Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

Hoe wordt het kapitaal van een aanvullend pensioen belast?

Een aanvullend pensioenkapitaal opgebouwd via uw werkgever of vennootschap? De belasting verschilt naargelang formule van pensioenopbouw.
©Klaas Verplanke

Met een aanvullend-pensioenplan (groepsverzekering of een pensioenfonds) kunnen werknemers en bedrijfsleiders via hun werkgever of onderneming een aanvullend pensioen(kapitaal) opbouwen. Voor zelfstandigen is er het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ). Bedrijfsleiders kunnen met een Individuele Pensioentoezegging (IPT) een aanvullend pensioenkapitaal via hun vennootschap opbouwen.

Hoe wordt het kapitaal van een aanvullend pensioen belast?

Aanvullend-pensioenplan

Het aanvullend-pensioenkapitaal wordt doorgaans in één keer uitgekeerd in de vorm van een kapitaal. Een uitbetaling in een rente is eerder uitzonderlijk. Een verklaring is de fiscaliteit. Rentes zijn belastbaar tegen het progressieve tarief (tot 50 procent plus gemeentebelasting), terwijl een kapitaal belast wordt tegen een voordelig vlak tarief.

Als u in 2020 zo’n kapitaal uitgekeerd kreeg, moet u dat verplicht aangeven. De belasting verschilt naargelang het kapitaal werd opgebouwd met bijdragen van de werkgever of met eigen bijdragen van de werknemer of bedrijfsleider.

1. Werkgeversbijdragen

Het belastingtarief op het deel van het kapitaal opgebouwd met werkgeversbijdragen hangt af van het moment waarop het kapitaal wordt uitbetaald. Het laagste tarief bedraagt 10 procent en werd in 2006 ingevoerd om mensen te stimuleren langer te werken. Het gunsttarief kwam er voor wie minstens tot aan de wettelijke pensioenleeftijd ‘effectief actief’ is gebleven. De wettelijke pensioenleeftijd bedraagt vandaag 65 jaar. In 2025 wordt dat 66 jaar en in 2030 67 jaar.

Het gunstregime had echter een onbedoeld neveneffect: wie voor zijn 65ste met pensioen kon omdat die een volledige beroepsloopbaan van 45 jaar had, kon het gunstregime niet genieten. Dat werd begin 2019 rechtgezet. Sindsdien spreekt men niet langer over de ’wettelijke pensioenleeftijd‘, maar over ‘de leeftijd waarop voldaan is aan de voorwaarden voor een volledige pensioenloopbaan volgens de geldende pensioenwetgeving’. Iemand die bijvoorbeeld op zijn 18de begon te werken en op 63 jaar met pensioen kan na een beroepsloopbaan van 45 jaren geniet voortaan ook het tarief van 10 procent.

Om na te gaan of iemand tot aan de wettelijke pensioenleeftijd ‘effectief actief’ bleef, wordt naar de laatste drie jaar voor de pensioenleeftijd gekeken. Dat betekent niet noodzakelijk dat er tijdens die periode effectief werd gewerkt. Bepaalde periodes worden gelijkgesteld, zoals ziekte of invaliditeit, werkloosheid, verlof om dwingende redenen of onbetaald verlof (beperkt tot 10 dagen per kalenderjaar).

Ook het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) – het vroegere brugpensioen – telt, op voorwaarde dat de werknemer beschikbaar bleef voor de arbeidsmarkt. Als een SWT’er tijdens een periode – hoe beperkt ook – vrijgesteld wordt van zijn verplichtingen inzake aangepaste beschikbaarheid, kan hij niet langer als effectief actief worden beschouwd. Ook als die vrijstelling plaatsvond vóór de referentieperiode van 3 jaar.

10
procent
Wie actief gebleven is tot de wettelijke pensioenleeftijd of een loopbaan van 45 heeft bij de uitkering van het aanvullend pensioenkapitaal betaalt 10 procent belastingen.

Zelfstandige bedrijfsleiders moeten waakzaam zijn. De fiscus aanvaardt het belastingtarief van 10 procent, op voorwaarde dat er sociale bijdragen als zelfstandige in hoofdberoep werden betaald. Maar het hof van beroep van Antwerpen oordeelde dat het feit dat er geen sociale bijdragen werden betaald geen struikelblok hoeft te zijn. Het uitoefenen van een onbezoldigd mandaat als bedrijfsleider – zonder betalen van sociale bijdragen – volstaat volgens het hof. Het is dan ook belangrijk dat u met voldoende bewijsmateriaal staaft waarom het gunstregime van toepassing is.

Wie niet effectief actief is gebleven tot aan de wettelijke pensioenleeftijd en ook geen beroepsloopbaan van 45 jaar heeft, zal meer belastingen betalen. De tarieven zijn:

  • 16,5 procent: vanaf 62 jaar of in het geval van een overlijden;
  • 18 procent: vanaf 61 jaar;
  • 20 procent: vanaf 60 jaar.

2. Eigen bijdragen

Een werknemer kan ook zelf een deel van de bijdragen voor zijn groepsverzekering betalen. Het deel van het kapitaal dat na 1993 met werknemersbijdragen is betaald, wordt belast tegen 10 procent (plus gemeentebelasting) bij een uitkering vanaf 60 jaar. De andere stortingen worden tegen 16,5 procent (plus gemeentebelasting) belast.

VAPZ

Het pensioenkapitaal van een VAPZ wordt belast in de vorm van een fictieve rente. Deze fictieve rente is een bepaald percentage van het kapitaal. Het percentage en het aantal jaren dat u deze fictieve rente moet aangeven, hangt af van de leeftijd waarop u het kapitaal ontvangt.

  • 60 jaar: 3,5 procent gedurende 13 jaar;
  • 61 tot 62 jaar: 4 procent gedurende 13 jaar;
  • 63 tot 64 jaar: 4,5 procent gedurende 13 jaar;
  • 65 jaar: 5 procent gedurende 10 jaar.

Kunnen premies voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) fiscaal worden ingebracht als er door corona geen sociale bijdragen zijn betaald?

Zelfstandigen kunnen een extra pensioenkapitaal opbouwen met stortingen in een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ). De gestorte premies zijn fiscaal aftrekbaar en kunnen ook worden afgetrokken voor de berekening van de sociale bijdragen. Een voorwaarde is vanzelfsprekend dat er sociale bijdragen worden betaald. En daar dreigde corona roet in het eten te gooien. Zelfstandigen die het door de coronacrisis moeilijk hadden, konden in 2020 uitstel vragen voor het betalen van hun sociale bijdragen.

De fiscus past een eenmalige tolerantie toe. De betaalde premies blijven fiscaal aftrekbaar, op voorwaarde dat u in 2021 zowel de uitgestelde sociale bijdragen voor 2020 als die voor 2021 hebt betaald. Gebeurt dat niet, dan zijn de in 2021 betaalde premies niet aftrekbaar. Dat blijft echter zonder gevolgen voor de toegestane aftrek van de in 2020 afgetrokken VAPZ-premies.

Zijn er gevolgen voor het aanvullend pensioen van bedrijfsleiders als hun bezoldiging tijdelijk daalde of wegviel door corona?

Door de coronacrisis zagen sommige bedrijfsleiders zich genoodzaakt om hun bezoldiging te verlagen of zelfs volledig te schrappen. Dat kan verregaande gevolgen hebben voor de mogelijkheid om fiscaalvriendelijk een aanvullend pensioen via hun vennootschap – met de formule van de Individuele Pensioentoezegging (IPT) – op te bouwen.

Volgens de algemene regel moet een bedrijfsleider geen belasting betalen op de gestorte pensioenpremies, op voorwaarde dat hij een maandelijkse bezoldiging krijgt. Werd hij een of meerdere maanden in een kalenderjaar niet betaald, dan zijn de pensioenpremies in principe belastbaar als beroepsinkomen. Voor bedrijfsleiders die getroffen werden door de coronacrisis heeft de fiscus een tijdelijke regeling uitgewerkt in een circulaire. Daardoor worden de maanden waarvoor de bedrijfsleider zijn bezoldiging heeft stopgezet en een overbruggingsrecht – een soort werkloosheidsuitkering voor zelfstandigen – kreeg, buiten beschouwing gelaten om na te gaan of een bezoldiging maandelijks werd betaald. Een bedrijfsleider die in 2020 gedurende elf maanden bezoldigingen ontving en voor één maand het overbruggingsrecht kreeg, wordt door de toepassing van de circulaire geacht maandelijks te zijn bezoldigd in 2020. Of die oplossing ook zal gelden voor premies betaald in 2021 is niet duidelijk.

Een tweede aandachtspunt is de zogenaamde 80 procentgrens. De pensioenpremies zijn voor de vennootschap maar fiscaal aftrekbaar als de som van het wettelijk en het aanvullend pensioen niet hoger is dan 80 procent van de referentiebezoldiging. Daarbij worden alleen de effectief betaalde bezoldigingen geteld. Als een bedrijfsleider zijn bezoldiging in 2020 door de coronacrisis tijdelijk heeft verlaagd, zal ook de referentiebezoldiging lager zijn. Heeft een bedrijfsleider zijn bezoldiging stopgezet en tijdens die periode een overbruggingsrecht van de overheid ontvangen? Het overbruggingsrecht mag niet geteld worden bij de bepaling van de referentiebezoldiging. Daardoor dreigen tal van bedrijfsleiders de fiscale 80 procentgrens te overschrijden. Een omzendbrief van de fiscus bracht een oplossing. De pensioenpremies die in 2020 zijn betaald en die de 80 procentgrens overschrijden wegens de lagere bezoldiging door Covid-19 worden beschouwd als een voorschot op de premies van 2021. Deze voorschotten moeten via de overlopende rekening worden overgeboekt naar het volgende boekjaar (2021). Als dat niet gebeurt, zal (een deel) van de premie een verworpen uitgave van 2020 zijn.

Wat met andere aanpassingen van de bedrijfsleidersbezoldiging?

Los van de coronacrisis was er recent ook belangrijke rechtspraak over de referentiebezoldiging. Meer specifiek over een wijziging van de bezoldiging tijdens het boekjaar. De rechtspraak bevestigt dat een bestendige verhoging van de bezoldiging in aanmerking komt om de referentiebezoldiging te bepalen. De voorwaarde is dat de verhoging behouden blijft in de daaropvolgende jaren. Een eventuele retroactieve verhoging of verlaging mag daarentegen niet in rekening worden gebracht.

Stel dat een bedrijfsleider in de eerste helft van het jaar een bezoldiging van 3.000 euro ontvangt en de volgende zes maanden van 5.000 euro. De normale jaarbezoldiging bedraagt dan 48.000 (3.000 x 6 + 5.000 x 6). Mocht diezelfde bedrijfsleider achteraf voor de eerste zes maanden zijn bezoldiging corrigeren met een verlies van 2.000 euro per maand (in totaal 12.000 euro voor het hele jaar), dan zal die aanpassing niet doorgerekend worden voor de bepaling van de referentiebezoldiging. Een inhaalbezoldiging uitbetalen is dan ook geen oplossing als de 80 procentgrens overschreden zou zijn.

De juiste codes

De uitkering van een aanvullend-pensioenplan (groepsverzekering of pensioenfonds) geeft u aan in vak V voor pensioenen. De uitbetalende instelling zal u een fiche 281.11 bezorgen waarmee u uw aangifte kunt invullen. De uitgekeerde bedragen geeft u aan bij de onderverdeling ‘Kapitalen en afkoopwaarden die afzonderlijk belastbaar zijn.’ U gebruikt de codes voor het respectieve belastingtarief: code 1245/2245 voor een belastingtarief van 20 procent, code 1253/2253 voor 18 procent, code 1214/2214 voor 16,5 procent en code 1215/2215 voor 10 procent. De al ingehouden bedrijfsvoorheffing geeft u aan bij de code 1225/2225.

VAPZ

De codes voor het VAPZ moeten worden ingevuld in het vak van de sociale bijdragen en hangen af van uw beroepsactiviteit. U ontvangt een fiscaal attest van de verzekeraar. U telt het samen met de betaalde sociale bijdragen voor hetzelfde jaar:

Bedrijfsleiders: deel 2, vak XVI, code 1405/2405, niet-ingehouden persoonlijke sociale bijdragen.

Winst uit nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen: deel 2, vak XVII, code 1632/2632, sociale bijdragen.

Baten van vrije beroepen, ambten, posten of andere winstgevende bezigheden: deel 2, vak XVIII, code 1656/2656, sociale bijdragen.

Meewerkende echtgenoot en wettelijk samenwonende partner: deel 2, vak XX, code 1451/2451, sociale bijdragen.

Loontrekkende zorgverstrekkers: deel 1, vak IV, code 1257/2257, niet-ingehouden persoonlijke sociale bijdragen.

VAPZ

De codes voor het VAPZ moeten worden ingevuld in het vak van de sociale bijdragen en hangen af van uw beroepsactiviteit. U ontvangt een fiscaal attest van de verzekeraar. U telt het samen met de betaalde sociale bijdragen voor hetzelfde jaar:

Bedrijfsleiders: deel 2, vak XVI, code 1405/2405, niet-ingehouden persoonlijke sociale bijdragen.

Winst uit nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen: deel 2, vak XVII, code 1632/2632, sociale bijdragen.

Baten van vrije beroepen, ambten, posten of andere winstgevende bezigheden: deel 2, vak XVIII, code 1656/2656, sociale bijdragen.

Meewerkende echtgenoot en wettelijk samenwonende partner: deel 2, vak XX, code 1451/2451, sociale bijdragen.

Loontrekkende zorgverstrekkers: deel 1, vak IV, code 1257/2257, niet-ingehouden persoonlijke sociale bijdragen.

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud