netto

Samen een belastingaangifte invullen, hoe moet dat?

©Eleni Debo

Alleenstaand, samenwonend of gehuwd. Het maakt een groot verschil voor hoe u uw belastingaangifte moet invullen.

Het spreek voor zich: wie alleenstaand is, vult de belastingaangifte alleen in. Maar weet dat ook feitelijke samenwoners voor de fiscus alleenstaanden zijn en elk een eigen belastingaangifte invullen. U bent feitelijk samenwonend als u gedomicilieerd bent op hetzelfde adres zonder verdere formaliteiten. Wie de belastingaangifte in zijn of haar eentje invult, gebruikt de linkerkolom op het aangifteformulier.

Samen invullen of toch niet?

Wie een verklaring van wettelijke samenwoning heeft afgelegd op het gemeentehuis is wettelijk samenwonend en moet samen met zijn partner één belastingaangifte invullen. Net zoals dat ook geldt voor gehuwden. Toch zijn er vier uitzonderingen op de algemene regel dat wettelijke samenwoners en gehuwden samen een aangifte invullen:

U bent in 2018 gehuwd of wettelijk gaan samenwonen

Als u in 2018 uw jawoord hebt gegeven, moet u elk nog één keer een afzonderlijke aangifte indienen. Wel is er een belastingvoordeel als uw partner maar beperkte inkomsten heeft: niet meer dan 3.270 euro aan nettobestaansmiddelen. U hebt dan recht op een verhoging van de belastingvrije som met 1.580 euro, waardoor een groter deel van uw inkomen aan belastingen ontsnapt (meer over de belastingvrije som op blz. 14).

U bent in 2018 uit elkaar gegaan

Als in de loop van 2018 de echtscheiding werd uitgesproken of een verklaring van beëindiging van wettelijke samenwoning is afgelegd, vullen u en uw ex elk een eigen belastingaangifte in. Let wel, niet de datum van het vonnis van de echtscheiding is van belang, wel de datum van de overschrijving in de registers van de burgerlijke stand.

Belastinggids 2019

Nu zaterdag 18/05, gratis bij De Tijd

De complete handleiding voor uw belastingaangifte. Krijg hier alvast een preview

+ Belactie | Een vraag over uw belastingaangifte? Stuur die via www.tijd.be/belactie naar onze redactie en u krijgt op dinsdag 28 mei tussen 18 en 21 uur gratis een antwoord van een specialist van PwC Tax Consultants.

Wie in 2018 op een ander adres ging wonen en dus feitelijk gescheiden leeft (zonder dat een echtscheiding werd uitgesproken of zonder dat de wettelijke samenwoning werd beëindigd), moet nog één keer een gezamenlijke belastingaangifte indienen. In de praktijk zal de fiscus wel een afzonderlijke aangifte aanvaarden, al zal de administratie maar één belastingafrekening opstellen. Wie al langer feitelijk gescheiden leeft, vult een eigen aangifte in.

Uw partner is in 2018 overleden

Als u in 2018 uw partner bent verloren, moet u een aparte belastingaangifte indienen. Voor de overledene moet dat binnen vijf maanden na het overlijden. U hebt de keuze tussen een afzonderlijke of een gemeenschappelijke aanslag. U zal zelf moeten narekenen wat het voordeligste is.

U of uw partner werkt voor een internationale organisatie

Ook (gepensioneerde) ambtenaren of personeelsleden van een internationale organisatie moeten een aparte aangifte invullen. Voorwaarde is dat meer dan 10.720 euro beroepsinkomsten bij overeenkomst zijn vrijgesteld en niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op andere inkomsten. Dat is bijvoorbeeld het geval als u werkt voor de Europese Unie of de NAVO. Is niet aan die voorwaarden voldaan, dan moet u wel een gezamenlijke aangifte indienen.

Hoe de inkomsten verdelen?

Bij een gezamenlijke aangifte vult u de inkomsten van de man in de linkerkolom in, die van de vrouw in de rechterkolom. Bij partners van hetzelfde geslacht vult de oudste de linkerkolom in.

Voor een aantal inkomsten is er weinig twijfel aan welke partner ze toekomen. Beroepsinkomsten (zoals loon, winst of baten) en vervangingsinkomsten (zoals pensioenen, werkloosheidsuitkeringen of andere uitkeringen) zijn altijd eigen inkomsten en moet elke partner zelf aangeven. Dat geldt ook voor occasionele winsten of baten, ontvangen onderhoudsuitkeringen en sommige prijzen, subsidies, renten en pensioenen, toegekend aan geleerden, schrijvers of kunstenaars.

Hebt u een vraag over uw belastingaangifte?

Stuur ze nu door en u krijgt op 28 mei (tussen 18.00 en 21.00) gratis een antwoord van een specialist van PwC Tax Consultants via de telefoon.

Inkomsten uit vastgoed, beleggingen en sommige diverse inkomsten zijn daarentegen mogelijk gemeenschappelijke inkomsten. U moet ze dus eventueel verdelen tussen u en uw partner. Uw (huwelijks)vermogensstelsel bepaalt welke inkomsten ‘eigen’ zijn en welke ‘gemeenschappelijk’. De eigen inkomsten geeft u aan in de kolom van de betrokken partner, de gemeenschappelijke geeft u elk voor de helft aan.

1. Gehuwd zonder huwelijkscontract

Stelde u bij uw huwelijk geen huwelijkscontract op, dan bent u automatisch getrouwd onder het wettelijk stelsel. Kenmerkend is dat elke partner een eigen vermogen heeft en dat er daarnaast ook een gemeenschappelijk vermogen is. Alle bezittingen van voor het huwelijk en alle erfenissen en schenkingen van na het huwelijk zijn eigen. Alle inkomsten verkregen vanaf het huwelijk behoren tot de gemeenschap: elk van de partners moet die voor de helft aangeven. Dat geldt dus ook voor de intresten van een eigen beleggingsportefeuille of de huurinkomsten van een eigen appartement.

2. Gehuwd met scheiding van goederen of wettelijke samenwoning

Koppels die gehuwd zijn met een scheiding van goederen of die wettelijk samenwonen, hebben in principe geen gemeenschappelijk vermogen. Elke partner heeft eigen inkomsten en geeft die aan in zijn of haar kolom. Worden bepaalde zaken samen gekocht, dan behoren ze tot het eigen vermogen in de verhouding tot het gekochte deel in de eigendom. Is het niet mogelijk het eigendomsaandeel aan te tonen, dan geeft iedere partner de helft van de inkomsten aan.

Resultaat: één belastingafrekening

Na het indienen van een gezamenlijke aangifte volgt één gezamenlijke belastingafrekening, in het vakjargon: het aanslagbiljet. Toch betekent dat niet dat de belastingen voor beide partners samen berekend worden. De belastingberekening gebeurt per partner en slechts op het einde worden de saldi van beide partners samengeteld. De uiteindelijke terugbetaling of belastingschuld is gemeenschappelijk.

Toch hebben gehuwden en wettelijk samenwonenden nog altijd een aantal privileges. Het bekendste is het huwelijksquotiënt. Dat is een voordeel voor koppels bij wie een van de partners weinig of geen inkomsten heeft. Daarbij wordt tot 30 procent van het beroepsinkomen van de ene partner - met een maximum van 10.720 euro - fictief toegewezen aan de andere. Zo verdwijnt een deel van de inkomsten uit de hogere belastingtarieven bij de ene partner en worden ze tegen lagere tarieven belast bij de andere.

Een analoge werkwijze is er voor een meewerkende echtgenoot met beperkte inkomsten. Gehuwden en wettelijk samenwonenden kunnen ook beroepsverliezen onder elkaar verrekenen.

Welke codes?

Onder de titel ‘A. Persoonlijke gegevens’ moet u de code aankruisen die overeenstemt met uw samenlevingsvorm. Alleenstaanden, feitelijke samenwoners en wie uit de echt gescheiden is, kruisen de code 1001 aan. Voor wie feitelijk gescheiden is, zijn er de codes 1018 of 1019.

De code 1002 moet aangekruist worden door wie gehuwd is of wettelijk samenwoont. Als u in 2018 uw jawoord gaf, kruist u ook de code 1003 aan. De volgende code is er voor het geval uw kersverse partner minder dan 3.270 euro bestaansmiddelen heeft.

Als u weduwe of weduwnaar bent, moet u de code 1010 aankruisen. De code 1011 is er voor wie zijn partner in 2018 verloren is. Bij de codes 1012 en 1013 kan u al dan niet kiezen voor een gemeenschappelijke aanslag.

Ambtenaren en personeelsleden van internationale organisaties moeten de codes 1062/2062 aankruisen. De ambtenaar kruist ook de code 1020 aan als zijn beroepsinkomsten meer dan 10.720 euro bedroegen in 2018; zijn huwelijkspartner of wettelijk samenwonende partner kruist de code 1021 aan.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect