Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

Waarom kinderen een zegen zijn voor uw belastingfactuur

Een eerste schijf van inkomsten ontsnapt altijd aan belastingen. Voor ouders met kinderen ten laste ligt dat vrijgestelde bedrag een stuk hoger.
©Klaas Verplanke

Het zal als muziek in de oren klinken: niet uw hele inkomen wordt belast. Een eerste schijf van uw inkomsten ontsnapt aan belastingen. Dat vrijgestelde deel heet in het vakjargon de ‘belastingvrije som’. Die bedraagt voor alle belastingplichtigen 8.990 euro, wat een belastingbesparing van 2.247,50 euro oplevert (exclusief gemeentebelastingen). Voor gehandicapte belastingplichtigen wordt de belastingvrije som met 1.630 euro verhoogd. Ouders met kinderen ten laste kunnen een toeslag op de belastingvrije som krijgen die toeneemt met het aantal kinderen.

De essentie

Voor u? Als u jonge of studerende kinderen hebt.
Wat onthouden? Hoe meer kinderen, hoe groter het belastingvoordeel. De voorwaarde is dat uw kinderen maar beperkte eigen inkomsten hebben.
Hoe belastingen besparen? Feitelijke samenwoners kunnen vrij kiezen welke ouder de kinderen ten laste neemt.


Hoeveel extra belastingvoordeel leveren kinderen op?

Door de toeslag op de belastingvrije som ontsnapt een groter deel van de inkomsten van ouders aan belastingen. De verhoging van de belastingvrije som is er niet alleen voor uw natuurlijke kinderen, maar kan er ook zijn voor pleegkinderen, ten volle geadopteerde kinderen en kinderen van uw partner. Hoe meer kinderen, hoe groter de verhoging van het basisbedrag en dus de belastingbesparing (exclusief gemeentebelastingen).

Een kind dat voor meer dan 66 procent gehandicapt is, telt voor twee.

Is er een belastingvoordeel voor betaalde kinderopvang?

De opvangkosten kunt u inderdaad fiscaal inbrengen. Dit jaar is zowel de leeftijdsgrens als het opvangbedrag per dag opgetrokken. Er is ook een regeling voor jeugdactiviteiten die als gevolg van corona werden geschrapt.

Ook de kosten voor kinderopvang kunt u fiscaal inbrengen. Dit jaar is zowel de leeftijdsgrens als het opvangbedrag per dag verhoogd.

Hebt u een kind jonger dan drie jaar én hebt u geen of beperkte kosten voor kinderopvang, dan kunt u een toeslag op de belastingvrije som van 610 euro krijgen. Let wel, u kunt de beide voordelen niet combineren. Zodra u tussen 407 en 678 euro aan opvangkosten hebt betaald (afhankelijk van de hoogte van uw belastingvrije som), bent u beter af met de aangifte van de opvangkosten.

Krijgen alleenstaande ouders een extra belastingvoordeel?

Alleenstaande ouders met kinderen ten laste krijgen een extra verhoging van de belastingvrije som met 1.630 euro. Voor bijvoorbeeld een alleenstaande ouder met één kind levert dat een extra belastingvoordeel op van 489 euro.

Alleenstaande ouders die werken, maar slechts een beperkt inkomen hebben, krijgen een extra ondersteuning. Als het beroepsinkomen tussen 3.380 en 15.860 euro ligt, is er een extra toeslag van 1.060 euro. Bij een inkomen tussen 15.860 en 20.090 euro wordt de toeslag geleidelijk afgebouwd. Werkloosheidsuitkeringen tellen niet als ‘beroepsinkomen’, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen wel.

4.880 euro
Om fiscaal ten laste te zijn, mag een zoon of een dochter van een alleenstaande of feitelijk samenwonende ouder maximaal 4.880 euro bestaansmiddelen hebben.

‘Alleenstaande ouder’ betekent dat de ouder op 1 januari 2021 minstens één kind ten laste heeft – al dan niet in co-ouderschap – en niet gehuwd is, wettelijk of feitelijk samenwoont met een partner of vriend. Het is geen probleem om met (achter)klein- of (pleeg)kinderen, (over)groot- of (pleeg)ouders, broers of zussen samen te wonen.

Het extra belastingvoordeel is een belastingkrediet, wat betekent dat de ouder het voordeel betaald krijgt als die onvoldoende belastingen betaalt om het voordeel te verrekenen met de verschuldigde belastingen.

Is een kind automatisch fiscaal ten laste?

Neen, er moet aan vier voorwaarden voldaan zijn. Is dat niet het geval, dan is een kind voor het hele jaar niet fiscaal ten laste. U verliest dus het volledige belastingvoordeel.

  1. Deel zijn van uw gezin

Uw kind moet op 1 januari 2021 deel uitmaken van uw gezin. Een baby die eind 2020 geboren werd, is voor het volledige jaar fiscaal ten laste, een spruit die op 2 januari het levenslicht zag niet. Het is geen probleem dat uw kind op kot zit of in het buitenland studeert, voor zover het nog altijd op uw adres geregistreerd staat.

2. Beperkt inkomen

Uw kind mag in 2020 maar een beperkt bedrag aan nettobestaansmiddelen opgestreken hebben. Zodra het ook maar één euro meer verdiend heeft, is het voor het hele jaar niet langer ten laste. Het plafond verschilt naargelang de samenlevingsvorm van de ouders:

3.380 euro
Om fiscaal ten laste te zijn, mogen kinderen van gehuwde of wettelijk samenwonende ouders maximaal 3.380 euro nettobestaansmiddelen hebben.

Kinderen van gehuwde of wettelijk samenwonende ouders mogen maximaal 3.380 euro nettobestaansmiddelen hebben.

Een zoon of dochter van een alleenstaande of feitelijk samenwonende ouder mag tot 4.880 euro bestaansmiddelen hebben. Is dat kind gehandicapt, dan ligt het plafond op 6.200 euro.

3. Niet verdienen in uw bedrijf

Deze derde voorwaarde is alleen van belang voor zelfstandigen die hun zoon of dochter laten bijverdienen in een eenmanszaak. Als u het loon van uw zoon of dochter inbrengt als beroepskosten, is dat kind niet langer fiscaal ten laste. Hoeveel het kind verdiende, heeft geen belang. Deze regel geldt echter niet als u een vennootschap hebt.

4. Geen bedrijfsleidersbezoldiging

Deze voorwaarde is van belang voor student-zelfstandigen. Als hij of zij een bedrijfsleidersbezoldiging ontvangt van een vennootschap van de ouders en die wordt door de vennootschap als beroepskosten afgetrokken, dan is dat kind niet langer ten laste van de ouders.

Hoe worden de nettobestaansmiddelen berekend?

Hiervoor worden bepaalde inkomsten van de jongeren opgeteld. De wettelijke kinderbijslag, het kraamgeld, adoptiepremies en studietoelagen worden niet meegerekend. Wat wel meetelt, zijn inkomsten uit een:

  • (Studenten)job of student-zelfstandige

De belangrijkste inkomstenbron voor jongeren is een (studenten)job. Maar die inkomsten worden maar deels als bestaansmiddelen beschouwd: er wordt geen rekening gehouden met de eerste schijf van 2.820 euro verdiend met een studentenjob, een alternerende opleiding of als student-zelfstandige. Bovendien mogen van die inkomsten kosten worden afgetrokken. Dat kunnen de werkelijk gemaakte kosten zijn, maar er is minstens een kostenforfait van 20 procent, zelfs al kunnen er geen werkelijke kosten worden aangetoond. Voor verdiensten uit een studentenjob, een gewone baan als werknemer of voor baten uit een vrij beroep mogen altijd minimumkosten van 470 euro worden ingebracht.

Soepeler regels voor jobstudenten in coronatijden

Om de nood aan werkkrachten tijdens de corona-epidemie te stimuleren werden de regels over studentenarbeid tijdelijk versoepeld. Bezoldigingen voor studentenarbeid tijdens het 2de kwartaal 2020 (van 1 april tot en met 30 juni) worden niet meegeteld om de nettobestaansmiddelen te bepalen. Dat geldt in alle sectoren waarin de studenten hebben gewerkt en ongeacht het betalingstijdstip. De gepresteerde uren tellen ook niet mee voor het quotum van 475 uren per jaar waarin een jongere voordelig een studentenjob kan uitoefenen. Op die inkomsten is er geen bedrijfsvoorheffing en alleen een speciale socialezekerheidsbijdrage verschuldigd.

Bovendien wordt de bezoldiging voor de uren studentenarbeid in de zorgsector en in het onderwijs gepresteerd in het vierde kwartaal 2020 (van 1 oktober tot en met 31 december) niet meegeteld. Die laatste maatregel werd al verlengd en geldt al zeker tot eind juni 2021.

In de veronderstelling dat een jongere alleen inkomsten haalt uit een studentenjob, mag die tot 7.045 euro aan belastbare inkomsten hebben – buiten de periodes waarin de coronamaatregelen gelden – om ten laste te blijven van een gehuwde of wettelijk samenwonende ouder. Om ten laste te blijven van een alleenstaande of feitelijk samenwonende ouder moet het jongereninkomen beperkt blijven tot 8.920 euro.

  • Onderhoudsgeld

Een mogelijke valkuil voor kinderen van wie de ouders uit elkaar zijn, is het onderhoudsgeld. De bijdrage van een ouder in de opvoedingskosten is voor de fiscus geen inkomen van de andere ouder, wel van het kind. Ook al wordt dat geld aan de andere ouder of op een kindrekening betaald.

Toch telt de fiscus niet het totale bedrag van het onderhoudsgeld: er wordt geen rekening gehouden met de eerste schijf van 3.380 euro en eventuele achterstallige onderhoudsuitkeringen. Van het overige deel mag 20 procent forfaitaire kosten worden afgetrokken, wat betekent dat maar 80 procent als bestaansmiddel wordt beschouwd.

In de veronderstelling dat een kind geen andere inkomsten heeft dan onderhoudsgeld, mag er tot 7.605 euro worden betaald om ten laste te blijven van een gehuwde of wettelijk samenwonende ouder en 9.480 euro van een alleenstaande of feitelijk samenwonende ouder.

  • Wezenrente

Krijgt een kind een wezenrente, omdat een of beide ouders overleden zijn? Er wordt geen rekening gehouden met 3.380 euro aan onderhoudsgeld en wezenrente samen. Ook hier mag een kostenforfait van 20 procent worden afgetrokken.

Welke ouder krijgt het belastingvoordeel?

Een kind mag dan wel twee ouders hebben, slechts een van de twee krijgt het belastingvoordeel. Welke ouder dat is, hangt af van de relatie van de ouders.

  • Gehuwd of wettelijk samenwonend

Voor gehuwde en wettelijk samenwonende ouders maakt de fiscus twee berekeningen, waarbij de verhoging telkens bij een ouder wordt aangerekend. De meest voordelige van de twee berekeningen zal worden toegepast.

Bent u in 2020 getrouwd of wettelijk gaan samenwonen? U moet nog één keer apart een belastingaangifte invullen. Daarbij kunt u vrij de ouder kiezen die het belastingvoordeel voor de kinderen zal krijgen.

  • Feitelijk samenwonend

Feitelijke samenwoners – die niet gehuwd zijn en geen verklaring van wettelijke samenwoning hebben afgelegd – kunnen vrij kiezen welke ouder de kinderen ten laste neemt. Voorwaarde is dat het een natuurlijke ouder is. Als dat niet het geval is, moet die minstens de helft van de onderhoudskosten betalen. Die natuurlijke ouder wordt beschouwd als het ‘gezinshoofd’: als er meerdere kinderen ten laste zijn, moeten die bij hetzelfde gezinshoofd worden aangegeven.

De juiste codes

Kinderen ten laste geeft u aan in vak II onder de titel ‘B. Gezinslasten’. Gehuwden, wettelijke en feitelijke samenwoners geven bij de code 1030 het aantal kinderen aan dat ze fiscaal ten laste hebben. Code 1038 vult u in als u geen opvangkosten inbrengt voor een kind jonger dan drie jaar in vak X. Telkens staat er een code onder voor kinderen met een zware handicap.
Om de toeslag voor alleenstaande ouders met een beperkt inkomen te krijgen, moet u onder de titel ‘A. Persoonlijke gegevens’ ook nog bij de code 1101 uw gezinssituatie bevestigen. De fiscus zal zelf berekenen of u aan de inkomensvoorwaarde voldoet.

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud