Netto Het antwoord op al uw geldvragen
Advertentie
Advertentie

Wat te doen met beroepsverliezen?

Zelfstandigen zonder vennootschap kunnen hun beroepsverliezen overdragen naar de toekomst, waardoor ze op dat moment minder belastingen moeten betalen. Door de coronacrisis kon zo’n overdracht eenmalig ook naar het verleden.
©Klaas Verplanke

De boekhoudkundige logica is eenvoudig. Als er in een belastbaar tijdperk meer kosten dan opbrengsten zijn, dan is er verlies. Wat gebeurt er met dat verlies in de belastingaangifte van zelfstandigen zonder vennootschap? Het is alvast niet mogelijk om het geleden verlies uit uw professionele activiteiten te gebruiken om andere inkomstenbronnen te compenseren. Het verlies kan dus niet worden afgetrokken van eventuele roerende, onroerende of diverse inkomsten. Wat kan wel?

1. Ander beroepsinkomen

De essentie

Voor u? Als u een zelfstandige bent met winsten of baten en verlies leed.
Wat onthouden? De geleden verliezen kunnen worden aangerekend op uw andere beroepsinkomsten, op die van uw partner, of worden overgedragen naar de toekomst. Uitzonderlijk was er door de coronacrisis de mogelijkheid om de verliezen naar 2019 over te dragen.
Hoe belastingen besparen? De overdracht van beroepsverliezen moet gebeuren in elk van de aanslagjaren waarin er winst is. Als u de overdracht uitstelt, gaat het voordeel verloren.

De geleden verliezen kunnen wel andere beroepsinkomsten compenseren. Zo kan het verlies uit uw zelfstandige activiteit worden verrekend met de inkomsten die u als werknemer hebt verkregen.

2. Inkomen van partner

Bent u getrouwd of woont u wettelijk samen? Bij een gemeenschappelijke belastingaangifte kan het geleden verlies worden gecompenseerd met de beroepsinkomsten van uw partner. De beroepsverliezen worden eerst van de eigen beroepsinkomsten afgetrokken voordat de aftrek bij uw partner gebeurt.

3. Overdracht naar de volgende jaren

Als die mogelijkheden er niet zijn of als er nog een verlies over is, kunnen de beroepsverliezen worden afgetrokken in de volgende belastbare tijdperken. In het vakjargon spreekt men van het ‘carry forward’-systeem. Aangezien de aftrekbare verliezen de hoogste inkomensschijf – belast tegen de hoogste tarieven – verminderen, kunnen ze de belastingdruk aanzienlijk verlagen.

De overdracht van vorige beroepsverliezen is onbeperkt in de tijd, maar moet gebeuren in elk van de aanslagjaren waarin er winst is. De overdracht van verliezen uitstellen kan niet. Als u nalaat of vergeet een beroepsverlies in mindering te brengen in een bepaald aanslagjaar, kunt u dat later niet meer aftrekken.

De overdracht van vorige beroepsverliezen is onbeperkt in de tijd, maar moet wel gebeuren in élk van de aanslagjaren waarin er winst is.

Een voorbeeld. Een belastingplichtige leed in het aanslagjaar 2019 een verlies van 15.000 euro. In het aanslagjaar 2020 was er een winst van 10.000 euro, en in 2021 van 20.000 euro. Als hij voor het aanslagjaar 2020 vergeet het verlies uit 2019 aan te rekenen op de 10.000 euro winst, verliest hij definitief het recht om dat verlies door te rekenen. Alleen de resterende 5.000 euro verlies uit 2019 kan worden aangerekend in het aanslagjaar 2021.

Bovendien is er geen aftrek van beroepsverliezen mogelijk op het gedeelte van de winsten en baten dat voorkomt uit zogenaamde ‘abnormale of goedgunstige voordelen’ die de belastingplichtige ontvangt van een onderneming waarmee hij een zekere band heeft. Stel dat u met uw eenmanszaak een akkoord hebt met de eenmanszaak van een vriend om bepaalde grondstoffen over te kopen tegen niet-marktconforme prijzen. Die winsten kunnen niet worden gebruikt om beroepsverliezen te compenseren. Een uitzondering op die laatste regel zijn voordelen, verkregen van een buitenlandse onderneming waarvan de inkomsten niet aan de Belgische belastingen zijn onderworpen. Er is geen definitie van wat als ‘abnormaal’ of ‘goedgunstig’ kan worden beschouwd: dat hangt af van de activiteiten en de sector. Leg de nodige voorzichtigheid aan de dag om discussies met de fiscus te vermijden.

4. Eenmalige ‘carry back’ wegens de coronacrisis

Door de coronacrisis heeft de regering ondernemers (met winsten of baten) eenmalig de mogelijkheid gegeven om de geschatte verliezen voor 2020 achterwaarts – in het vakjargon ‘carry back’ – te compenseren met winsten uit het vorige boekjaar. Door die maatregel kunnen bedrijven hun verliezen in 2020 verrekenen met de resultaten van 2019. Dat drukt de belastbare winst voor 2019, waardoor de verschuldigde belasting – die effectief in 2020 wordt betaald – lager uitvalt. Er hoeft geen verband te zijn tussen de coronacrisis en de verliezen.

De toepassing van deze maatregel was optioneel, maar was wel definitief en onherroepelijk. Dat kan vandaag niet langer: de vervroegde aftrek moest via een apart aangifteformulier gebeuren, en dat moest worden ingediend voor 15 september 2020. De vervroegde verliesaftrek is geplafonneerd: maximaal ‘het brutobedrag van de winst of de baten van Belgische oorsprong’ die in het belastbaar tijdperk 2019 werden behaald of verkregen, verminderd met de beroepskosten die op die inkomsten betrekking hebben (met uitzondering van de vergoedingen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van winsten of baten). Om te vermijden dat ondernemingen hun verliezen uit 2020 zouden ‘overschatten’, werd een sanctie uitgewerkt. Als de vervroegd in aftrek gebrachte verliezen uiteindelijk groter zijn dan de werkelijk in 2020 geleden verliezen zal in de belastingaangifte voor het inkomstenjaar 2020 (aanslagjaar 2021) een bijkomende belastingvermeerdering worden toegepast.

De eenmalige ‘carry back’ is geen belastingvermindering, maar een cashflowvoordeel. De verliesverrekening moet in de belastingaangifte voor het inkomstenjaar 2020 worden teruggenomen: het verrekende verlies dat u vorig jaar via de afzonderlijke aangifte hebt gevraagd, moet aan de winsten of baten in uw aangifte van het inkomstenjaar 2020 (nu dus) worden toegevoegd. Dat om te vermijden dat de beroepsverliezen twee keer zouden leiden tot een lagere belasting: een eerste keer als de geschatte vrijstelling van de inkomsten uit 2019 en een tweede keer werkelijk, als aftrek van de inkomsten uit 2020.

De juiste codes

Beroepsverliezen die tijdens een vorig belastbaar tijdperk zijn geleden en die nog niet van de beroepsinkomsten zijn afgetrokken, geeft u aan in vak VIII. Als de verliezen zijn geleden in feitelijke verenigingen (burgerlijke vennootschappen en verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid), moeten de aftrekbare beroepsverliezen van vorige belastbare tijdperken naast de code 1350/2350 worden vermeld. Voor andere aftrekbare verliezen is dat de code 1349/2349.
Hebt u gebruikgemaakt van de eenmalige ‘carry back’? U moet het in aftrek gebrachte verlies aangeven in vak XVII voor winsten, in de rubriek 2a. bij de nieuwe code 1635/2635 of vak XVIII voor baten in de rubriek 5a. bij de nieuwe code 1660/2660.

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud