Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Wat houdt het mobiliteitsbudget in?

Uw bedrijfswagen inruilen voor een milieuvriendelijker exemplaar én een pakket aan alternatieve vervoersoplossingen. Het mobiliteitsbudget maakt het mogelijk.
©Filip Ysenbaert

Weinig werknemers zijn bereid hun bedrijfswagen volledig op te geven. Maar met het mobiliteitsbudget hoeft dat niet: wie wil, kan zijn bedrijfswagen inruilen voor een milieuvriendelijker exemplaar en aanvullen met bijvoorbeeld een treinabonnement en een fiets. Zo kiest u in functie van uw persoonlijke situatie de meest groene vervoersmiddelen waarmee u het vlotst op het werk geraakt.

1. Wie kan aanspraak maken op een mobiliteitsbudget?

Alleen wie voldoende lang een bedrijfswagen heeft of ervoor in aanmerking komt, maakt aanspraak op een mobiliteitsbudget. Zowel werknemers in de privésector als contractuele en statutaire ambtenaren kunnen in het systeem stappen. Zelfstandige bedrijfsleiders niet.

Er is wel een uitzondering voor sommige werknemers. Wie loon (denk aan de eindejaarspremie) voor een bedrijfswagen inruilde, kan geen aanspraak maken op het mobiliteitsbudget. Voor werknemers die een eigen bijdrage betalen voor het privégebruik van hun bedrijfswagen, wordt die bijdrage afgetrokken van het te besteden mobiliteitsbudget.

2. Hoe hoog is uw budget?

Het budget is gelijk aan de reële jaarlijkse werkgeverskosten van de bedrijfswagen die u ter beschikking krijgt, in het vakjargon de total cost of ownership. Die omvatten niet alleen de financieringskosten van de wagen, maar ook alle bijbehorende kosten voor onder andere de brandstof, de verzekeringen, de CO2-solidariteitsbijdrage, en de niet-aftrekbare btw.

De total cost of ownership wordt per wagen berekend. Die is erg specifiek en kan afhangen van de contractuele voorwaarden die de werkgever met de leasingmaatschappij heeft onderhandeld.

3. Waar kunt u het budget aan besteden?

Het mobiliteitsbudget zet in op een combinatie van vervoersmiddelen. De keuzemogelijkheden vallen uiteen in drie groepen, elk met een eigen behandeling voor de fiscus en de sociale zekerheid.

Een werknemer kan vrij kiezen om zijn mobiliteitsbudget in een of meerdere groepen te besteden. In het meest extreme geval kiest hij om zijn mobiliteitsbudget volledig cash te laten betalen, maar daar hangt wel een prijskaartje aan.

Bedrijfswagen

Met het mobiliteitsbudget is het nog altijd perfect mogelijk te kiezen voor een bedrijfswagen. De voorwaarde is dat hij minstens even milieuvriendelijk is als het ingeleverde exemplaar én aan de minimumnorm voldoet. Voor wie in de loop van 2020 instapt, mag de wagen een maximale CO2-uitstoot van 100 gram per kilometer hebben. Vanaf 2021 ligt de uitstootnorm op 95 gram.

Een zuiver elektrische wagen kan altijd, bij een oplaadbare hybride moet de elektrische batterij een capaciteit van minstens 0,5 kWh per 100 kilogram wagengewicht hebben. Belangrijk is dat de totale werkgeverskosten van de wagen niet hoger mogen zijn dan die van de wagen die u opgeeft of waarvoor u in aanmerking kwam. De nieuw gekozen wagen wordt op dezelfde manier belast als een ‘gewone’ bedrijfswagen, op basis van het zogenaamde voordeel alle aard.

Duurzame mobiliteit

De opzet van het mobiliteitsbudget is dat de Belg meer kiest voor duurzame vervoersmiddelen en -diensten. Het deel van het mobiliteitsbudget dat daaraan gespendeerd wordt, is volledig vrijgesteld van belastingen en sociale zekerheid. Een werkgever hoeft niet alle mogelijke duurzame voordelen aan te bieden. Hij kan een selectie maken in functie van zijn mobiliteitsbeleid en de mobiliteitsbehoeften van zijn werknemers’. De mogelijkheden zijn:

→ Vervoersmiddelen met maximumsnelheid van 45 kilometer per uur

Tot de mogelijkheden behoren (elektrische) fietsen, speedpedelecs, bakfietsen, mountainbikes, bromfietsen, elektrische steps, hoverboards en monowheels. Het budget blijft niet beperkt tot de aankoop, huur of leasing. Het slaat ook op het onderhoud en de verplichte uitrusting zoals een helm.

→ Zuiver elektrische motorfietsen

→ Openbaar vervoer

Het openbaar vervoer blijft niet beperkt tot de officiële aanbieders zoals de NMBS en De Lijn, maar slaat ook op initiatieven zoals de waterbus in Antwerpen en Brussel. Zowel abonnementen als losse tickets kunnen. Een abonnement moet gelden voor het traject van en naar het werk en op naam van de werknemer staan. Een abonnement voor een kind dat naar school moet, kan dus niet. Losse tickets kunnen daarentegen wel voor andere gezinsleden gekocht worden en dat voor reizen in de hele Europese Economische Ruimte.

→ Georganiseerd gemeenschappelijk vervoer

Dat kan worden georganiseerd door de eigen werkgever, een groep van werkgevers of derden. Zo kan de werknemer met zijn mobiliteitsbudget ook verplaatsingen met een kantoorbus financieren.

→ Gedeeld vervoer

Wie zijn bedrijfswagen voor een kleinere inruilt, kan met het mobiliteitsbudget 30 dagen per jaar een wagen zonder chauffeur huren. Zo kan het gezin met een grote auto op vakantie.

Voor wie zijn bedrijfswagen voor een kleiner exemplaar inruilt, is het goed te weten dat hij met het resterende deel van het mobiliteitsbudget 30 dagen per jaar de huur van een wagen zonder chauffeur kan financieren. Zo kan het gezin met een grote auto op vakantie. Ook een taxi of de huur van een auto met een chauffeur, bijvoorbeeld via Uber, behoort tot de mogelijkheden.

Ten slotte zijn deelfietsen, -auto’s, -scooters en -steps mogelijke alternatieven.

→ Huur of lening

Dicht bij het werk wonen is bij uitstek een duurzame mobiliteitsoplossing. Daarom kan wie binnen een straal van 5 kilometer van het werk woont het huurgeld of de intresten van een hypothecaire lening - niet de kapitaalaflossingen - financieren met het mobiliteitsbudget.

→ Bedrijfsfiets en fietsvergoeding

Bedrijven waar nog geen fietsen ter beschikking worden gesteld en/of geen fietsvergoeding toegekend, kunnen die systemen mee integreren in het mobiliteitsbudget. Er moet wel altijd een link zijn met het woon-werkverkeer en de fietsvergoeding mag maximaal 24 cent per getrapte kilometer bedragen.

Cash

Het resterende saldo wordt op het einde van het kalenderjaar afgerekend en ten laatste met het loon van januari van het daaropvolgende jaar uitbetaald. Het is niet mogelijk het resterende budget op te sparen en over te dragen naar een volgend jaar.

Het uitbetaalde saldo is vrijgesteld van belastingen, maar de werknemer moet een specifieke socialezekerheidsbijdrage van 38,07 procent betalen. Ter compensatie zal het saldo meetellen bij de berekening van een ziekte- en werkloosheidsuitkering én voor de pensioenopbouw.

4. Is het mobiliteitsbudget een recht?

Nee, uw werkgever kan vrij beslissen om al dan niet een mobiliteitsbudget in het bedrijf in te voeren. Werkgevers  kunnen voorwaarden aan het mobiliteitsbudget koppelen, zolang die bekend zijn bij de invoering van een dergelijk plan. Zo kunnen werkgevers bepalen dat een instap pas kan na het verstrijken van de leasetermijn van de in te leveren bedrijfswagen.

Een werknemer kan pas een mobiliteitsbudget vragen als hij in de drie jaar ervoor minstens twaalf maanden voor een bedrijfsauto in aanmerking kwam.

Ook de werknemer heeft keuzevrijheid: afhankelijk van zijn persoonlijke situatie kan hij het aanbod van een mobiliteitsbudget aanvaarden of weigeren. Bovendien moet zowel de werkgever als de werknemer een wachttermijn doorlopen. Een werkgever kan het mobiliteitsbudget pas invoeren, nadat hij drie jaar lang ononderbroken een of meerdere bedrijfswagens heeft aangeboden. Alleen voor startende bedrijven is die minimumtermijn er niet.

Een werknemer kan het mobiliteitsbudget pas vragen als hij in de drie jaar voor de aanvraag minstens twaalf maanden én op het moment van de aanvraag minstens drie maanden ononderbroken over een bedrijfswagen heeft beschikt of ervoor in aanmerking kwam.

Die minimumtermijn geldt niet bij de aanwerving. Nieuwe werknemers kunnen onmiddellijk in het mobiliteitsbudget stappen, op voorwaarde dat aan hun functie een bedrijfswagen gekoppeld is. Wie promotie maakt of van functie wijzigt en daardoor in aanmerking komt voor een bedrijfswagen, moet wel de wachttermijnen doorlopen.

5. Blijft het mobiliteitsbudget onveranderd tijdens de rest van uw carrière?

Nee. Een promotie of een demotie - waardoor u in een andere wagencategorie terechtkomt - zal de grootte van het budget in positieve of negatieve zin beïnvloeden. Het budget kan zelfs volledig verloren gaan: zodra u een functie uitoefent waarvoor in het loonbeleid geen bedrijfswagen is voorzie of u over een andere, minder milieuvriendelijke bedrijfswagen beschikt.

Wordt u langdurig ziek? Dan gelden dezelfde regels als die vastgelegd in het bedrijfswagenbeleid. U behoudt sowieso het mobiliteitsbudget tijdens de periode waarin u een gewaarborgd loon krijgt. Op sector- of ondernemingsniveau kan een regeling worden uitgewerkt, waardoor u de bedrijfswagen - en bij uitbreiding het mobiliteitsbudget - tijdens langere periodes van afwezigheid behoudt.

In tegenstelling tot uw loon wordt een mobiliteitsbudget niet automatisch aangepast aan de levensduurte. Zo’n indexering is niet wettelijk verplicht, maar een werkgever kan wel zelf een indexeringsmechanisme op poten zetten, al mag dat niet guller zijn dan het resultaat van de toepassing van de sectorale loonindex.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud