Mijn geld Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

8 inkomsten die u niet moet aangeven

Niet alle beroepsinkomsten moet u aangeven in uw belastingaangifte. Wij lijsten er acht op, die u niet moet vermelden.
©Filip Ysenbaert

1 Allerlei cheques

Maaltijd-, cadeau-, cultuur-, sport- en ecocheques moet u niet aangeven, behalve consumptiecheques die u als koopkrachtpremie kreeg.

Lees ons volledige belastingdossier

Niet gevonden wat u zocht? Hier vindt u nog meer informatie over uw belastingaangifte.

Lees zeker ook onze interviews:

Advertentie
Advertentie

2 Fietsvergoeding

Een fietsvergoeding tot 27 cent per getrapte kilometer is belastingvrij. Dat blijft zo als u uw werkelijke beroepskosten inbrengt. Betaalde uw werkgever in 2023 meer dan 27 cent, dan moet u het surplus aangeven bij uw beroepsinkomsten. Een forfaitaire fietsvergoeding kan nooit worden beschouwd als een fietsvergoeding die volledig is vrijgesteld van belastingen: een forfaitaire vergoeding mag u tot 470 euro vrijstellen.

27
eurocent
Een fietsvergoeding tot 27 cent per getrapte kilometer is belastingvrij

Sinds 1 januari 2024 zijn de regels gewijzigd. Dat is van belang voor de belastingaangifte die u volgend jaar invult. De vergoeding is verhoogd tot 35 cent per kilometer, maar er geldt ook een plafond van 3.500 euro per jaar. Bovendien is de fietsvergoeding alleen nog belastingvrij voor werknemers die kiezen voor de forfaitaire beroepskosten. Als u uw werkelijke beroepskosten inbrengt, komt u niet langer in aanmerking voor deze vrijstelling.

3 Bedrijfsfiets

Een bedrijfsfiets die u gratis ter beschikking krijgt van uw werkgever, op voorwaarde dat die fiets wordt gebruikt voor uw woon-werkverkeer. U mag de bedrijfsfiets ook voor privédoeleinden gebruiken. Het vrijgestelde voordeel van een bedrijfsfiets kan worden gecombineerd met een fietsvergoeding van 27 cent per kilometer.

4 Thuiswerkvergoeding

Een thuiswerkvergoeding hoeft u niet aan te geven, op voorwaarde dat u niet uw werkelijke beroepskosten bewijst.

5 Kosten eigen aan de werkgever

Een vergoeding voor kosten die eigenlijk ten laste zijn van de werk­gever, is belastingvrij.

Een voorbeeld hiervan is de vergoeding die uw werkgever betaalt voor het gebruik van uw eigen wagen, motorfiets of bromfiets voor beroepsverplaatsingen. Zolang de kilometervergoeding beperkt blijft, blijft deze vergoeding belastingvrij. De grenzen worden geïndexeerd, afhankelijk van de sector waarin uw werkgever actief is.

Bij een kwartaalindexering lagen de plafonds in 2023 op 0,4259 euro, 0,4246 euro, 0,4237 euro en 0,4259 euro per kilometer. In het eerste kwartaal van 2024 zijn ze gestegen naar 0,4269 euro, in het tweede naar 0,4265 euro.

Kiest uw werkgever voor een jaarlijkse indexering, dan bedraagt het plafond 0,4170 euro per kilometer tussen 1 januari en 30 juni 2023, en 0,4280 euro per kilometer van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2024.

Indien uw werkgever een hogere vergoeding betaalt, moet u aantonen dat de werkelijke kosten zijn gedekt.

Ook de vergoedingen voor dienstreizen in België zijn kosten eigen aan de werkgever en dus belastingvrij. Deze vergoedingen dekken de kosten van maaltijden en dranken op dagen waarop u minstens 6 uur op verplaatsing bent. Het maximumbedrag van deze vergoedingen werd in 2023 verscheidene keren geïndexeerd, van 19,6 euro per dag in januari tot 20,39 euro vanaf december 2023.

6 Winstparticipatie

Met een winstparticipatie kunt u als werknemer delen in de winst van uw werkgever. Bij de uitbetaling van deze winstparticipatie wordt een solidariteitsbijdrage (13,07%) en een bevrijdende belasting (7%) ingehouden. Het goede nieuws is dat u de premie niet meer hoeft op te nemen in uw belastingaangifte. Maar de premie zal later wél vermeld staan op het aanslagbiljet dat u achteraf van de fiscus ontvangt.

7 Flexi-job

Een flexi-job in de horeca of detailhandel moet u niet aangeven, als aan bepaalde voorwaarden is voldaan.

U moet bijvoorbeeld minstens 4/5de gewerkt hebben in het derde kwartaal dat voorafgaat aan de flexi-job bij een andere werkgever, of gepensioneerd zijn.

Sinds 1 januari 2024 kunnen flexi-jobs ook in 12 extra sectoren worden uitgeoefend, maar er gelden wel strengere voorwaarden. Deze veranderingen hebben echter pas gevolgen voor uw belasting­aangifte van volgend jaar. Zo wordt het inkomen van een flexi-jobber geplafonneerd op 150 procent van het minimumbasisloon. Het bedrag dat een flexi-jobber onbelast kan bijverdienen, is beperkt tot 12.000 euro per jaar. Het surplus wordt belast, behalve voor gepensioneerde 65-plussers.

Bovendien is het niet langer mogelijk om tegelijkertijd onder een andere arbeidsovereenkomst te werken bij dezelfde werkgever of een verbonden onderneming. Ook mag u niet worden tewerkgesteld via een uitzendkantoor bij een werkgever waarmee u al een normale arbeidsovereenkomst hebt.

8 Innovatiepremie

Een innovatiepremie voor het aandragen van een nieuw idee moet u niet aangeven, op voorwaarde dat het bedrag niet hoger is dan uw maandelijkse brutoloon.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.