Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Zo kiest u verstandig tussen de forfaitaire en werkelijke beroepskosten

Werknemers, zelfstandigen die winst maken, bedrijfsleiders en vrije beroepers kunnen de belastingfactuur op hun beroepsinkomsten temperen door de beroepskosten af te trekken. Er is altijd minstens een kostenforfait. Maar daar hoeft u geen vrede mee te nemen: het kan interessanter zijn om de werkelijk gemaakte beroepskosten in te brengen.
©ANP XTRA

Niet uw hele beroepsinkomen wordt belast. De kosten gemaakt om dat inkomen te krijgen of te behouden, mogen in mindering gebracht worden. Hoeveel kosten u kan inbrengen, hangt af van uw beroepsactiviteit.

Werknemers, ambtenaren, bedrijfsleiders, vrije beroepers en handelaars (zelfstandigen met winst) hebben altijd minstens recht op een kostenforfait. Zelfs als ze geen kosten maakten of kunnen aantonen. U hoeft er ook niets voor te doen: het kostenforfait wordt automatisch toegekend. U moet ook geen documenten of bewijsstukken bijhouden en de fiscus zal u hierover nooit een vraag stellen.

Maar gemakkelijk is niet altijd het voordeligste. Het kostenforfait is geplafonneerd. Wie meer beroepskosten heeft gemaakt dan het kostenforfait is financieel beter af als hij zijn werkelijke beroepskosten bewijst, maar dat vergt wel wat reken- en administratiewerk. Om een doordachte keuze te maken, zult u eerst moeten uitzoeken hoe hoog uw kostenforfait is.

Hoeveel bedragen de forfaitaire beroepskosten maximaal?

Dat hangt af van uw activiteiten.

  • Werknemers en zelfstandigen die winst maken

Het kostenforfait voor werknemers en zelfstandigen bedraagt 30 procent van het inkomen, met een absoluut maximum van 4.810 euro. Dat wordt bereikt met een brutojaarinkomen van meer dan 16.033,33 euro.

4.810
euro
Het kostenforfait voor werknemers en zelfstandigen die winstgevend zijn, bedraagt maximaal 4.810 euro.

Voor werknemers wordt het percentage toegepast op het belastbare bruto-inkomen na afhouding van de socialezekerheidsbijdragen. Het bruto-inkomen omvat niet alleen uw loon of wedde, maar ook de vergoeding voor het woon-werkverkeer, achterstallen, opzeggingsvergoedingen, vervangingsinkomsten, (vervroegd) vakantiegeld, voordelen van alle aard…

Voor zelfstandigen die winst boeken, wordt het percentage toegepast op de belastbare beroepsinkomsten. Dat is de totale opbrengst (omzet), na aftrek van de sociale bijdragen en de aankoopprijs van de handelsgoederen en grondstoffen. 

Let wel, het kostenforfait is er niet voor zelfstandigen die vrijwillig kiezen om op forfaitaire wijze belast te worden in de personenbelasting (in plaats van op de werkelijke winst). Die belasting op forfaitaire wijze kan alleen in bepaalde sectoren. Voorbeelden zijn bakkers, slagers, apothekers, visverkopers, uitbaters van een frietkraam en cafés.

  • Bedrijfsleiders

Voor bedrijfsleiders bedragen de forfaitaire beroepskosten 3 procent van het bruto belastbaar beroepsinkomen, met een maximaal kostenforfait van 2.540 euro. Het bruto belastbaar beroepsinkomen is het bruto beroepsinkomen, verminderd met de niet ingehouden persoonlijke sociale bijdragen en de aanvullende sociale bijdragen (VAPZ). 

  • Vrije beroepen en ambten

Voor vrije beroepers die baten opstrijken en ambten is de berekening van het kostenforfait ietwat complexer. Er wordt gewerkt met verschillende percentages, afhankelijk van de inkomensschijf. Het forfait kan nooit meer dan 4.230 euro bedragen.

  • Meewerkende echtgenoten

Voor de meewerkende echtgenoot wordt het kostenforfait berekend tegen een vast tarief van 5 procent op het bruto belastbaar beroepsinkomen, met een maximaal kostenforfait van 4.230 euro.

Wat als ik meerdere banen combineer?

U kunt voor elke inkomenscategorie het maximale kostenforfait krijgen. Als u bijvoorbeeld deels in loondienst werkt en deels als vrije beroeper, kunt u een kostenforfait van maximaal 4.810 euro krijgen voor uw activiteiten als werknemer en nog eens maximaal 4.230 euro voor die als vrije beroeper. Voor elke activiteit hebt u de keuze tussen de forfaitaire en de werkelijke beroepskosten. Zo kunt u eventueel voor uw loon als werknemer kiezen voor het kostenforfait en voor uw activiteiten als vrije beroeper voor de werkelijke beroepskosten.

Alleen binnen eenzelfde inkomenscategorie is combineren niet mogelijk, ook niet als het gaat om twee verschillende activiteiten. Als u bijvoorbeeld deeltijds werkt als winkelbediende en deeltijds als receptioniste, moet u voor beide activiteiten ofwel het forfait, ofwel de werkelijke beroepskosten gebruiken. Als u kiest voor het forfait, krijgt u maar één keer dat forfait voor het inkomen van beide jobs samen.

De juiste codes

Werknemers, ambtenaren, bedrijfsleiders en vrije beroepers die het kostenforfait willen, hoeven daar niets voor te doen.

Voor zelfstandigen met winst komt er boven op het kostenforfait nog de aftrek van de aankoopprijs van de handelsgoederen en/of grondstoffen en sociale bijdragen. De betaalde sociale bijdragen moeten worden aangegeven in het vak XVII van deel II van de aangifte waar zelfstandigen ook hun winst moeten aangeven. Daar vindt u de rubriek ‘7. Sociale bijdragen’ en de codes 1632/2632. Voor de aankoopprijs van grondstoffen en aangekochte handelsgoederen is er geen code. Die kosten mag u aftrekken van de brutowinst die in hetzelfde vak moet worden aangegeven bij de code 1600/2600 ‘Brutowinst van de eigenlijke exploitatie’. 

 

PwC
Lees meer

Gesponsorde inhoud