Netto Het antwoord op al uw geldvragen

Wegwijs in de fiscaal voordelige bouwstenen van uw loon

Centen in ruil voor uw bedrijfswagen. Of een kleinere auto, maar dan ook een fiets erbij. Met de invoering van ‘cash for cars’ en het mobiliteitsbudget wordt de lijst van fiscaal voordelige verloningsmanieren nog wat langer. Op welke bouwstenen van uw loon betaalt u weinig belastingen?
©Pieter Van Eenoge

Elke dag cake aan de koffieautomaat, een fitnessruimte, kinderopvang tijdens de vakantie. De extraatjes die bedrijven hun werknemers kunnen geven, zijn vrijwel onbeperkt en getuigen van vindingrijkheid. ‘Als we bij bedrijven in het kader van een audit een analyse maken, treffen we soms een combinatie van wel 70 soorten van alternatieve verloningsvormen aan’, zegt Veerle Michiels van het Kenniscentrum van de hr-dienstverlener SD Worx. Ondernemingen grijpen graag naar die mogelijkheden omdat ze vrij van socialezekerheidsbijdragen en/of belasting zijn, of ten minste (para)fiscaal vriendelijk. Een logische reflex in een land waar de lasten op arbeid zeer hoog zijn.

Een opsomming van alle verloningsmogelijkheden zou ons te ver leiden. Daarom beperken we ons tot de ‘evergreens’ die tastbare cash opleveren en bovenal fiscaal voordelig zijn.

DE NIEUWKOMERS

Cash for cars

De jongste fiscaal voordelige looncomponent heet ‘cash for cars’ of mobiliteitsvergoeding. Dat betekent dat u uw bedrijfswagen inruilt voor een bedrag dat boven op uw loon komt.

Beschikt u over een bedrijfswagen die u mag gebruiken voor privéverplaatsingen, dan geniet u een voordeel van alle aard (VAA). Dat voordeel wordt belast in de personenbelasting aan een progressief tarief van maximaal 50 procent.

Voor een bedrijfswagen met een lage CO2-uitstoot wordt het voordeel in het eerste jaar als volgt berekend: 6/7de van de cataloguswaarde x een CO2-coëfficiënt van standaard 5,5 procent. Er wordt wel een minimum van 1.310 euro gehanteerd, waardoor u tegen een aanslagvoet van 50 procent altijd minstens 655 euro belastingen betaalt.

Voor wie zijn bedrijfswagen met tankkaart voor een mobiliteitsvergoeding inruilt, wordt het bedrag berekend met de volgende formule: de cataloguswaarde x 6/7 x 24 procent. Voor een firmawagen met een cataloguswaarde van 31.000 euro kunt u dus op jaarbasis maximaal 6.377 euro krijgen.

De belasting op de cash wordt als volgt berekend: 6/7de van de cataloguswaarde x 4 procent. Ook hier bedraagt het absolute minimum 1.310 euro, wat tegen een aanslagvoet van 50 procent 655 euro aan belastingen betekent. Uw auto met tankkaart hebt u niet meer, maar wel netto 5.722 euro op uw bankrekening.

Het is niet omdat het bedrag dat u in de plaats van uw bedrijfswagen krijgt mild belast wordt, dat de ruil ook in alle gevallen gunstig is. Wilt u toch nog af en toe met de auto rijden, dan zult u die verplaatsingen zelf moeten betalen. Draagt de werkgever nog bij voor de vervoerskosten voor de woon-werkverplaatsing, dan wordt dat belast als loon.

Met 'cash for cars' en het mobiliteitsbudget hoopt de regering meer wagens van de weg te weren. ©BELGAIMAGE

Mobiliteitsbudget

Vergis u niet: het mobiliteitsbudget is niet hetzelfde als de mobiliteitsvergoeding. In het geval van de vergoeding hebt u geen bedrijfswagen meer. In het geval van het mobiliteitsbudget beschikt u soms wel nog over een wagen.

Het mobiliteitsbudget is het geld dat u ter beschikking krijgt om u op verschillende manieren te verplaatsen. Daar kan ook bijvoorbeeld nog een kleinere en milieuvriendelijkere bedrijfswagen dan voordien inzitten, gecombineerd met bijvoorbeeld een abonnement voor het openbaar vervoer en een fiets.

Het voordeel alle aard van uw auto zal nog altijd berekend worden zoals nu, maar zal lager liggen dan voordien. U zult dus minder belastingen betalen. De abonnementen voor het openbaar vervoer zijn dan weer volledig vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen en belastingen, omdat de overheid dit soort van transport wil aanmoedigen.

Het contante geld dat u misschien nog overhoudt, krijgt u aan het einde van het jaar uitbetaald. De werkgever moet daarop een socialezekerheidsbijdrage van 25 procent betalen en u bent 13,07 procent aan socialezekerheidsbijdragen verschuldigd.

Winstpremie werknemers

De federale regering riep in juli 2017 een nieuwe fiscaal interessante premie in het leven, gekoppeld aan de winst van het bedrijf. Bedrijven kunnen sinds 1 januari 2018 tot 30 procent van de loonmassa uitbetalen als winstpremies. Gemiddeld bedraagt de loonmassa per werknemer 55.307 euro per jaar. De winstpremie mag dan bruto 16.600 euro bedragen. Voor werknemers met een bovengemiddeld loon kan de winstbonus nog hoger oplopen.

Op de winstpremie wordt geen personenbelasting betaald. Daardoor houdt een werknemer netto meer over dan wanneer hij een gewone bonus krijgt. Van 1.000 euro krijgt hij 624 euro in handen, terwijl dat voor een gewone bonus slechts 421 euro is. Het gunstregime voor de winstpremie is daarmee bijna even aantrekkelijk als dat voor de collectieve loonbonus. Het grote verschil is dat er hogere bedragen mee kunnen worden betaald.

DE VASTE WAARDEN

De collectieve loonbonus

Deze bonus is fiscaal interessant, maar de toepassing ervan is beperkt. De bonus moet aan alle werknemers worden betaald en moet gekoppeld zijn aan bepaalde doelstellingen die werden behaald.

Het bedrag van de bonus is ook beperkt. In 2018 is de loonbonus vrijgesteld van belastingen tot een maximumbedrag van 3.313 euro. De werkgever is wel een bijzondere socialezekerheidsbijdrage van 33 procent verschuldigd. De werknemer betaalt er een solidariteitsbijdrage van 13,07 procent op, waardoor de werknemer de van belastingen vrijgestelde som van 2.880 euro in handen krijgt.

Op aandelenopties en warrants hoef je als werkenmer geen sociale lasten te betalen, zoals bij een cash bonus wel het geval is. ©AFP

Aandelenopties of warrants

In plaats van een gewone bonus in cash uit te betalen, kan dat ook met aandelenopties of warrants. Met een optie kan je in de toekomst een aandeel kopen tegen een vooraf bepaalde prijs. Een warrant werkt op dezelfde manier, maar de tegenpartij verschilt. Bij een optie is de tegenpartij een andere belegger. Bij een warrant is dat een onderneming of een financiële instelling.

De aandelen die je met opties of warrants koopt, kunnen er van de vennootschap zijn die de bonus toekent, maar de werkgever kan ook opties toekennen voor aandelen van een ander bedrijf.

Voor de werkgever is het betalen van bonussen in de vorm van opties of warrants voordelig omdat hij er geen sociale lasten op hoeft te betalen, zoals dat bij een bonus in cash wel het geval is. De werknemer houdt netto meer over van zijn bonus. Van aandelenopties ter waarde van 1.000 euro kan het nettobedrag oplopen tot 670 euro, berekende SD Worx. Van een cashbonus van 1.000 euro bruto houdt de werknemer 421 euro netto over.

Auteursrechten

In tegenstelling tot wat de term doet geloven, zijn het al lang niet meer alleen auteurs of mensen met een ander schrijvend beroep die van dit fiscale gunstregime gebruikmaken. Steeds meer beroepsgroepen proberen de fiscus ervan te overtuigen dat een deel van hun werk onder het regime van het auteursrecht kan vallen omdat dat soms een tekst of een geschreven document is. Het kan bijvoorbeeld over een informaticus gaan, maar ook over de beheerder van een website voor de verhuur van vakantiewoningen of een consultant die een nieuwsbrief rondstuurt.

Op grond van hun zogenaamde auteurschap dopen ze een deel van hun loon om in auteursrechten en dat levert een stevig fiscaal voordeel op. Inkomsten uit auteursrechten worden beschouwd als ‘roerende inkomsten’ en worden belast tegen een tarief van 15 procent.

Het bedrag dat als auteursrechten mag worden beschouwd is wel gelimiteerd. Voor aanslagjaar 2018 mag maximaal 58.720 euro als auteursrechten worden aangegeven. Alle bedragen die daarboven vallen, worden belast als beroepsinkomsten, dus tegen het normale progressieve belastingtarief van maximaal 50 procent.

Met dat lage tarief is de kous nog niet af. Ook de forfaitaire kosten die in rekening mogen worden gebracht zijn fiks. Tot een bedrag van 15.660 euro mag 50 procent worden afgetrokken en van 15.660 tot 31.320 euro is de aftrek 25 procent. Voor de laatste schijf tot 58.720 euro is geen kostenaftrek meer toegestaan. Wie het maximale aan auteursrechten int, betaalt in totaal 12 procent of 7.046,25 euro aan roerende voorheffing.

Maaltijd- en ecocheques

Maaltijdcheques zijn vooral populair omdat ze vrijgesteld zijn van bedrijfsvoorheffing en socialezekerheidsbijdragen. Ze moeten worden toegekend aan alle werknemers van een beroepscategorie. Per gewerkte dag moet één maaltijdcheque worden gegeven. Het bedrag van de cheque moet beperkt blijven tot 8 euro per dag, waarvan de werknemer minstens 1,09 euro zelf moet betalen.

Ecocheques, geldbonnen die alleen voor de betaling van ecologisch verantwoorde aankopen mogen worden gebruikt, zijn nog voordeliger. Van de 250 euro die de werkgever maximaal per jaar mag aanbieden, krijgt de werknemer ook 250 euro in handen.

Extralegale kinderbijslag

Voor de extralegale kinderbijslag moeten de werkgever en de werknemer geen socialezekerheidsbijdragen betalen. Die vrijstelling is het enige echte voordeel van deze extra kinderbijslag, aangezien het bedrag wel bij het belastbaar inkomen wordt geteld. Volgens de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) moet de extralegale kinderbijslag beperkt blijven tot 50 euro per maand per kind ten laste. Het extra kindergeld moet worden gegeven aan alle werknemers of een specifieke groep met kinderen.

Cadeaucheques

Onder het motto ‘versmaad ook kleinere bedragen niet’ zijn er ook nog de cadeaucheques. Die kunnen vrij van socialezekerheidsbijdragen en belastingen worden gegeven ter gelegenheid van bijvoorbeeld Sinterklaas, Kerstmis of Nieuwjaar. Ze mogen niet meer bedragen dan 35 euro per jaar per werknemer. Eventueel kan daar nog eens 35 euro per kind ten laste bovenop komen.

Een forfaitaire vergoeding van 20 euro per maand voor privécomputer en internetverbinding mogen bedrijven enkel betalen als werknemers regelmatig thuis werken. ©BELGAIMAGE

DE RANDGEVALLEN

Kosten eigen aan de werkgever

De vergoeding van kosten eigen aan de werkgever wordt niet belast en is niet onderworpen aan socialezekerheidsbijdragen. Dat is zo omdat ze een vergoeding is voor de kosten die een werknemer maakt om zijn beroep uit te oefenen. Denk aan de aankoop van gereedschap, het wassen van werkkledij en in sommige gevallen een krantenabonnement.

De vergoeding kan gebeuren op reële of op forfaitaire basis, maar er moeten altijd reële uitgaven tegenover staan. In sommige bedrijven wordt deze terugbetaling van kosten enigszins in de grijze zone getrokken en wordt ze als een soort van onbelast loon gezien. Maar de fiscus en de RSZ liggen op vinkenslag en kosten eigen aan de werkgever worden regelmatig geschrapt.

Vergoeding voor eigen internet en pc van de werknemer

Bedrijven kunnen hun werknemers een forfaitaire vergoeding van telkens 20 euro per maand betalen voor het professionele gebruik van een privécomputer en de internetverbinding thuis. Dat bedrag is vrij van socialezekerheidsbijdragen en belastingen.

Maar het gebruik moet wel kaderen in een duidelijke afspraak over thuiswerk. Dat mag dan niet sporadisch zijn, maar moet op regelmatige basis gebeuren. Tijdens het weekend even de e-mails van het werk checken telt dus niet mee.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud