Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

Hoe maakt u een verstandige keuze tussen forfaitaire en werkelijke beroepskosten?

Het goede nieuws: niet uw hele beroepsinkomen wordt belast. De beroepskosten mag u aftrekken. Voor het kostenforfait hoeft u helemaal niets te doen, maar gemakkelijk is niet altijd het voordeligst.
©Klaas Verplanke

De belastingfactuur op het beroepsinkomen wordt getemperd door de aftrek van beroepskosten. Dat zijn de kosten die u maakt om dat beroepsinkomen te verwerven of behouden. Hoeveel kosten u kunt inbrengen, hangt af van uw beroepsactiviteit. Werknemers, ambtenaren, bedrijfsleiders, vrije beroepers en handelaars (zelfstandigen met winst) hebben altijd minstens recht op een kostenforfait, zelfs als ze geen kosten maakten of kunnen aantonen. U hoeft er ook niets voor te doen: het kostenforfait wordt automatisch toegekend.

De essentie

Voor u? Werknemers, ambtenaren, bedrijfsleiders, vrije beroepers en handelaars (zelfstandigen met winst).
Wat onthouden? De kosten die u maakt om uw beroepsinkomen te verwerven of te behouden, mag u aftrekken. Dat is minstens een kostenforfait. De hoogte ervan hangt af van uw activiteiten.
Hoe belastingen besparen? Het kan interessanter zijn om uw werkelijke beroepskosten in te brengen.

Maar u hoeft geen vrede te nemen met het kostenforfait. Als u meer beroepskosten kunt aantonen dan het forfait, bent u beter af met de werkelijke beroepskosten. U zult dus moeten uitzoeken wat het voordeligst is. Een eerste stap is nagaan hoe hoog het kostenforfait is. De berekening ervan hangt af van uw activiteiten.

Werknemers

Het kostenforfait voor werknemers bedraagt 30 procent van het inkomen, met een maximum van 4.880 euro. Dat wordt bereikt met een brutojaarinkomen van meer dan 16.266,67 euro.

Bij de berekening wordt gewerkt met het belastbare bruto-inkomen na afhouding van de socialezekerheidsbijdragen. Dat omvat niet alleen uw loon of wedde, maar onder meer ook de vergoeding voor het woon-werkverkeer, achterstallen, opzeggingsvergoedingen, vervangingsinkomsten, (vervroegd) vakantiegeld en voordelen van alle aard (zoals een bedrijfswagen en smartphone).

Zelfstandigen met winst

Ook voor zelfstandigen met winst bedraagt het kostenforfait 30 procent van de belastbare beroepsinkomsten, met een maximum van 4.880 euro. Er wordt gerekend met de totale opbrengst (omzet) na aftrek van de sociale bijdragen en de aankoopprijs van de handelsgoederen en grondstoffen.

Let wel, het kostenforfait is er niet voor zelfstandigen die vrijwillig kiezen om op forfaitaire wijze belast te worden in plaats van op de werkelijke winst. Dat kan bijvoorbeeld voor bakkers, slagers, apothekers, visverkopers, uitbaters van een frietkraam of café.

Bedrijfsleiders

Voor bedrijfsleiders bedragen de forfaitaire beroepskosten 3 procent van de inkomsten, met een maximaal kostenforfait van 2.580 euro.

Vrije beroepers en ambten

Voor vrije beroepers die baten opstrijken en voor ambten wordt gewerkt met verschillende percentages, afhankelijk van de inkomensschijf. Het forfait bedraagt maximaal 4.290 euro.

Meewerkende echtgenoten

Voor de meewerkende echtgenoot wordt het kostenforfait berekend tegen een vast tarief van 5 procent op de inkomsten, met een maximaal kostenforfait van 4.290 euro.

Combinatie van banen

TIP! Gebruik de rekentool

Wilt u berekenen hoe hoog het kostenforfait voor u is? Gebruik de handige rekenmodule.

Als u meerdere banen combineert, kunt u voor elke inkomenscategorie het maximale kostenforfait krijgen. Als u bijvoorbeeld deels in loondienst werkt en deels een vrij beroep beoefent, kunt u een kostenforfait van 4.880 euro krijgen voor uw activiteiten als werknemer en nog eens 4.290 euro voor die als vrije beroeper. Voor elke activiteit hebt u de keuze tussen de forfaitaire en de werkelijke beroepskosten. Zo kunt u voor uw loon als werknemer kiezen voor het forfait en voor uw activiteiten als vrije beroeper opteren voor de werkelijke beroepskosten.

Alleen binnen eenzelfde inkomenscategorie is combineren niet mogelijk, ook niet als het gaat om twee verschillende activiteiten. Als u bijvoorbeeld deeltijds werkt als winkelbediende en deeltijds als receptioniste, moet u voor beide activiteiten ofwel het forfait gebruiken, ofwel de werkelijke beroepskosten. Als u kiest voor het forfait krijgt u maar één keer dat forfait voor het inkomen van beide jobs samen.

De juiste codes

Werknemers, ambtenaren, bedrijfsleiders en vrije beroepers die het kostenforfait willen, hoeven daar niets voor te doen.
Zelfstandigen die winst maken, moeten de betaalde sociale bijdragen aangegeven in het vak XVII van deel II van de aangifte, bij de rubriek ‘7. Sociale bijdragen’ en de codes 1632/2632. Voor de aankoopprijs van grondstoffen en aangekochte handelsgoederen is er geen code. Die kosten mag u aftrekken van de brutowinst, die in hetzelfde vak bij de code 1600/2600 ‘Brutowinst van de eigenlijke exploitatie’ moet worden aangegeven.

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud