in 2017 of 2018 voor uw gezinswoning geleend? Alleen Vlamingen en Walen kunnen een fiscaal voordeel in hun belastingaangifte claimen.

Inwoners van het Vlaams Gewest kunnen aanspraak maken op de ‘geïntegreerde woonbonus’, voor die van het Waals Gewest is er de wooncheque. Aan beide systemen zijn strikte voorwaarden gekoppeld. Wie leende voor zijn gezinswoning maar niet aan de voorwaarden voldoet, krijgt geen enkel belastingvoordeel meer.

In het Brussels Gewest is het belastingvoordeel via de personenbelasting afgeschaft en vervangen door een onmiddellijke korting op de registratiebelasting die verschuldigd is bij de aankoop. Brusselaars kunnen met andere woorden via hun belastingaangifte nooit een belastingvoordeel voor hun gezinswoning krijgen.

Vlaams Gewest: geïntegreerde woonbonus

De ‘geïntegreerde woonbonus’ is er zowel voor wie voor het eerst eigenaar wordt als voor wie al eerder vastgoed kocht. De betaalde intresten, kapitaalaflossingen en premies voor een schuldsaldoverzekering die u fiscaal kunt inbrengen, zijn geplafonneerd. Voor iedereen is dat een basisbedrag van 1.520 euro. Voor wie geen eigenaar is van ander vastgoed is er een verhoging met 760 euro tijdens de eerste tien jaar van de lening en met 80 euro voor wie minstens drie kinderen ten laste had op 1 januari na het afsluiten van de lening. Let wel, die beide verhogingen blijven alleen behouden als het nog altijd uw enige woning is.

Voor die bedragen krijgt u een belastingvermindering van 40 procent, wat het maximale belastingvoordeel op 944 euro (exclusief gemeentebelasting) brengt voor wie voor het eerst koopt en de beide toeslagen krijgt. Voor wie al ander vastgoed bezit, komt het maximumvoordeel uit op 608 euro (exclusief gemeentebelasting). Let wel, de fiscus houdt geen rekening met een woning verkregen via erfenis in mede-eigendom, blote eigendom of vruchtgebruik.

Tip! Optimalisatie voor koppels

Gehuwden en wettelijk samenwonenden die samen hun belastingaangifte indienen en allebei voldoen aan de voorwaarden voor de geïntegreerde woonbonus kunnen de intresten en kapitaalaflossingen vrij onder elkaar verdelen. Het maakt niets uit wie de bedragen heeft betaald. Voorwaarde is wel dat elke partner mee heeft geleend en bovendien mede-eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder is van de woning. Die optimalisatie moet u zelf doen: geef bij de partner die de meeste belasting moet betalen (en doorgaans het grootste inkomen heeft) een bedrag aan tot zijn maximum en de rest bij de andere partner.

Voldoet maar één partner aan de voorwaarden, dan moeten de betalingen verdeeld worden volgens het eigendomspercentage. Dat is ook de werkwijze voor feitelijke samenwoners.

De juiste codes

De intresten en kapitaalaflossingen geeft u aan in vak IX in het blok ‘Gewestelijk’ onder de titel ‘Interesten en kapitaalaflossingen van vanaf 2016 gesloten hypothecaire leningen…’ bij de code 3334/4334 en de premies van de schuldsaldoverzekering bij de code 3335/4335. De volgende codes zijn er om na te gaan of u recht hebt op de toeslagen van 760 en 80 euro. Bij de codes 3336-3337/4336-4337 moet u aangeven of het nog steeds uw enige woning is en bij de codes 3330/4330 vermeldt u het aantal kinderen op 1 januari na het afsluiten van uw lening.

Waals Gewest: wooncheque

Inwoners van het Waals Gewest kunnen de ‘chèque habitat’ of wooncheque claimen voor de betaalde intresten, kapitaalaflossingen en premies voor de schuldsaldoverzekering. Het belastingvoordeel hangt af van het netto belastbaar inkomen (NBI), wat betekent dat het van jaar tot jaar kan verschillen.

Het maximumvoordeel van 1.520 euro is er voor wie minder dan 22.273 euro verdient. Naarmate het inkomen stijgt, daalt het belastingvoordeel. Het wordt berekend volgens de formule: 1.520 euro - (NBI-22.273) x 1,275 procent. Wie meer dan 85.911 euro verdient, krijgt geen enkel belastingvoordeel. Het belastingvoordeel kan nooit meer bedragen dan de effectief betaalde aflossingen en interesten.

Voor elk kind op 1 januari 2020 is er een toeslag van 125 euro. Die toeslag is er voor beide ouders samen en moet dus verdeeld worden. Bij een fiscaal co-ouderschap krijgt elke ouder de helft. Vullen ouders een gezamenlijke aangifte in en heeft maar één recht op de wooncheque, dan krijgt die ouder de volledige toeslag van 125 euro. Dat geldt ook als maar een van de partners een belastbaar inkomen heeft van maximaal 85.911euro.

De wooncheque kan nooit langer worden toegekend dan de looptijd van de lening en is sowieso beperkt tot 20 jaar, zelfs al gaat u na de twintigjarige termijn nog een lening aan. Na tien jaar halveert de waarde van de wooncheque automatisch. Ook als u in de loop van de lening ander vastgoed koopt, halveert de wooncheque. De halvering komt er vanaf het jaar waarin u volle eigenaar, blote eigenaar, bezitter, vruchtgebruiker of erfpachter wordt van een tweede woning. Als de wooncheque al gehalveerd is in de loop van de eerste tien jaar, is er geen automatische halvering meer vanaf het elfde jaar.

Gehuwden en wettelijk samenwonenden die een gezamenlijke belastingaangifte invullen en samen leenden, moeten de betaalde intresten en kapitaalaflossingen verdelen volgens hun eigendomspercentage in het gefinancierde pand.

Het belastingvoordeel is er ook voor wie weinig of geen belastingen betaalt. Dat komt omdat de wooncheque een zogenaamd belastingkrediet is. Als er minder belastingen betaald moeten worden dan het voordeel van de wooncheque, wordt het saldo terugbetaald. Wie beroepsinkomsten geniet die bij verdrag zijn vrijgesteld zonder progressievoorbehoud - zoals  Europese ambtenaren - is uitgesloten van deze regeling.

De juiste codes

U hoeft niet zelf het bedrag van de wooncheque te berekenen. Het volstaat om in vak IX in het blok ‘Gewestelijk’ onder de titel ‘Interesten en kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen en premies van individuele levensverzekeringen gesloten vanaf 2016 die in aanmerking komen voor de chèque habitat’ bij de onderverdeling voor leningen gesloten van 2016 tot en met 2018 bij de code 3324/4324 het bedrag aan intresten en kapitaalaflossingen in te vullen en de premies voor de schuldsaldoverzekering bij de code 3325/4325.

Was de woning waarvoor de lening werd aangegaan op 31 december 2019 nog altijd uw enige woning, dan vult u code 3322/4322 in. Als dat niet (meer) het geval was, vult u code 3323/4323 in. Voor leningen gesloten in 2019, vult u het bedrag aan intresten en kapitaalaflossingen in bij code 3338/4338 en de premies voor de schuldsaldoverzekering bij de code 3339/4339.

2. U leende in 2016

Als u in 2016 leende voor uw gezinswoning en u er nog altijd woont, behoudt u hetzelfde belastingvoordeel als de voorgaande jaren.

Voor leningen aangegaan in 2016 was er voor het eerst in het Vlaams Gewest de geïntegreerde woonbonus. Het Waals Gewest lanceerde toen de wooncheque. Voor de Brusselaars bleef het belastingvoordeel voor de laatste keer hetzelfde als de voorgaande jaren.

Vlaams Gewest: geïntegreerde woonbonus

Voor leningen aangegaan in 2016 was er voor het eerst in het Vlaams Gewest de geïntegreerde woonbonus. Wie in 2016 niet voldeed aan de voorwaarden voor de geïntegreerde woonbonus krijgt geen enkel belastingvoordeel voor de lening.

De ‘geïntegreerde woonbonus’ is er zowel voor wie voor het eerst eigenaar wordt als voor wie al eerder vastgoed kocht. De betaalde intresten, kapitaalaflossingen en premies voor een schuldsaldoverzekering die u fiscaal kunt inbrengen, zijn geplafonneerd. Voor iedereen is dat een basisbedrag van 1.520 euro. Voor wie geen eigenaar is van ander vastgoed is er een verhoging met 760 euro tijdens de eerste tien jaar van de lening en met 80 euro voor wie minstens drie kinderen ten laste had op 1 januari na het afsluiten van de lening. Let wel, die beide verhogingen blijven alleen behouden als het nog altijd uw enige woning is.

Voor die bedragen krijgt u een belastingvermindering van 40 procent, wat het maximale belastingvoordeel op 944 euro (exclusief gemeentebelasting) brengt voor wie voor het eerst koopt en de beide toeslagen krijgt. Voor wie al ander vastgoed bezit, komt het maximumvoordeel op 608 euro (exclusief gemeentebelasting) uit. Let wel, de fiscus houdt geen rekening met een woning verkregen via erfenis in mede-eigendom, blote eigendom of vruchtgebruik.

Tip! Optimalisatie voor koppels

Gehuwden en wettelijk samenwonenden die samen hun belastingaangifte indienen en allebei voldoen aan de voorwaarden voor de geïntegreerde woonbonus kunnen de intresten en kapitaalaflossingen vrij onder elkaar verdelen. Het maakt niets uit wie de bedragen heeft betaald. Voorwaarde is wel dat elke partner mee heeft geleend en bovendien mede-eigenaar, vruchtgebruiker, erfpachter of opstalhouder is van de woning. Die optimalisatie moet u zelf doen: geef bij de partner die de meeste belasting moet betalen (en doorgaans het grootste inkomen heeft) een bedrag aan tot zijn maximum en de rest bij de andere partner.

Voldoet maar één partner aan de voorwaarden, dan moeten de betalingen verdeeld worden volgens het eigendomspercentage. Dat is ook de werkwijze voor feitelijke samenwoners.

De juiste codes

De intresten en kapitaalaflossingen geeft u aan in vak IX in het blok ‘Gewestelijk’ onder de titel ‘Interesten en kapitaalaflossingen van vanaf 2016 gesloten hypothecaire leningen…’ bij de code 3334/4334 en de premies van de schuldsaldoverzekering bij de code 3335/4335. De volgende codes zijn er om na te gaan of u recht hebt op de toeslagen van 760 en 80 euro. Bij de codes 3336-3337/4336-4337 moet u aangeven of het nog steeds uw enige woning is en bij de codes 3330/4330 vermeldt u het aantal kinderen op 1 januari na het afsluiten van uw lening.

Brussels Gewest: laatste keer woonbonus

2016 was het laatste jaar dat het Brussels Gewest voor leningen de ‘klassieke’ woonbonus gaf, op voorwaarde dat u aan de voorwaarden voldeed.

 •         Wel woonbonus

Het basisbedrag aan intresten, kapitaalaflossingen en premies voor een schuldsaldoverzekering dat een belastingvoordeel oplevert, bedraagt 2.450 euro.

Boven op het basisbedrag kunnen er twee toeslagen zijn. Tijdens de eerste tien jaar van de lening is er een toeslag van 820 euro. Bovendien is er een verhoging met 80 euro voor wie op 1 januari van het jaar na dat van de lening drie of meer kinderen ten laste had. Die beide toeslagen behoudt u zolang u geen ander vastgoed koopt.

De belastingvermindering bedraagt 45 procent, wat het maximale voordeel op 1.507,50 euro (exclusief gemeentebelasting) brengt.

De juiste codes

De codes zijn te vinden in vak IX van het blok ‘Gewestelijk’, onder de titel ‘Interesten en kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen en premies van individuele levensverzekeringen gesloten vanaf 2005 die in aanmerking komen voor de gewestelijke woonbonus’. Hierbij wordt een onderverdeling gemaakt voor leningen gesloten in 2005 en 2014 en leningen gesloten in 2015 of 2016. Voor die laatste vult u bij de code 3360/4360 de betaalde intresten en kapitaalaflossingen in, bij de code 3361/4361 de premies voor de schuldsaldoverzekering. Gehuwden en wettelijk samenwonenden die samen hebben geleend en beiden aan de voorwaarden van de woonbonus voldoen, mogen de intresten en kapitaalaflossingen vrij verdelen. Feitelijke samenwoners moeten de betalingen verdelen volgens hun eigendomsaandeel.

Voorts moet u de codes 3344-3345/4344-4345 aankruisen, waarin gevraagd wordt of de woning eind 2019 al dan niet uw enige woning was. Bij de code 3346/4346 geeft u aan hoeveel kinderen u ten laste had op 1 januari van het jaar na dat van het afsluiten van de lening.

•          Geen woonbonus

Wie niet aan de voorwaarden voor de woonbonus voldeed, kan alleen een belastingvoordeel voor de kapitaalaflossingen en premies voor een schuldsaldoverzekering genieten.

Die geven recht op de ‘gewestelijke vermindering voor het langetermijnsparen’ tegen een vast tarief van 30 procent. U moet de betalingen wel beperken, volgens de breuk met in de teller het maximale aanvangsbedrag dat gold in het jaar waarin u uw lening afsloot (zonder rekening te houden met de kinderen ten laste) en in de noemer het totaalbedrag van het hypothecair ingeschreven deel van uw lening. Die breuk blijft de hele looptijd van de lening dezelfde. Voor het overschot aan kapitaalaflossingen is er geen belastingvoordeel.

De juiste codes

U geeft de betaalde kapitaalaflossingen aan in het blok ‘Gewestelijk’ onder de titel ‘Kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen, aangegaan voor het verwerven of (ver)bouwen van uw ‘eigen woning’, bij de code 3358/4358. De premies voor de schuldsaldoverzekering komen onder de titel ‘Premies van individuele levensverzekeringen’, bij de code 3353/4353.

 

Waals Gewest: wooncheque

Inwoners van het Waals Gewest kunnen de ‘chèque habitat’ of wooncheque claimen voor de betaalde intresten, kapitaalaflossingen en premies voor de schuldsaldoverzekering. Het belastingvoordeel hangt af van het netto belastbaar inkomen (NBI), wat betekent dat het van jaar tot jaar kan verschillen.

Het maximale voordeel van 1.520 euro is er voor wie minder dan 22.273 euro verdient. Naarmate het inkomen stijgt, daalt het belastingvoordeel. Het wordt berekend volgens de formule: 1.520 euro - (NBI- 22.273) x 1,275 procent. Wie meer dan 85.911 euro verdient, krijgt geen enkel belastingvoordeel. Het belastingvoordeel kan nooit meer bedragen dan de effectief betaalde aflossingen en interesten.

Voor elk kind op 1 januari 2020 is er een toeslag van 125 euro. Die toeslag is er voor beide ouders samen en moet dus verdeeld worden. Bij een fiscaal co-ouderschap krijgt elke ouder de helft. Vullen ouders een gezamenlijke aangifte in en heeft maar een recht op de wooncheque, dan krijgt die ouder de volledige toeslag van 125 euro. Dat geldt ook als maar een van de partners een belastbaar inkomen heeft van maximaal 85.911 euro.

De wooncheque kan nooit langer worden toegekend dan de looptijd van de lening en is sowieso beperkt tot 20 jaar, zelfs al gaat u na de twintigjarige termijn nog een lening aan. Na tien jaar halveert de waarde van de wooncheque automatisch. Ook als u in de loop van de lening ander vastgoed koopt, halveert de wooncheque. De halvering komt er vanaf het jaar waarin u volle eigenaar, blote eigenaar, bezitter, vruchtgebruiker of erfpachter wordt van een tweede woning. Als de wooncheque al gehalveerd is in de loop van de eerste tien jaar, is er geen automatische halvering meer vanaf het elfde jaar.

Gehuwden en wettelijk samenwonenden die een gezamenlijke belastingaangifte invullen en samen leenden, moeten de betaalde intresten en kapitaalaflossingen verdelen volgens hun eigendomspercentage in het gefinancierde pand.

Het belastingvoordeel is er ook voor wie weinig of geen belastingen betaalt. Dat komt omdat de wooncheque een zogenaamd belastingkrediet is. Als er minder belastingen moeten worden betaald dan het voordeel van de wooncheque, wordt het saldo terugbetaald. Wie beroepsinkomsten geniet die bij verdrag zijn vrijgesteld zonder progressievoorbehoud - zoals  Europese ambtenaren - is uitgesloten van deze regeling.

De juiste codes

U hoeft niet zelf het bedrag van de wooncheque te berekenen. Het volstaat om in vak IX in het blok ‘Gewestelijk’ onder de titel ‘Interesten en kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen en premies van individuele levensverzekeringen gesloten vanaf 2016 die in aanmerking komen voor de chèque habitat’ bij de onderverdeling voor leningen gesloten van 2016 tot en met 2018 bij de code 3324/4324 het bedrag aan intresten en kapitaalaflossingen in te vullen en de premies voor de schuldsaldoverzekering bij de code 3325/4325.

Was de woning waarvoor de lening werd aangegaan op 31 december 2019 nog altijd uw enige woning, dan vult u code 3322/4322 in. Als dat niet (meer) het geval was, vult u code 3323/4323 in. Voor leningen gesloten in 2019, vult u het bedrag aan intresten en kapitaalaflossingen in bij code 3338/4338 en de premies voor de schuldsaldoverzekering bij de code 3339/4339.

 

3. U leende in 2015

De basisprincipes voor leningen afgesloten in 2015 zijn in de drie gewesten dezelfde. De  maximale bedragen en het tarief van het belastingvoordeel verschillen wel. Het grootste belastingvoordeel is er voor de Brusselaars.

Wie in 2015 leende voor zijn gezinswoning (eigen woning) en geen ander vastgoed bezat (enige woning), kon - als aan enkele bijkomende voorwaarden voldaan was - aanspraak maken op het belastingvoordeel voor de woonbonus. Wie niet in aanmerking kwam, kan - op enkele zeer specifieke uitzonderingen na - alleen aanspraak maken op het langetermijnsparen. Die belastingvoordelen kan u ook dit jaar in uw belastingaangifte vragen.

  • Wel woonbonus

Wel woonbonus

Het basisbedrag aan intresten, kapitaalaflossingen en premies voor een schuldsaldoverzekering dat een belastingvoordeel oplevert, verschilt van gewest tot gewest:

  • Vlaams Gewest: 1.520 euro
  • Brussels Gewest: 2.450 euro
  • Waals Gewest: 2.290 euro

Boven op het basisbedrag kunnen er twee toeslagen zijn. Tijdens de eerste tien jaar van de lening is er een toeslag van 760 euro in het Vlaams en het Waals Gewest en van 820 euro in het Brussels Gewest. Bovendien is er een verhoging met 80 euro voor wie op 1 januari van het jaar na dat van de lening drie of meer kinderen ten laste had. Die beide toeslagen behoudt u zolang u geen ander vastgoed koopt.

In het Vlaams en Waals Gewest is er een belastingvermindering tegen een vast tarief van 40 procent, wat het maximale voordeel op 944 euro (exclusief gemeentebelasting) brengt in Vlaanderen en op 1.252 euro (exclusief gemeentebelasting) in Wallonië. Het tarief in het Brussels Gewest bedraagt 45 procent, wat het maximale voordeel op 1.507,50 euro (exclusief gemeentebelasting) brengt.

De juiste codes

De codes zijn te vinden in vak IX in het blok ‘Gewestelijk’ onder de titel ‘Interesten en kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen en premies van individuele levensverzekeringen gesloten vanaf 2005 die in aanmerking komen voor de gewestelijke woonbonus’ bij de onderverdeling voor leningen gesloten vanaf/in 2015. Bij de code 3360/4360 vult u de betaalde intresten en kapitaalaflossingen in, bij de code 3361/4361 de premies voor de schuldsaldoverzekering. Gehuwden en wettelijk samenwonenden die samen hebben geleend en beiden aan de voorwaarden van de woonbonus voldoen, mogen de intresten en kapitaalaflossingen vrij verdelen. Feitelijke samenwoners moeten de betalingen verdelen volgens hun eigendomsaandeel.

Voorts moet u de codes 3344-3345/4344-4345 aankruisen, waarin gevraagd wordt of de woning eind 2019 al dan niet uw enige woning was. Bij de code 3346/4346 geeft u aan hoeveel kinderen u ten laste had op 1 januari van het jaar na dat van het afsluiten van de lening.

  • Geen woonbonus

Geen woonbonus

Wie niet aan de voorwaarden voor de woonbonus voldeed, kan een belastingvoordeel voor enerzijds de intresten en anderzijds de kapitaalaflossingen genieten.

Welk belastingvoordeel haalt u uit uw intresten?

Alleen in het Vlaams Gewest leveren de betaalde intresten een belastingvoordeel op. Dat levert een voordeel op ten belope van uw netto onroerend inkomen, tegen een vast tarief van 40 procent. Wie op 1 januari 2020 zijn fiscale woonplaats heeft in het Waals of Brussels Gewest krijgt - op enkele zeer specifieke uitzonderijngen na - geen belastingvoordeel voor de betaalde intresten.

Welk belastingvoordeel haalt u uit uw kapitaalaflossingen en premies voor de schuldsaldoverzekering?

De betaalde kapitaalaflossingen en premies voor de schuldsaldoverzekering geven - mits een aantal voorwaarden - recht op de ‘gewestelijke vermindering voor het langetermijnsparen’ tegen een vast tarief van 30 procent (exclusief gemeentebelasting). U moet de betalingen wel beperken, volgens de breuk met in de teller het maximale aanvangsbedrag dat gold in het jaar waarin u uw lening afsloot (zonder rekening te houden met de kinderen ten laste) en in de noemer het totaalbedrag van het hypothecair ingeschreven deel van uw lening. Die breuk blijft de hele looptijd van de lening dezelfde. Voor het overschot aan kapitaalaflossingen is er geen belastingaftrek.

De juiste codes

U geeft de betaalde kapitaalaflossingen aan in vak IX in het blok ‘Gewestelijk’ onder de titel ‘Kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen aangegaan voor het verwerven of (ver)bouwen van uw ‘eigen woning’ bij de code 3358/4358 en de premies voor de schuldsaldoverzekering onder de titel ‘Premies van individuele levensverzekeringen’ bij de code 3353/4353.

Inwoners van het Vlaams Gewest geven de betaalde intresten aan onder de titel ‘Andere dan in 1 en 2 bedoelde interesten, die in aanmerking komen voor een gewestelijke belastingvermindering’ bij de code 3151. Als het gaat om een herfinancieringslening van een oorspronkelijke lening die dateert van voor 2005 en die werd geherfinancierd in 2015 is dat de code 3150.

 

 

4. U leende tussen 2005 en 2014

Leende u tussen 2005 en 2014 voor uw gezinswoning en woont u er nog steeds, dan kan u hetzelfde belastingvoordeel als de voorgaande jaren claimen. Voor wie voldeed aan de voorwaarden was er de woonbonus. De twee belangrijkste vereisten waren dat u leende voor de woning waar u zelf woont (de eigen woning) en dat u geen ander vastgoed bezit (enige woning). Wie niet aan de voorwaarden voldeed, kan een belastingvoordeel krijgen voor enerzijds de intresten en anderzijds de betaalde kapitaalaflossingen en premies voor een schuldsaldoverzekering.

  • Wel woonbonus

Wel woonbonus

Als u voldeed aan de voorwaarden, krijgt u nog steeds hetzelfde belastingvoordeel: de gewestelijke woonbonus. Het basisbedrag aan intresten, kapitaalaflossingen en premies voor een schuldsaldoverzekering dat u fiscaal kan aangeven, verschilt van gewest tot gewest:

-       Vlaams Gewest: 2.280 euro

-       Brussels Gewest: 2.450 euro

-       Waals Gewest: 2.290 euro

Boven op het basisbedrag kunnen er twee toeslagen zijn. Tijdens de eerste tien jaar van de lening is er een toeslag van 760 euro in het Vlaams en het Waals Gewest en van 820 euro in het Brussels Gewest. Bovendien is er een verhoging met 80 euro voor wie op 1 januari van het jaar na dat van de lening drie of meer kinderen ten laste had.

In alle gewesten levert de woonbonus een belastingvermindering op tegen het hoogste (marginale) belastingtarief waartegen u belast wordt: minimaal 30 en maximaal 50 procent (exclusief gemeentebelasting). Dat brengt het maximale voordeel (exclusief gemeentebelasting) in Vlaanderen op 1.560 euro (3.120 x 50%), in Wallonië op 1.565 euro (3.130 euro x 50%) en in Brussel op 1.675 euro (3.350 x 50%).

De juiste codes

De betalingen geeft u aan in vak IX in het blok ‘Gewestelijk’, onder de titel ‘Interesten en kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen en premies van individuele levensverzekeringen gesloten vanaf 2005…’. Bij de onderverdeling voor leningen gesloten tussen 2005 tot 2014 geeft u bij de code 3370/4370 de intresten en kapitaalaflossingen aan, bij de code 3371/4371 de premies van de schuldsaldoverzekering. De codes 3372/4372 en 3380/4380 zijn er om uit te maken of u al dan niet nog in de eerste tien jaar van uw looptijd zit. Voor leningen vanaf 2010 moet u ook de codes 3374/4374, 3375/4375 en 3373/4373 invullen om te bepalen of u al dan niet recht heeft op de toeslagen. 

 

 

  • Geen woonbonus

Geen woonbonus

Voldeed u niet aan de voorwaarden van de woonbonus? De betaalde intresten geven recht op de ‘gewestelijke vermindering voor gewone intresten’ en de kapitaalaflossingen en premies voor een schuldsaldoverzekering op de ‘gewestelijke vermindering voor het langetermijnsparen’.

Welk belastingvoordeel haalt u uit uw intresten?

De gewestelijke vermindering voor gewone intresten kan ertoe leiden dat u geen extra belastingen betaalt op ander vastgoed dan uw gezinswoning. Dat zit zo. Wie vanaf 2005 leende voor zijn gezinswoning moet het kadastraal inkomen van zijn gezinswoning niet opnemen in zijn belastingaangifte. Maar het kadastraal inkomen van uw tweede verblijf of verhuurd vastgoed moet u altijd aangeven in vak III. Op basis daarvan wordt het netto belastbaar onroerend inkomen berekend.

Voor het bedrag aan intresten (met een maximum van de netto belastbare onroerende inkomsten, na aftrek van intresten betaald voor leningen voor ander vastgoed dan uw gezinswoning) krijgt u een belastingvermindering tegen het marginale tarief, met een minimum van 30 procent en een maximum van 50 procent op de intresten die u betaalt.

Leende u destijds op minstens tien jaar voor een nieuwbouw of grondige renovatie en is het nog steeds uw enige woning op 31 december 2019? Dan kan er ook nog - mits voorwaarden - een belastingvermindering zijn voor een gewestelijke bijkomende intrestaftrek. Dat is in het Vlaams Gewest het geval voor leningen tot en met 2014, in het Waals Gewest tot en met 2015 en in het Brussels Gewest tot en met 2016. Vanaf 2015 gaat in het Brussels en Waals Gewest het om specifieke uitzonderingen. Het percentage van dat voordeel bedraagt voor leningen gesloten voor 2015 minimaal 30 procent en maximaal 50 procent, afhankelijk van uw inkomen. Let wel, dat voordeel is beperkt tot maximaal 12 jaar.

Welk belastingvoordeel haalt u uit uw kapitaalaflossingen?

De betaalde kapitaalaflossingen en premies voor de schuldsaldoverzekering geven recht op de ‘gewestelijke vermindering voor het langetermijnsparen’ tegen een vast tarief van 30 procent. U moet de betalingen wel beperken, volgens de breuk met in de teller het maximale aanvangsbedrag dat gold in het jaar waarin u uw lening afsloot (zonder rekening te houden met de kinderen ten laste) en in de noemer het totaalbedrag van het hypothecair ingeschreven deel van uw lening. Die breuk blijft de hele looptijd van de lening dezelfde. Voor het overschot aan kapitaalaflossingen is er geen belastingaftrek

De juiste codes

U geeft alle betaalde intresten van de lening aan in vak IX in het blok ‘Gewestelijk’ onder de titel ‘Andere dan de in 1 en 2 bedoelde intresten, die in aanmerking komen voor een gewestelijke belastingvermindering’ bij de code 3152. Gaat het om een herfinancieringslening waarbij de oorspronkelijke lening werd afgesloten voor 2005 en de herfinanciering gebeurde voor 2015, dan is dat de code 3146.

De (beperkte) kapitaalaflossingen geeft u aan onder de titel ‘Kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen voor het verwerven of (ver)bouwen van uw ‘eigen woning’ bij de code 3358/4358 en de premies van de schuldsaldoverzekering onder ‘Premies van individuele levensverzekeringen’ bij de code 3353/4353.

 

 

5. U leende vóór 2005

In het zogenaamde ‘oude’ belastingregime voor leningen die voor 2005 werden afgesloten, is er enerzijds een belastingvoordeel voor de betaalde intresten en anderzijds voor de kapitaalaflossingen en premies voor de schuldsaldoverzekering.

Welk belastingvoordeel leveren de intresten op?

  • Gewestelijke vermindering voor gewone intresten

De betaalde intresten geven recht op de ‘gewone intrestaftrek’. Die kan ertoe leiden dat u geen extra belastingen betaalt op ander vastgoed dan uw gezinswoning, zoals een tweede verblijf of verhuurd vastgoed .

Voor het bedrag aan intresten, maar met maximaal het saldo van de netto belastbare onroerende inkomsten (na aftrek van intresten betaald op leningen voor ander vastgoed dan de gezinswoning) krijgt u een belastingvermindering tegen uw hoogste (marginale) belastingtarief, met een minimum van 30 procent op de intresten die u betaalt.

  • Belastingvermindering tegen 12,5 procent

In de mate dat de intresten nog niet opgesoupeerd zijn met de gewone gewestelijke intrestaftrek, kunnen ze nog in aanmerking komen voor een verrekening van de onroerende voorheffing tegen een vast tarief van 12,5 procent. Voor deze verrekening worden uw intresten gelimiteerd tot het geïndexeerd kadastraal inkomen van uw woning.

De juiste codes

U geeft in vak IX in het blok ‘Gewestelijk’ onder de titel ‘Andere dan de in 1 en 2 bedoelde intresten die in aanmerking komen voor een gewestelijke belastingvermindering’ het niet-geïndexeerd kadastraal inkomen van uw gezinswoning aan bij de code 3100/4100

Als u uw eigen woning verhuurt omdat u er zelf niet kan wonen, maar het fiscaal wel nog kan aanzien als eigen woning omwille van één van de uitzonderingen moet u codes 3106/4106, 3109-3110/4109-4110 of 3121/4121 invullen

Koppels die gehuwd zijn zonder huwelijkscontract en dus vallen onder het wettelijk stelsel geven elk de helft aan. Gehuwden met een scheiding van goederen of wettelijke samenwoners verdelen het kadastraal inkomen volgens hun eigendomsaandeel.

De betaalde intresten vult u in bij de code 3146.

 

Welk belastingvoordeel leveren de kapitaalaflossingen op?

De betaalde kapitaalaflossingen en premies voor een schuldsaldoverzekering kunt u ook fiscaal inbrengen. Al moet u doorgaans de bedragen beperken. De hoogte van het belastingvoordeel hangt af van het feit of u op het moment dat u leende al dan niet eigenaar was van ander vastgoed.

  • Gewestelijke vermindering bouwsparen

Wie destijds geen eigenaar was van ander vastgoed, krijgt de belastingvermindering voor het bouwsparen. Het speelt geen rol dat u naderhand nog ander vastgoed kocht.

De belastingvermindering wordt berekend tegen het hoogste (marginale) belastingtarief waartegen u belast wordt, met een minimum van 30 en een maximum van 50 procent (exclusief gemeentebelasting).

U moet zelf de bedragen beperken, door de betalingen te vermenigvuldigen met een breuk met in de teller het maximale aanvangsbedrag voor het jaar van uw lening (rekening houdend met het aantal kinderen ten laste op 1 januari volgend op dat waarin de lening werd afgesloten) en in de noemer het totale bedrag van het (hypothecaire deel van) de lening. Die breuk blijft dezelfde gedurende de hele looptijd van uw lening. Het overschot aan kapitaalaflossingen kan u niet fiscaal benutten. Het eventuele saldo van de premie van de schuldsaldoverzekering mag u aangeven bij het federale langetermijnsparen (zie verder).

Bij de verwerking van uw belastingaangifte beperkt de fiscus vervolgens het aangegeven bedrag in functie van uw beroepsinkomen. Het maximum per belastingplichtige ligt op 2.280 euro voor het Vlaams Gewest, op 2.290 euro voor het Waals Gewest en op 2.450 euro voor het Brussels Gewest. Dat brengt het maximale belastingvoordeel (exclusief gemeentebelasting) in het Vlaams Gewest op 2.280 euro x 50 procent of 1.140 euro, in het Waals Gewest op 1.145 euro en in het Brussels Gewest op 1.225 euro.

De juiste codes

U geeft de (beperkte) kapitaalaflossingen aan in vak IX in het blok ‘Gewestelijk’ onder de titel ‘Kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen aangegaan voor het verwerven of (ver)bouwen van uw eigen woning’ bij de code 3355/4355. De geplafonneerde premie voor een schuldsaldoverzekering geeft u aan onder de titel ‘Premies van individuele levensverzekeringen’ bij de code 3351/4351. Voorts moet u het contractnummer en de naam van de verzekeraar vermelden.

  • Gewestelijke vermindering voor het langetermijnsparen

Wie niet leende voor zijn enige woning krijgt de belastingvermindering voor het langetermijnsparen, tegen een vast tarief van 30 procent. U moet ook hier de bedragen beperken, door de betalingen te vermenigvuldigen met een breuk met in de teller het maximale aanvangsbedrag voor het jaar van uw lening (zonder rekening te houden met het aantal kinderen ten laste op 1 januari van het jaar volgend op dat waarin de lening werd afgesloten) en in de noemer het totale bedrag van het (hypothecaire deel van) de lening. Die breuk blijft dezelfde gedurende de hele looptijd van uw lening.

Bij de verwerking van uw belastingaangifte beperkt de fiscus vervolgens het aangegeven bedrag - net zoals bij het bouwsparen - in functie van uw beroepsinkomen.

 

De juiste codes

De (beperkte) kapitaalaflossingen geeft u aan in het blok ‘Gewestelijk’ onder de titel ‘Kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen aangegaan voor het verwerven of (ver)bouwen van uw ‘eigen’ woning’ bij de code 3358/4358. De premies van de schuldsaldoverzekering geeft u aan onder de titel ‘Premies van individuele levensverzekeringen’ bij de code 3353/4353.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud