Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

Hoe geeft u uw loon en andere voordelen aan?

De tijd dat het inkomen van werknemers en ambtenaren alleen bestond uit cash ligt ver achter ons. Sommige loonvoordelen en premies zijn (deels) vrijgesteld van belastingen, andere hoeft u helemaal niet aan te geven. Een overzicht.
©Klaas Verplanke

Het beroepsinkomen is voor velen de belangrijkste bron van inkomsten. Waar u dat inkomen moet aangeven, hangt af van uw beroep. Voor werknemers en ambtenaren is dat vak IV, voor bedrijfsleiders vak XVI. Behalve het maandelijkse loon of de wedde moeten ook bonussen, vakantiegeld, betaalde overuren… worden aangegeven. Was u een tijdje gedeeltelijk of helemaal niet aan de slag? Ook uitkeringen en vervangingsinkomens moet u in vak IV aangeven.

De essentie

Voor u? Als u aan de slag bent als werknemer of ambtenaar.
Wat onthouden? Behalve uw loon of wedde worden ook andere ontvangen voordelen en premies belast. Ook ontvangen uitkeringen en vervangingsinkomens moet u aangeven. Denk maar aan een uitkering voor corona-ouderschapsverlof. Toch zijn er voordelen die ontsnappen aan de aangifteplicht en de belastingen. Nieuwe voorbeelden zijn de thuiswerkvergoeding en de consumptiecheques.
Hoe belastingen besparen? Benut de vrijstellingen. Zo moet u een vrijstelling van de vergoeding voor uw woon-werkverkeer expliciet vragen.

1. Welke looncomponenten moet u aangeven?

Bij de uitbetaling wordt van het loon, de wedde of een uitkering bedrijfsvoorheffing afgehouden. Maar dat is niet meer dan een voorschot op de personenbelasting. De definitieve afrekening verloopt via de jaarlijkse aangifte. Daarbij wordt ook rekening gehouden met andere inkomsten (zoals uit vastgoed of beleggingen) en uitgaven die recht geven op een belastingvoordeel (zoals een lening, pensioensparen en dienstencheques). Dat is meteen ook de reden waarom u die betalingen in uw belastingaangifte moet opnemen.

Extralegale voordelen

Van veel werknemers en bedrijfsleiders wordt het loon aangevuld met bijvoorbeeld een laptop, smartphone of bedrijfswagen. Als die ook privé mogen worden gebruikt, is dat een belastbaar voordeel: in het vakjargon een ‘voordeel van alle aard’. Maar niet altijd wordt het werkelijk genoten voordeel belast: voor enkele courante voordelen wordt de belasting geheven op een forfait

  1. Elektronica

Het belastbare voordeel van alle aard bedraagt voor een:

  • Pc of laptop: 72 euro per jaar of 6 euro per maand.
  • Tablet of smartphone: 36 euro per jaar of 3 euro per maand en per toestel.
  • Vaste of mobiele internetverbinding: 60 euro per jaar of 5 euro per maand, ongeacht het aantal verbindingen.
  • Abonnement voor vaste of mobiele telefonie: 48 euro per jaar of 4 euro per maand en dat per aangeboden abonnement.

Krijgt u meerdere voordelen, dan worden de forfaitaire voordelen van alle aard opgeteld. Betaalt u een eigen bijdrage voor het privégebruik? Die eigen bijdrage mag alleen worden afgetrokken van het specifieke belastbare voordeel en dus niet van uw (andere) belastbare bezoldigingen. In de praktijk wordt zo’n eigen bijdrage ingehouden van uw nettoloon, waardoor er een lager of helemaal geen voordeel vermeld staat op uw loonfiche. In het laatste geval moet het ook niet worden vermeld op uw belastingaangifte.

Wordt er gewerkt met een zogenaamde ‘split billing’ voor de telefonie en de internetverbinding? Daarbij factureert de provider aan de werkgever de gespreks- en internetkosten tot een bepaald vast bedrag of een bepaald percentage en wordt het hogere gedeelte rechtstreeks aan de werknemer gefactureerd. In dat geval is er geen belastbaar voordeel meer: er wordt immers aangenomen dat er geen privégebruik van de smartphone meer ten laste valt van de werkgever. Dat geldt echter niet als alles aan de werkgever wordt gefactureerd en de werknemer naderhand een deel terugbetaalt.

Deze forfaitaire voordelen mogen worden gecombineerd met een thuiswerkvergoeding (zie verder)

2. Woning

Krijgt u gratis een woning ter beschikking van uw werkgever of vennootschap? Het belastbaar voordeel wordt geraamd op 100/60 van het geïndexeerd kadastraal inkomen, vermenigvuldigd met de factor 2. Bij een bemeubelde woning wordt er een bijkomende verhoging van 5/3 toegepast.

3. Bedrijfswagen

Het belastbaar voordeel hangt af van de cataloguswaarde, CO2-uitstoot, ouderdom van de wagen en het type motor. Het minimale belastbaar voordeel op jaarbasis bedraagt 1.360 euro voor 2020.

1.360
euro
Het belastbaar voordeel van een bedrijfsauto hangt af van de cataloguswaarde, CO2-uitstoot, ouderdom van de wagen en het type motor. Het minimale belastbare voordeel per jaar bedraagt 1.360 euro.

Hebt u uw bedrijfswagen ingeruild voor een cashvergoeding? Die zogenaamde mobiliteitsvergoeding – beter bekend als ‘cash for cars’ – moet u in uw belastingaangifte opnemen. Dat is voor de laatste keer. Sinds 31 december 2020 bestaat die niet meer, na een vernietiging door het Grondwettelijk Hof in een arrest van 23 januari 2020. Had u begin vorig jaar nog een aanvraag bij uw werkgever ingediend? Er is een overgangsbepaling, waardoor iedereen die voor 24 februari 2020 (publicatie in het Belgisch Staatsblad) een positief antwoord had gekregen op zijn of haar aanvraag, de mobiliteitsvergoeding zal blijven behouden tot en met 31 december 2020. Daarna kan de vergoeding worden omgezet in een gewone bezoldiging of kunt u eventueel overstappen op het mobiliteitsbudget als uw werkgever daarin voorziet. Een mobiliteitsbudget kunt u besteden aan een hele reeks milieuvriendelijke vervoersmiddelen. Die overstap moet ten laatste op 31 december 2020 gebeurd zijn. Voor de mobiliteitsvergoeding is er geen vrijstelling.

Uitkeringen en vervangingsinkomsten

Was u een deel van het jaar niet of minder aan het werk? Wie door corona tijdelijk werkloos werd, moet de ontvangen uitkering aangeven in vak IV. Tegelijk moeten ook gewone werkloosheidsuitkeringen, die met bedrijfstoeslag (het vroegere brugpensioen), en ziekte- en invaliditeitsuitkeringen in uw belastingaangifte worden opgenomen. De uitbetalende instelling bezorgt u fiches waarop duidelijk vermeld staat welke bedragen u moet opnemen bij welke codes.

Werkhervatting van bruggepensioneerden tijdens de corona-epidemie

Het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) – het vroegere brugpensioen – is een regeling waardoor oudere werknemers na ontslag een bedrijfstoeslag krijgen boven op de werkloosheidsuitkering. Gaat die werknemer bij een andere werkgever of als zelfstandige aan de slag? De werkloosheidsuitkering wordt niet langer betaald. Sinds 2016 zijn die bedrijfstoeslag en eventuele aanvullende vergoedingen die verplicht worden doorbetaald, vrijgesteld van belastingen. Dat is in principe niet het geval als de bruggepensioneerde opnieuw bij de vroegere werkgever aan de slag gaat.

Tijdens de coronacrisis wordt van die algemene regels afgeweken:

  • Zorg, onderwijs en contactopsporing

Van 1 oktober 2020 tot en met 30 juni 2021 kunnen tijdelijke werklozen en SWT’ers die opnieuw aan de slag gaan bij een (vorige) werkgever in de zorg, het onderwijs of als contactopspoorders hun werkloosheidsuitkering behouden. De uitkering wordt wel met een kwart verminderd.

  • Vitale sectoren

Er kwam vanaf 1 april 2020 een regeling voor tijdelijk werklozen, bruggepensioneerden en werknemers in tijdskrediet, loopbaanonderbreking of thematisch verlof die tijdelijk opnieuw gaan werken in een vitale sector. Dat zijn de landbouw, tuinbouw (met uitzondering van inplanting en onderhoud van parken en tuinen). Bij een werkhervatting in de vitale sectoren kan een SWT’er 75 procent van zijn werkloosheidsuitkering behouden.

Tot 31 augustus 2020 was het mogelijk om het werk te hervatten bij een voormalige of andere werkgever: zoiets werd beschouwd als een werkhervatting bij een andere werkgever, waardoor de belastingvrijstelling op de toeslagen behouden blijft. Die maatregel is verlengd tot 30 juni 2021, zij het alleen voor wie het werk hervat bij een andere werkgever dan de voormalige. Ging u opnieuw aan de slag bij uw voormalige werkgever? Sinds 1 september 2020 hebt u geen werkloosheidsuitkering meer tijdens de werkhervatting en moet u belastingen en socialezekerheidsbijdragen betalen op de aanvullende vergoeding.

Corona-ouderschapsverlof

Van 1 mei tot en met 30 september 2020 konden ouders minder gaan werken met corona-ouderschapsverlof. Die nieuwe formule moest werknemers helpen om tijdens de coronacrisis hun professionele leven te verzoenen met de opvang van hun kinderen. Corona-ouderschapsverlof kon worden opgenomen door de natuurlijke, adoptie- en pleegouder van een kind jonger dan 12 jaar (tot 21 jaar of zonder leeftijdsgrens, afhankelijk van de handicap van het kind). De voorwaarden om corona-ouderschapsverlof op te nemen, waren soepeler dan die voor het gewone ouderschapsverlof. Ook zelfstandigen hadden recht op een vorm van corona-ouderschapsverlof.

De voorwaarden voor corona-ouderschapsverlof waren minder strikt dan die voor het gewone ouderschapsverlof en de uitkering was hoger.

Corona-ouderschapsverlof kon eerst alleen deeltijds worden opgenomen. Wie voltijds aan de slag is, kon een vijfde of de helft minder gaan werken. Wie minstens drie vierde werkte, kon zijn baan onderbreken tot een halftijdse job. Vanaf 1 juli 2020 kregen alleenwonende ouders (die alleen samenwonen met hun kinderen) en de ouders van een gehandicapt kind de mogelijkheid om voltijds corona-ouderschapsverlof op te nemen.

Het bedrag van de uitkering voor het corona-ouderschapsverlof ligt 25 procent hoger dan het bedrag van het gewone ouderschapsverlof. Als u halftijds corona-ouderschapsverlof nam vanuit een deeltijdse baan van minstens 3/4, wordt het bedrag van de uitkering wel in verhouding berekend. Voor alleenwonende ouders of ouders van een kind met een handicap was de uitkering de helft hoger dan een gewone ouderschapsverlofuitkering.

Het corona-ouderschapsverlof wordt fiscaal beschouwd als een vervangingsinkomen en wordt belast tegen de gebruikelijke, progressieve tarieven (tussen 25 en 50 procent, plus gemeentebelasting).

2. Looncomponenten die (deels) zijn vrijgesteld

Boven op uw gebruikelijke loon of wedde kunnen er tal van voordelen zijn. Sommige worden niet volledig belast. Hoe hoog de vrijstelling is, en of u ze uitdrukkelijk moet vragen, hangt af van het voordeel. Een overzicht van de meest voorkomende voordelen.

Vergoeding voor woon-werkverkeer

Betaalt uw werkgever een vergoeding voor uw dagelijkse pendel van en naar het werk? Die vergoeding moet u verplicht aangeven. Op voorwaarde dat u uw werkelijke beroepskosten niet inbrengt, kunt u (een deel) van de vergoeding vrijstellen. Dat vraagt u door het bedrag van de vrijstelling in te vullen op uw aangifte. Hoeveel u kunt vrijstellen, verschilt van vervoersmiddel tot vervoersmiddel. Als u verscheidene vervoersmiddelen combineert – bijvoorbeeld als u naar het station fietst en daar de trein neemt – mag u de afzonderlijke vrijstellingen optellen.

24 cent/km
Voor zowel een klassieke fiets, een elektrische fiets als een speedpedelec is maximaal 24 cent per kilometer vrijgesteld van belastingen.

  • (Bedrijfs)wagen, motor of mobiliteitsvergoeding

U kunt een vrijstelling van maximaal 410 euro vragen.

  • Openbaar vervoer

De volledige vergoeding of terugbetaling door de werkgever van trein, tram, metro en (water)bus.

  • (Elektrische) fiets

Voor zowel een klassieke fiets, een elektrische fiets als een speedpedelec is maximaal 24 cent per kilometer vrijgesteld. De voorwaarde is dat uw werkgever een vergoeding per effectief getrapte kilometer betaalt. U moet die vergoeding niet opnemen in uw aangifte en dus ook geen vrijstelling vragen. De fiets is het enige transportmiddel waarbij u de werkelijke beroepskosten en de vrijstelling van het woon-werkverkeer kunt combineren.

Alleen als uw werkgever meer dan 24 cent betaalt, moet u het surplus opnemen bij uw inkomsten. Betaalt uw werkgever geen vergoeding per kilometer, maar wel een forfait, dan mag u tot 410 euro vrijstellen.

  • Collectief vervoer

Organiseert uw werkgever vervoer tussen bijvoorbeeld het station en het bedrijf? De vergoeding voor dergelijk georganiseerd vervoer is vrijgesteld van belastingen tot aan de prijs van een trajectabonnement met de trein voor een maand in eerste klasse voor dezelfde reisafstand.De tarieven vindt u op belgianrail.be/nl/vervoersbewijzen/treinkaarten/trajecttreinkaart.aspx.

  • Carpooling met uw eigen wagen

Neemt u een collega mee naar het werk en betaalt uw werkgever u daarvoor een vergoeding? Het deel dat betrekking heeft op het traject dat u samen met uw collega aflegt, is belastingvrij tot het equivalent van een treinabonnement in eerste klasse voor dezelfde reisafstand. Voor het gedeelte van het carpooltraject dat u alleen aflegt, mag u 410 euro vrijstellen.

Loonbonus

2.968 euro
Op een loonbonus tot 2.968 euro betaald in 2020 moet u geen belastingen betalen. Kreeg u een hogere bonus? Dan zal het stuk boven 2.968 euro worden belast.

Hebt u een collectieve bonus – officieel een niet-recurrente resultaatsgebonden bonus – ontvangen? Op bonussen tot 2.968 euro betaald in 2020 moet u geen belastingen betalen. U moet die vrijstelling niet zelf vragen, de fiscus past ze automatisch toe. Kreeg u een hogere bonus, omdat u bijvoorbeeld bij meerdere werkgevers werkte? Het stuk boven 2.968 euro zal worden belast. Bij de uitbetaling van de bonus wordt 13,07 procent RSZ-solidariteitsbijdrage afgehouden.

U woont ver van het werk

Woont u op meer dan 75 kilometer van uw bedrijf? Op voorwaarde dat u niet uw werkelijke beroepskosten bewijst, krijgt u een extra vrijstelling van 75 euro als u tussen 75 en 100 kilometer van het werk woont, 125 euro voor een afstand tussen 101 en 125 kilometer en 175 euro als u nog verder woont. In uw aangifte moet u de afstand tussen uw woonplaats en de plaats van tewerkstelling aangeven.

Overuren in de horeca

Voltijds horecapersoneel kan jaarlijks onbelast vrijwillig overuren presteren. Het aantal uren dat ontsnapt aan belastingen en sociale bijdragen hangt af van het feit of de werkgever al dan niet een geregistreerd kassasysteem (witte kassa) heeft. Is er een witte kassa, dan zijn 360 uren vrijgesteld, anders is dat 300 uren. Het gaat om overuren die op vraag van de werknemer niet worden omgeruild in rustdagen en door een ‘buitengewone vermeerdering van het werk of een onvoorziene noodzaak’ worden gepresteerd. Voor die vrijwillige overuren wordt alleen het normale loon en geen overloon betaald. In uw belastingaangifte moet u het aantal gepresteerde uren aangeven.

Vrijwillige overuren in cruciale sectoren

Om het hoofd te bieden aan de coronacrisis werd aan werknemers in bepaalde sectoren de mogelijkheid geboden om vrijwillig overuren te presteren. Dat kon in het tweede kwartaal van 2020 (van 1 april tot en met 30 juni) voor werknemers in ‘kritieke sectoren’. In het vierde kwartaal van 2020 (van 1 oktober tot en met 31 december) en het eerste en tweede kwartaal van 2021 (van 1 januari tot en met 30 juni) is de mogelijkheid er voor ‘cruciale sectoren’. Het gaat onder meer om medische zorginstellingen, politiediensten, universiteiten en diensten aan die sectoren. Voor die extra overuren is er geen klassieke ‘overwerktoeslag’ of inhaalrust, maar ze zijn wel vrijgesteld van belastingen en socialezekerheidsbijdragen. De voorwaarde is dat er niet meer dan 120 extra overuren worden gepresteerd. Die komen boven op de 100 vrijwillige overuren per kalenderjaar die een werknemer al langer mag doen. Ook al zijn de 120 extra overuren vrijgesteld van belastingen, toch moet u ze opnemen in uw belastingaangifte. De bezoldigingen tellen mee voor de berekening van de bestaansmiddelen. De regeling geldt ook voor bedrijfsleiders die ‘onder het gezag van een werkgever’ overuren presteren. Zelfstandige bedrijfsleiders zijn uitgesloten.

120
uren
Tot 120 extra overuren in cruciale sectoren zijn vrijgesteld van belastingen.

Het plafond van 120 vrijwillige overuren geldt per belastbaar tijdperk: zowel voor prestaties in 2020 als voor prestaties geleverd in 2021 hebt u recht op 120 uren. Presteerde u meer dan 120 uren, bijvoorbeeld bij verschillende werkgevers? De overuren boven de toegelaten 120 zullen worden belast als een beroepsinkomen.

Om aan te tonen dat er sprake is van ‘vrijwillige’ overuren, moeten de werkgever en de werknemer een schriftelijke overeenkomst sluiten. Die is 6 maanden geldig en kan worden hernieuwd. Hou er rekening mee dat de bovengrens van de arbeidsduur en de arbeidsprestaties moeten worden nageleefd: gemiddeld 48 uur per week over 4 maanden, 11 uur per dag en 50 uur per week.

De juiste codes

Beroepsinkomen en voordelen van alle aard

Werknemers en ambtenaren moeten hun beroepsinkomsten en voordelen van alle aard aangeven in vak IV. Welke bedragen u bij welke code moet invullen, vindt u op de fiche 281.10 die u van uw werkgever krijgt. Ontvangen wedden en lonen geeft u aan in de rubriek ‘A. Gewone bezoldigingen’ bij de code 1250/2250, vervroegd vakantiegeld bij de code 1251/2251, achterstallen bij de code 1252/2252 en opzeggingsvergoedingen bij de code 1308/2308. De ingehouden bedrijfsvoorheffing geeft u aan in de rubriek ‘H. Bedrijfsvoorheffing’.

Uitkeringen

Voor de aangifte van uitkeringen krijgt u een fiche van de uitbetalende instantie. Voor werkloosheidsuitkeringen is dat bijvoorbeeld de fiche 281.13, voor wettelijke vervangingsinkomsten uitbetaald door de ziekte- en invaliditeitsverzekering de fiche 281.12 en voor corona-ouderschapsverlof de fiche 281.18, uitgegeven door het sociaal verzekeringsfonds. U geeft de uitkering voor corona-ouderschapsverlof aan onder de titel ‘D. Vervangingsinkomen’ bij de code 1271/2271.

Woon-werkverkeer

De ontvangen vergoeding voor het woon-werkverkeer geeft u aan onder de rubriek ‘A. Gewone bezoldigingen’ bij de code 1254/2254. De vrijstelling vraagt u bij de code 1255/2255.

Loonbonus

Op de aangifte vindt u niet ‘loonbonus’, wel de term ‘niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen’. Bij de code 1242/2242 onder de rubriek ‘A. Gewone bezoldigingen’ geeft u het bedrag van de bonus aan, bij de code 1243/2243 vermeldt u eventuele achterstallen.

Woon-werkverkeer van meer dan 75 kilometer

Het extra belastingvoordeel voor wie minstens 75 kilometer van zijn werk woont, krijgt u door het aantal kilometer van een enkel traject aan te geven bij de code 1256/2256 onder de rubriek ‘A. Gewone bezoldigingen’.

Overuren in de horeca

Heeft uw werkgever geen witte kassa, dan geeft u de ontvangen bezoldiging aan onder de rubriek ‘A. Gewone bezoldigingen’ bij de code 1335/2335 en het aantal overuren bij de code 1336/2336. Is er een witte kassa, dan vermeldt u de code 1395/2395 en de code 1396/2396.

Vrijwillige overuren

De vrijwillige overuren in de cruciale sectoren gepresteerd in 2020 moet u aangeven bij de nieuwe rubriek 11 onder de titel ‘A. Gewone bezoldigingen’. U moet zowel de ontvangen bezoldiging (code 1306/2306) als het aantal gepresteerde en betaalde overuren (code 1307/2307) invullen.

3. Looncomponenten die u niet moet aangeven

Sommige inkomsten en voordelen moet u niet in uw belastingaangifte opnemen en ontsnappen dus aan belastingen. Dit zijn de meest voorkomende.

Thuiswerkvergoeding

Door de coronacrisis werkten veel meer werknemers – gedurende bepaalde periodes verplicht – thuis. Sinds 1 maart 2020 kunnen werkgevers die dat willen – er is geen verplichting – een forfaitaire thuiswerkvergoeding betalen om de kosten voor de inrichting en het gebruik van een werkruimte thuis te vergoeden. Denk maar aan de huur of afschrijving van de woning, kantoormeubelen, printer- en computerbenodigdheden, kleine benodigdheden zoals nietjes en papier, maar ook onroerende voorheffing, verzekering, water, elektriciteit, verwarming, onderhoud... Dat is zo geregeld in een circulaire van de fiscus en blijft ook na de coronapandemie gelden.

129,48
euro
Uw werkgever kan maandelijks een belastingvrije thuiswerkvergoeding tot 129,48 euro betalen.

De thuiswerkvergoeding bedroeg in maart vorig jaar maximaal 126,94 euro, vanaf 1 april werd dat 129,48 euro. De maximale vergoeding is voor het tweede kwartaal tijdelijk van 2021 naar 144,31 euro opgetrokken. Tot die bedragen moet u de thuiswerkvergoeding niet opnemen in uw jaarlijkse belastingaangifte en is ze vrijgesteld van belastingen en sociale bijdragen. De maximumbedragen zijn dezelfde voor deeltijdse werknemers, ongeacht het aantal uren van de arbeidsovereenkomst.

De vrijstelling van de thuiswerkvergoeding is voor werknemers die minstens 5 werkdagen per maand thuiswerken. Werken in een satellietkantoor van de werkgever voldoet niet. Bedrijfsleiders, buitenlandse kaderleden die het bijzondere belastingregime genieten en werknemers met een ‘salary split’ vallen buiten de toepassing van de circulaire. Wel kan altijd een voorafgaande beslissing bij de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken – een ruling – worden gevraagd.

Kreeg u al eerder een maandelijkse onkostenvergoeding van uw werkgever? Of die kan worden gecombineerd met de forfaitaire thuiswerkvergoeding hangt af van de samenstelling van de onkostenvergoeding. Als die de bureaukosten vergoedt, kan de thuiswerkvergoeding daar niet bovenop komen. De combinatie kan wel als de vergoeding andere kosten vergoedt, zoals autokosten of kosten voor representatie.

De forfaitaire thuiswerkvergoeding mag worden gecombineerd met de bestaande kostenvergoedingen voor het professioneel gebruik van privémateriaal: tot 20 euro per maand voor een internetaansluiting en nog eens 20 euro voor een privécomputer met randapparatuur. Bovendien kan tot 10 euro per item per maand worden betaald voor het professionele gebruik van een eigen tweede computerbeeldscherm, printer/scanner zonder privécomputer. Krijgt u gratis een pc of smartphone ter beschikking die u ook privé mag gebruiken? Dat privégebruik is een voordeel van alle aard: u betaalt belastingen op een forfait. Een eventuele thuiswerkvergoeding verandert daar niets aan. Bewijst u uw werkelijke beroepskosten? De forfaitaire thuiswerkvergoeding moet in mindering worden gebracht van de bewezen kantoorkosten.

Hebt u vorig jaar een maandelijkse thuiswerkvergoeding ontvangen van meer dan 129,48 euro? Als er geen bewijsstukken zijn die het hogere bedrag verantwoorden, dan is het deel boven 129,48 euro een belastbaar voordeel waarop u bedrijfsvoorheffing en socialezekerheidsbijdragen moet betalen. Dat zal vermeld staan op de fiche 281.10 die u ontvangt.

Voor ambtenaren geldt een aparte regeling. De vergoeding voor telewerk bedroeg 20 euro. Dat bedrag werd recent verdubbeld naar 40 euro, zowel retroactief voor de maanden in 2020 als voor de periode tot 31 augustus 2021.

Consumptiecheques

Door het relanceplan van de federale overheid konden werkgevers in de privésector hun personeelsleden tot eind 2020 een belastingvrije ‘consumptiecheque’ geven. Het doel was dubbel: werknemers extra koopkracht geven én de sectoren ondersteunen die zwaar getroffen waren door de coronacrisis. De cheques kunnen nog tot en met 30 juni 2021 worden toegekend aan het federale zorgpersoneel.

De consumptiecheques worden uitgegeven door de klassieke uitgevers van maaltijdcheques: Sodexo, Edenred en Monizze. Elke cheque heeft een waarde tot 10 euro. De cheques konden eerst tot en met 7 juni 2021 worden besteed, maar intussen is de geldigheidsduur verlengd tot en met 31 december 2021. Met de consumptiecheques kunt u betalen in horecazaken of kleinhandelszaken die minstens een maand verplicht moesten sluiten. Voorbeelden van kleinhandelszaken zijn boekhandels, schoonheidssalons, kappers, kledingwinkels en interieurzaken. Voorts gelden de cheques ook in de erkende of gesubsidieerde cultuur- en sportsector.

Als u niet meer dan 300 euro aan consumptiecheques kreeg, dan ontsnappen ze aan belastingen en socialezekerheidsbijdragen. U hoeft ze niet op te nemen in uw belastingaangifte: bruto is gelijk aan netto. Kreeg u meer dan 300 euro consumptiecheques? Het volledige bedrag zal vermeld staan op de fiche 281.10 en worden belast als een gewoon loon.

Winstparticipatie

Met een winstparticipatie kan uw werkgever u laten delen in de winst. Bij de uitbetaling wordt een solidariteitsbijdrage van 13,07 procent en een bevrijdende belasting van 7 procent ingehouden. Daarmee hebt u afgerekend met de fiscus: u hoeft de premie niet op te nemen in uw belastingaangifte.

Flexi-job

Een flexi-job is een fiscaal interessante manier om een centje bij te verdienen in de horeca of detailhandel en is er voor werknemers die minstens 4/5 werken en voor gepensioneerden. Uw brutoloon is meteen ook uw nettoloon: u moet geen belastingen en socialezekerheidsbijdagen betalen. U moet de inkomsten uit een flexi-job ook niet opnemen in uw belastingaangifte.

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud