Netto Het antwoord op al uw geldvragen

De meest gestelde belastingvragen

De belastingspecialisten van PwC Tax Consultants hebben donderdag vragen van lezers over hun belastingaangifte beantwoord. Bezittingen in het buitenland, beroepskosten en het belastingvoordeel voor isolatie zijn vaak voorkomende problemen.
Een team van PwC Tax Consultants gaf lezers van De Tijd een antwoord op hun specifieke vragen over hun belastingaangifte. ©Dries Luyten

Tweede verblijf en zichtrekening in het buitenland

Mijn vrouw en ik hebben in 2015 een tweede verblijf gekocht in de Provence. Op mijn Frans aanslagbiljet voor de ‘taxe foncière’ staat bij ‘base d’imposition’ een bedrag van 1.750 euro vermeld. Vorig jaar betaalden we 900 euro taxe foncière en 800 euro taxe d’habitation. Om onze betalingen vlot te laten verlopen, hebben we een zichtrekening in Frankrijk geopend. Hoe moeten we ons tweede verblijf aangeven? Moeten we de Franse bankrekening melden?

Volgens de algemene regel moet u voor een niet-verhuurde buitenlandse woning de gemiddelde jaarlijkse brutohuurwaarde schatten. Dat is de gemiddelde brutohuur die u zou kunnen opstrijken mocht u uw tweede verblijf het hele jaar verhuren, volgens de gebruiken en de ligging. Van die inkomsten mag u de in Frankrijk betaalde belastingen voor uw tweede verblijf aftrekken.

Maar door een recente circulaire van de fiscus mag u werken met het Franse equivalent van het kadastraal inkomen: de ‘base d’imposition’. De 1.750 euro vermeld op uw aanslagbiljet moet u wel met twee vermenigvuldigen. Het is immers een nettobedrag waarop een kostenforfait van 50 procent is toegepast. Alleen de betaalde taxe foncière mag u daarvan aftrekken. De ‘taxe d’habitation’ wordt niet beschouwd als een echte belasting omdat die verschuldigd is door de gebruiker van het onroerend goed en niet zozeer door de eigenaar. U geeft 3.500 (1.750 x 2) – 900 = 2.600 euro aan in vak III onder de codes 1130/2130. Als u en uw partner gehuwd zijn of wettelijk samenwonen, dan moet u elk de helft of 1.300 euro opnemen. Op dat bedrag zal de fiscus nog een kostenforfait van 40 procent toepassen. Het saldo wordt niet belast in België, maar het heeft een impact op het belastingtarief dat op uw andere wel in België belastbare inkomsten toegepast zal worden.

Ook de Franse zichtrekening moet u melden: in vak XIV bij code 1075-89. Daaronder moet u vermelden op wiens naam die rekening staat, in welk land ze geopend was. U moet ook bevestigen dat u de rekening hebt gemeld bij het centraal aanspreekpunt bij de Nationale Bank van België. Dat moet u ten laatste gelijktijdig met de indiening van de aangifte in de personenbelasting doen. Op www.cappcc.be vindt u een meldingsformulier. Eventuele intresten op de rekening moet u aangeven in vak VII bij de codes 1444/2444.

Dakisolatie

Ik heb vorig jaar mijn dak laten isoleren. Hoe kan ik het belastingvoordeel claimen?

Om recht te hebben op de belastingvermindering voor dakisolatie moeten een aantal voorwaarden voldaan zijn. Zo moet uw woning minstens vijf jaar oud zijn, de isolatie aan minimumnormen voldoen en geplaatst zijn door een aannemer. Als uw zolder onbewoonbaar is, mag u de zoldervloer of het plafond van de bovenste verdieping geïsoleerd hebben. De facturen moeten slaan op de isolatie én de werken of op de werken alleen. Facturen voor alleen het materiaal kunt u niet inbrengen. Het belastingvoordeel is er alleen voor inwoners van het Vlaams en het Waals Gewest, in het Brussels Gewest is het geschrapt. U vraagt de belastingvermindering aan in vak X, rubriek K bij code 3317. Daar mag u niet het totale factuurbedrag vermelden: u moet het beperken tot 30 procent van het factuurbedrag, met een absoluut maximum van 3.070 euro. Het is niet meer mogelijk om het surplus over te dragen naar de volgende jaren of om betalingen uit het verleden in deze belastingaangifte op te nemen.

Sinds begin 2017 is de belastingvermindering voor dakisolatie zowel in Vlaanderen als in Wallonië afgeschaft.

Woon-werkverkeer

Ik woon in Tongeren en werk in Brugge, goed voor een dagelijkse pendel van 190 kilometer heen en evenveel terug. Tot en met augustus legde ik dat traject met mijn eigen wagen af, maar vanaf september kreeg ik een bedrijfswagen. Zelfs als ik alleen de periode met mijn eigen wagen verreken tegen 0,15 euro per kilometer, overschrijd ik al mijn forfaitaire onkosten. Maar kan in mijn werkelijke kosten nog bewijzen met een bedrijfswagen?

Als werknemer hebt u inderdaad de keuze tussen de forfaitaire of de werkelijke beroepskosten. U bent blijkbaar al aan het rekenen gegaan wat voor u het interessantste is. De forfaitaire beroepskosten voor een werknemer bedragen voor 2016 maximaal 4.210 euro. Let wel, het plafond hangt af van de hoogte van uw inkomsten en kan dus lager liggen.

Gebruik onze handige rekenmodule

Hoe hoog is het kostenforfait voor u? Hoeveel werkelijke beroepskosten kunt u inbrengen? Gebruik de handige rekenmodule op www.netto.be/beroepskosten.

Bij de vergelijking tussen de beide formules moet u er ook rekening mee houden dat u de vrijstelling voor woon-werkverkeer van 380 euro (vak IV, code 1255/2255) verliest, zodra u werkelijke beroepskosten bewijst. Daarnaast hebt u bij de toepassing van de forfaitaire beroepskosten recht op een specifiek bijkomend forfait voor verre verplaatsingen. Dat bedraagt 175 euro voor een afstand van meer dan 125 km (code 1256/2256 van vak IV).

Voor de werkelijke beroepskosten voor uw woon-werkverkeer moet u verplicht een forfait van 15 cent per kilometer gebruiken. De totale beroepskosten voor de periode van januari tot en met augustus berekent u volgens de formule 0,15 euro per km x het enkel traject in km x 2 x aantal werkdagen. Dat is ook de berekeningsmethode voor de periode van september tot en met december, maar u moet de aftrekbare kosten beperken tot het belastbaar voordeel van de wagen. Dat vindt u terug op uw fiscale fiche 281.10.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud