Mijn geld Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie

Hoe wordt het kapitaal van een aanvullend pensioen belast?

Werknemers, bedrijfsleiders en zelfstandigen kunnen via hun werkgever of bedrijf een aanvullend pensioen opbouwen. Hoeveel belastingen u daarop moet betalen, hangt af van de formule.
©ANP XTRA

Pensioenkapitaal dat u opbouwt via de werkgever of een vennootschap wordt in het vakjargon de ‘tweede pensioenpijler’ genoemd. Die staat los van het wettelijke pensioen (de ‘eerste pensioenpijler’) en van het pensioensparen (de ‘derde pensioenpijler’).

Het kapitaal dat u bijeenspaart via de tweede pensioenpijler wordt getaxeerd in de personenbelasting. Wie in 2022 een pensioenkapitaal kreeg uitgekeerd, moet dat opnemen in zijn belastingaangifte. Hoe groot de effectieve belastingdruk is, verschilt van formule tot formule. Behalve de personenbelasting zijn er ook nog een RIZIV-bijdrage van 3,55 procent op het brutobedrag en een solidariteitsbijdrage (van 0 tot 2 procent) verschuldigd.

1. Groepsverzekering,pensioenfonds, vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW) en individuele pensioentoezegging (IPT)

Wie in 2021 een pensioenkapitaal uit de tweede pensioenpijler kreeg uitgekeerd, moet dat nu opnemen in zijn belastingaangifte.

Met een groepsverzekering of pensioenfonds kunnen werknemers en bedrijfsleiders via hun werkgever of bedrijf een aanvullend pensioen(kapitaal) opbouwen. Werknemers die geen groepsverzekering of pensioenfonds hebben (of slechts een beperkte variant), kunnen bijdragen storten in een vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW). Zelfstandigen met een vennootschap kunnen kiezen voor een individuele pensioentoezegging (IPT). In dat systeem betaalt de vennootschap de premies voor de zelfstandige.

Hoewel bij het einde van het contract de keuze wordt geboden tussen een aanvullend pensioenkapitaal of een maandelijkse rente, kiest de overgrote meerderheid voor het kapitaal. Een verklaring is de fiscaliteit: rentes zijn belastbaar tegen het progressieve tarief (tot 50 procent plus gemeentebelasting), terwijl een kapitaal wordt belast tegen een vlak tarief. Hoe een pensioenkapitaal wordt belast, hangt af van de manier waarop het werd opgebouwd.

  • Werkgeversbijdragen

Het belastingtarief op het kapitaaldeel dat is opgebouwd met werkgeversbijdragen hangt af van het moment waarop dat kapitaal wordt uitbetaald.

Het laagste tarief bedraagt 10 procent en is er voor wie een loopbaan van 45 jaar achter de rug heeft of actief bleef tot aan de wettelijke pensioenleeftijd. Die ligt vandaag nog op 65 jaar, maar in 2025 wordt dat 66 jaar en in 2030 67 jaar.   

10
procent
Wie effectief actief is gebleven tot aan de wettelijke pensioenleeftijd of een loopbaan van 45 jaar heeft bij de uitkering van een groepsverzekering betaalt 10 procent belastingen, het laagste tarief.

Om na te gaan of iemand tot aan de wettelijke pensioenleeftijd ‘effectief actief’ bleef, wordt naar de laatste drie jaar voor de pensioenleeftijd gekeken. Toch betekent dat niet noodzakelijk dat er tijdens die periode effectief werd gewerkt. Periodes van bijvoorbeeld ziekte of invaliditeit, werkloosheid, verlof om dwingende redenen of onbetaald verlof (beperkt tot 10 dagen per kalenderjaar) worden gelijkgesteld. Ook het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) – het vroegere brugpensioen – telt, op voorwaarde dat de werknemer beschikbaar bleef voor de arbeidsmarkt.

Wie niet actief bleef tot de wettelijke pensioenleeftijd en ook geen beroepsloopbaan van 45 jaar heeft, zal meer belastingen betalen. Hoe jonger de gepensioneerde, hoe hoger de eindbelasting:

  • 20 procent: vanaf 60 jaar    
  • 18 procent: vanaf 61 jaar
  • 16,5 procent: vanaf 62 tot 64 jaar, bij wettelijke pensionering of bij overlijden of als u niet effectief actief bent gebleven tot de wettelijke pensioenleeftijd. Een uitzondering zijn mensen die een volledige beroepsloopbaan (45 loopbaanjaren) hebben en de laatste drie jaren effectief actief zijn gebleven. De belasting bedraagt dan 10 procent.

Bovenstaande percentages moeten nog vermeerderd worden met de gemeentebelasting.

  • Eigen bijdragen

In een groepsverzekering kan een werknemer zelf bijdragen. Het deel van het kapitaal met werknemersbijdragen betaald na 1 januari 1993 wordt belast tegen 10 procent (plus gemeentebelasting) bij een uitkering vanaf 60 jaar. De andere stortingen worden tegen 16,5 procent (plus gemeentebelasting) belast.

2. Vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ)

Zelfstandigen kunnen een extra pensioenkapitaal opbouwen dankzij het vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ). Het opgebouwde pensioenkapitaal wordt belast met een fictieve rente, berekend als een bepaald percentage van het kapitaal. Die fictieve rente wordt belast tegen de normale, progressieve belastingtarieven (tot 50 procent plus gemeentebelasting).

Hoeveel jaren u die fictieve rente moet opnemen in uw belastingaangifte, hangt af van de leeftijd waarop u het kapitaal ontvangt:

  • 60 jaar: u moet jaarlijks 3,5 procent van het kapitaal aangeven gedurende 13 jaar
  • 61 tot 62 jaar: 4 procent gedurende 13 jaar
  • 63 tot 64 jaar: 4,5 procent gedurende 13 jaar
  • 65 jaar: 5 procent gedurende 10 jaar

De gestorte premies voor een VAPZ zijn fiscaal aftrekbaar en kunnen ook in mindering worden gebracht voor de berekening van de sociale bijdragen. Op voorwaarde dat de sociale bijdragen tijdig worden betaald.

In 2020 en 2021 werd op deze regel een uitzondering voorzien omwille van de coronacrisis. De aftrekbaarheid van de VAPZ-premies werd losgekoppeld van de betalingsvoorwaarde voor de sociale bijdragen.

Die tolerantie wordt niet doorgetrokken naar 2022. Als u in 2022 een betalingsuitstel had aangevraagd voor de betaling van de sociale bijdragen, moest u die nog vóór 31 december 2022 betalen. Alleen dan zullen de VAPZ-premies fiscaal aftrekbaar zijn voor 2022.

3. Pensioenovereenkomstvoor zelfstandigen (POZ)

Zelfstandigen zonder vennootschap (zoals sommige bakkers en slagers) en vrije beroepers kunnen extra sparen voor hun pensioen door een pensioenovereenkomst voor zelfstandigen (POZ) af te sluiten. De betaalde bijdragen geven recht op een belastingvermindering.

Het pensioenkapitaal is onderworpen aan een afzonderlijke aanslagvoet van 10 procent bij een vereffening bij leven vanaf de datum dat u voldoet aan de voorwaarden om met vervroegd pensioen te gaan. In alle andere gevallen is een afzonderlijke aanslagvoet van 33 procent van toepassing. De eventuele winstdeling is vrijgesteld van die belasting.

Bovendien kan u genieten van een belastingvermindering van 30 procent. Een voorwaarde is de zogenaamde  80%-regel.

Wat houdt de 80 procentregel in?

De premies betaald in het kader van individuele pensioentoezegging (IPT) zijn een aftrekbare kost op voorwaarde dat de de som van uw wettelijk en aanvullend pensioen niet hoger is dan 80 procent van de laatste normale bruto jaarbezoldiging.

In de loop van 2021 beslist de overheid om het wettelijk pensioen voor zelfstandigen gradueel op te trekken naar het niveau van het wettelijk werknemerspensioen. Dat lijkt op het eerste zicht goed nieuw, maar het heeft belangrijke gevolgen voor het aanvullend pensioen. Door de stijging van het wettelijk minimumpensioen zal uw aanvullend pensioen moeten dalen om onder de grens 80 procent te blijven. De maatregel werd retroactief opgelegd, wat stuitte op veel kritiek.  

Om daaraan tegemoet te komen, wijzigde  de belastingadministratie op 31 maart 2022 met een circulaire de fiscale berekeningswijze van de 80 procentregel. Die werd retroactief doorgevoerd vanaf 01 januari 2021. Dit betekent:

  1. voor de loopbaanjaren die u presteerde als zelfstandige voor 2021 wordt het wettelijk pensioen geraamd wordt op 25 procent van de brutojaarbezoldiging van 2020;
  • voor de loopbaanjaren die u presteerde als zelfstandige vanaf 2021 en ook voor de loopbaanjaren die u voor 2021 als werknemer presteerde, wordt het wettelijk pensioen geraamd wordt op 50 procent van de brutojaarbezoldiging.

Overschrijden de premies die u in 2021 en eventueel ook in 2022 al hebt gestort de nieuwe fiscale limiet? De fiscus tolereert dat u de eventuele premie-overschotten van boekjaar 2021 en 2022 overdraagt naar boekjaar 2023. Op die manier kunnen ze in aanmerking komen als voorschot op de premie van 2023. Dit mag onbeperkt. Als de overgedragen premie-overschotten van 2021 en 2022 groter zijn dan de maximale aftrekbare premie voor 2023, dan kan u dit naar 2024 overdragen.

De juiste codes

De uitbetalende instelling zal u een fiche bezorgen, zodat u uw belastingaangifte vlot kunt invullen.

  • Groepsverzekering, pensioenfonds, VAPW en IPT

De uitkering van een aanvullend pensioenplan (groepsverzekering of pensioenfonds) of IPT geeft u aan in vak V voor pensioenen. De uitgekeerde bedragen vermeldt u bij de onderverdeling ‘d. Kapitalen en afkoopwaarden die afzonderlijk belastbaar zijn’. U gebruikt de codes 1245/2245, 1253/2253, 1214/2214 en code 1215/2215, afhankelijk van het toepasselijke belastingtarief. De al ingehouden bedrijfsvoorheffing geeft u aan bij code 1225/2225.

  • VAPZ

De codes voor de gestorte VAPZ-bijdragen hangen af van uw beroepsactiviteit. Voor bedrijfsleiders is dat het vak XVI in deel 2 van de aangifte bij de code 1405/2405, ‘9. Niet ingehouden persoonlijke sociale bijdragen’. Voor winst uit nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen is dat in het vak XVII bij de code 1632/2632, ‘7. Sociale bijdragen’.

Baten van vrije beroepen, ambten, posten of andere winstgevende bezigheden vult u in vak XVIII in, bij de code 1656/2656, sociale bijdragen.

Meewerkende echtgenoot en wettelijk samenwonende partner: deel 2, vak XX, code 1451/2451, sociale bijdragen.

Loontrekkende zorgverstrekkers: deel 1, vak IV, code 1257/2257, niet-ingehouden persoonlijke sociale bijdragen.

De fictieve rente of omzettingsrente van kapitalen en afkoopwaarden moet u aangeven onder de codes 1216/2216 (betaald of toegekend in 2021) en 1218/2218 (betaald of toegekend tijdens de jaren 2009 tot 2020).

  • POZ

Bij een wettelijke of vervroegde pensionering, en bij overlijden geeft u het uitgekeerde kapitaal aan in vak V bij de rubriek A. Pensioenen, d) ‘Kapitalen en afkoopwaarden die afzonderlijk belastbaar zijn’, code 1215/2215. Voor andere gevallen is dat de code 1213/2213.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.