Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Wat met uw belastingaangifte in 2013?

Crisis of niet, ook in 2013 krijgt u een aanslagbiljet in de bus. Het grootste verschil met 2012: tal van belastingvoordelen vallen weg.
©Photo News

In het regeerakkoord stonden tal van maatregelen die voelbaar zullen zijn in de belastingaangifte die u in 2013 invult. Die nieuwe regels gelden voor de inkomsten vanaf 1 januari 2012, die u dus volgend jaar aangeeft. Wat moet u weten?

Minder energiebesparende investeringen

De regering-Di Rupo heeft drastisch gesnoeid in de belastingvoordelen voor energiebesparende investeringen. Voor betalingen sinds 1 januari 2012 kunt u alleen nog een belastingvermindering krijgen voor de uitgaven voor dakisolatie in een woning die al minstens vijf jaar in gebruik is. Die werd wel teruggeschroefd tot 30 procent van de gedane uitgaven, met een maximum van 2.930 euro per woning.

Wie vanaf 1 januari 2013 meer investeert dan het grensbedrag, zal dat surplus niet langer kunnen overdragen naar andere jaren. U hebt er dus alle belang bij om uw factuur te splitsen over twee jaar.

In de besparingsronde van Di Rupo I sneuvelden ook de specifieke belastingverminderingen gedurende tien jaar voor gecertificeerde lage-energie-, passief- en nulenergiewoningen. Voor woningen die in 2011 of vroeger gecertificeerd werden, blijft de belastingvermindering wel bestaan.

Uitgaven renderen minder

Naast de energiebesparende investeringen geven tal van andere uitgaven recht op een belastingvermindering of -aftrek. Hoe groot het voordeel was, varieerde naargelang de aard van de uitgaven. Sommige uitgaven gaven recht op een vast percentage, voor andere varieerde het voordeel in functie van uw inkomen. Maar de regering-Di Rupo heeft hieraan gesleuteldn. De belastingvermindering zal uiteenvallen in twee groepen: 45 en 30 procent.

45% belastingvermindering

Het hoogste percentage van 45 procent is er voor kinderopvang en giften.

30% belastingvermindering

Voor de meeste uitgaven is het voordeel teruggebracht tot een belastingvermindering van 30 procent. Het gaat om:

  • Pensioensparen: stortingen op een pensioenspaarrekening of -verzekering of voor de betaling van premies voor een tak23-levensverzekering.
  • Werkgeversaandelen: de aankoop van nieuw gecreëerde aandelen van uw werkgever of een moederonderneming van uw werkgever.
  • PWA-cheques: betalingen aan de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen voor huishoudelijke taken, tuinonderhoud, oppas voor een ziek kind...
  • Dienstencheques: voor de betaling van huishoudelijke hulp bedroeg het percentage al 30 procent, maar vanaf 1 januari 2013 stijgt de prijs van een cheque met 1 euro tot 8,5 euro.
  • Brand- en inbraakbeveiliging: veiligheidssloten, slotbeveiligingssystemen, kierstandhouders, inbraakwerend glas, brandblusapparaten of brandwerende deuren…
  • Bezoldiging voor een huisbediende: voor de helft van de betaalde bezoldigingen.
  • Onderhoud en restauratie van beschermde monumenten: voor monumenten of landschappen die publiek toegankelijk en niet verhuurd zijn.
  • Langetermijnsparen: bepaalde bijdragen voor levensverzekeringscontracten.

0% belastingvermindering

Het fiscale voordeel voor de aankoop van een nieuwe elektrische wagen was sowieso beperkt in de tijd en loopt eind 2012 af. Dat geldt ook voor de installatie van een elektrische laadpaal aan de buitenkant van uw woning.

De aangekondigde aanpassing van het fiscale voordeel voor de woonbonus komt er uiteindelijk niet. ‘Bij de voorstelling van het regeerakkoord was voorzien om het voordeel terug te brengen tot een belastingvermindering van 45 procent. Maar het voordeel voor een lening voor de enige eigen woning zal nog altijd afhangen van het inkomen en kan oplopen tot maximaal 50 procent, plus gemeentebelastingen’, zegt Christiaan Moeskops van Pwc Tax Consultants.

Ook aan het systeem van de oude leningen, met andere woorden leningen van vóór 2005 die recht geven op de vermindering voor het bouwsparen, wordt niet geraakt.

Cataloguswaarde bepalend voor bedrijfswagens

De fiscaliteit van de bedrijfswagens werd de voorbije maanden meermaals bijgestuurd. En dat hebt u ongetwijfeld gemerkt aan uw maandelijkse loonfiche. De regels zijn van belang voor wie een bedrijfswagen van zijn werkgever of vennootschap ter beschikking krijgt en die ook voor privéverplaatsingen (onder meer woon-werkverkeer) mag gebruiken. Niet de werkelijke waarde van het voordeel, maar wel een forfait wordt belast: het voordeel van alle aard.

Sinds 1 januari 2012 wordt een andere formule gebruikt voor de berekening van dat voordeel. Dat hangt niet langer af van de afstand tussen de woon- en werkplaats, maar wel van de cataloguswaarde van de wagen. De nieuwe berekeningsformule is: 6/7 van de cataloguswaarde van de wagen x CO2-coëfficient x percentage afhankelijk van de ouderdom van de wagen. Voor elk verstreken jaar sinds de eerste inschrijving daalt de cataloguswaarde met 6 procent, met een maximum van 30 procent.

Woning van de vennootschap duurder

Een woning gratis ter beschikking gekregen van de vennootschap? Sinds 1 januari 2012 is het forfaitair voordeel van alle aard voor dat gratis gebruik gevoelig verhoogd. Althans voor woningen met een kadastraal inkomen (ki) van minstens 745 euro. Het belastbare voordeel wordt berekend volgens de formule: 100/60 van het geïndexeerd ki x 3,8 (vroeger was dat 2). Voor woningen met een ki van 745 euro of minder bleef de berekeningsformule ongewijzigd op 100/60 van het geïndexeerd ki x 1,25.

Daarnaast is ook de forfaitaire waardering voor gratis verwarming en elektriciteit aan leidinggevend personeel en bedrijfsleiders verhoogd. Voor gratis verwarming werd het bedrag opgetrokken naar 1.820 euro, voor gratis elektriciteit naar 910 euro. ‘Voor de andere genieters blijven de waarderingen ongewijzigd’, merkt Lombaerts op.

Aandelenopties anders gewaardeerd

Aandelenopties worden sinds 1 januari 2012 anders gewaardeerd. Het belastbaar voordeel voor (niet-beursgenoteerde) aandelenopties toegekend vanaf 1 januari 2012, die worden belast op het moment van toekenning en een looptijd hebben van vijf jaar, wordt vastgesteld op 18 procent van de waarde van de onderliggende aandelen op het ogenblik van het aanbod. Vroeger lag dat percentage op 15 procent. Aan de verhoging van het percentage met 1 procent per begonnen jaar dat de looptijd van de optie meer is dan vijf jaar wordt niet geraakt.

Aangifte van intresten en dividenden bijgeschaafd

De grote nieuwigheid voor de belastingaangifte voor volgend jaar moest de verplichte aangifte van intresten en dividenden worden. Alle intresten en dividenden waarop u geen bijkomende heffing van 4 procent hebt betaald, moesten voortaan in de belastingaangifte worden opgenomen. Die regel paste in de zogenaamde rijkentaks. Wie meer dan 20.020 euro intresten en dividenden had, moest bovenop de 21 procent roerende voorheffing bijkomend 4 procent betalen.

Sommige van die inkomsten worden niet meegeteld voor het bepalen van de grens van 20.020 euro: het vrijgestelde gedeelte van het klassieke spaarboekje, liquidatiebonussen en de Leterme-staatsbons (met intekenperiode tussen 24/11/2011 en 2/12/2011).

Maar in de nasleep van de begrotingsonderhandelingen werd die regeling bijgestuurd. Tijdens het opstellen van de begroting werd bijvoorbeeld beslist om de roerende voorheffing vanaf 1 januari 2013 naar 25 procent op te trekken. In ruil voor het hogere tarief zal de voorheffing opnieuw bevrijdend worden gemaakt.

Om te vermijden dat alleen de intresten en dividenden van 2012 aangegeven moeten worden, besliste de regering om ook de aangifteplicht voor de inkomsten van 2012 te schrappen. Althans voor wie niet meer dan 20.020 euro roerende inkomsten heeft en roerende voorheffing op de inkomsten heeft betaald. Het zal volstaan dat de belastingplichtige in de aangifte op erewoord verklaart dat hij geen inkomsten heeft waarop de rijkentaks van 4 procent is verschuldigd. Belastingplichtigen met een roerend inkomen boven 20.020 euro kunnen nog tot eind december vragen de 21+4 procent in plaats van 21 procent roerende voorheffing te betalen. Op die manier kunnen ook zij ontsnappen aan de aangifteplicht.

Een aantal intresten en dividenden ontsnapt aan de additionele heffing van 4 procent: inkomsten van het klassieke spaarboekje, liquidatiebonussen, de Leterme-staatsbons en intresten en dividenden onderworpen aan 25 procent roerende voorheffing.

Geen gemeentebelasting meer op intresten en dividenden

Er zal geen gemeentebelasting meer geheven worden op ontvangen intresten en dividenden zodra de wet van 22 oktober 2012 is goedgekeurd. Die vrijstelling is er ongeacht de herkomst van de inkomsten. Ook intresten en dividenden die u ontvangt buiten de Europese Economische Ruimte zullen dus ontsnappen aan de gemeentelijke opcentiemen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud