netto

Wat als de fiscus u een vraag om inlichtingen stuurt?

©Filip Ysenbaert

Door de internationale gegevensuitwisseling komt de fiscus almaar meer te weten over uw centen en dat leidt tot een groeiend aantal vragen om inlichtingen. Hoe moet u met zo’n vraag omgaan?

Door de internationale gegevensuitwisseling ontvangt de fiscus financiële gegevens van Belgen die in het buitenland een rekening hebben. België heeft al met 87 landen zo’n overeenkomst gesloten. Tot die landen behoren onder meer Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Zwitserland en Monaco. Voor het inkomstenjaar 2017 ontving de fiscus liefst 1,4 miljoen gegevens. Op basis van die info bleek dat Belgen zo’n 173,8 miljard euro op buitenlandse rekeningen hebben staan, al kunnen dubbeltellingen dat bedrag wel wat opblazen.

Die zogenaamde CRS-informatie is voor de fiscus nuttig omdat hij op die manier kan achterhalen wie niet correct is geweest bij het invullen van zijn belastingaangifte. Belastingplichtigen zijn verplicht om in hun aangifte aan te duiden of ze over een buitenlandse rekening of verzekering beschikken. ‘Ook het bestaan van een buitenlandse ‘juridische constructie’ dient te worden aangegeven. Zijn er vermoedelijke tegenstrijdigheden tussen de CRS-gegevens en de belastingaangifte, dan stuurt de fiscus een vraag om inlichtingen.

‘In de praktijk stellen we vast dat ook bij een volledig correcte aangifte vaak een vraag om inlichtingen wordt gestuurd’, zegt Gerd D. Goyvaerts, advocaat-vennoot bij Tiberghien. Op 3 mei 2019 werd naar liefst 207.394 belastingplichtigen een vraag om inlichtingen gestuurd.

Omdat de gegevensuitwisseling nog op volle toeren moet komen, zullen wellicht nog veel brieven volgen. Maar wat moet u doen als u zo’n brief krijgt, en wat zijn de gevolgen?

1. Binnen welke termijn moet u antwoorden?

De belastingplichtige heeft een maand. Die periode gaat in op de derde dag die volgt op de verzending van de brief. ‘Die termijn kan worden verlengd als er gegronde redenen zijn. In dat geval moet de belastingplichtige die reden communiceren voor de vervaldag. Ontvangt de fiscus geen antwoord voor de vervaldag, dan kan hij een boete opleggen, of overgaan tot een bijkomende aanslag’, luidt het bij de FOD Financiën.

2. Betekent de brief altijd dat een boete volgt?

Nee, zeker niet. ‘Het is niet omdat u zo’n brief krijgt, dat u automatisch belastingfraude hebt gepleegd’, zegt Filip Smet, fiscaal advocaat bij Laga. ‘Via gegevensuitwisseling krijgt de fiscus wel inzage in de saldi en inkomsten van uw buitenlandse rekeningen, maar dat betekent nog niet dat die saldi aanleiding hebben gegeven tot bijkomende belastbare inkomsten’, zegt hij. Stel dat u een buitenlandse effectenrekening hebt, waarbij de aandelen of sicavs nooit dividenden hebben opgebracht. Het loutere feit dat u het bestaan van deze rekening niet hebt vermeld betekent niet dat er sprake is van fiscale fraude.

415.567 herzieningen in 2017

Niet alleen buitenlandse inkomsten leiden tot  vragen om inlichtingen. Ook een aangifte die op andere vlakken onvolledig is, kan bijkomende vragen van de fiscus opleveren. Vaak stelt de fiscus echter zelf al een wijziging voor. Hij stuurt dan geen vraag om inlichtingen, maar een gemotiveerd en ondertekend ‘bericht van wijziging’.

De gewijzigde gegevens worden dan onmiddellijk verwerkt in uw aanslagbiljet. Ontvangt u zo’n bericht, dan heeft u één maand om uw opmerkingen of akkoord aan de fiscus mee te delen. In het aanslagjaar 2017 werden 415.567 berichten van wijziging gestuurd. Dat kwam neer op 18,6 procent van de gecontroleerde aangiften. De wijzigingen leverden 1,7 miljard euro extra inkomsten op.

 

‘Bovendien kijkt CRS door bepaalde structuren heen, zoals ‘passieve beleggingsentiteiten’. Het is niet omdat een Belgische belastingplichtige geld in zo’n structuur heeft ondergebracht dat de inkomsten belastbaar zouden zijn in België of dat de gelden die in de structuur zitten niet-aangegeven inkomsten zouden uitmaken’, vervolgt Smet. ‘Een voorbeeld daarvan zijn beleggingsvennootschappen van Belgische aandeelhouders die in het buitenland, bijvoorbeeld in Luxemburg, gevestigd zijn en van daaruit beleggen. In bepaalde gevallen zullen de rekeningen van zulke structuren via gegevensuitwisseling gelinkt worden aan de Belgische aandeelhouder(s). Dat betekent uiteraard niet dat die aandeelhouders daarom belastbaar zouden zijn op die inkomsten’, zegt Smet.

Verder bestaat de mogelijkheid dat de fiscus zich baseert op informatie die niet correct is. ‘Niet alle CRS-informatie is correct. Dus het is zeker de moeite om grondig na te gaan, bijvoorbeeld via inzage in het dossier, wat de onderliggende gegevens juist inhouden’, zegt Smet.

Ook Goyvaerts raadt aan niet te overhaast te antwoorden op een vraag om inlichtingen. ‘Ook hier is haast en spoed zelden goed. Want in veel gevallen zal de fiscus vermoeden dat de verzwegen bedragen gecumuleerde, niet eerder aangegeven inkomsten of kapitalen betreffen, of in technisch jargon ‘fiscaal verjaard kapitaal’. Maar de fiscus of het parket moeten dat bewijzen’, onderstreept hij.

3. Tot hoever kan de fiscus teruggaan in zijn onderzoek?

‘De termijnen voor fiscale verjaring kunnen voor info uit het buitenland vrij ver teruggaan’, zegt Goyvaerts. ‘De fiscale administratie beschikt over een onderzoeks- en aanslagtermijn van drie jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar. Die termijn kan worden verlengd tot zeven jaar als de fiscus inbreuken vaststelt die zouden zijn begaan met bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden. Dat wil zeggen dat de fiscus vandaag nog onderzoek kan uitvoeren in verband met het inkomstenjaar 2012 (aanslagjaar 2013) en later’, zegt Goyvaerts.

Het betekent ook dat de inkomsten verkregen voor 1 januari 2012 vandaag fiscaal verjaard zijn. De fiscus kan zulke inbreuken wel nog doorsturen naar het parket waar ze strafrechterlijk kunnen worden behandeld.’

Goyvaerts maakt wel een kanttekening. ‘Dat zijn in principe de basistermijnen. In bepaalde gevallen kan de fiscus een bijzondere onderzoeks- en aanslagtermijn van 24 maanden hanteren vanaf de datum waarop de administratie weet had van de inlichtingen. Ten slotte werd met de wet van 11 februari 2019 onlangs een nieuwe buitengewone termijn ingevoerd waardoor de fiscus onder bepaalde voorwaarden over een onderzoeks- en aanslagtermijn van tien jaar beschikt’, zegt Goyvaerts.

4. Welke boete riskeer ik?

Dat hangt af van dossier tot dossier. In geval van een onvolledige of onjuiste aangifte kan de administratie sancties opleggen. Die sancties variëren van boetes tussen 50 en 1.250 euro tot een verhoging van de aanslag op de niet-aangegeven inkomsten met 10 tot 200 procent. ‘Theoretisch kan men daarvan afwijken bij goede trouw van de belastingplichtige’, zegt Smet.

‘Daarnaast is er bijvoorbeeld ook nog een specifieke boete mocht blijken dat de belastingplichtige het bestaan van details van een juridische constructie - een entiteit die onder toepassing van de Kaaimantaks valt - niet correct heeft aangegeven. Die boete bedraagt 6.250 euro’, vervolgt Smet.

5. Kan ik de boete betwisten?

Ja, de belastingplichtige kan altijd een boete betwisten, net zoals de bijkomende belasting waarop de boetes betrekking hebben. Zelfs als u alleen vergeten bent het bestaan van buitenlandse rekening aan te vinken in de aangifte, kan u dat betwisten. ‘Zo is de rechtspraak het niet noodzakelijk eens met de praktijk om het niet-aangeven van een buitenlandse bankrekening noodzakelijk als fraude te beschouwen. De fiscus moet altijd aantonen dat er niet enkel een overtreding is van de fiscale wet, maar ook een bedrieglijk opzet of oogmerk om te schaden (moreel element). Een loutere vergissing of onwetendheid kan dus niet worden gelijkgesteld met fraude’, zegt Smet.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect